De Volkskrant, 14-11-2013, van correspondent Ad Bloemendaal .2011

'Auschwitz voor zesjarigen, zijn ze gek geworden?'

Moet je jonge kinderen confronteren met de Jodenvernietiging in de Tweede Wereldoorlog? 'Onderwijzers zijn soms bang om erover te praten.'


Tussentitel: Hoe behandel je een trauma zonder zesjarigen een trauma te bezorgen? - Shulamit Imber - Pedagogisch directrice Yad Vashem

De zesjarige Ron en zijn vriendje Benny zitten niets vermoedend op de huiskamervloer tussen de lego-steentjes. Dan klinkt er een rare vraag: 'Jongens, weten jullie wat de Holocaust is?' Ron kijkt op. 'Dat was toch met die soldaten...' probeert hij. 'Bijna goed,' antwoordt Elisabet Mizrachi, zijn moeder. Benny weet het beter: 'Het gaat over Hitler', zegt hij. 'Die vermoordde zes...eh... zesduizend Joden.' Mizrachi glimlacht vertederd: 'Ze zijn met rekenen nog niet bij het miljoen.' Benny weet nog meer: 'Hitler nam alle Joden gevangen. Hij stopte ze in treinen en bracht ze naar plaatsen met hekken eromheen met scherpe punten. Daarna vermoordde hij ze allemaal.' Dat was het. Hij pakt een paar legosteentjes en bouwt onverstoorbaar verder.

Hoe kwetsbaar is de kinderziel? Een besluit van de minister van onderwijs om al in de eerste klas van de basisschool de Holocaust op het leerprogramma te zetten, heeft in IsraŽl een felle discussie losgemaakt. Voorstanders voeren aan dat het beter is jonge kinderen verantwoorde informatie te geven dan ze onbeschermd bloot te stellen aan wat ze in hun omgeving opvangen. Tegenstanders reageren diep verontwaardigd: 'Auschwitz voor zesjarigen? Zijn ze gek geworden?'

Veel ouders van jonge kinderen herkennen de argumenten van de voorstanders, maar ze verzetten zich instinctief. 'Ron was nog op de kleuterschool toen hij me opeens vroeg wat een concentratiekamp was', vertelt Mizrachi. 'Ik heb geen idee waar hij het woord had opgevangen. In ieder geval niet thuis of in de les op school. Wat moet je dan zeggen? Ik heb hem verteld dat de nazi's verschrikkelijke dingen hebben gedaan en dat ze soms Joden hebben opgesloten. Gelukkig vroeg hij niet verder.'

Mizrachi, met vier zonen op de 'Frankel' basisschool in Jeruzalem, ziet Holocaust-opvoeding in de eerste plaats als taak van de ouders: 'Zij weten min of meer wat hun kind emotioneel aan kan. Liever geen Holocaust-onderwijs voor de vierde klas. Ze lezen daar nu al selecties uit Het Dagboek van Anne Frank.'

In IsraŽl komt de Holocaust van alle kanten op je af. Sinds 1953 heeft het land 'Yom Ha'Shoa', een officiŽle herdenkingsdag van 'Holocaust en Heldendom'. Als dan twee minuten lang de sirenes klinken, komt het land tot stilstand. Automobilisten stappen uit, schoolkinderen staan kaarsrecht naast hun banken. Dagenlang brengen de nationale televisiezenders nauwelijks iets anders dan Holocaust-programma's.

Guli Barazani, een buurvrouw van de Mizrachi's, kan er niet meer tegen. 'Ik ben bang geworden voor de Holocaust', bekent ze. Zodra Yom Ha'Shoa nadert en de televisiezenders een droeve toon aanslaan, draait ze de knop om. Ze vindt zichzelf dan ook niet de aangewezen persoon om haar zoontjes Daniel (8) en Jonathan (7) in te lichten. 'Misschien is het maar beter dat de school het doet. Maar dan wel in heel algemene termen, zonder de gruwelijke details. En niet voor ze tien jaar oud zijn.'

De reacties in de media zijn overwegend negatief. 'Het is genoeg dat kinderen het hele jaar aan de Holocaust blootstaan en speciaal op Holocaust Herdenkingsdag', schreef het dagblad Ha'aretz in een hoofdartikel. 'Het is niet nodig ze een extra last op te leggen.' De krant wijst er verder op dat premier Benjamin Netanyahu de Holocaust veelvuldig gebruikt in vreesaanjagende uiteenzettingen over IsraŽls diplomatieke situatie. Oud-minister van Onderwijs Yossi Sarid begint een sarcastische column met: 'Je moet ze bang maken als ze nog jong zijn.'

Het epicentrum van de onderwijsstorm is Yad Vashem, het bekende Holocaust-instituut in Jeruzalem. Iedere dag trekken vele duizenden bezoekers de houten brug naar het museum over. Bij de ingang zit een bewaker die kinderen beneden de tien jaar buiten de deur moet houden.

Yad Vashems 'Internationale School voor de Bestudering van de Holocaust' is belast met het ontwerpen van leerprogramma's voor IsraŽlische scholen. Hier is het omstreden onderwijsproject in voorbereiding. Pedagogisch directrice Shulamit Imber en docente Lea Roshkovsky hebben kennis genomen van de scepsis in het land. Ze zijn blij te kunnen verklaren dat een flink deel van de kritiek berust op een misverstand. Geen gaskamers en verbrandingsovens voor zesjarigen, dat moet duidelijk zijn. Waar het om gaat is structuur te geven aan wat nu nog een rommeltje is. Straks kunnen leerkrachten op en rond Holocaust Herdenkingsdag niet meer zelf uitmaken wat ze hun leerlingen vertellen of verzwijgen. Er komt een duidelijk lesprogramma, uitgesmeerd over tien of vijftien uur.

'Kinderen horen en zien van alles over de Holocaust en hun onderwijzers zijn vaak bang om er over te praten', zegt Imber. 'Het gevolg is dat er niemand een brug slaat tussen hun ervaringen en wat ze op hun leeftijd kunnen bevatten. De vraag is alleen hoe je een trauma behandelt zonder zesjarigen een trauma te bezorgen.'

Yad Vashems antwoord is 'Tommy'. Een boek met tekeningen van de Tsjechische kunstenaar Bedrich Fritta. Hij maakte het voor zijn zoontje, dat zijn derde verjaardag vierde in het getto van Theresienstadt. Op de eerste tekening staat Tommy op een koffer en kijkt door een raam naar de buitenwereld. Fritta tekende die wereld naar herinneringen aan zijn tijd in het getto.

Als het aan Imbert en Roshkovsky ligt, maken alle eerste klassers straks kennis met de wereld van Tommy, een gewoon jongetje in oorlogstijd. Dat geeft de onderwijzer de mogelijkheid over alledaagse dingen te spreken, maar ook een term als 'getto' op een simpele manier uit te leggen.

Het is voor de kinderen belangrijk te weten dat Tommy overleefde. Zijn vader stierf in Auschwitz en zijn moeder in Theresienstadt. Maar dat is voor latere leerjaren. 'Je moet kinderen niet voorliegen, maar je moet ook niet alles vertellen', zegt Imber.

Zal het ministerie van Onderwijs voldoende steun van ouders krijgen? Amit Farbman, vader van de 7-jarige tweeling Aya en Jonathan, voorziet problemen. Zelf is hij 'instinctief tegen'. Toen hij opgroeide in het Tel Aviv van de jaren zeventig en tachtig waren er overal nog Holocaust-overlevenden. 'Mijn grootouders kwamen uit een kamp. Ik had ooms met in hun arm gebrande nummers. Op mijn lagere school deden ze weinig aan de Holocaust, maar grootmoeder vertelde ons over haar leven in Polen.'

De nieuwste generatie staat veel verder af van de Holocaust, denkt Farbman. 'Toen vorig jaar tijdens de oorlog in Gaza hier de sirenes loeiden, sprak dat Aya en Yonathan natuurlijk veel meer aan'. Hij wil zijn tweeling in de toekomst liefst zelf over de Holocaust vertellen, op zijn eigen manier: 'Universeel, in combinatie met tolerantie en mensenrechten.'

Trauma's zijn sneller gemaakt dan vergeten. Farbman herinnert zich nog goed hoe hij als elfjarige met zijn oudere broer en zijn ouders voor het eerst naar Yad Vashem ging: 'Halverwege de expositie kon mijn broer het niet langer aanzien. We zijn meteen vertrokken.'




Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]