De Volkskrant, 21-08-2012, door Arnon Grunberg, ILIJA TROJANOW 2010

Grunberg vs Trojanow

Briefwisseling

Schrijvers moeten onrecht en misstanden aan de kaak stellen, vindt de Bulgaars-Duitse schrijver Ilija Trojanow. Arnon Grunberg is het daar niet mee eens. Schrijvers moeten vooral niet de profeet uithangen, want daarvan zijn er al genoeg. 'In hoeverre is de roman een effectief middel om veranderingen teweeg te brengen?'


In dienst van de romantraditie

Tussentitel:  Je doet alsof je een onafhankelijke engel bent

BESTE ILIJA,
Je hebt me ten dele verkeerd begrepen - wat ongetwijfeld aan mij ligt, ik had me beter moeten uitdrukken. A priori heb ik niets tegen oudtestamentische profeten en hogepriesters. De profeten uit het Oude Testament waarschuwden terecht voor overmoed, en zoals ik ook heb aangegeven geloof ik dat een samenleving hogepriesters nodig heeft. Wel vraag ik me af of een romanschrijver die rol kan en moet willen vervullen in onze cultuur. We kunnen als dat je beter bevalt de hogepriester trouwens ook magiŽr noemen.

Ja, ik wantrouw wat zich voordoet als idealisme, en de utopie schijnt mij een mooie verpakking waarachter zich de zucht naar onderdrukking en repressie verborgen houdt. Dat deze gedachte niet erg origineel is, zoals jij stelt, mag waar zijn maar daarmee is de stelling nog niet ontkracht.

Ik heb het reŽeel existerende socialisme niet meegemaakt, maar zou je willen ontkennen dat het nazisme en stalinisme romantische en idealistische wortels hebben?

Jij stelt de 'onafhankelijke schrijver van aanstootgevende werken' tegenover het 'conformisme van de massamedia'. Het is precies die tegenstelling die ik illusoir acht.

Zijn veel schrijvers niet afhankelijk van de verkoop van hun boeken? Publiceren ze niet in grote kranten en tijdschriften? Behoren bijvoorbeeld de Volkskrant of de SŁddeutsche Zeitung niet tot de massamedia?

Of de massamedia zijn iets minder eenduidig en conformistisch dan jij beweert, of de schrijver is niet zo onafhankelijk en aanstootgevend als hij wil doen voorkomen.

Wat betreft ironie. Die is niet per definitie ondermijnend en subversief, de meeste reclame maakt gebruik van het glijmiddel van de ironie. Maar er bestaat een ander soort ironie, die het resultaat is van consequent scepticisme, dat wil zeggen waarheidsvinding. Mijn onvermogen te geloven in de onafhankelijke schrijver leidt bij mij tot een ironische positie.

Je begrijpt me verkeerd als je zegt dat van mij schrijvers geen maatschappelijke misstanden mogen aankaarten in hun romans. Integendeel, een roman over de opwarming van de aarde is niet per definitie beter maar ook niet slechter dan een roman over een hedendaagse Madame Bovary.

In mijn antwoord op jouw Van der Leeuw-lezing citeerde ik niet zonder reden Multatuli, die zich beklaagde dat het publiek het geschreeuw van de drenkeling aanzag voor prachtige muziek.

Mijn vraag zou dus veeleer luiden: in hoeverre is de roman een effectief middel om bepaalde veranderingen teweeg te brengen?

Vermoedelijk is je roman dubbelzinniger dan je Van der Leeuw-lezing deed vermoeden; ik begon je roman ook pas echt te waarderen toen jij gedeelten daaruit voorlas op het festival in Hausach.

Neem de kunstenaar Dan Quentin, een van de romanfiguren, die met een gigantisch spektakel op de Zuidpool, een spektakel dat goed als performancekunst kan worden omschreven, aandacht wil vragen voor dezelfde catastrofe waarvoor jij aandacht wilt genereren. In zijn clowneske narcisme, zijn theater van goede bedoelingen, zijn engagement, dat uiteindelijk alleen engagement met zichzelf is, zijn van minderwaardigheidsgevoelens en onzekerheid doordesemde grootheidswaanzin, dŠŠrin herken ik de geŽngageerde schrijver.

Zeker, doordat je hem hebt gecreŽerd laat je zien dat jij geen Quentin bent, jij bent intelligenter, maar je zult moeten beseffen, bewust of onbewust, dat het gevaar bestaat dat jij een Dan Quentin wordt.

Dat een roman kan saboteren, dat hij als een computervirus een maatschappij of een deel ervan zou kunnen ontwrichten, sluit ik niet uit. Wat ons weer terugbrengt op de vraag hoeveel macht de romanschrijver eigenlijk heeft en hoeveel macht hij moet willen hebben.

Dat fysiek geweld het cruciale probleem is ben ik geheel met je eens, maar ik begrijp nog niet hoe jij je verhoudt tegenover dat geweld. Wanneer is het legitiem om het staatsmonopolie op geweld niet meer te erkennen?

Kortom, ik ben nog steeds van mening dat jij je eigen positie en de onmogelijkheden van die positie niet kritisch genoeg beschouwt. Je doet alsof je een onafhankelijke engel bent - ik bedoel 'engel' denigrerend noch ironisch - die de kapitein van de (zelf geconstrueerde?) Titanic voor fatale fouten kan behoeden. Ik zie in jou eerder een begenadigd eerste violist van het orkest dat doorspeelt terwijl de Titanic zinkt.

Ik zie mezelf, om een vraag voor te zijn die ik verwacht, als een voortzetter van de traditie van de roman. Hopelijk draag ik, ten behoeve van die traditie, iets unieks bij. Die traditie omvat ook wat jij het 'radicale denken' noemt.

Ik vergeet niet dat sommige romanschrijvers zijn aangeklaagd voor hun romans, zijn vermoord of hebben moeten vluchten. Maar wij leven in een tijd en een cultuur waar de, om het kort samen te vatten, repressieve tolerantie vooralsnog hoogtij viert.

Mijn verbintenis met de wereld, mijn engagement, hoewel ik zoals duidelijk mag zijn weinig op heb met dat woord, staan in dienst van de romantraditie. Ik wil de wereld niet verbeteren, ik wil betere romans schrijven.

Jou staat het uiteraard vrij de wereld te willen redden. Tussendoor ben je altijd welkom voor een warme maaltijd en Balkanhumor.

Een laatste vraag: zou volgens jou een roman waarin het probleem van de opwarming van de aarde wordt geminimaliseerd, misschien zelfs ontkend, toch een goede roman kunnen zijn?

Hartelijke groet,
Arnon


Jij sluit aan bij dezelfde traditie als ik

Tussentitel: Ik kan Onze oom als bewijs tegen je eigen stellingen aanvoeren

BESTE ARNON,
Laat ik om te beginnen op je laatste vraag reageren, omdat die niet alleen belangrijk is, maar ook gemakkelijk te beantwoorden. Jazeker, ik kan me een geslaagde roman voorstellen waarin de klimaatverandering wordt ontkend, zoals ik me ook een roman zonder zwaartekracht voor kan stellen, maar die zou zich dan wel in een parallelle wereld moeten afspelen. Schrijvers kunnen de wetten van de natuurwetenschap niet zomaar buiten werking stellen (voor zover ik weet, zijn ze ook in jouw romans van kracht). Wat zou je er trouwens mee opschieten om het menselijk ingrijpen in de natuur mooier voor te stellen dan het is en de snelle vernietiging van het milieu te bagatelliseren?

Verder gebruik je nog steeds religieus geladen begrippen die volgens mij niet helemaal op hun plaats zijn. Het is echt niet mijn bedoeling 'de wereld te redden', ik wil 'alleen maar' het tegendraadse in de wereld een beetje versterken. Natuurlijk wil ik ook een zo goed mogelijke roman schrijven, daarover zijn we het eens, al moeten we dan wel even uitzoeken wat een goede roman is. Jij sluit aan bij dezelfde romantraditie als ik; als je instemt met mijn bewering (en je hebt die niet weerlegd) dat heel wat voorgangers en misschien ook voorbeelden van ons in hun werk de gevestigde orde ter discussie hebben gesteld, moet je ook erkennen dat het bij de ontvangst en beoordeling van een roman niet alleen gaat om de vraag of het werk in esthetisch opzicht is gelukt, ook al wordt dat tegenwoordig graag beweerd.

Eerlijk gezegd geloof ik toch al niet dat je keurig een grens kunt trekken tussen enerzijds taal, stijl en opbouw, en anderzijds gezindheid, levensbeschouwing en moraal. Rebelsheid is een wezenlijke drijfveer in de literatuur, evenals het bedenken van utopieŽn - de literatuur zou eronder lijden als ze wegvielen.

Als jij denkt dat een roman als Smeltend ijs alleen bedoeld is om aandacht te vragen voor de opwarming van de aarde, sla je de plank volledig mis, zoals het ook raar zou zijn om jouw roman Onze oom als een betoog over de tirannie in Latijns-Amerika te lezen. Smeltend ijs is een complex geheel (niet alleen van jou, maar ook van verschillende lezers heb ik gehoord dat ze de breuklijnen en verbindingen pas begrepen toen ze het boek voor de tweede keer lazen); het is het portret van een man die steeds eenzamer en wanhopiger wordt omdat zijn medemensen zijn bezorgdheid, zijn verdriet en zijn inzichten niet delen. Een op leeftijd komende man die niet wordt begrepen, omdat hij een aantal beginselen van onze beschaving principieel ter discussie stelt. Je mag die man onsympathiek vinden, je mag de radicaliteit van zijn standpunten afwijzen, maar je kunt moeilijk ontkennen dat dit thema sinds Don Quichot een belangrijke topos in onze romantraditie is (de 'heilige nar' zou ik hem willen noemen). Hoe je al die dingen in een column zou moeten verwerken, is me een raadsel.

Nu we het toch over concrete titels hebben: op het ogenblik ben ik jouw al eerder genoemde roman Onze oom aan het lezen, tot mijn profijt. Wel ben ik bang dat dit boek als bewijs tegen je eigen stellingen kan worden aangevoerd. Waarom heb jij je als Nederlands schrijver, wonend in New York, zo uitvoerig met een onderwerp beziggehouden dat, als ik het wel heb, ver van je eigen biografie afstaat? Waarom heb je een roman geschreven die op indrukwekkende wijze laat zien hoe in een gewelddadig systeem al het menselijke wordt verstikt? Overal in dit boek, in alle kieren en naden, is een bepaalde stellingname voelbaar, en wordt de kloof zichtbaar tussen een impliciet gepostuleerde ethiek en de werkelijkheid. Neem me niet kwalijk dat ik het zeg, maar in mijn ogen is Onze oom allesbehalve het boek van een schrijver die niet in de macht van het woord gelooft.

Als dit het jaar 1968 was geweest, zou ik me beter in je sceptische houding kunnen inleven; we zouden samen protesteren tegen de instrumentele benadering van de literatuur, in de overtuiging dat het dichterlijke woord niet geclaimd mag worden voor welke politieke strijd dan ook. Maar de tijden zijn veranderd, poŽtica en politiek zijn van elkaar gescheiden, de literatuur heeft zich teruggetrokken in de privťsfeer, de binnenwereld, de wereld van het eigen ik, en is daardoor banaler en onbeduidender geworden. In gesprekken met lezers merk ik telkens weer dat velen van hen verlangen naar romans waarin de buitenwereld weer een rol speelt, naar grootse alternatieven, naar gedurfde provocaties.

Tot slot zou ik je willen vragen wat voor zin het heeft om romans te schrijven als die niets in beweging brengen, niets kunnen veranderen, en weinig meer zijn dan fraaie versiersels die het leven van alledag een beetje opsmukken? Als ik jouw scepticisme deelde, zou ik geen romans schrijven, maar alleen nog pamfletten en commentaren.

Wees hartelijk gegroet,

Ilija



Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]