De Volkskrant, 28-12-2013, door Persis Bekkering 2010

De ernst als deugd

Hunkeren naar kennis

Ironie was niet besteed aan Susan Sontag. Misschien maakt dat haar dagboeken zo aantrekkelijk voor een twintiger van nu.


Tussentitel: Haar ideaal is samen te vallen met haar intellect, de rest doet er niet toe

Tijdens een werkcollege in Oxford riep de filosoof Stuart Hampshire, docent van Susan Sontag, eens gefrustreerd uit: 'O, Amerikanen! Jullie zijn zo serieus, jullie zijn net Duitsers.' Het was bedoeld als een afbrander, maar je had Sontag, toen 24, geen groter compliment kunnen maken. Ze vertelde het verhaal graag door, alsof ze een medaille had gewonnen.

Het leven was een serieuze aangelegenheid voor de Amerikaanse essayist, schrijver, intellectueel (etc.) Susan Sontag (1933-2004). In haar postuum gepubliceerde dagboeken, die ze sinds haar tienerjaren heeft bijgehouden, vind je geen letter ironie. Ernst is een deugd voor mij, schrijft ze in een passage. De talrijke schriften met haar aantekeningen zijn door haar zoon David Rieff bezorgd en in boekvorm verschenen als Reborn (Herboren) en As Consciousness is Harnessed to Flesh (Zoals de geest gebonden is aan het vlees); een derde deel is onderweg.

Uit iedere pagina spreekt een intens verlangen naar diepgang, naar waarheid, naar antwoorden op levensvragen als: hoe kan ik mezelf kennen? Hoe lief te hebben? Wat moet ik aan met de dood? Voor Sontag was het geen optie om die zoektocht te bedwelmen met luchtigheid, met 'Ach, wat maakt het uit', met het gemakkelijke antwoord van de ironie. Ze koos de lange weg, die van stapels boeken, van een bezeten consumptie van kunst en filosofie. Alsof haar leven ervan afhing.

Hoe anders leven we nu! 'Ironie zit in ons dna', schreef David Foster Wallace. Voor naoorlogse schrijvers in Nederland was ironie het enige schild tegen het leven, de generaties erna zijn ermee groot geworden. In de media is afgelopen jaar veel geklaagd en geanalyseerd dat Generatie Y, de twintigers van nu waar ik er een van ben, niet meer weten dat het ook anders kan, dat ironie ooit een pose was in plaats van de natuurlijke houding.

Misschien is dat wel de reden dat ik Reborn steeds zo hartstochtelijk herlees. Ik laaf me aan de ongeneerde pretentieusheid, de scherpe inzichten in levenskunst. Het is een grofkorrelig boek van snippers, krabbels, lijstjes, en toch heeft het de zuigkracht van een spannende roman. In het begin lees ik gretig, de pagina's hollen voort, om op het einde mijn hakken in het zand te duwen. Het boek begint (in 1947, als Sontag 14 is) meteen wezenlijk: met een lijstje geloofsovertuigingen. 'Het enige verschil tussen menselijke wezens is intelligentie', luidt nummer 3. Num- mer 6 omschrijft hoe de ideale samenleving eruit ziet, met een gecentraliseerde overheid en geen onderscheid tussen wettige en onwettige kinderen.

Later klaagt ze over 'de afschuwelijke tijdverspilling' van gezellig tafelen met haar stiefvader of van oppervlakkige conversaties. In die tijd had ze makkelijk een boek kunnen lezen (ze somt er zo'n twintig op die ze moet aanschaffen, goede boekentips voor de lezer). Nog voor haar 15de leest ze De Toverberg van Thomas Mann, 'The finest novel I've ever read', dat ze vaak zal herlezen. De jonge Sontag heeft dan al een helder gearticuleerde potica. Haar ideaal is samen te vallen met haar intellect, de rest doet er niet toe. Met seksualiteit zal ze de rest van haar leven worstelen (Sontag was biseksueel).

Waarom ze dit allemaal opschrijft, weet ze heel goed. Niet voor haar toekomstige biografen of uit bewondering voor andere dagboekschrijvers. Het dagboek, zegt ze, dient om jezelf te creren: 'Het is niet zozeer een verslag van mijn dagelijks leven, maar biedt er juist een alternatief op.'

Die ambitie komt in alle passages terug. Ze werkt verwoed aan haar educatie, schrijft nieuwe woorden op die ze heeft geleerd, jaartallen, films die ze nog wil zien. En dagboek bevat alleen notities van bioscoopbezoeken. Ze ging vrijwel elke dag, soms twee keer.

In haar eruditie is ze haast onmenselijk. Maar Sontag kan ook banaal zijn, al te menselijk, zoals in de lijstjes met goede voornemens. 'Minder glimlachen', gebiedt ze zichzelf, en 'Werk aan je figuur'. Onbedoeld wordt ze hier komisch, vooral als ze voor de zoveelste keer schrijft dat ze vaker moet douchen, wat ze haatte ('De laatste zes weken gaat dat best goed'). En ook zij bleek niet ongevoelig voor de moderne tijd. De laatste jaren voor haar dood schreef ze geen dagboeken meer, opgeslokt door internet.

Menselijk is ze ook in haar liefdesleven. Na haar echtscheiding van Philip Rieff, met wie ze op haar 18de trouwde, komt ze in twee moeilijke relaties terecht, met vrouwen die haar niet de liefde teruggeven die zij voor hen voelt. Het zijn treurige passages, waarin ze zichzelf de schuld geeft van haar ongeluk. Je bent toch zo slim, wil je haar vanaf de pagina toeroepen, waarom blijf je bij die vrouw?

Alleen z kan je kunstenaar zijn, beseft ze. 'I must distort my soul to write, to be free.' Dat is de prijs voor een leven zonder ironie: de onontkoombaarheid van pijn.



Susan Sontag: Herboren - Dagboeken en aantekeningen 1947-1963.
Uit het Engels vertaald door Joris Vermeulen.

De Bezige Bij, 336 pagina's; euro19,90.

Zoals de geest gebonden is aan het vlees - Dagboeken en aantekeningen 1964-1980.
De Bezige Bij; 543 pagina's; euro34,90.
 

IRP:   Zie op dezelfde dag Grunberg


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]