De Volkskrant, 11-05-2013, boekrecensie door Anet Bleich .2010

Angst als drijfveer

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum ontrafelt de angst voor aanhangers van minderheidsreligies met argumenten en inlevingsvermogen. Zegevierend komt ze uit deze exercitie.

Tolerantie tegenover mensen die een andere - of geen - God aanbidden, is een betrekkelijk recent verschijnsel, een van de mooie dingen die de Verlichting ons heeft gebracht. Weinigen hebben het ideaal van de godsdienstige verdraagzaamheid zo welsprekend onder woorden gebracht als de 18de-eeuwse Duitse schrijver Lessing in het toneelstuk Nathan der Weise. De Joodse koopman Nathan ontmoet er de Arabische held Saladdin en een christelijke kruisridder. Na veel getwist en geharrewar komen ze tot de conclusie dat ze onmogelijk met zekerheid kunnen zeggen wie van hen de ware godsdienst belijdt. Het enige wat rest is te proberen de anderen te overtreffen in liefde voor God en de medemens. In haar jongste boek De nieuwe religieuze intolerantie haalt de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum dit stuk aan als een van haar inspiratiebronnen.

Zoals al uit de titel blijkt, maakt Nussbaum zich zorgen over de houdbaarheid van de met zoveel moeite tot stand gebrachte tolerantie. Zowel in Europa als in de VS signaleert ze oprispingen van intolerantie, met name tegenover moslims. Ze noemt het verbod op de bouw van minaretten in Zwitserland, het boerkaverbod in de openbare ruimte in Frankrijk, ItaliŽ en BelgiŽ en acties tegen moskeeŽn of beoogde moskeeŽn in Amerika.

Het is natuurlijk niet nieuw dat aanhangers van minderheidsreligies met wantrouwen of erger tegemoet worden getreden. Nussbaum noemt joden, rooms-katholieken, mormonen en Jehova's getuigen. Volgens haar is angst daarbij de drijfveer. Achteraf valt dan gemakkelijk vast te stellen dat die angst onnodig en misplaatst was. Nussbaum: 'Het was volkomen onwaarschijnlijk dat joodse bankiers een complot hadden beraamd om in Europa de macht te grijpen. Het was volkomen onwaarschijnlijk dat gelijkberechtiging van rooms-katholieke immigranten tot de ondergang van de Amerikaanse democratie zou leiden. (...) En toch werd dit alles in brede kring geloofd en heeft dat geloof niet alleen tot discriminatie geleid, maar ook tot geweld.'

De spontane maar ongegronde angst [de reactie is een reactie op eenn actie: niet aanpassen, en de afkeer is die van weerzinwekkende gewoontes - chinezen worden gewoon geaaccepteerd] voor religieuze minderheden kan worden omgesmeed tot een politiek instrument. Martha Nussbaum geeft een klassiek voorbeeld: de Protocollen van de Wijzen van Zion, een begin 20ste eeuw door de Russische geheime dienst in omloop gebracht vervalst document dat voor de nazi's een soort bijbel was en nog steeds circuleert in antisemitische kringen. De Protocollen zijn zogenaamd een verslag van een geheime vergadering van joodse leiders die een strategie uitstippelen om de macht te grijpen. Nussbaum maakt een overtuigende analyse van het effect. 'Een groep mensen die eigenlijk heel zwak is en te lijden heeft onder maatschappelijke achterstanden wordt door de auteur getoond als overweldigend sterk en gereed voor een plotselinge machtsovername. De rest van de Europese bevolking (...) wordt (...) afgeschilderd als zo goedgelovig en naÔef dat ze volkomen hulpeloos is. De auteur maakt dit scenario plausibel door er hier en daar een spoor van waarheid doorheen te mengen, zoals verwijzingen naar joodse successen in de bankierswereld.'

Nussbaum vergelijkt de politisering van de angst in de Protocollen met de manier waarop extreme islamhaters te werk gaan. Zoals Pamela Geller, wier blog Atlas shrugs 'het ontmaskeren van een vermeend islamitisch complot om de wereldheerschappij te veroveren' als belangrijkste doelstelling heeft. Of de Republikein Newt Gingrich die zijn afkeer van de komst van een islamitisch gemeenschapscentrum in de buurt van 'Ground Zero' in New York meteen maar in een wereldwijd kader plaatste: 'Amerika maakt een islamitisch cultureel-politiek offensief mee dat ernaar streeft om onze beschaving te ondermijnen en te vernietigen.'

Hier wordt een - in dit geval terechte - vrees voor terrorisme door extremistische, jihadistische moslims aangegrepen om een godsdienst en degenen die deze religie koesteren neer te zetten als verdacht. Misschien gaat Nussbaum iets te gemakkelijk voorbij aan een verschil: Joden, Jehova's en in moderne tijden ook rooms-katholieken hebben niet naar zoiets als wereldheerschappij gestreefd, terwijl de islam een extreem militante stroming kent die dat wel doet en daarbij geweld niet schuwt. Een nog grotere groep moslims stelt zich weinig tolerant op tegenover anders- of niet-gelovigen. Het neemt niet weg dat Nussbaum terecht opkomt voor godsdienstvrijheid voor aanhangers van alle religies, vanzelfsprekend ook de islam. [de godsdienst van de kinderoffers is niet gelijk]Ook haar schets van de mechanismen waarmee angst en afkeer wordt gewekt voor een hele, maatschappelijk over het algemeen niet al te sterk staande bevolkingsgroep, is treffend.

Op welke manier kan de politiek van de angst worden bestreden? Martha Nussbaum lanceert een driepuntenprogramma. Ten eerste moet er sprake zijn van 'deugdelijke [ik ben fatsoenlijk en jij niet] principes die te maken hebben met respect voor de menselijke gelijkheid'. [mensen zijn niet gelijk, noch groepen] Ten tweede dienen de voorvechters van religieuze tolerantie te beschikken over goede argumenten en moeten ze uitkijken voor de valkuil om niet '(...) een minderheidsgroep de een of andere fout (te) verwijten die ook in de meerderheidscultuur alomtegenwoordig is'. Last but not least is empathie vereist, bereidheid zich in anderen in te leven en verbeeldingskracht die dat mogelijk maakt. [degenen die migreren moeten zich inleven en aanpassen en als ze dat niet doen, zijn ze potentieel gevaarlijk]

Gewapend met principes, argumenten en inlevingsvermogen ontrafelt en weerlegt Nussbaum vervolgens de pleidooien voor een boerkaverbod. En dat doet ze prachtig. Vormt het dragen van een boerka een bedreiging voor de veiligheid? 'Het enige wat ik erover kan zeggen, is dat als ik in de Verenigde Staten of Europa een terreuraanslag zou willen plegen, en ik niet achterlijk was, een boerka wel het laatste zou zijn wat ik zou willen dragen, omdat die manier van kleden de aandacht trekt en wantrouwen oproept.'

Maar een boerka is toch een symbool van mannelijke overheersing? Kan zijn, meent Nussbaum, maar waarin verschilt de boerka dan van seksplaatjes en doorzichtige kleding? [een boerka is een symbool dat hoort bij de terrroitische stroming] Degenen die dit argument aanvoeren voor een verbod stellen zich op als 'een hinderlijk bemoeizuchtig ministerie van Feminisme.(...) De manier om met seksisme om te gaan, niet alleen in dit geval, maar in alle gevallen, is gelegen in overreding en het goede voorbeeld geven, niet in het inperken van de vrijheid van anderen.' En zo gaat ze nog even door.

Zegevierend komt ze tevoorschijn uit deze intellectuele exercitie. Dat is mooi en belangrijk. Maar zullen waardevolle principes [ik ben fatsoenlijk en jij niet], doordachte argumenten[ mijn arguemtn zijn deugedelijk en die van jou niet], empathie en messcherpe intelligentie [mijn intelligentie is messcherp en die van jou niet] in de praktijk voldoende zijn om de golven van angst - denk aan de grote opwinding na de recente aanslag in Boston - en het politieke misbruik dat ervan kan worden gemaakt te beteugelen? Staan niet juist Nussbaums 'deugdelijke [ik ben fatsoenlijk en jij niet]principes', gelijkheid, (godsdienst)vrijheid en rechtsstatelijkheid onder druk? Wie staat er nog open voor de wijze woorden van Lessings Nathan?


Martha Nussbaum: de nieuwe religieuze intolerantie.
Uit het Engels vertaald door Rogier van Kappel.

Ambo/Anthos; 320 pagina's; euro 24,95.


IRP:    Omdat Protocollen of Geller ongelijk hebben, wil dat niet zegen dat de islam onschuldig is


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]