Volkskrant.nl, 08-11-2017, uitleg of detail 2010

Schrijver Arnon Grunberg (46)

'Ik wil een vrolijke Voetnoot bij de menselijke komedie’


Doe je wel eens onaardig tegen je vriendin omdat je Voetnoot niet wil vlotten?
‘Nee. Nooit. Ik ben sowieso niet meer zo van de stress. Ik weet meestal wel waarover ik wil schrijven en dan is het alleen nog even kijken of er iets belangrijkers gebeurt waarover ik moet gaan schrijven. In het begin had ik wel vragen over wat voor relatie ik met de lezer wilde en hoe ik me wilde verhouden tot de rest van de krant. Maar daarover heb ik inmiddels wel een idee, ik wil zo min mogelijk polemiseren. Daar heb ik geen zin in. Dus ik wil niet andere mensen gaan aanvallen. Ik wil een vrolijke Voetnoot bij de menselijke komedie.’


En is dat gelukt? Soms lijk je best wel eventjes op iemands teen te staan.
‘Heel vaak denken mensen dat als je het op een klein puntje oneens bent met iemand, je een hekel hebt aan diegene. Dat is helemaal niet zo. Soms worden lezers ook heel boos zonder dat ik dat bedoelde. Ik zat een keer met mijn petekind te dineren terwijl er achter ons een paar voetballers zaten, onder wie Justin Kluivert. Toen had ik geschreven dat zij zaten te praten over een stichting voor aan lager wal geraakte topsporters. Dat was ironisch, die topsporters hebben tegenwoordig allemaal goede doelen, ik vond het wel een grappig goed doel. Maar daarna zei iemand: 'Je beweerde dat Justin Kluivert een aan lager wal geraakte topsporter is! Je weet niets van voetbal!’ Terwijl ik toch probeer heel helder en duidelijk te schrijven. Als ik lezersbrieven krijg, schrijf ik ook wel eens terug: 'Je moet gewoon even beter lezen, want dit is helemaal niet wat ik beweer'. En als ik pissig ben: 'u zou een cursus Begrijpend Lezen moeten volgen'.


Er was veel commotie over je Voetnoot waarin je ondermeer schreef: ‘In de Tweede Kamer zitten twee jihadisten. Wilders voert een jihad tegen de Koran, Baudet voert er een tegen de dildo, en tegen alles wat niet arisch is.’ Best veel lezers vonden dat wel degelijk heel erg op de persoon.
‘Kijk, de heren worden ook wel neonazi of fascist genoemd, zelden door mij, maar dan is jihadist een wonder van nuancering. Je hebt ook jihadisten die niet verder komen dan de Turks-Syrische grens en die nooit een vlieg kwaad hebben gedaan, maar gewoon tijdelijk in de war waren. En ik breng in de Voetnoot het voeren van een heilige oorlog - wat ik bedoel met het woord jihadist en wat ook de betekenis van dat woord is geworden - in verband met bijvoorbeeld de strijd van Baudet tegen de dildo. Hij verklaarde ooit dat getrouwde vrouwen niet in de weer mochten zijn met een dildo. Velen zijn dat vergeten. Ik niet. Wanneer de heilige oorlog in verband wordt gebracht met een dildo mag het toch wel duidelijk zijn dat in die context het woord jihadist echt niet gelijk staat aan moordenaar. In die context is het woord jihadist een uiterst vriendelijke en beschaafde metafoor.

En ja, het niet al te realistische voornemen van Wilders om de koran te verbieden is een slecht idee en gaat rechtstreeks tegen de godsdienstvrijheid in. Zo'n strijd, gezien zijn uitlatingen, mag best worden vergeleken met een heilige oorlog. Overigens moet ik je er in dit verband aan herinneren dat de heer Wilders een bevriend staatshoofd (Merkel) een moordenares heeft genoemd.

Iedere lezer heeft het recht boos te worden, maar soms is de boosheid echt niet veel meer dan de weerslag van slordig lezen en de heiligverklaring van de eigen helden. Dan nog neem ik de boosheid wel serieus. Maar ik zie die boosheid als een nuttig neveneffect. De columnist is ook een klein beetje therapeut, en soms is de cliënt woedend op zijn therapeut: 'Hoe kun je op vakantie gaan? Je laat me in de steek.’ Tot slot: de gedachte dat een columnist niet op de tenen - de lange tenen - van enkele vrienden van Baudet en Wilders mag staan, houd ik voor defaitistisch. Het gedachtegoed van de heren is in mijn ogen gevaarlijk. Wat niet wegneemt dat ik persoonlijk niets tegen ze heb. Beginnen ze morgen een groentewinkel waar de bramen lekker zijn, zal ik de eerste zijn reclame voor hun groente- en fruitwinkel te maken. Ik hou namelijk erg van bramen.’


Is het moeilijk om je Voetnoot niet te gebruiken om persoonlijke vetes uit te gaan vechten? Als je bijvoorbeeld onheus wordt behandeld door een telefoonmaatschappij?
‘Dat is een van de dingen die ik consequent niet heb gedaan. Persoonlijke afrekeningen zie je in mijn Voetnoot niet terug. Als Youp van 't Hek of Arnold Heertje, die ik een aardige man vind, dat doen vind ik dat heel naar. Het is sneu als je zo je macht moet inzetten.’


Je hebt daar geen zelfbeheersing voor nodig?
‘Nee. Ook omdat ik er niet van hou om me zo te laten kennen. Als ik thuiskom en mijn vriendin ligt met een andere man in bed, zou ik zeggen: 'Nog veel plezier!', en dan weggaan. Niet dat ik geen emoties heb, maar je laat je op zo’n moment toch niet kennen?’


Je zei eerder in een interview: ‘Onbewust imiteer ik mijn vader. Het was een lieve, maar ook zwijgzame man. Hij liet geen emoties zien. Als iemand mij teleurstelt, ben ik geneigd dat verborgen te houden. Al probeer ik daar nu verandering in aan te brengen.’ Lees je die ontwikkeling terug in je Voetnoten?
‘Ik vind eigenlijk nog steeds dat het in het openbaar uiten van emoties niet per definitie een heel grote deugd is. Als ik persoonlijke stukken schrijf, zit daar ook wel emotie in, alleen zonder dat ik dat heel erg benoem. Maar ik ben wel minder bang om lief te zijn, om ook mijn zachte kant te laten zien.’


Is een valkuil dat je op zeker moment denkt dat elke gedachte die in je opkomt briljant is?
‘Misschien klinkt dat heel ijdel, maar daar heb ik niet zo last van. Ik denk geregeld dat ik eigenlijk meer ontwrichtende, absurde of dadaïstische Voetnoten zou willen schrijven. Maar het tijdsgewricht is er niet naar om dat veel te doen. Juist op die plek op de voorpagina ben je veel gevoeliger voor de verwarring die je kan aanrichten. Maar mocht ik al denken dat ik briljant ben, dan wijzen lezers me er wel op dat dat niet het geval is. Ik heb de premier van Iran wel eens president genoemd. Zo’n fout vind ik zelf ook heel vervelend, maar dan krijg ik meteen boze brieven. 'U bewijst weer eens dat uw feitenkennis abominabel is', schrijven ze me dan. Ook al is de stok heel klein, mensen slaan je. Maar het houdt je scherp. Iemand schreef me ook eens: 'Je dossierkennis is deplorabel'. Alsof ik een hogere ambtenaar was. Er zijn ook taalpuriteinen die bijna een orgastisch genoegen beleven als ze een taalfout zien.’


Je hebt een column weleens vergeleken met het krijgen van een kind. Iemand anders krijgt op zijn 39ste een kind, jij een column.
‘Ja.’


Zie je dat kind dan ook opgroeien? Heeft het bijvoorbeeld een puberteit gehad waarin-ie harder tegen dingen aan schopte en daarna weer wat meer mellow werd?
‘Ik weet niet hoe oud het kind nu is, goeie vraag. Officieel is het 8 jaar, maar misschien is het een hond. Dan is-ie nu 56.’


Dan heeft hij zijn puberteit ruimschoots achter de rug.
‘Ik moet meteen denken aan een Voetnoot over mijn petekind. Daarin schreef ik dat hoe oud je ook bent, de puberteit altijd dichterbij voelt dan de dood. Dat meen ik ook heel erg. Iets van een puber zit gewoon in mij. Ik vind het belangrijk dat je blijft spelen. Picasso zei: 'Ik zoek niet, ik vind’, waarmee hij doelde op een kinderlijke, onbevangen en onbevooroordeelde blik. Opiniemakers die de wereld beschrijven alsof ze hem helemaal kennen en door niets meer verrast worden, zijn mijn schrikbeeld. Dat vind ik echt heel saai. Ik schrijf liever iets waar iets van verbazing en genoegen in zit. Wat ik over mijzelf schreef, geldt ook voor deze Voetnoot: de puberteit is dichterbij dan de dood.’


Ben je idealistisch in die zin dat je denkt dat het iets uithaalt wat je aanstipt?
‘In het begin dacht ik dat het echt helemaal niet uitmaakte, dat je als columnist volstrekt machteloos bent. Mijn macht is heel, heel klein, maar je merkt dat je lezers zich soms wel gesterkt voelen. Een radicale PVV-stemmer zal na het lezen van 2000 van mijn columns niet ineens GroenLinks gaan stemmen. Maar ik kan wel argumenten aanreiken aan mensen die al een beetje in mijn lijn dachten. Iemand schreef me eens dat ze dankzij mij niet meer hoefde te twijfelen. Dat is een beetje eng natuurlijk, en ook wel een valkuil. Je moet niet de dominee van de krant worden.’


Heb je ooit bewust beseft dat je wel zinnige dingen denkt?
‘Ik had heel jong al het gevoel dat ik iets zinnigs te zeggen had. Ik vroeg me steeds af of het wel klopte wat de leraar beweerde. De zoon van mijn biologieleraar schreef mij onlangs: 'Mijn vader zei altijd: Arnon Grunberg was het klassenrotjoch'. Misschien komt het ook doordat ik op een Montessori-basisschool zat. Het vormen van een eigen mening werd daar erg aangemoedigd. Op een beleefde manier de meester tegenspreken werd heel erg gewaardeerd. Dat beleefde zit er nog steeds. Ik hou er niet van als schelden en agressie bij columnisten de grondtoon worden. Ik denk dat het voor iedereen gezond is dat je je een beetje inhoudt. Agressie is natuurlijk ook altijd onmacht. Hoe onzekerder je bent, hoe agressiever je moet zijn.’


Denken mensen door je Voetnoot vaak dat je enger bent dan je bent?
‘Ik ben juist door die Voetnoot lichter geworden. Voor die tijd schreef ik veel harder en meer op de man. Ik vind die Voetnoten eigenlijk heel lieve stukken. Iemand zei een keer tegen me dat ik ontwapend was, en dat is ook eigenlijk wel wat ik wil zijn. Niet dat ik bewust probeer aardig te zijn, maar ik ben nieuwsgierig, open en betrekkelijk vriendelijk.’


Hoofdredacteur Philippe Remarque heeft weleens gezegd dat je de meest controversiële rubriek van de krant hebt.
‘Ja, ik roep bij heel veel mensen agressie op. Maar de ergste reacties zijn toch de lauwe reacties. Je wil toch een soort felheid. Of ze nou positief of negatief zijn, dan pas is het een compliment.’


Heb je altijd met zoveel plezier naar dit soort dingen gekeken?
‘Ik heb al wel snel ingezien dat humor relativerend is en dat het een heel prettige manier is om door het leven te gaan. Van vriendinnen krijg ik vaak terug dat ik alles wel best vind. Ik vind helemaal niet alles best, maar je gaat mensen toch niet veranderen. Dus als mijn vriendin het anders wil doen, prima. Ik kan wel kwaad zijn als ik denk: nu moet je me gewoon even met rust laten. Ik ben nu aan het werk. Hou op! Ik heb een half uur gepraat over dit onderwerp, nu is het genoeg geweest. En als ik gemeen ben, zeg ik: 'Iemand moet hier het geld verdienen'.


Hoe komt het dat je zo vroeg hebt geleerd dat relativering tot een leuk leven leidt?
‘O, heel simpel, ik was nooit zo goed in vechten. Dat vond ik eng. En als je op straat speelt zijn er altijd wel kinderen die denken dat als je niet heel groot bent, ze je wel in elkaar kunnen slaan, zo van 'dat is leuk bij zo’n klein jongetje'. Toen heb ik gemerkt dat het helpt als je heel gek doet of ze aan het lachen maakt. Het is moeilijk om tegelijkertijd te slaan en te lachen.’


Is dat ook het belangrijkste wat je je lezer mee wil geven: om met iets meer humor en relativering in het leven te staan?
‘Jazeker. Je hoeft mensen niet te verbinden, dat vind ik een veel te weeïg woord. Maar als al die mensen die zo graag kritiek geven ook af en toe zelf wat kritiek konden ontvangen, is heel veel verbinding niet meer nodig. Met die humorloze overtuiging van het eigen gelijk overtuig je niemand en verander je niets.’



Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]