De Volkskrant, 09-01-2012, door Meindet Fennem - schreef een
biografie van  Hans Hirschfeld (Man van het Grote Geld)
.2011

Radio Oranje repte niet over deportatie

Pas in mei 1943 laat de regering in Londen weten dat ambtenaren niet mogen meewerken aan de deportatie van Joden. Maar dan is het voor de meeste Joden te laat.

Tussentitel: Ambtenaren moesten zich na de oorlog wel verantwoorden; de regering niet

'Wij weten', zei koningin Beatrix in 1995 in de Knesset, 'dat velen van onze landgenoten zich moedig en soms met succes hebben verzet (tegen de jodenvervolging, MF) en dikwijls met gevaar voor eigen leven hun bedreigde medemensen hebben bijgestaan. Bij ons bezoek aan Yad Vashem gisteren hebben wij ook hun namen vereeuwigd gezien onder de bomen die daar zijn geplant. Maar wij weten ook dat dit de uitzonderingen waren en dat het Nederlandse volk de ondergang van zijn joodse medeburgers niet heeft kunnen verhinderen.'

De historica Selma Leydesdorff schrijft naar aanleiding hiervan dat de koningin haar excuses aanbood 'voor de enorme bijdrage van het Nederlandse volk (vele Henken en veel dames met de naam Ingrid) aan de Jodendeportaties. Zij liep daarbij ver voor de troepen uit, en zij verdient daarvoor blijvend bewondering.' (Opinie & Debat, 6 januari)

Ik weet het, in de strijd tegen Geert Wilders en voor de verdediging van ons vorstenhuis is bijna alles geoorloofd, maar dit gaat zelfs voor een linkse historica wel rg ver.

In maart 2011 stelde Richard de Mos (PVV) Kamervragen aan de minister over de spreekkoren 'Hamas hamas alle joden aan het gas' in het ADO-stadion. Hij wilde weten wat de minister ging doen om het antisemitisme uit de voetbalstadions te weren. Hij werd door ADO-aanhangers met de dood bedreigd. In diezelfde tijd vroeg ik een oud-burgemeester van Amsterdam of hij als burgemeester ooit krachtig was opgetreden tegen antisemitische spreekkoren. Zijn antwoord: 'Daarvoor was ik teveel voetbalfan.'

In de Tweede Wereldoorlog werd de strijd tegen de Jodenvervolging ondergeschikt gemaakt aan het winnen van de oorlog, veertig jaar later werd de strijd tegen het antisemitisme ondergeschikt gemaakt aan het winnen van een voetbalwedstrijd.

Moet de huidige burgemeester van Amsterdam zich nu verontschuldigen voor de slappe houding van oud-burgemeester Van Thijn? Het lijkt mij niet, maar hij moet er wel lering uit trekken. En dat geldt ook voor de houding van de Nederlandse regering in ballingschap. Want Leydesdorff kan nu wel spreken van de 'enorme bijdrage van de Nederlandse bevolking aan de Jodendeportatie', feit blijft dat daar door de regering in Londen niet tegen werd gewaarschuwd. Voor radio Oranje was de deportatie geen issue.

De beruchte burgemeesters in oorlogstijd waren aangebleven op verzoek van de regering die hun in een Aanwijzing uit 1937 opdracht gaf op hun post te blijven. Nederlandse ambtenaren 'zullen in het belang van de bevolking er naar streven, dat het bestuur ook onder gewijzigde omstandigheden zoo goed mogelijk zijn taak blijft vervullen'. Alleen als de ambtenaar 'door in functie te blijven, zodanige diensten aan den vijand zou bewijzen, dat deze grooter kunnen worden geacht dan het nut, dat voor de bevolking aan zijn aanblijven verbonden is, zal hij zijn post moeten verlaten'.

De invulling van deze vage formulering werd overgelaten aan de praktijk en ervaring van de betrokken ambtenaar, 'aan zijn gezond verstand en zijn nationale geweten', aldus de secretaris-generaal H.M. Hirschfeld. Zij werden inzake de Jodenvervolging niet verder geadviseerd door de regering in ballingschap die daarop toch een beter zicht had dan de Nederlandse bevolking onder de Duitse bezetting.

Had de regering in Londen, misschien bij monde van A. den Doolaard of Loe de Jong op Radio Oranje, niet enige aanvullende aanwijzingen kunnen geven aan de zittende magistratuur en het openbaar bestuur over wat te doen tegen de Jodenvervolging? Dan had zij misschien ook de Nederlandse bevolking kunnen oproepen tot steun aan de Joodse landgenoten. Niets daarvan. Pas in mei 1943 schreef L.H.N. Bosch van Rosenthal een commentaar op de Aanwijzing dat door de Londense regering werd overgenomen, waarin wordt gesteld dat Nederlandse ambtenaren niet mogen meewerken aan de deportatie van Joden. Maar dan is het voor de meeste Joden al te laat.

Maar de hoge ambtenaren die waren blijven zitten, moesten zich, anders dan de regering in Londen, na de oorlog wl verantwoorden en hun werd de maat genomen alsof de regering in Londen wl opdracht gegeven had zich tegen de jodenvervolging te verzetten. Loe de Jong schrijft in zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog dat secretaris-generaal Hans Hirschfeld 'zijn hart gesloten had voor het joodse leed'. Hij verzuimde daarbij te schrijven: 'net als ik overigens, en wij deden dat allebei in opdracht van de Nederlandse regering'.

Loe de Jong is dood, maar Selma Leydesdorff nog niet. Misschien kan zij namens Loe de Jong excuses aanbieden voor deze hypocrisie in de geschiedschrijving over goed en fout in de oorlog.
 





IRP:


Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]