De Volkskrant, 28-06-2013, door Martin Sommer 2010

Voetnoten bij de Voetnoot

Arnon Grunberg. Een illusieloze dominee en een literaire grootgrutter als meesterchroniqueur.


Tussentitel: Aangezien politiek nu eenmaal bestaat uit de combinatie van idealen en berekening, gaat het vaak van klistkletsklander

De naam Voetnoot voor de dagelijkse rubriek van Arnon Grunberg is uitstekend gekozen. Bescheiden en tegelijk pretentieus. Een extraatje bij het nieuws, onder aan de voorpagina, persoonlijk getoonzet, je kunt de voetnoot lezen of je schouders ophalen.

Maar een voetnoot is ook een vind- en een bewijsplaats. Geen bijbelstudie of wetenschap zonder voetnoten, ja geen waarheid zonder voetnoten. Een voetnoot is klein en tegelijk een machtig retorisch middel. Bescheiden en toch pretentieus, dat is het spel van Arnon Grunberg in de Voetnoot.

Hij is een literaire grootgrutter. Zijn romans hoeven geen krans, terwijl hij ook nog eens meer essays en columns produceert dan een mens kan bijhouden. De Voetnoot is een genre apart. Ik sla hem nooit over. Een beschouwing in 140 woorden - meestal smokkelt hij en zijn het er trouwens 150 - dat is knap. Hij is altijd goed geschreven. Er zijn mensen regelmatig boos over, er wordt dus wat beweerd. Grunberg is niet geforceerd grappig, niet vaak grof, hij gebruikt zelden ironie als de boom van waarachter hij zijn meningen schiet. Er stijgt ook weinig de kerkgalm uit op van de 'wij'-bak waaraan zoveel columnisme lijdt, de pluralis complicitus die meestal betekent dat wij allen schuldig zijn.

Wie beschouwingen schrijft van 140 woorden kan zich geen al te grote subtiliteiten veroorloven. Het aforisme is zijn voertuig - columnisme met de hamer dus. Wel beweringen, geen bewijzen. Grunberg toont zich het liefst in het kleed van de cynicus die overtuigingen doorprikt. Zijn eerste, als jongen in eigen beheer uitgegeven boek heette De Machiavellist. Hoe hij in het leven staat, zette hij in 2007 uiteen in een fraai nawoord bij de laatste vertaling van Machiavelli's De heerser. 'De belangrijkste vraag die je je in het intermenselijke verkeer kunt stellen is: wat wil ik van de ander en hoe krijg ik dat?'

Mensen gebruiken elkaar en het is beter dat onder ogen te zien, meent Grunberg. In dat verband wordt de moraal dagelijks ontmaskerd, met zinnen als 'moraliseren is als macht uitoefenen zonder van macht te reppen' (naar de socioloog Joop Goudsblom, Grunbergs favoriet). Of 'idealisme is de schaamlap van het opportunisme'. Of ook wel 'hebzucht heeft meer voor de wereld gedaan dan al het medelijden bij elkaar.' Deze wijsheden vallen onder het chapiter de burger kietelen. Menig Volkskrant-lezer smaakt zijn eitje daarna minder.

Geen aanvechtingen tot wereldverbetering dus, maar 'een bijzondere vorm van waarheidsliefde', zoals hij de illusieloosheid van Machiavelli typeert. Het onderling menselijke gebruik tot wederzijds voordeel zou je met een ander woord kapitalisme kunnen noemen. Daarover is Grunberg dan ook goed te spreken. Deugdzaam of niet deugdzaam is hier niet de peilstok - het is naar zijn smaak calvinistisch om te denken dat consumeren niets dan leegte is. Hij wijst er graag op dat een neveneffect van kapitalisme de vreedzame omgang is. Waarom zou je mensen vernietigen als je ze nog spulletjes wilt verkopen? 'Dat zouden antikapitalisten wel eens mogen beseffen.'

Dat alles wil niet zeggen dat Grunberg geen oordelen velt. In tegendeel. Hij oordeelt aan de lopende band. De berekenenden die zich voordoen als Samaritaan, kunnen Grunbergs toorn verwachten. Links of rechts, dat maakt hem niet uit. Aangezien politiek nu eenmaal bestaat uit de combinatie van idealen en berekening, gaat het vaak van klitsklatsklander. De PvdA bijvoorbeeld, staat zich voor op haar solidariteit. Dezelfde partij vindt het volgens Grunberg uitstekend dat er geen solidariteit hoeft te zijn met mensen zonder papieren. En VVD'er Stef Blok is de patjepeŽrige holheid van zijn partij in persoon, omdat hij 'vermoedelijk nergens in gelooft'.

Een sneer voor iemand die nergens in gelooft, in de Voetnoot? Ergens schrijft Grunberg dat zijn belangrijkste overtuigingen zijn samen te vatten in drie woorden. Een schone wc. Tegelijk neemt hij het op tegen de onbeschaamde onverschilligheid, bijvoorbeeld van de natiestaat die in het binnenland solidariteit predikt, maar over de grens het masker laat vallen. Zijn hardste woorden van de afgelopen jaren waren voor Ben Knapen, voormalig staatssecretaris voor Ontwikkelingshulp. Volgens Grunberg wilde Knapen in de praktijk vooral het Nederlandse bedrijfsleven helpen. 'Niet de intelligentie van Albert Speer, wel het opportunisme.' Hier is de illusieloze chroniqueur Grunberg ongemerkt in de toga van de dominee gegleden.

Zijn retorische specialiteit is de gelijkenis van het ongelijksoortige. Verkiezingen in Nederland zijn als een songfestival zonder liedjes. Na de aanslagen tijdens de marathon in Boston schreef hij dat het land gelukkig was, waar een snelkookpan een massavernietigingswapen kan zijn. Meer mensen komen om door diabetes dan door terrorisme. Sommige mensen overlijden door een ongeluk op de snelweg, andere door jongemannen met snelkookpannen. Lezer, maak je niet druk, er is niks loos, lijkt Grunberg te willen zeggen. Waarmee hij menig abonnee tot razernij heeft gebracht.

Maar komt Grunberg te spreken over de staat, dan is het afgelopen met de afstandelijke en licht geamuseerde toon. Geen goed woord voor de staat, ook niet de verzorgingsstaat die 'de burger kneedbaar' houdt. De staat produceert in zijn mildste vorm dressuur, in zijn ultieme vorm terreur. De zinnen van de Voetnoot worden langer, grimmiger. Minder mooi ook. 'Zoals terrorisme altijd weer staatsterrorisme uitlokt en legitimeert, zo legitimeert wangedrag van burgers wangedrag van de staat.' Het kan niet anders of hier spreekt de Grunberg die laatst instemmend de schrijver Primo Levi aanhaalde, waar die meende dat in scholen, fabrieken en kazernes de kiemen van het concentratiekamp te vinden zijn.

Onbeschaamd, schaamteloos - wie de Voetnoot volgt, weet dat schaamte of woordcombinaties daarmee vaak voorkomt. Schaamte is een centraal thema. Ook daarmee speelt Grunberg, die ons deelgenoot maakt van zijn voorkeur voor porno, maar alleen op even dagen aangezien hij calvinist is. Ik heb de eerste verzameling Voetnoten, bloemgelezen door Bob Polak, erop nageslagen. Polak schrijft in zijn verantwoording: 'tijdloos is het sleutelwoord, kwaliteit het kenmerk, schaamte de constante.' Zo is het.

Ik schaam me voor alles, zegt de Voetnootschrijver tegen zijn vriendin. Hij weet dat hij zich Nederlander voelt, aangezien hij zich met regelmaat voor Nederland schaamt. Hij schreef een stukje bij gelegenheid van de dood van de psychiater Sal Tas, tevens schaamtespecialist. Tas typeerde schaamte als een gebrek aan empathie met jezelf. Hij vond dat schaamte nergens goed voor is. Bij gelegenheid van de vijfhonderdste Voetnoot zag ik Grunberg in de Rode Hoed. Een keurige jongeman uit Amsterdam-Zuid, opgetrokken uit schaamte.

Ik ga hier niet psychologiseren over zijn joodse achtergrond. De persoonlijkste stukjes gaan over zijn moeder. Het zijn ook de beste. Hij heeft een boodschap voor de lezer, die nu juist ontbreekt als de Voetnoot over zijn moeder gaat. De trouwe lezer weet dat zijn moeder vaak naar het ziekenhuis moet. Een vriend die haar sprak, zei tegen hem: 'Je moeder vertelde dat ze na de oorlog in een interneringskamp in Noord-Frankrijk zat. Daar hoorde ze dat haar ouders de oorlog niet hadden overleefd. Toen is ze onder een boom gaan liggen en heeft ze gehuild. Ze zou willen weten of die boom nog staat.'

Dan gaan we die boom zoeken, zegt Grunberg ferm. Verder niks. Elders stelt hij zich de vraag die ieder mens zich stelt: is het goed dat ik besta? Nee, is zijn antwoord. Om daarna tot de slotsom te komen dat wie zijn eigen bestaan afkeurt en het toch voortzet, het sardonische plezier ontdekt. Allemaal ogenschijnlijk opgetekend met dezelfde 'bijzondere vorm van waarheidsliefde'. Grunbergs diepste overtuiging is het hebben van een schone wc. Maar dan hoort hij dat zijn moeder weer is opgenomen in het Slotervaartziekenhuis en weet hij niet hoe snel hij in New York het vliegtuig moet nemen.

Op dat moment is de illusieloze dominee ineens heel ver.


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]