De Volkskrant, 28-06-2013, door Philippe Remarque 2010

Interview | Arnon Grunberg

Guerrillero van het woord

Is een Voetnoot schrijven moeilijk? Bij Arnon Grunbergs duizendste Voetnoot legt Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque per e-mail zestien prangende vragen (ook van lezers) aan hem voor.


Tussentitel: 'Andere mannen krijgen op mijn leeftijd een kind, ik kreeg op mijn 39ste een Voetnoot'

1 Gefeliciteerd, je duizendste Voetnoot is op de voorpagina verschenen. Ga je door? Hoe lang nog?
'Dat is een beslissing die ik niet alleen neem. Een huwelijk kan wel eenzijdig worden opgezegd, maar nooit eenzijdig worden voortgezet. Hooguit in de fantasie. Na dit gezegd te hebben, kun je natuurlijk wel wensen, verlangens en frustraties hebben. De frustraties zijn minimaal en ik voel het vuur nog in me branden alsof ik twee maanden bezig ben, maar tegelijkertijd begrijp ik dat dit ritme niet zolang vol te houden is als een wekelijkse column. Als je mij om een eerlijk antwoord vraagt, hoe lang ik het zelf nog zou willen doen, zou ik zeggen: ik blijf zolang Obama president is. Als hij gaat, ga ik het ook rustiger aan doen.'

2 Wij kregen wel eens een mail waarin je de telling corrigeerde: excuus, dit was niet Voetnoot 783, maar 782. Waarom heb je dat zo meticuleus bijgehouden? Wat betekenen de Voetnoten voor jou?
'Ik ben daarmee begonnen omdat dat voor mij een handige en overzichtelijke manier is om de Voetnoten te bewaren in mijn computer. Maar toen ik in het begin eens een Voetnoot vergat te nummeren, schreef je voorganger Pieter Broertjes: 'Wil je je Voetnoten blijven nummeren, dan weet ik precies hoeveel kranten we op tabloidformaat hebben gemaakt.' Toen dacht ik: 'Ja, dit is ook wel aardig om dat gewoon consequent te doen.' Dit is overigens dus ook de 1.000ste Volkskrant op tabloidformaat.'

3 Je bent voortdurend op reis, maar wij krijgen die Voetnoot doorgaans in de ochtend. Schrijf je hem volgens een vast ritueel?
'Ik probeer de Voetnoot in de ochtend te schrijven, hem even te laten liggen, ernaar te kijken en hem dan op te sturen. Als ik in New York ben, komt de Voetnoot meestal aan het eind van de middag.'

4 Je schrijft naast een dagelijkse column een stroom artikelen en het ene boek na het andere. Je doet research over de hele wereld. Hoe houd je jezelf zo productief? Leiden de Voetnoten niet af van je romans?
'Discipline. En ja ongetwijfeld had ik een boek meer kunnen schrijven, een roman meer, als ik de Voetnoten niet had gedaan. Maar het is een investering, als dat het juiste woord is, waarvan ik geen spijt heb. Ik denk dat ik de behoefte voelde en nog steeds voel om mij uit te laten over de wereld op een directere en andere manier dan alleen via romans. Als je een dagelijkse column hebt, leef je daarvoor, zoals je denk ik ook voor je kind leeft als het net geboren is. Dat gaat vanzelf. Andere mannen krijgen op mijn leeftijd een kind, ik kreeg op mijn 39ste een Voetnoot in de Volkskrant.'

5 Je ontbreekt in geen enkele Volkskrant. Wil je niet eens vakantie?
'Nee, geen vakantie is juist prettig. Als je stopt, wordt het veel moeilijker om de draad weer op te pakken. Het is net als met marathonlopen, als je stopt met trainen krijg je onmiddellijk een achterstand.'

6 Hoe houd je je op afstand op de hoogte van wat in Nederland gebeurt en wordt besproken?
'Dat is sinds het internet geen probleem. Ik heb een iPad waarmee ik overal ter wereld de VK kan lezen, sterker nog, in New York lees ik hem eerder dan in Nederland want in Amerika is hij al 's avonds online. NRC lees ik ook compleet. Van De Telegraaf, AD en Het Parool bekijk ik de websites. En dan is er nog af en toe Uitzending gemist.'

7 Is het moeilijk een column in 140 woorden te schrijven? Schrijf je hem eerst langer en schrap je dan? Hoe lang doe je er over?
'De meeste tijd gaat zitten in schrappen. En ik denk dat het moeilijkste is de redenering helder te houden. Soms gaat het heel snel, maar er zijn dagen dat ik er een uur aan zit.'

8 De Voetnoot is de meest gelezen, maar ook de meest omstreden column. Er zijn veel fans, maar ook lezers die er een afkeer van hebben. Hoe komt dat?
'Tsja, dat zou je eigenlijk aan de lezers moeten vragen. Ik denk dat het ten dele komt door mijn imago, dat sommige mensen een tekst anders lezen als mijn naam eronder staat. En ten dele door mijn afkeer van sentimentalisme en mijn voorkeur voor analyse en begrip boven verontwaardiging en emotie.

'Ik vind afkeer niet per definitie verkeerd. Als je iets te zeggen hebt, zul je daar sommige mensen mee ontrieven. Afkeer is ook een vorm van liefde, ik bedoel dat de intensiteit van de reactie een goed teken kan zijn. Dat kan afkeer zijn of instemming, dat maakt me niets uit. Het ergste is als het mensen koud laat.'

9 Sommige lezers klagen dat je Voetnoot te ingewikkeld is. Ze vinden je pretentieus en nodeloos intellectualistisch. Wat moeten wij antwoorden?
'Ik heb een hekel aan pretentie die niet wordt waargemaakt. Ik heb onlangs nog een voetnoot over Vargas Llosa geschreven vanwege een stuk van hem dat ik pretentieus gezwam vond, -- dat staat los van zijn kwaliteiten als romanschrijver - en intellectualistisch dat valt ook wel mee. Mijn redeneringen moeten voor iedereen te volgen zijn. Ik schrijf net zo lief over een film over Hannah Arendt als over Mark van Bommel. Dus als mensen iets niet begrijpen, moeten ze mij schrijven, ze krijgen antwoord. Maar ik stel het wel op prijs niet bij voorbaat te worden uitgescholden.

'Ik vind dat een Voetnoot, een column, ambigue mag zijn, dus dat ik niet de lezer voorschrijf wat hij moet denken. Dat brengt wellicht sommige mensen in verwarring. Ik stel mij overigens ook op het beleefde standpunt dat de lezer net zo slim of dom is als ikzelf. En net zo nieuwsgierig.'

10 Je zei me eens dat je het wel makkelijker kunt maken, maar dat je de lezers wilt verheffen met de Voetnoot.
'Ik vind dat je iets van mensen mag vergen, ik vind dat ik ook iets van mezelf verg. Je kunt op de voorpagina van een van de grootste kranten van Nederland mensen in aanraking brengen met iets waarmee ze anders bijvoorbeeld niet in aanraking zouden zijn gekomen. Ik schreef onlangs iets over de kunstenaar Tino Sehgal omdat ik gefascineerd was door wat ik van hem had gezien. Je kunt fascinatie of liefde proberen over te brengen. Ik ben nieuwsgierig en ik wil graag meer weten en ik ga ervan uit dat de lezer dat ook wil. Als je alles weet hoef je de krant niet te lezen. Je mening herzien is geen schande. Ik zou graag de lezer willen doen twijfelen aan dingen waaraan hij hoopte nooit te twijfelen. Dat is wel een van mijn missies.

'Onlangs schreef ik bijvoorbeeld een Voetnoot over de vraag waarom wij bepaalde moorden 'beestachtig' noemen en andere moorden niet. Ik wil geen moord goed praten, wat een enkele lezer dacht, maar ik wil weten waar we het precies over hebben als we een moord beestachtig noemen.'

11 Correspondeer je veel met lezers over de Voetnoten?
'Soms. Ook met collega-columnisten. Ik probeer iedere e-mail die uit meer bestaat dan een scheldwoord te beantwoorden. Ik heb ook wel eens met een lezer een weddenschap afgesloten of Griekenland uit de eurozone zou gaan. Die lezer heeft 500 euro aan me overgemaakt. Dat was heel coulant.'

12 Je beschrijft mensen in de Voetnoot vaak als zelfzuchtige, zichzelf bedriegende wezens. Martin Sommer noemt je 'illusieloos'. Vanwaar je duistere mensbeeld?
'Nee, ik vind het niet duister en als ik illusieloos ben dan ben ik een illusieloze idealist. Het probleem van de moderniteit is dat er geen plek meer is voor het noodlot, voor het tragische. Er gebeurt iets ergs, dan moet de overheid meteen een maatregel nemen waardoor dat erge nooit meer kan gebeuren. Dat is naïef. Wij leven op een tragische planeet en er bestaat zoiets als het noodlot, dat wil zeggen er zijn machten die sterker zijn dan wij. Dat moeten wij accepteren. Natuurlijk zijn mensen ook egoïstisch, anders zouden ze er niet meer zijn, in plaats van dat te veroordelen kun je ook nagaan of mensen niet nog meer zijn dan egoïstisch en hoe dat egoïsme in goede banen te leiden. Ik denk dat we met bepaalde minder aangename kanten van de mens moeten leren leven in plaats van die voortdurend af te keuren. En ik ben te veel een liefhebber van een schrijver als Bernard Mandeville om niet in te zien dat die negatieve kanten soms ook positieve effecten voor de maatschappij hebben. Lezers moeten als ze nieuwsgierig zijn geworden Mandeville maar even gaan lezen.

'Morele hypocrisie staat me tegen. Dat wel. En morele zelfgenoegzaamheid ook. Machtspolitiek heeft bijvoorbeeld zelden met menslievendheid te maken. Amerika gaat echt niet opeens wapens naar de Syrische rebellen sturen omdat Obama denkt: 'Nou, na 90 duizend doden wordt het echt te zielig voor die Syrische kindertjes.'

13 Je provoceert lezers door te schrijven over de schaamlippen van je vriendin of over de premier die in zijn kont moet worden geneukt. Wat wil je daarmee bereiken?
'Nee, geen provocatie! Seks speelt een cruciale rol in het leven van mensen. Als columnist wil ik over al het menselijke schrijven, dus ook over seks. Er zijn talloze vrouwen en wellicht ook mannen die schaamlippen een belangrijk onderwerp vinden. Ik heb geen enkele behoefte dergelijke onderwerpen over te laten aan de Elle of de Viva voor zover ze daar al over schrijven. En het is paradoxaal dat wij aan de ene kant religieuze medemensen verwijten geen homo's te accepteren maar tegelijkertijd zijn wat schaamlippen een brug te ver op de voorpagina. Een mens is eerst en vooral een lichaam en dat ga ik niet ontkennen.

'Overigens heb ik al te lang niet over seks geschreven, maar dat kwam omdat mijn vriendin mijn laatste voetnoot over seks onprettig vond. Ik moet daar iets op verzinnen.

Dan de billen van Rutte. Dat ging over Breivik en de vraag of woorden tot daden kunnen leiden. Ik dacht en ik denk van wel. Daarom schreef ik, als er maar lang genoeg wordt geroepen dat Rutte in zijn kont geneukt moet worden dan zal iemand dat op een dag doen. Ik wilde Rutte op geen enkele manier in verband brengen met geweld, daarom koos ik als voorbeeld voor een seksuele daad. Overigens vermoed ik dat Rutte in het diepst van zijn hart libertijns genoeg is om mijn kleine, onschuldige fantasie hogelijk te waarderen.'

14 De Voetnoten over je moeder ontroeren veel lezers. Wat vindt zij er zelf van?
'Ze geeft daar nooit commentaar op. Hooguit zegt ze: 'Als je mijn leeftijd maar niet noemt.' Want de mensen mogen niet weten hoe oud ze is.'

15 Je komt terug naar Nederland om bij je moeder te wonen. Ga je nu vaker over haar schrijven?
'Als ik bij haar woon, januari 2014, zal ik ongetwijfeld vaker over haar gaan schrijven. Maar ook niet te vaak. Anders denken de lezers: weer zijn moeder.

'Ik heb ook wel eens van een lezer het verzoek gekregen om op te houden over mijn demente moeder, dat vond ik vooral erg omdat zij helemaal niet dement is.'

16 Denk je dat je Voetnoten anders zullen worden als je in Nederland woont?
'Ja, ik vermoed van wel. Een beetje. Toen mijn moeder onlangs in het ziekenhuis lag, lag ze naast een dame die zich op een bepaalde manier over moslims uitliet. Een confrontatie met een potentiële PVV-kiezer is stukken minder abstract als die naast je moeder in het ziekenhuis ligt dan als je erover leest in een krant. Ik dacht toen: ik moet meer in ziekenhuizen zijn. Als de multiculturele samenleving ergens nog bestaat is het in ziekenhuiszalen.

'En ik denk dat ik ook vaker op bezoek zal gaan bij lezers. Als er eens een boze brief binnenkomt, dan kan ik makkelijker zeggen: 'Zal ik langskomen om er even rustig over te praten?' Zo ben ik ooit ook in Vaals beland en op een vmbo in Schagen.

Je moet met iedereen praten. Omdat je van iedereen kunt leren. Het meest van mensen die anders denken dan jezelf.


Tussenstukken: (Interviews: Carlijn Vis)

Margriet Oostveen (columnist NRC Handelsblad)
'Wat mensen altijd onderschatten is: hoe korter de column, hoe moeilijker het is hem te schrijven. Het lukt Arnon Grunberg in een beperkte ruimte een enorme denkafstand te overbruggen en dat ook nog eens begrijpelijk op te schrijven. Dat is een kunst, want als columnist heb je een idee - liefst een gedachte die niet voor de hand ligt - en als je iets ziet wat andere mensen niet zien, is het knap lastig om dat in weinig woorden over te brengen. En dat lukt hem, ik vind hem zelfs de beste columnist van dit moment. Mensen begrijpen vaak niet meer dat ironie een stijlmiddel is om je denken over te brengen. Het maakt mij niet uit over welk onderwerp hij schrijft, zolang hij mij in gedachten maar alle hoeken van de kamer laat zien.'

Theodor Holman (columnist Het Parool)
'Elke dag een column schrijven, dat kunnen alleen de besten. Het is werk waarvoor niet alleen uithoudingsvermogen en discipline is vereist, maar ook moed, creativiteit, intelligentie, inzicht, een verrassende pen, dus een groot literair talent. Je moet voortdurend op de hoogte zijn en blijven, en niet alleen van het nieuws, maar ook van de stand van zaken in de wetenschap, in de filosofie, kortom van alles wat in het leven van de lezer van betekenis zou kunnen zijn. Ik vroeg me wel eens af, hoe houdt Grunberg alles bij? Hij doet dat door met grote regelmaat de echte denkers van Nederland te interviewen. Een betere manier is er niet. Dus hoed af voor de dagelijkse columnist!' CV

Gerry van der List (opinieredacteur Elsevier)
'Ik vind de stukjes van Arnon Grunberg weerzinwekkend. Onbegrijpelijk dat een krant zoals de Volkskrant - die pretendeert links te zijn - een podium biedt aan dergelijk puberaal nihilisme. En dan ook nog eens zo'n prominente plek voor iemand die de democratie voortdurend omlaag haalt, de politiek zo vaak ridiculiseert en op een vrij onaangename manier Nederlandse politici belastert en belaagt. Als romanschrijver kan hij misschien goed zijn, dat hoor ik weleens van mensen in mijn omgeving, maar als essayist en denker vind ik hem een bedenkelijk type.'

Frits Abrahams (columnist NRC Handelsblad)
'Sommige romanschrijvers zullen het schrijven van columns nooit leren, andere doen het meteen goed. Grunberg behoort tot die laatste categorie. Dat verbaasde mij niet, want je kunt het al aan zijn romans merken. Hij kan op een luchtige, aforistische manier over ernstige zaken schrijven en schuwt daarbij de spot niet. Hij heeft bovendien geen ontzag voor heilige huisjes en dito personen. Allemaal eigenschappen die een columnist van pas komen. Zo'n extreem korte column vergt nog meer precisie dan een langere column; je moet oppassen dat je niet raadselachtig wordt. Dat overkomt hem weinig. Voor mij zou hij wat vaker persoonlijker mogen schrijven. Die erectie van woensdag bijvoorbeeld - staat die nog?'CV

Nico Dijkshoorn (columnist de Volkskrant)
'Als columnist wil je graag dat mensen meteen na het openen van de krant op zoek gaan naar je stukje. Ik had dat vroeger met de column van Jan Mulder op maandag, daar verheugde ik me op en ik probeerde te voorspellen waar die over zou gaan. Dat is volgens mij het hoogst haalbare. Grunberg krijgt dat iedere dag voor elkaar. Ik lees hem meteen. Zijn columns zijn verrassend, origineel en qua onderwerp nauwelijks voorspelbaar. Soms ook ontroerend eerlijk over zijn privéleven. Het is razend knap om in 140 woorden dagelijks te verontrusten, schokken of bewegen. En dat allemaal op de voorpagina. Ik vind het fenomenaal goed. En ik ben een keer genoemd. Prachtige dag was dat.' CV

Bas Heijne (columnist NRC Handelsblad)
'De Voetnoot van Arnon Grunberg sla ik nooit over. Vaak een eenmansguerrilla tegen corrupte manieren van denken, dan weer een intieme diepteboring in zijn persoonlijke leven. Er staat altijd iets op het spel. Grunberg wordt wel cynisch genoemd. Hij is het tegenovergestelde, denk ik; een intens betrokken schrijver die de hele wereld wil aanraken, alles wil doorgronden, zichzelf incluis. Dat geeft zijn lezers dagelijks mentale energie: leg je niet neer bij de wereld zoals hij lijkt te zijn.' CV


Elf aforismen

1 Er is maar één god in Nederland: de koopkracht.

2 Mensen worden bepaald door de context.
    Individuele, morele overtuigingen spelen alleen in de zeldzaamste gevallen een rol.

3 Zo verhouden wij ons tot het nieuws. Even spelen. En dan laten we het verveeld in een hoekje liggen omdat ander nieuws ons de opwinding verschaft waarnaar we zo snakken.

4 Het is een oer-Nederlandse traditie om de vrijheid van meningsuiting gelijk te stellen aan het recht om te pesten.

5 Een permanente oorlog tegen terrorisme is een vorm van een collectieve psychose waarbij de angst geen verband meer houdt met reële dreigingen.

6 Iedereen met zelfrespect zou zich moeten hoeden voor roem zoals voor een geslachtsziekte.

7 De burgers zijn niet boos omdat hun onrecht is aangedaan, maar omdat de woede hun leven zin geeft.

8 Dat het Nederlandse volk praatprogramma's als Pauw & Witteman en De Wereld Draait Door als plekken van serieuze discussie beschouwt, bewijst dat het in één ding uiterst succesvol is: zichzelf dom houden.

9 Een gelovige is een burger die meent dat zijn opinie uit louter feiten bestaat.

10 Wij geloven dat mensen een beredeneerde keuze maken. Zo werkt het niet. Mensen kiezen en daarna plakken ze er een redenering aan vast.

11 Mijn levensfilosofie past in een zin: liever één nacht in een grand h¿tel dan zes weken op de camping.




Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]