De Volkskrant, 04-05-2013, door Ilse Raaijmakers, werkt aan een proefschrift over de 4-mei-herdenkingen

2008

'4 mei zoals die bedoeld is' bestaat niet

In de eerste naoorlogse jaren werden vooral gevallen helden herdacht. Willen we daar naar terug?


Tussentitel: Pas vanaf de jaren zeventig gaat het op 4 mei over de Shoah

Het is de laatste jaren een veel geuite klacht: op 4 mei herdenken we alles en iedereen. Volgens critici is het brede en algemene karakter van de Dodenherdenking nietszeggend. 'Wie alles herdenkt, herdenkt niets', concludeerde historicus Jolande Withuis afgelopen september in de Volkskrant. Ook organisaties van christenen, joden en moslims - verenigd in het zogenoemde Ca´ro-overleg - uitten hun onvrede in een brief aan het Nationaal ComitÚ 4 en 5 mei in november 2012. Door de verbreding van de 4-mei-herdenking is het volgens hen niet meer duidelijk wie we herdenken en waarom.

Tot slot schreef deze week Hans Vuijsje, directeur-bestuurder van de Stichting Joods Maatschappelijk Werk, dat de Joodse gemeenschap in Nederland diep gekwetst is door de verbreding van de Nationale Herdenking (Opinie & Debat, 1 mei).

Wat zou hieraan te doen zijn? De oplossing ligt volgens deze critici voor de hand: weer duidelijk afbakenen wie we wel en wie we niet herdenken op 4 mei en waarom. Volgens hen moeten we daarvoor teruggaan naar de 'basis' of de 'oorsprong' van de Nationale Herdenking. Daarmee bedoelen ze dat 4 mei weer moet draaien om de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Op dit moment herdenken we namelijk iedereen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is omgekomen of vermoord, dus ook de Nederlandse militairen die na 1945 zijn gesneuveld. Om twee redenen denk ik dat dit voorstel de problemen met veralgemenisering en vervlakking niet oplost.

Allereerst biedt 'terug naar 1940-1945' geen oplossing voor de problemen met het zogenoemde 'grijze verleden'. Een omstreden punt in de 4mei-herdenkingen is het vervagen van het onderscheid tussen daders en slachtoffers. De discussies van afgelopen jaar - een gedicht over een Nederlandse SS'er bij de herdenking op de Dam en het herdenken van Duitse soldaten in Vorden - illustreren dit.

Al decennialang wordt het zwart-wit-beeld van de oorlog, dat alle Nederlanders 'goed' waren en alle Duitsers en collaborateurs 'fout', door historici gerelativeerd. De vraag is alleen hoe dit grijze geschiedbeeld van de oorlog kan worden vertaald naar herdenkingen. Met het beperken van 4 mei tot de Tweede Wereldoorlog sluit je weliswaar een groep omstreden slachtoffers - de IndiŰ-gangers - uit, maar dit grijze probleem los je niet op.

Ten tweede is de oplossing 'terug naar de oorsprong' van 4 mei misleidend. Ze veronderstelt dat in het verleden alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog op die datum werden herdacht. Dat is echter niet het geval. Al in 1961 besloot de Nederlandse regering onder druk van IndiŰ-veteranen om de herdenking op 4 mei uit te breiden zodat ook Nederlanders die na 1945 waren gevallen op die dag werden herdacht. Sindsdien hebben we de brede betekenis van 4 mei, al meer dan vijftig jaar. Als we dus zoeken naar een 'basis' van 4 mei zoals de critici die bedoelen, ligt die vˇˇr 1961.

Maar wie werd er vˇˇr 1961 dan herdacht op 4 mei? Volgens de richtlijnen van de toenmalige Commissie Nationale Herdenking waren dat 'allen die voor de vrijheid van het Koninkrijk zijn gevallen'. Dit was een selectieve groep van (geallieerde) militairen en verzetsstrijders. Na 1945 draaide 4 mei om het herdenken van 'helden', de mensen die hun leven actief hadden geofferd voor de vrijheid van het vaderland.

Andere slachtoffers van de oorlog, zoals de Joodse Nederlanders en andere burgerslachtoffers, kregen nauwelijks aandacht. Pas in de jaren zestig en zeventig kregen zij een (bescheiden) plek bij de Nationale Herdenking. Er is dus geen sprake van dat 4 mei 'weer' moet draaien om de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Sterker nog: we moeten helemaal niet willen terugverlangen naar een vermeende oorsprong van 4 mei. Die oorsprong lag in een naoorlogse samenleving in wederopbouw, die behoefte had aan positieve, zingevende verhalen van de oorlog.

Daarin speelde, zoals bekend, het verzet een grote rol. Tegenwoordig vinden we - op goede gronden - de Shoah veel belangrijker om te blijven herdenken. Die aandacht voor de Shoah staat op 4 mei kennelijk onder druk. Het is zorgwekkend dat veel Joden in Nederland zich kwetsbaar voelen, mede door het algemene karakter van de Nationale Dodenherdenking zoals Hans Vuijsje constateert. Daarvoor moeten we een oplossing vinden, maar die ligt niet in het verleden van 4 mei.
 

Red.:  Vanaf de jaren zeventig groeit de joodse invloed in de media


Naar Cultuur, multiculturalisme , Cultuur, eenheid , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]