De Volkskrant, 12-03-2011, door Olaf Tempelman 2010

Met liefde vanuit nergens

Biografie | Joseph Brodsky (1940-1996) behoorde tot de grootste Russische dichters van de 20ste eeuw. Zijn westerse publiek én zijn Nobelprijs veroverde hij met zijn Engelse essays.

Tussentitel: 'De meest robuuste verdediging tegen het kwaad is individualisme, excentriciteit, zo u wilt'

De datum 4 juni 1972 prijkt ook op een brief van Brodsky aan Brezjnev: 'Van kwaad, woede, haat - zelfs als die gerechtvaardigd zijn - zal geen van ons profijt hebben. Ik, die deze regels schrijf, zal sterven; jij die ze zal lezen ook. Het is moeilijk genoeg om in deze wereld te bestaan - het is niet nodig het nog moeilijker te maken.'

We mogen aannemen dat de Sovjet-leider het nooit gelezen heeft en dat hij, had hij het gedaan, vanwege die 'speklaag om het hart' voor de strekking ongevoelig was gebleven. Brieven, lijsten, gedichten, essays - als Brodsky tot in de digitale tijd had geleefd, waren ook zijn mails waardevol geweest. Het is gevaarlijk op dit oeuvre een etiket te plakken. Maar wellicht kun je zeggen dat Brodsky dingen bekeek sub specie aeternitatis, 'vanuit het oogpunt van de eeuwigheid'. Wat hij schreef is gespeend van ballast van kleingeestigheid, persoonlijke voor- en afkeuren, politieke agenda's en van een gevoel ergens toe te behoren.

'Ik ben een Jood, een Russisch dichter, een Amerikaans staatsburger', herhaalde Brodsky in zijn jaren van beroemdheid. Hij werd begraven in Venetië, waar hij in zijn latere levensjaren het water en licht van Petersburg had teruggevonden. Susan Sontag complimenteerde de nabestaanden met die keuze 'omdat Venetië in essentie nergens is'. Een van Brodsky mooiste regels: From nowhere with love.

Het is paradoxaal dat deze apolitieke dichter door een politiek proces beroemd werd. In 1964 werd de 24-jarige Brodsky - van wie op dat moment slechts wat kindergedichten waren gepubliceerd - in Leningrad veroordeeld wegens 'parasitisme'. Dat betekende: een onvermogen je te voegen naar de totalitaire staat. Sinds zijn schoolverlating op zijn vijftiende had Brodsky door het leven 'gezworven'.

Herfst 1965 kwam de parasitaire dichter weer vrij. Zijn naam was toen in de hele westerse wereld bekend. Anna Achmatova, Rusland grootste toen nog levende dichteres, had Brodsky's genie in een vroeg stadium onderkend en zich over hem ontfermd. Maar doorslaggevend was vermoedelijk de brief van de toen machtige denker Sartre aan de toen machtige partijbons Mikojan. Sartre schreef niet dat hij het met de veroordeling oneens was -'ik ben al heel lang een vriend en bondgenoot van uw grootse land' - maar dat 'het Brodsky-incident het voor ons moeilijk maakt de vulgaire propanganda van de anti-Sovjetpers te weerspreken'.

Lev Loseff noemt A Literary Life geen biografie, maar een voorwerk voor toekomstige biografen. Het is de vraag of Brodsky een betere biografie zal krijgen. A Literary Life bezit alle voordelen die een biograaf heeft die overal bovenop zat en vrijwel geen van de nadelen. Door het lot liep Loseff, ook uit Leningrad, ook Joods, ook (in 1976) op transport gezet naar de VS, zowel rond in Brodsky's Russische als Amerikaanse universum. In A Literary Life verweeft hij de blik van een groot letterkundige organisch met die van de ooggetuige. Loseff was erbij toen de adolescent Brodsky wegliep van zijn eigen verjaardagsfeest. Hij wist hoe klein diens New Yorkse appartment was, welke Russische beroemdheden daar op de divan sliepen en hoe schamel het bedrag was dat vast zat aan de Nobelprijs van 1987.

Alles met liefde. Maar A Literary Life is geen hagiografie en ook geen 'Brodsky en Ik': over hun vriendschap bericht Loseff spaarzaam. Hij overleefde Brodsky dertien jaar en stierf in 2009 kort na het voltooien van het Russische origineel van deze biografie.

Als A Literary Life een bindend thema heeft, dan is het dat Brodsky's leven turbulent was tegen wil en dank. Op zijn 23ste zat hij in een inrichting, op zijn 24ste in een goederenwagon met gevangenen. Op zijn 32ste stond hij in het flitslicht van westerse fotografen die waren afgekomen op 'de beroemde dissidente Russische dichter' die tegen zijn wil op de transport was gezet naar de vrije wereld. Weinigen in het Westen, Loseff benadrukt het, waren destijds bekend met zijn nog weinig omvangrijke oeuvre.

Dat Brodsky in de decennia erna zijn politieke beroemdheid artistiek wist in te vullen en westerse lezers aan zich wist te binden die nooit van zijn proces hadden gehoord, mag bijzonder heten. Een reden dat de aandacht hem niet fnuikte is dat hij de ballingschap zag als een continuation of space. Er waren overeenkomsten tussen de vijandigheid jegens zijn persoon thuis en het fêteren daarvan in het Westen. Alle vormen van aandacht van 'de gewone wereld' hebben in laatste instantie gemeen dat ze afleiden.

Thematisch - liefde, de aard van het kwaad, niet-behoren - was Brodsky bij zijn aankomst in het Westen gevormd. Tijdens zijn proces in 1964 was hij niet gebroken door de Sovjet-rechters maar door schilderes Marina Basmanova (my being never came to be/ what yours became to me). In de goederenwagon na zijn veroordeling was hij overvallen door schuldgevoelens. Zijn zaak kreeg wereldwijd aandacht, die van de boer naast hem niet. 'Noch zijn vrouw noch zijn zoons zouden ooit zeggen - je had gelijk dat je dat graan stal - we hadden niets te eten.' In die wagon vond Brodsky alleen troost in de woorden van Achmatova die hij bleef meedragen als talisman: 'Je weet niet wat je vergeven is'.

Brodsky was zich toen al bewust van zijn onvermogen mensen te verachten, KGB-bureaucraten niet uitgezonderd. Ze waren te duidelijk gewone mensen, geplaagd door een onvermogen zelf te denken. Kwaad vereist leegte, intellectuele en morele. 'De meest robuusteverdediging tegen kwaad', schreef hij twintig jaar later, 'is individualisme, originaliteit van denken, grilligheid, zelfs - zo u wilt - excentriciteit.'

Brodsky was een Russisch dichter. Maar in de jaren dat Russen nog veel lazen circuleerde zijn poëzie alleen in samizdat. Zijn lezers woonden en wonen in het Westen. Zijn poëzie werd of door hemzelf vertaald of onder zijn supervisie, met aandacht voor rijm en ritme. 'Als je die twee talen hebt - een analytische als de Engelse en een synthetische, hele sensuele als de Russische... dan krijg je een bijna psychotisch gevoel voor het menselijke dat nagenoeg alles doordringt', zei Brodsky er zelf over. Toch vergeleek dichter en vertaler Robert Haas zijn Engelse poëzie met 'een wandeling door ruïnes van een schitterend huis'. Isaiah Berlin trof Brodsky's genie wel aan in het Russisch maar geenszins in het Engels: 'Een dichter spreekt alleen zijn moedertaal.' Loseff wil in A Literary Life een lans breken voor wat aannemelijk is, dat Brodsky zijn westerse publiek meer heeft veroverd met zijn essays dan met zijn gedichten. De middelen waarmee hij daarin emoties, impressies en bespiegelingen tot een geheel weeft 'zijn dezelfde als in zijn Russische poëzie'. Brodsk's essays, over zijn jeugd in Leningrad, over het antisemitische offensief tegen zijn vader, over Dostojevski, Achmatova, Osip en Nazedja Mandelstam, raakten een groot publiek.

De Nobelprijs voor de dichter in 1987 was er net zo goed een voor de essayist. Al in het begin van zijn biografie stelt Loseff dat de privé-persoon en de auteur Brodsky één waren. Brodsky kon dingen alleen op een eigen manier. Het essay was een genre waarin hij in een vreemde taal niet in het duister sprong.

Dat zijn productie aan eind van zijn leven enorm was, is verklaard uit het feit dat hij wist dat het elk moment afgelopen kon zijn. Maar met dat idee had Brodsky minstens kwart eeuw geleefd. Geboren met een erfelijke hartafwijking, was zijn gezondheid in de goelag verder verslechterd. Kort na dertigste kreeg hij achter elkaar hartaanvallen.

In 1979 onderging zijn eerste bypass, andere hartoperaties volgden. In januari 1996 stopte zijn hart in zijn studeerkamer in New York. Voor zijn dochter van twee had hij geschreven: On the whole, bear in mind that I'll be around.

Uit het Russisch in het Engels vertaald door Jane Ann Miller.

Yale University Press; 334 pagina's; € 31,20.

ISBN 978 0 3001 4119 1.

 

IRP:   Jood recenseert Jood. Driek van Wissen kan ook dichten.

 


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]