De Volkskrant, 21-07-2012, door Maurice de Hond, opiniepeiler .2010

Schnitzler misprijst 'klootjesvolk'

Filosoof Hans Schnitzler wil niet weten hoe 'ons soort mensen' er op vele terreinen een potje van hebben gemaakt.


In zijn column van 16 juli maakt Hans Schnitzler het zo bont dat ik het niet kan laten hem en de lezer te wijzen op zowel feilen in zijn feitenkennis als zwakheden in zijn redenaties.

In het eerste gedeelte van zijn column beweert hij dat statistici zich alleen met de gemiddelden bezighouden en de uitzonderingen negeren, terwijl die toch vaak de toekomst bepalen. Schnitzler speelt het daar zelfs klaar om Hitler te gebruiken om zich tegen de statistiek af te zetten. Volgens Schnitzler 'valt in een statistisch universum een dergelijke fenomeen buiten de boot'.

Nu zou ik sowieso niet weten hoe je statistiek en Hitler in deze vergelijking aan elkaar kan koppelen. Maar ook zijn basisbewering dat statistiek of statistici zich vooral richten op het gemiddelde is klinkklare onzin. Statistiek, mits goed uitgevoerd, helpt onder meer de kansen te berekenen van bepaalde gebeurtenissen. Het is slim bij beleid je zowel te richten op wat vaak gebeurt (rondom het gemiddelde) als rekening te houden met wat er heel af en toe kan gebeuren (bij de uitersten). Denk maar aan de berekening van de benodigde hoogte van dijken in verband met overstromingsgevaar.

Schnitzler eindigt dat deel met: 'Het statistische ideaal als maatschappelijk fenomeen normeert te allen tijde en zet aan tot conformisme (...) Binnen een dergelijke leefervaring raakt de gedachte dat het gewone niets bewijst en het uitzonderlijke alles, uit de gratie.'

Als ik de samenleving van vandaag bekijk, zie ik absoluut niet dat het statistisch ideaal een belangrijk maatschappelijk fenomeen is. Integendeel, ik zie juist een steeds grotere verscheidenheid en mogelijkheden van individuen om zich op allerlei manieren te ontplooien en van zich te laten horen. En van Schnitzlers bewering dat het uitzonderlijke (bijvoorbeeld Hitler of Einstein) alles bewijst en het gewone niets, begrijp ik werkelijk niets. Het lijkt me het omgekeerde te zijn van 'uitzonderingen bevestigen de regel.'

In het tweede gedeelte van zijn column schakelt Schnitzler vervolgens over op zijn favoriete haatonderwerp: opiniepeilingen. Nadat ik de vorige keer als kletskous en onruststoker was weggezet, zijn dit keer opiniepeilingen een 'hogere vorm van roddelkunde'.

Kolossale fout
In beide columns maakt Schnitzler echter een kolossale fout, die alles zegt over zijn mensbeeld en tegelijkertijd de hele basis onder zijn redenering weghaalt. Hij stel namelijk in zijn laatste column: 'mensen en hun meningen vertonen immers de ongemakkelijke eigenschap om de haverklap en zonder aanwijsbare redenen te veranderen'. En in een eerdere column stelt hij 'Die voorkeuren zijn namelijk afhankelijk van de stemming van het moment en kunnen als bij toverslag omslaan'.

In de laatste tien jaar dat ik bezig ben met Peil.nl heb ik regelmatig onderzoeken herhaald van jaren ervoor. En dan blijkt juist hoe constant de mening is van kiezers. Als meningen wel veranderen, zijn er vrijwel altijd aanwijsbare redenen voor.

Zo gaat een groot deel van het verslag van mijn peiling van afgelopen zondag (zie peil.nl) over vijf factoren die op dit moment samen op een zeer sterke manier bepalend zijn voor de keuze van kiezers. Opleidingsniveau, standpunt over Europa, immigratie en aanpak begrotingstekort, alsmede de mate van kerkelijkheid hebben daarbij grote invloed.

Maar wat Schnitzler doet, en wat ik veel vaker ben tegengekomen bij mensen op bepaalde plekken in politiek, media en op universiteiten, is dat hij een standaardtruc met een dubieuze doelstelling toepast. Door te stellen dat de meeste mensen zomaar en snel van mening kunnen wisselen (laten we maar even zeggen: 'het klootjesvolk') hoef je er dus geen aandacht aan te besteden. Want morgen denken ze er toch weer heel anders over. Maar impliciet zeggen Schnitzler c.s. daarbij eigenlijk ook: 'Zo ben ik niet. Ik heb wel een goede studie gehad en ik denk er wel goed en zorgvuldig over na. Aan mijn mening moet wel waarde worden gehecht.'

Zij willen helemaal niet geconfronteerd worden met meningen van die andere mensen. Vooral niet als die anders zijn dan de eigen mening of - nog erger - confronterend zijn omdat die mening laat zien hoe 'ons soort - gestudeerde - mensen' er op vele terreinen een potje van hebben gemaakt.

Ik signaleer al twintig jaar dat zich een steeds grotere onvrede ontwikkelt binnen een aantal lagen van de samenleving. Uit de peilingen blijkt onder meer dat er inmiddels een groot verschil is in beoordeling van allerlei zaken tussen mensen met een hogere en mensen met een lagere opleiding. Alsof ze in twee parallelle werelden leven. Ik noem de onrust al lang een veenbrand.

Als dom weggezet
Die is niet ontstaan, zoals mensen als Schnitzler vaak zeggen, omdat Fortuyn onrust creŽerde. Die is ontstaan omdat degenen die de verantwoording hebben voor onze samenleving steeds minder lijken te weten wat zich echt afspeelt en zich door hun beleidsmaatregelen van die groepen vervreemden. Zij zijn verantwoordelijk voor ongebreidelde schaalvergrotingen en hebben onder meer slecht toezicht gehouden op banken, woningcorporaties, onderwijsinstellingen et cetera.

Niet zij dragen de lasten van die blunders, maar de klanten, huurders, studenten, belastingbetalers. Zij hebben Europa de euro opgedrongen zonder dat daarvoor de basisvoorwaarden waren gecreŽerd, maar roepen vervolgens dat alleen meer Europa ons kan redden. En iedereen die daar anders over denkt, wordt als dom weggezet.

Dat we daardoor inmiddels in een ongekend explosieve situatie zijn geraakt, lijkt men niet te willen beseffen. Een mengsel van grote werkloosheid in zuidelijke landen, ongekend forse bezuinigingen die er nog aankomen en het rondpompen van miljardensteun met een beroep op een solidariteit die er in de basis niet is, kan bijna niet anders leiden dan tot een grote knal. Helaas kent de Europese geschiedenis daar diverse andere voorbeelden van.

In Nederland lijkt het business as usual te zijn. De afgelopen tien jaar hadden we gedurende bijna eenderde van de tijd een demissionaire regering. Het politieke landschap wordt steeds gefragmenteerder en het zal nog moeilijker zijn om een stabiele regering te vormen. Men moet heel goed zoeken om ergens in de verkiezingsprogramma's iets te vinden over noodzakelijke hervormingen van de politiek of onze politieke cultuur. Maar die onrust wordt volgens Schnitzler (en anderen) niet gecreŽerd door degenen die binnen ons politieke landschap de verantwoordelijken zijn, maar door degene die zichtbaar maakt wat de gewone man ervan vindt. Want ik ben immers een kletskous en een onruststoker.

In Schnitzlers paradijs merk je niets van wat de bevolking ervan vindt. Die dient te volstaan met eens in de zoveel tijd naar de stembus te gaan en haar stem uit te brengen, geduldig te wachten welke regeringscombinatie er na drie tot zes maanden uit rolt en dan vier jaar later, of zoveel eerder als de politici willen, weer naar de stembus te komen.

Natuurlijk mogen die politici wel luisteren naar de mening van geleerden zoals Hans Schnitzler, maar laten we die politici en anderen van het old boys network in G'dsnaam niet afleiden door te meten en te publiceren wat de bevolking ergens over denkt, laat staan daarover ook nog vragen aan hen te stellen. Ik zou zeggen 'wantrouw de filosofen, negeer Schnitzler'.

MAURICE DE HOND

is opiniepeiler.
 




IRP:    Natuurlijk zijn die professoren hartstikke elite, en tegen 50Plus


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]