De Volkskrant, 22-01-2014, column door Max Pam .2010

Vuile handen en eigen verantwoordelijkheid

Tussentitel: Mijn moeder haakte af toen de Spelen van 1936 naar Berlijn gingen

Het lijkt erop dat Michail Kalasjnikov, de ontwerper van het befaamde AK-47 geweer, op zijn sterfbed nog wroeging heeft gekregen. Vlak voor hij op 94-jarige leeftijd overleed, schreef hij aan patriarch Kirill van de Russische orthodoxe kerk een brief, waarin hij vroeg in hoeverre hij medeverantwoordelijk was voor de dood van degenen die met een schot uit zijn geweer waren gevallen. Kalasjnikov noemde 'zijn geestelijke pijn ondraaglijk'. Als gelovig mens bleven hem allerlei vragen door het hoofd spoken.

De patriarch stelde Kalasjnikov gerust. Hij was juist het voorbeeld van de ware patriot. Men kan de maker van een mes ook niet verantwoordelijk stellen, wanneer iemand wordt doodgestoken. Wanneer het wapen met de juiste intentie is ontworpen, bijvoorbeeld om het vaderland te verdedigen, is er niets aan de hand. Petrus staat boven klaar om Kalasjnikov hartelijk te ontvangen.

Volgens Sartre hebben wij allemaal vuile handen, maar sommigen toch een beetje meer. Kalasjnikov stelde de vraag naar zijn eigen verantwoordelijkheid en hij liet die vraag door een ander beantwoorden. Een soortgelijk fenomeen speelt bij de vraag of de Olympische Spelen in Sotsji moeten worden geboycot vanwege mensenrechtenschendingen in Rusland. President Poetin probeerde ons nog gerust te stellen, maar hij maakte het alleen maar erger door te zeggen dat homo's best welkom zijn, als zij maar van de kinderen afblijven. Ook de klassieker dat men homo's heeft onder zijn beste vrienden was niet ver weg, al sprak Poetin over 'goede kennissen'. Iedere nazi kende ook een Jood, en dat was okay, zolang die maar van de kinderen afbleef.

Opmerkelijk is dat de vraag naar de boycot aan vrijwel iedereen wordt gesteld, behalve aan de sporters zelf. Zij zijn degenen die naar Sotsji gaan, maar net als Kalasjnikov hebben zij de morele vraag en de antwoorden daarop uitbesteed aan bobo's en politici. Mijn moeder heeft eens bijna voor dezelfde vraag gestaan, toen zij in de jaren dertig werd geselecteerd voor de Olympische voorwedstrijden schoonspringen. Zij was erg sportief en ik heb nooit zo op mijn donder gehad als die keer toen ik thuiskwam met een onvoldoende voor gymnastiek. Dit terzijde.

Mijn moeder zag af van verdere training toen de Olympische Spelen van 1936 werden toegewezen aan Berlijn, waarbij overigens ook een rol speelde dat haar preutse (eerste) man het onprettig vond dat zij zich in het openbaar in badpak vertoonde. Uit principiŽle overwegingen bleef de Nederlandse turnploeg destijds thuis, evenals de krachtsporters. Ook individuele atleten meden Berlijn, zoals Tollien Schuurman (hardlopen) en Wim Peters (hinkstapsprong). De Joodse bokser Ben Bril had geen zin in Berlijn. Volgens de Neurenberger rassenwetten moesten negers in 1936 van Duitse kinderen afblijven, wat niet kon verhinderen dat Jesse Owens de honderd meter won.

Anders dan in 1936 hoor je nu weinig van individuele atleten. De moderne sporter verkeert in de situatie dat hij (of zij) geen verantwoordelijkheid meer hoeft te dragen. Dat wordt voor hem gedaan, een ontwikkeling die ongetwijfeld is geŽntameerd door het feit dat de sporter nauwelijks meer iets te zeggen heeft over zijn eigen lichaam. Er wordt voor hem bepaald welke stoffen hij mag gebruiken en welke niet. Hij moet precies vertellen waar hij zit en waar hij is geweest. Op elk willekeurig moment kan een antidopingploeg bij hem binnenvallen om een injectienaald in zijn lichaam te steken of zijn urine af te tappen. Een sporter wordt van alles gestript, zelfs van zijn eigen genenpaspoort.

Hiermee is ook verklaard waarom de koning naar Sotsji gaat. Sterker nog: waarom hij per se naar Sotsji wilde. Dat Willem-Alexander erelid van het IOC is, speelt daarbij geen rol. Juist als erelid was de impact groot geweest wanneer hij was thuisgebleven. Het ligt dus anders. In ons staatsbestel is de koning onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk. Behalve af en toe een lint doorknippen, mag de koning niets. Een zaakje opzetten of een huis in Mozambique kopen, het mag niet. Als hij toch iets wil, moet hij bij wijze van spreken eerst zijn plas afgeven bij het kabinet.

Maar in het weinige dat hij wel kan en mag, verricht hij een unieke prestatie. Hoor de mensen hun adem inhouden, als hij langsschrijdt. Het is juist hierin dat hij zoveel gemeen heeft met die sporters, die hij straks gaat toejuichen, als zij weer zo'n monotoon rondje aan het schaatsen zijn. Het is een kwestie van herkenning en identificatie.

Het moet heerlijk zijn om geen eigen verantwoordelijk te hebben.



Red.:  


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]