De Volkskrant, 18-08-2012, door Arnon Grunberg 2010

Moet de romanschrijver een profeet zijn?

Tussentitel: Een apolitiek houding is ook een politieke houding

Beste Ilija,
Over mijn optreden als co-referent bij jouw Van der Leeuw-lezing in de herfst van 2010 in Groningen heb je gezegd: 'Als Bulgaar had ik twee mogelijkheden. Of ik moest Grunberg doden, of ik moest vriendschap met hem sluiten.'

Laat ik om de bestendigheid van deze vriendschap te testen nog eens teruggaan naar de tekst die je in Groningen uitsprak. Je had het over je roman Smeltend ijs, die op dat moment nog niet verschenen was, en, hoewel die woorden nergens vielen, ging je betoog over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de schrijver. Een heikel thema.

Columnisten, politici en religieuze leiders hebben er hun beroep van gemaakt ons te waarschuwen voor het grootste gevaar, omdat zij vermoeden dat de brave burgers blind en doof zijn voor ware gevaren. Zij staan in een traditie. Het Oude Testament staat vol verhalen over profeten die het volk en de koning waarschuwen voor misstappen en overmoed. Uiteraard luisteren volk en koning niet en moet God ingrijpen, dat wil zeggen straffen, om de boel weer op orde te brengen.

Tegenwoordig wordt de gemiddelde econoom ook voor profeet aangezien en men keert zich dan ook razendsnel van hem en zijn vakgebied af als zijn profetieŽn niet helemaal uitkomen.

Juist een geseculariseerde samenleving als de Nederlandse, of de Duitse, heeft haar profeten en hogepriesters nodig. In de hoedanigheid van wetenschappers, hier en daar een politieke leider, soms een sporter, dan weer een kunstenaar of televisiepersoonlijkheid. Uiteraard zijn niet alle profeten hogepriesters en vice versa, maar heden ten dage kan de gemiddelde hogepriester het niet nalaten ook onbezoldigd de profeet uit te hangen.

Dikwijls lijken deze onbezoldigde profeten zelf niet te beseffen welke rol zij eigenlijk vervullen. Niet verwonderlijk, de hedendaagse min of meer militante atheÔst is blind voor zijn eigen religieuze rituelen en hij betreedt zijn tempels zonder te beseffen dat het tempels zijn.

Moet de romanschrijver zich in het koor van al deze waarschuwers voegen?

Daar zijn er toch al genoeg van, te veel misschien zelfs. Het waarschuwen is verworden tot het luiden van de kerkklokken; niemand besteedt er aandacht aan maar we zouden het missen als het er niet meer was.

Natuurlijk, de puur esthetische houding, 'ik schrijf alleen mooie verhalen en voor de rest heb ik nergens iets mee te maken', is onhoudbaar. Geen schrijver staat los van alle machtsverhoudingen en daarmee van alle maatschappelijke verhoudingen. De schrijver die veinst wel boven alle maatschappelijke verhoudingen te staan, doet dat dikwijls om de verkoop van zijn werk te bevorderen. En een apolitieke houding is ook een politieke houding.

Daarnaast kan een individu zelden geheel op eigen kracht de werkelijkheid duiden en er betekenis aan geven. Alleen al daarom zullen altijd weer hogepriesters opduiken die duiden, betekenis geven en waarschuwen uiteraard. Ik ontken de onontkoombaarheid van deze beroepsgroep geenszins.

De kritiek op de 'elite' - een belangrijk thema in Nederland de afgelopen jaren - is de erkenning dat de oude garde van hogepriesters charlatans waren en dat het tijd werd voor nieuwe hogepriesters. In wezen gaat het dus om personeelsvernieuwingen die worden opgetuigd als maatschappelijke vernieuwingen. 'Ik wil de puinhopen in deze maatschappij opruimen', klinkt stukken beter dan: 'Ik wil dat baantje als hogepriester want dat lijkt me wel een leuk baantje.'

Maar is de romanschrijver die anno 2012 in de westerse samenleving een dergelijke rol denkt te vervullen niet een beetje een clown?

Op basis van jouw Van der Leeuw-lezing concludeer ik dat jij het ambt van hogepriester probleemloos en zonder enige ironie aanvaardt. Zonder ironie, dat wil zeggen dat jij geen tegenspraak ziet in de romanschrijver als hogepriester. Je waarschuwt je toehoorders voor de op handen zijnde opwarming van de aarde alsof je daarvoor op de wereld bent gezet, en vervolgens eindig je je betoog met een uitspraak die zelfs nog verder gaat. Ik citeer: 'De enige kracht ter wereld die machtig, rijk en vernuftig genoeg is om deze toestand te veranderen, is de kracht die deze toestand teweegbrengt. Zij zal niet veranderen en dus moet ze worden bestreden.'

Ik kan dat niet anders lezen dan als een oproep tot revolutie.

Is de ware hogepriester per definitie een revolutionair? Maar hoe zit het dan met de economische belangen van die hogepriester? Wij allebei weten dat de romanschrijver anno 2012 een handelsreiziger in eigen kunst is die vrijwel net zo veel aan netwerken doet als een politicus die bezig is zijn herverkiezing voor te bereiden.

Moeten wij wellicht alleen nog hogepriesters accepteren die niet meer afhankelijk zijn van de 'markt', die zoveel bezittingen hebben dat zij niets meer hoeven te verkopen om goed te kunnen leven? Misschien gaat de 'aristocratie van de geest' wel samen met 'de aristocratie van de portemonnee'.

Het is ook goed mogelijk dat jij de rol van hogepriester vervult zonder er werkelijk in te geloven. Zoals een dominee die allang niet meer gelooft in zijn ambt en God, maar omwille van zijn loonstrookje (en wellicht ook omwille van zijn gemeente) zijn gemeente wekelijks maant tot kuisheid, nederigheid en broederschap.

Hartelijke groet,

Arnon

 
Door Ilija Trojanow

Juist woordkunstenaars moeten ontmaskeren

Tussentitel: We eren oude meesters omdat ze de vinger op de zere plek leggen

Schrijvers moeten onrecht en misstanden aan de kaak stellen, vindt de Bulgaars-Duitse schrijver Ilija Trojanow. Arnon Grunberg is het daar niet mee eens. Schrijvers moeten vooral niet de profeet uithangen, want daarvan zijn er al genoeg. 'Is de romanschrijver die deze rol wil vervullen niet een beetje een clown?'.

Beste Arnon,Uit wat je schrijft, maak ik op dat je de Balkanhumor hebt leren kennen - bepaald niet de subtielste, en veel andere kwaliteiten heeft hij ook niet. Vriendschap - dat vinden we vast allebei, ook al zouden we het verder nergens over eens zijn - omvat het vermogen om naar kritiek te luisteren. Wie kritiek in de wind slaat en vindt dat er op zijn axioma's en uitgangspunten hoe dan ook niets aan te merken valt, is inderdaad een hogepriester. Alleen zouden we ons moeten afvragen waar nu werkelijk hogepriesters hun wierokerige missen celebreren: in de aanstootgevende werken van onafhankelijke schrijvers of in het conformisme van de massamedia.

Zoals zovelen tegenwoordig gebruik je religieuze metaforen om idealistische impulsen te beschrijven. Je kwinkeleert de hoofdmelodie van een tijdgeest die - of je hem nu cynisch, decadent of postmodern noemt - elke diepgaande overtuiging neerbuigend beoordeelt omdat hij er ten onrechte een gevaarlijk dogma in ziet. Wat niet door ironie of zelfironie in toom wordt gehouden, wordt volgens de gangbare opinie al gauw te fel of heeft de neiging om door te draven. Die algemene achterdocht wordt gevoed door de theorie dat de grote rampen uit de twintigste eeuw zijn voortgekomen uit idealen en utopieŽn en dat een geŽngageerde of zelfs radicale schrijver bijgevolg wel een demagoog moet zijn, een volksmenner, die de lezers naar zijn schrille pijpen laat dansen.

Je weet dat ik in het communistische Bulgarije ben geboren; mijn hele leven heb ik me beziggehouden met de wereld van het 'reŽel bestaande socialisme', dat je beter staatskapitalisme zou kunnen noemen, en ik kan je verzekeren dat de gewelddadige onrechtvaardigheden in dat systeem allerminst voortkwamen uit een teveel aan idealisme, maar integendeel uit de manipulatieve hebzucht van een bovenlaag. Ik weet niet hoeveel katholieken in de Drie-eenheid geloven, maar ik weet zeker dat geen enkel lid van de nomenklatura de stellingen van Lenin serieus nam.

Je noemt de profeten uit het Oude Testament als afschrikwekkend voorbeeld, maar wat vind je dan van modernere profeten, van iemand als Martin Luther King? Is zijn op oudtestamentische leest geschoeide retoriek uit den boze, ook al heeft ze bijgedragen tot een kwantumsprong in onze beschaving? Is zijn redevoering 'I have a dream' poŽtisch zwak en politiek verdacht vanwege de onomwonden oproep tot gerechtigheid en gelijkheid? Vormt echt het profetische gebaar als zodanig het probleem, of gaat het er meer om welke kant het op wijst, hoe het zich verhoudt tot universele waarden als menselijke waardigheid en de rechten van de mens?

Veel oude meesters worden door ons toch juist geŽerd omdat ze de vinger op de zere plek legden en pas daardoor een zekere genezing mogelijk maakten? Dat geldt evenzeer voor Multatuli's Max Havelaar als voor Jaroslav Haöeks De lotgevallen van de brave soldaat Svejk. Het geldt zelfs voor experimentele schrijvers, James Joyce bijvoorbeeld, wiens hele werk doortrokken is van zijn subversieve politieke opvattingen. Joyce, die uitgerekend Lev Tolstojs moralistische parabel Hoeveel land heeft een mens nodig? de mooiste vertelling aller tijden noemde, schreef zijn broer op 15 maart 1905: 'Volgens mij onderscheiden Ibsen en Hauptmann zich van de kudde overige schrijvers door hun politieke houding.' Is dat niet verbazingwekkend? Dat juist de profeet van de literaire moderniteit, een ware profeet voor zuivere estheten, van mening is dat de grootsten onder de getalenteerde schrijvers boven hun collega's uitblinken door hun bereidheid om de wereld te ontwrichten, een nieuwe kijk te ontwikkelen?

Het is de taak van de schrijver - die pretentie accepteer je misschien - om de taal van zijn tijd ter discussie te stellen, haar zelfgenoegzaamheid bloot te leggen. Dat is moeilijk in tijden van een niet-aflatende productie van woordenbagger. Juist degene die met zijn poŽtica ook politieke bedoelingen heeft, kan en mag die taak niet licht opvatten. Het telkens weer tegen het licht houden van je eigen taal en dus van je eigen gedachten hoort daarbij, als integrerend bestanddeel van een kritische analyse van de heersende terminologie, bijvoorbeeld van termen en uitdrukkingen die de door jou aangehaalde economen in de mond bestorven liggen. Hun gezwam over 'zenuwachtige markten' en 'noodzakelijke aanpassingen', over 'sanering' en 'groei' is versluierende prietpraat, waarachter een ideologisch construct schuilgaat. Als wij, woordkunstenaars, dat niet ontmaskeren, wie dan wel? Hebben we een andere keus? Zeno, de hoofdpersoon in Smeltend ijs, koestert wat dat betreft geen illusies: 'Aan schaamte appelleren werkt niet, want iedereen zet zichzelf tegenwoordig ten aanschouwen van de hele wereld voor schut, pathos werkt niet omdat alles wordt gebagatelliseerd. En geweld? Geweld is de enige taal die nog niet helemaal met sponsoretiketten is beplakt. Maar wij begrijpen alleen het geweld dat zich tegen ons richt. Het geweld dat anderen wordt aangedaan, blijft voor ons onbegrijpelijk of onbenullig.'

Tegen dat geweld moet worden geprotesteerd, telkens weer. Anders dreigt er willekeur en wordt alles banaal. Daarom moest ik een roman over de opwarming van de aarde schrijven, want de vernietiging van het milieu, beste Arnon, is net als de liefde een feit.

Wees hartelijk gegroet,

Ilija

Vertaling: Josť Rijnaarts


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]