De Volkskrant, 25-08-2012, door Arnon Grunberg, ILIJA TROJANOW 2010

Grunberg vs Trojanow

Briefwisseling

Schrijvers moeten onrecht en misstanden aan de kaak stellen, vindt de Bulgaars-Duitse schrijver Ilija Trojanow. Arnon Grunberg is het daar niet mee eens. Schrijvers moeten vooral niet de profeet uithangen, want daarvan zijn er al genoeg. 'Idealisme is een tandeloze pose, of het verwordt tot fanatisme.'

Ik vrees het fanatisme dat in mij woont

Tussentitel: Het idee van de schrijver als charmeur vind ik uitstekend

Beste Ilija,

Je hebt gelijk, hoezeer wij ook vermoedelijk dezelfde literaire voorbeelden hebben, zijn wij in wezenlijk andere culturen opgegroeid. In Nederland sterven schrijvers op hoge leeftijd in bed, zelden tot nooit worden zij zoals Geo Milew vermoord vanwege hun geschriften. Heldendom is in de Nederlandse cultuur en waarschijnlijk daarom ook in de Nederlandse literatuur een ironisch woord. In zo'n traditie is wat subversief wil zijn al snel aanstellerij.

Ik geloof dat het provinciaals is een schrijver te willen reduceren tot de cultuur waaruit hij voortkomt, mijn hele leven al probeer ik geen Nederlandse schrijver te zijn, maar op jouw aandringen wil ik toegeven dat bepaalde eigenaardigheden van die cultuur wellicht meer tot mij zijn doorgedrongen dan mij lief is.

Toch noem je Luigi Nono niet zonder reden, jij weet dat het schijnbaar subversieve conformistische effecten kan hebben. De bourgeoisie is dol op Publikumsbeschimpfung; door te applaudisseren voor wat op het podium tegen de mentaliteit van de middenklasse ageert, kan het publiek in de waan verkeren dat het aan die middenklasse ontsnapt.

Je beseft dat, maar tegelijkertijd schrijf je dat je te vaak de subversieve betekenis van literatuur hebt meegemaakt om eraan te twijfelen. Als voorbeelden noem je Kenia en India. Niet Duitsland, niet Nederland, niet Amerika. Dat kan geen toeval zijn.

Waar is eigenlijk het subversieve in de Duitse literatuur, waar jij ondanks je achtergrond toch bij hoort, al was het maar omdat je in het Duits schrijft? Dat zijn toch niet die gedichten van Grass die in de Süddeutsche verschenen of het Auschwitz-debat dat Walser enkele jaren geleden aanzwengelde? Of moet ik denken aan Rainald Goetz, die een mes in zijn voorhoofd stak, als ik me niet vergis, wat als puber veel indruk op me maakte?

En hoe weten wij of het subversieve niet de voortzetting van marketing is met andere middelen, iets wat ik al in eerdere brieven heb geprobeerd aan te stippen? Alleen al daarom zou ik zeggen, vanwege het in zo'n cultuur noodzakelijke wantrouwen tegen het subversieve kan de romanschrijver het subversieve uitsluitend meesmokkelen. De metafoor van een computervirus lijkt mij nog altijd adequaat. Jij lijkt dat ook zo te zien, dus daarover zijn we het wederom eens.

Je vraagt mij: wat is de positie van de schrijver die verwordt tot propagandist van de hopeloosheid en dan heb je het over mijn roman Onze oom. Maar ben ik echt een propagandist van de hopeloosheid? Ben ik dat meer dan jij in je laatste roman?

Kafka zei tegen Max Brod: 'Er is hoop maar niet voor ons.' Wat volgens mij klopt. De romanschrijver kan het bestaan van de hoop niet ontkennen, maar het bevindt zich in een ander universum. Het feit dat er geschreven wordt, dat jij en ik romans schrijven, zou hoop genoeg moeten zijn. Meer hoop is overdreven. Kitsch.

Je stelt dat het willen begrijpen van de wereld voor een roman die verder wil reiken dan het vermaak noodzakelijk is. Laat ik nogmaals benadrukken dat ik het daarmee eens ben. De romanschrijver, die waarheid zoekt, zit vast aan deze wereld, en hoewel hij zich geenszins hoeft te beperken tot de geloofsartikelen van het realisme, is hij alleen al daarom een realist. Een romanschrijver neemt de wereld en de geloofsartikelen van de cultuur waarin hij leeft niet vanzelfsprekend als goed aan; hij legt het perverse in de samenleving bloot en is misschien daarom of daardoor zelf een geperverteerde.

De hoofdfiguur in jouw roman Smeltend ijs ziet de mensen als een plaag. Ook dat is pervers, al zou ik eerder zeggen dat mensen het product zijn van de cultuur waarin zij zich proberen te handhaven, mensen zijn assimilatiekunstenaars. Maar jij zal dan wellicht vragen: zijn mensen niet verantwoordelijk voor hun cultuur?

Het interessantste, misschien wel voor de romanschrijver bij uitstek, is wat mensen doen om aan de plaag die ze zijn te ontkomen. Bijvoorbeeld door middel van engagement. En vaak zijn juist die pogingen gruwelijk.

Het reëel bestaande idealisme neemt veelal twee verschijningsvormen aan. Of het is een tandeloze pose, een pose die mij tegenstaat. Of het verwordt tot fanatisme. Misschien ben ik daarom geen idealist. Ik vrees het fanatisme, dat in iedere schrijver, ook in mij, woont.

Jij hebt erkend dat onze door idealisme voortgedreven ratio tot de conclusie kan leiden dat het bestaande vernietigd moet worden om plaats te maken voor een menswaardige toekomst, maar je hebt niet aangegeven hoe we het goedaardige idealisme kunnen scheiden van het kwaadaardige, en ik denk dat jij weet dat veel idealisme goedaardig begint.

Ik vrees de idealist in mij nog meer dan de opportunist, die ook in mij woont.

Het idee van de schrijver als charmeur vind ik daarom uitstekend. Ik denk aan Fellini's film over Casanova, het portret van een man die terwijl hij en de wereld om hem heen bezig zijn kapot te gaan toch nog anderen weet te charmeren. Laten we de hedendaagse romanschrijver zo beschouwen. En jij, maar alleen jij, mag dat charmeren ook engagement noemen. Of rebellie van mijn part.

Hartelijke groet,

Arnon

----------------------------------------------------

Schrijvers moeten reageren op verandering

Tussentitel: Is een laatste virtuoze solo op de Titanic voor jou echt voldoende?

Beste Arnon,

Jammer genoeg ga je niet in op mijn voorstel om uit de keuze voor bepaalde literaire thema's en procedés (zorgvuldig onderzoek bijvoorbeeld) een ethische of zelfs politieke houding af te leiden. Ik acht dat niet alleen mogelijk, maar denk ook dat we door te kijken naar de concrete, ambachtelijke kant van ons werk - hoe we de wereld zien, hoe we hem benaderen - zouden ontdekken dat we dichter bij elkaar staan dan onze poëtica doet vermoeden. Laat ik daarom nog even terugkomen op het thema van mijn roman Smeltend ijs.

Het vermogen van de mens om het mondiale klimaat te veranderen, met alle onvoorspelbare gevolgen van dien, betekent een paradigmaverschuiving, waarop de literatuur moet reageren als ze niet totaal onbelangrijk wil worden, zoals ze vroeger heeft gereageerd - voor een deel met extreme standpunten - op de Franse Revolutie, de industrialisering, de holocaust en de atoombom. Zulke grensverleggende gebeurtenissen en ontwikkelingen vormen een uitdaging voor de schrijver. Hij moet - zonder een duidelijke, inhoudelijke richting te kunnen aangeven - adequate antwoorden bedenken. Dat is de kern van zijn werk. Wie daarin slaagt, behoort tot de stemmen die het typerende van een tijdperk vastleggen, omdat ze de kunst verstaan schokken seismografisch te registreren. De vraag waarom het nou net een roman over de klimaatverandering moest zijn (door veel Duitse critici haast laatdunkend gesteld) impliceert voor mij dan ook een gebrek aan respect voor de literatuur, een verlangen om de literatuur te temmen tot een zoet, in zichzelf gekeerd tijdverdrijf.

En aangezien het ontegenzeglijk om een mondiaal thema gaat en om veranderingen waarin de zogenaamde eerste wereld een doorslaggevende rol speelt, ligt hier in mijn ogen wel degelijk een taak voor een Duitstalige schrijver in Midden-Europa, ook al heb je gelijk dat het niet meevalt om in het moeras van het postmoderne cynisme effectief aanstoot te geven. Overigens zou ik je een jaar geleden, toen Smeltend ijs nog niet was verschenen, volmondiger gelijk hebben gegeven dan nu. De Duitse kritiek heeft namelijk zo allergisch op deze roman gereageerd en was zo onwillig om serieus op het thema in te gaan, dat ik weer sceptischer ben geworden, of optimistischer: je kunt ook in Duitsland de verzenen tegen de prikkels slaan. Anderzijds besef ik dat ik moet oppassen voor de zelfbeschermende reflex die jij in de gedachtewereld van de mislukte dichter en rebellenleider in Onze oom hebt ingebouwd: als het establishment mijn werk afwijst, moet het wel goed zijn. Of anders gezegd, maar even aanmatigend: hoe meerder vijand, hoe groter zegepraal.

Wat ik in elk geval weet, is dat geen enkele lezer tot nog toe de beschimping van de mensheid door de hoofdpersoon, de gletsjeronderzoeker Zeno, vermakelijk vond. Integendeel, uit de reacties die mij hebben bereikt, blijkt dat het boek treurig en nadenkend stemt. De marketingafdeling van mijn doorgaans zo succesvolle uitgever was niet in staat deze grimmige zelfanalyse als onderhoudend hofnarschap te verkopen. Inderdaad, we moeten het tegengif 'meesmokkelen', je had geen beter woord kunnen kiezen. Als het te geconcentreerd wordt toegediend, wordt het boek amper gelezen, als het te veel wordt verdund, werkt het bedwelmend in plaats van stimulerend. Dat doseren is een verdomd lastig karwei en misschien heb ik wel een overdosis tussen twee kaften gedruppeld.

Vergeef me dat ik je nogmaals tegenspreek. Zeno ziet niet de mensen als zodanig als een plaag, maar alleen de 'hoogbeschaafde', in eeuwige groei gelovende, aan consumptie en comfort verslaafde mensen. Dat is zijn goed recht als verbitterd twijfelaar, als heilige nar. En aangezien hem - zoals jij schrijft - een zekere gelijkenis met Don Quichot niet kan worden ontzegd, is het ook het goed recht van de lezer om hem als een omgekeerde waarschuwing te zien, een waarschuwing tegen de waan van illusies en idealisme. Hij beschikt maar over één stem, hij staat zo goed als machteloos en zijn verzet haalt niets uit - en misschien komt hij zelfs als een vreselijke fanaticus over. Maar hij stelt een paar onaangename vragen waar de in onze tijd levende, intellectueel wakkere mens niet voor weg zou moeten lopen. Dat is voor mij - in een notedop - geëngageerde literatuur.

Ik ben bang dat juist Nederlandse en Duitstalige schrijvers het zich kunnen permitteren om het op wereldverbetering gerichte idealisme meer te vrezen dan opportunisme, omdat er voor ons met de status quo goed te leven valt. Mondiaal gezien behoren wij net als Casanova indertijd tot de bevoorrechte adel, geestelijk en geografisch mobiel, en bedreven in de taal van een voor de markt geschikte charme, die ons geliefd maakt bij redacties en lezers. Juist daarom moeten we voor onszelf verantwoorden hoe we die charme hebben gebruikt. Is een laatste virtuoze vioolsolo op de Titanic voor jou echt voldoende? Ik stel me liever voor dat onze teksten de navigatieapparatuur wat beter laten functioneren, zodat er om de ijsbergen heen wordt gevaren. Alleen zijn die ijsbergen door toedoen van de mens inmiddels natuurlijk wel hard op weg te verdwijnen. Ook is het zo dat ijsbergen in de literatuur zelden voorkomen, nog minder dan slachtoffers.

Ik dank je voor onze openhartige, intense gedachtewisseling en verheug me op je toekomstige reportages en romans.

Het ga je goed,

Ilija

Vertaling: José Rijnaarts


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]