De Volkskrant, 08-03-2014, door Wilma de Rek .2010

Onder spinozisten

Razend populair in het buitenland, sterk opkomend in Nederland: Spinoza. Woensdag verschijnen twee boeken: een van en een over hem. Wat maakt de 17de-eeuwse filosoof nu zo aantrekkelijk?

Tussentitel: 'Door zijn uitgangspunt dat de natuur en god samenvallen en dat alles niet anders kan zijn dan het is, valt veel onzin weg'

Op een dag in 2001 zag Jan Knol (67), gereformeerd predikant te Smilde, in de trein een klein boekje liggen. Spinoza in 60 minuten heette het. Hij begon te lezen en achteraf blijkt dat het moment te zijn geweest waarop zijn leven veranderde. Niet dat Spinoza in 60 minuten zo'n meesterwerk was: eigenlijk was het een tamelijk beroerd geschreven boekje. Maar het ging wel over de ideen van Benedictus de Spinoza, in 1632 in Amsterdam geboren als Baruch, zoon van uit Portugal gevluchte joden, koopman, lenzenslijper en filosoof, in 1656 door de joodse gemeenschap in de ban gedaan - vermoedelijk vanwege zijn afwijkende opvattingen over God - en op zijn 44ste overleden. 'Die ideen, daar hadden ze ons tijdens de theologieopleiding nooit iets over verteld. Ik heb aan de VU gestudeerd h; een filosoof als Spinoza, daar hielden die gereformeerden je buiten.'

In de trein las Jan Knol dat Spinoza God niet zag als een koningachtig type dat vanuit de hoge hemel de aarde bestuurde, maar dat God en de Natuur n en hetzelfde waren; dat God eeuwig en eindeloos aanwezig is in al wat is, dus ook in de mens. Dat alles n is.

Het was, zegt Jan Knol, alsof alle dingen op hun plek vielen. Hij was dan wel gereformeerd predikant te Smilde, maar hij piekerde in 2001 heel wat af. Over de kerk die hij zag 'verdampen'; over de jongeren die niet meer kwamen, wat hij wel kon begrijpen ook, over zichzelf en zijn rol als predikant: 'Ik deed wat ik kon om mensen te bereiken. Op een gegeven moment stond ik zo ongeveer in mijn zwembroek op de kansel.'

Over God tobde Jan Knol nog het meest. Hij werd geacht te vertellen dat God verantwoordelijk was voor al het goede en het mooie, maar dat je hem de ellende in de wereld niet kwalijk mocht nemen. Als je kanker kreeg of een ongeluk, dan kon God daar niks aan doen. 'Ik kon dat maar moeilijk geloven. Ik dacht: er gaat toch niets buiten Gods almacht om? God is toch geen mietje? Zo'n eindeloos en almaar uitdijend heelal wordt toch niet bestuurd door een mietje?'

Toen Jan Knol Spinoza in 60 minuten uit had, kocht hij Spinoza's belangrijkste werk, de Ethica, en sloeg het open.

Het viel niet mee.

Deel 1, over God, begint met een aantal definities. Definitie 1: 'Onder 'zijns zelfs oorzaak' versta ik datgene, waarvan het wezen het bestaan insluit, ofwel datgene, waarvan de aard niet anders kan worden gedacht dan als bestaande'.

In definitie nummer 6 verscheen God op het toneel, het 'volstrekt oneindige wezen, dat wil zeggen een substantie, uit een oneindig aantal attributen bestaande, waarvan ieder voor zich een eeuwig en oneindig wezen uitdrukt'. Jan Knol liet zich niet uit het veld slaan. 'De Ethica moet je heel vaak lezen, dan begrijp je steeds meer. Het is een kwestie van oefenen. Vergelijk het met leren pianospelen. Je wordt steeds beter, maar vindt ook altijd weer nieuwe dingen.'

Na een aantal jaren lezen, herlezen, oefenen en begrijpen besloot Knol zelf een boekje over Spinoza te schrijven, een gemakkelijk boekje dat als introductie op het echte werk kon worden gebruikt door mensen die de Ethica net een tikje te pittig vonden. In 2006 verscheen zijn En je zult spinazie eten - Aan tafel bij Spinoza, filosoof van de blijdschap. Eigenlijk had er wat Jan Knol betreft 'filosoof van de blijvende blijdschap' moeten staan, want af en toe blij zijn is geen kunst; bljvende blijheid, daar gaat het om. Maar die nuance snapte de uitgever niet. Even goed werd het een leuk en leesbaar boekje, dat inmiddels aan zijn zevende druk toe is. Knol schreef nog twee andere boeken over Spinoza en hertaalde ook diens Korte verhandeling over God, de mens en zijn geluk, een van zijn eerste geschriften.

'Ik heb heel veel mensen aan Spinoza geholpen', zegt Knol. 'Ze noemen mij weleens de ambassadeur van Spinoza in Nederland.' Hij is er trots op: 'Ik ben geen universiteitsfilosoof, ik zit niet in wetenschappelijke kringen waar ze niks leuker vinden dan hun geleerdheid tonen door tegen elkaar op te bieden, elkaar af te zeiken en ingewikkelde taal te gebruiken. Iets zo opschrijven dat iedereen het begrijpt is veel lastiger. Er is niks zo moeilijk als gemakkelijk. '

Hij is populair, Spinoza.

Komende woensdag presenteren twee uitgeverijen een nieuw boek. De Wereldbibliotheek brengt een moderne vertaling uit van zijn Staatkundige verhandeling, het laatste werk dat Spinoza geschreven heeft en dat door zijn dood onvoltooid is gebleven. Daarin legt hij uit waarom de democratie de meest natuurlijke staatsvorm is. Het tweede boek verschijnt bij Prometheus en is van Henri Krop, universitair docent filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het heet Spinoza - Een paradoxale icoon van Nederland en gaat over de omgang van Nederland met Spinoza in de afgelopen eeuwen. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan de componist Theo Loevendie, die een oratorium over Spinoza in de maak heeft - het gaat nog dit jaar in premire.

Hij is ook net populair, Spinoza.

In zoverre: in Itali, in Frankrijk en in toenemende mate in de VS is hij veel populairder dan hier, zegt filosoof Miriam van Reijen. 'Als je kijkt wat dr uitgegeven wordt! Hoeveel mensen in Frankrijk op Spinoza promoveren. Echt groot is Spinoza in Nederland nog altijd niet, gek genoeg.' Van Reijen is net als Knol een ambassadeur van Spinoza in Nederland. Ze promoveerde in 2010 op zijn politieke filosofie aan de Universiteit van Tilburg, verzorgde de hertaling en inleiding bij de Brieven over het kwaad die theoloog Willem van Blijenbergh en Spinoza aan elkaar schreven, maakte vorig jaar het boek Spinoza in bedrijf over de praktische toepasbaarheid van zijn filosofie in het dagelijks leven, en ze is een van de drijvende krachten van de Vereniging Het Spinozahuis.

Die vereniging werd in 1897 opgericht door Willem Meijer, volgens zijn vrienden 'de meest ware spinozist sinds Spinoza', om het huisje in Rijnsburg te kunnen kopen waar Spinoza van 1661 tot 1663 had gewoond, zoals Meijer had ontdekt. De filosoof en lenzenslijper was er kostganger geweest in het gezin van een chirurgijn. Twee kamers werden ingericht als museum, de rest bleef nog tot 2001 bewoond; het laatst door 'mevrouw Van Dam' die in ruil voor kost en inwoning de deur opendeed voor bezoekers en sterke verhalen over Spinoza en over zichzelf vertelde.

Ongeveer vijftienhonderd bezoekers per jaar komen naar Rijnsburg om het huisje van Spinoza te zien, vertelt de gepensioneerde natuurkundige die op een regenachtige dinsdag de deur opent voor de eerste en tevens laatste gasten van die dag; hij is een van de zeventien vrijwilligers die zes middagen per week de deur openen voor bezoekers. Ruim de helft daarvan komt uit Nederland, de rest vooral uit Itali, Frankrijk, de VS en Japan.

Vooral voor veel buitenlanders heeft een bezoek aan Rijnsburg iets van een bedevaart, zegt de vrijwilliger tijdens een uitgebreide rondleiding. Zelf is hij geen blinde aanbidder: 'Wat mij als natuurkundige aanspreekt, is Spinoza's wiskundige benadering van het universum. Ik lees hem graag. Maar ik houd ook van Descartes.' Hij showt de bank waar Spinoza zijn lenzen sleep ('maar het is niet de echte hoor, en ik betwijfel of je aan deze bank berhaupt lenzen kunt slijpen'), laat de boekenkast zien waarin 159 boeken staan die Spinoza ook bezat ('maar niet deze exemplaren; deze zijn pas jaren na zijn dood bij elkaar verzameld door de vereniging') en wijst op de vitrines waarin een gastenboek ligt met gedichten en brieven van bewonderaars als Albert Einstein, David Ben-Goerion, Gerrit Achterberg, Herman Gorter en Albert Verwey ('die zijn echt').

'Verwey en de andere Tachtigers hebben eind 19de eeuw voor de eerste Spinozagolf gezorgd', zegt Miriam van Reijen een dag later in haar woning in Breda, waar de kasten en vloeren kreunen onder het gewicht van de boeken over haar favoriete denker. 'Gorter heeft de Ethica vertaald, in 1895. Een tweede opleving zag je in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in Frankrijk en Itali; daar is de belangstelling altijd gebleven.' En in het begin van deze eeuw publiceerde de Britse historicus Jonathan Israel zijn drieluik over de radicale denkers van de Verlichting, waarin hij aan Spinoza de hoofdrol toekende.

Zelf kreeg Van Reijen tijdens haar studie filosofie in Nijmegen niet veel over Spinoza te horen, en lezen deed ze hem evenmin. Dat kwam een paar jaar later. Maar toen was het ook raak. 'Ik ben begonnen met de Ethica, werd daardoor gegrepen en las daarna zijn andere werk. En ik was het in lles met hem eens. Dat was een ontdekking, want bij alle andere filosofen die ik tot dan had gelezen, kwam er altijd een moment waarop ik afhaakte. Sartre, Schopenhauer, zelfs de stocijnen: op een gegeven moment kwam er een punt waarop ik dacht: o, nee. Dat punt heb ik bij Spinoza nog steeds niet bereikt.'

Een van de dingen die haar in Spinoza raakten, is zijn opvatting dat de passies - in de betekenis van 'negatieve emoties' - ontstaan door het denken, en dat ze daarom een filosofisch thema zijn; door kritisch nadenken kun je van die passies genezen en zo een gemakkelijker en gelukkiger leven hebben. 'Door zijn filosofische uitgangspunt dat er geen persoonlijke god is, maar dat de natuur en god samenvallen en dat alles niet anders kan zijn dan het is, valt veel onzin weg. Het betekent dat je geen vrije wil hebt, dat toeval niet bestaat, dat je je niet druk hoeft te maken over het hiernamaals.'

Spinoza heeft, zegt Van Reijen, geen al te hoge verwachtingen van de ratio. 'Die is door hem eigenlijk op haar plek gezet: ingeklemd tussen het lichaam met de verbeelding aan de ene kant en het intutieve weten aan de andere. De rede is wel gewillig en ook best nuttig, maar ze wordt door de minste verleiding overruled. Als je accepteert dat er maar n werkelijkheid is, namelijk dat wat er is: het uitdijend universum waarbinnen alles gebeurt op een binnen de natuur noodzakelijke manier, dan zit je opeens in deel 5 van de Ethica: het intutieve inzicht dat een duurzame gelukzaligheid geeft.'

Waarmee Spinoza de mens niet reduceert tot een passieve lamzak, volgens Van Reijen. 'Nee, want het streven, het willen, zit k in de aard van het beestje. Dat de vrije wil niet bestaat, wil niet zeggen dat er geen vrijheid is. Ieder mens wordt naar bepaalde zaken getrokken - een studie, een persoon, wat dan ook. Dat gebeurt niet uit vrije wil, je wordt immers getrokken en dat ervaar je als willen. De vrijheid bestaat erin dat je vervolgens ook naar die persoon toe kunt of die studie kunt volgen. Vrijheid is het niet belemmerd worden in datgene waar je, genoodzaakt door de mens die je bent, naartoe wilt.'

De derde ambassadeur van Spinoza in Nederland heet Stan Verdult (72). Vanuit zijn huis in Maastricht verzamelt de voormalig sociaal werker elke snipper publiciteit over de filosoof om die, voorzien van commentaar, op zijn blog (spinoza.blogse.nl) te zetten. Verdult begon zijn blog in 2007, na het overlijden van zijn vrouw. 'De eerste maanden na haar dood was ik alleen maar bezig met opruimen, mezelf overeind houden en rouwen. Na een half jaar vond ik dat ik weer onder de mensen moest komen en ik besloot naar een cursus van de Hovo te gaan, een instelling die academisch onderwijs voor ouderen verzorgt. Er was er een over de Tractatus theologicus politicus van Spinoza en daar heb ik me na enig aarzelen - dat boek gaat erg over de Bijbel - voor opgegeven. In de voorbereiding erop las ik alles over Spinoza wat ik kon vinden en met name de biografie van Steven Nadler uit 1999 maakte grote indruk.'

Na de cursus besloot Verdult een blog te beginnen: 'Eerst vooral als plek om de discussie over Spinoza met mijn medecursisten te kunnen voortzetten. Maar al snel groeide het uit tot mijn eigen plek.' Heel soms neemt Verdult een 'pc-loze dag', maar de drang om over Spinoza te lezen en te schrijven is sterk. 'Ik heb me mijn hele leven in filosofen verdiept en ik ben ook gek op mensen als Hannah Arendt , Peter Sloterdijk en Jrgen Habermas. Maar Spinoza is de eerste filosoof die ik helemaal wil doorgronden. Spinoza heeft mij een nieuwe levensvervulling gegeven.'

Bang dat hij met zijn dagelijkse vijfhonderd volgers een soortement sekte gaat vormen, is Verdult niet. 'Ik ben geen missionaris die iedereen aan Spinoza wil krijgen, die gedrevenheid heb ik niet. Ik zie mijn werk meer als service.' Ok: na de zoveelste oeverloze internetdiscussie over de uitleg van een bepaalde zin denkt hij ook weleens: we zijn niet anders dan de calvinisten van vroeger. 'Maar als je wilt uitleggen hoe je iets genterpreteerd hebt, s het ook moeilijk om niet te vervallen in scherpslijperij.'

Jan Knol ziet Spinoza ook al niet als zijn nieuwe God. 'Absoluut niet, ik vereer hem niet, ik vind hem ook geen profeet. Maar ik vind hem wel geniaal. Hij laat ons iets van de waarheid zien.'

Wat zoveel mensen in Spinoza aantrekt? 'Ik weet het niet precies', zegt Miriam van Reijen, 'en ik denk dat veel mensen het zelf niet eens kunnen vertellen. Er is een mooie tekst van de Franse filosoof Gilles Deleuze, waarin hij uit De fikser van Bernard Malamud citeert. De hoofdpersoon houdt van de Ethica. Op een dag komt hij bij de rechter, die hem vraagt wat hij daar eigenlijk zo goed aan vindt. Waarop de fikser antwoordt: 'Dat weet ik ook niet meneer de rechter; maar als ik dat boek lees, word ik een ander mens.'


Tussenstukken:
Wie is Spinoza?

Spinoza is de belangrijkste filosoof die Nederland heeft voortgebracht. Hij werd in 1632 geboren in Amsterdam als Bento de Spinoza, zoon van Portugees-joodse vluchtelingen, en overleed in 1677 als Benedictus de Spinoza in Den Haag. Zijn filosofie vormde een breuk met het middeleeuwse wereldbeeld waarin God en de wereld als twee verschillende dingen werden gezien, met God als schepper aan de ene kant en de wereld met Zijn schepseltjes aan de andere. In Spinoza's filosofie is van zo'n tweedeling geen sprake. God is een eeuwige, onpersoonlijke substantie, die volledig samenvalt met het universum en die niet kan straffen, belonen of de gehaktballen zegenen. In 1656 raakte Spinoza in conflict met de leiders van de Amsterdamse sefardiem, die vervolgens de hardvochtigste banvloek ooit over hem uitvaardigden. Spinoza zei de joodse gemeenschap vaarwel. Hij is nooit getrouwd maar had wel een hechte vriendenkring. Tot zijn talloze latere bewonderaars behoren Goethe, Hegel en Albert Einstein.

MEER LEUKE SPINOZABOEKEN:
Rudi Rotthier: De naakte perenboom - Op reis met Spinoza
Verslag door de Vlaamse journalist/schrijver Rotthier van zijn reis langs de plekken waar Spinoza heeft gewoond en gewerkt. Atlas Contact (2013)

Steven Nadler: Spinoza
De beste biografie die tot dusver over Spinoza is geschreven. Biedt tevens een zeer gedetailleerde inkijk in het Amsterdam van de 17de eeuw. Atlas Contact (1999)

Antonio Damasio: Het gelijk van Spinoza - Vreugde, verdriet en het voelende brein
Neurobioloog legt uit dat Spinoza's opvattingen over de verhouding tussen lichaam en geest worden bevestigd door modern hersenonderzoek. Wereldbibliotheek (2003)

Irvin D. Yalom: Het raadsel Spinoza
De Amerikaanse psychiater/schrijver vlecht in deze fijne bestseller de levens van Spinoza en van de fascist Alfred Rosenberg behendig door elkaar. Balans (2012).

Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]