De Volkskrant, 28-02-2015, door Michael Persson .2010

Silicon Valley minacht politici

De politieke en culturele elite moet niets hebben van technologie, denken ze in Silicon Valley, terwijl de internetondernemers daar juist alles van verwachten. En dat is dan weer behoorlijk naÔef.


President Obama waagde zich eerder deze maand in het hol van de leeuw en dat hol lag niet in Rusland, niet in SyriŽ, China, Iran of Noord-Korea. Nee, Obama was op Stanford University, in CaliforniŽ. In het hart van Silicon Valley, waar hij een toespraak hield over de digitale toestand van de wereld.

Hij kreeg natuurlijk luid applaus voor de grapjes en complimenten die hij uitdeelde aan de universiteit en alle bedrijven die daar hun wortels hebben. Toen kwam Obama bij zijn eigenlijke onderwerp: de risico's van de nieuwe technologie. Continu voeren hackers aanvallen uit op de Amerikaanse infrastructuur. Extremisten gebruiken dezelfde sociale media die zo goed zijn voor het verspreiden van westerse waarden als democratie en mensenrechten, zei Obama. Hacks en propaganda: twee bedreigingen voor de nationale veiligheid.

Om zich daartegen te wapenen, zei de machtigste man op aarde, had hij hulp nodig. Hulp van de bedrijven die deze technologieŽn hadden ontwikkeld. Hulp van Silicon Valley.

Toen bleef het stil.

Degenen die naast hem op het podium hadden moeten staan, waren er niet. Ondanks een uitnodiging van het Witte Huis waren de bestuursvoorzitters van Google, Facebook en Yahoo thuisgebleven. Obama moest het decreet dat Silicon Valley oproept tot samenwerking in zijn eentje tekenen.

Het incident maakte duidelijk hoezeer de relaties tussen Silicon Valley en Washington zijn veranderd. In de tweede helft van de twintigste eeuw stonden het bedrijfsleven en de overheid nog samen aan de wieg van alle technologische wonderen die hier het daglicht zagen. En Obama had zijn verkiezing in 2008 deels te danken aan de technische (datamining) en financiŽle steun van Silicon Valley. Maar de laatste jaren is de relatie op de klippen gelopen.

De surveillance-activiteiten van de NSA zijn de belangrijkste aanleiding. De technologiebedrijven, die daar aanvankelijk gewillig aan hebben meegewerkt, verzetten zich nu tegen de glurende overheid - al was het maar als klantenbinding.

Daarachter ligt een fundamentele argwaan van de internetwereld tegen alle oude dingen - waarvan het politieke systeem een van de oudste is. Die impliciete ideologie komt voort uit de tegencultuur van de hippies, die in de jaren zeventig een ideale voedingsbodem bleek voor het extreme individualisme van kapitalistische techno-anarchisten. Niet de politiek, maar de vooruitgang is hier de leidraad naar een betere wereld. En die vooruitgang, dat is Silicon Valley.

'Verander de wereld vanaf hier', staat er dan ook op de vlaggen die wapperen in de straten van San Francisco, waar jonge, slanke mannen en vrouwen op racefietsen naar de kantoren van Twitter, Square, Uber en Airbnb zoeven. Het is een vorm van idealisme die de wereld veel heeft gebracht. De digitale revolutie heeft de toegang tot kennis en de medemens ontegenzeggelijk verbeterd, de macht van overheden en grote bedrijven is gebroken. Nu is verandering een doel op zich geworden. Disruptie is het toverwoord - het woord waarmee alle regels mogen worden gebroken. Waarom zouden ze zich aan de spelregels moeten houden als ze het spel zelf veranderen?


Politieke ambitie

De politieke ambitie van Silicon Valley was een belangrijk onderwerp eind 2014 tijdens de Techonomy-conferentie in Half Moon Bay, een plaatsje onder San Francisco. Daar voerden de gevestigde en opkomende tech-ondernemers in een quasi-Schots landhuis op een klif aan de Stille Oceaan een grootse maatschappelijke discussie. Omringd door een gladgeschoren golfterrein en met personeel in Schotse ruit kwamen een paar honderd van hen bij elkaar om te kijken hoe het ervoor staat met het veranderen van de wereld. De titels van enkele van de discussies: 'Can tech lead to equality and peace?', 'How good can technology make our governments and communities?'

Dat klonk behulpzaam, maar daar, tijdens de discussies, werd duidelijk hoe een groot deel van Silicon Valley de politiek ziet: als sta-in-de-weg. 'De overheid is onwaarschijnlijk star', zei Peter Thiel, de multimiljonair en visionair die zijn geld verdiende met PayPal en Facebook. De briljante Thiel is een libertarian (voor maximale vrijheid, minimale overheid) die als voorbeeld geldt voor veel andere nerds die in de vallei hun geluk beproeven - zijn boek Zero to One, over de heilzame werking van techmonopolies, werd uitgedeeld aan alle deelnemers. 'Politici hebben zo weinig aanpassingsvermogen. Er zit een enorme kloof tussen Silicon Valley en Washington. Kijk ze nou. Allemaal juristen, historici en politicologen. Die mensen leven in de middeleeuwen. Wat kun je daarmee?'

Het dedain voor zittende politici, gecombineerd met een liefde voor sterke mannen en heilzame technologie, doet denken aan het Italiaanse futurisme van een eeuw geleden. De door de dichter Filippo Marinetti per manifest opgerichte beweging voorzag een nieuwe mens, in snelle auto's en vliegtuigen. De Futuristische Politieke Partij sloot zich later aan bij de fascisten van Benito Mussolini.

Hier in Silicon Valley is het futurisme springlevend. 'Ik ben bezorgd over de culturele en politieke reactie op onze technologische agenda', zegt Thiel. 'Onze culturele elite en al onze politici hŠten technologie. Kijk naar de films die uit Hollywood komen. The Terminator, The Matrix, Gravity - ze schetsen allemaal dystopieŽn. Silicon Valley en alles wat wij vertegenwoordigen, liggen erg in de clinch met de heersende modes in de westerse wereld. Dat is een merkwaardige paradox: mensen willen vooruit, maar zijn ongelooflijk reactionair.'

Silicon Valley heeft drie opties om daar iets aan te doen. De eerste is klassiek: lobbyen. Google is de een van de grootste pressiegroepen in Washington.

De tweede is de manier van dichter Marinetti: zelf de politiek ingaan. 'Er is maar ťťn manier om dit slechte systeem te verbeteren: er moeten betere mensen in komen', zegt David Burstein. Hij is oprichter van de campagne Run for America, een initiatief dat tien tot twintig 'hooggetalenteerde innovatoren, ondernemers en buiten-de-doos-denkers' in het parlement wil krijgen. 'Onze groep volksvertegenwoordigers zal bestaan uit oplossingsgerichte leiders die de technologie begrijpen', zegt Burstein, een twintiger met idealen. 'Als we een 21ste eeuwse overheid willen, dan moeten we die zelf worden.'

De derde manier is om de politiek te negeren, zoals Mark Zuckerberg (Facebook) en Larry Page (Google) twee weken geleden deden, toen zij de uitnodiging van Obama weigerden. Liever veranderen zij de wereld met hun producten. Google, bekend van de slogan Doe Geen Kwaad, is al lang geen zoekmachine meer, maar een dataverzamelaar. En wie de data heeft, kan de wereld optimaliseren. Facebook, bekend van de continue, persoonlijke berichtenstroom, wil de wereld verbeteren middels Facebook.org: internet voor iedereen. En dan volgt de rest vanzelf.

Dan zitten wetten alleen maar in de weg. Neem Google, dat van een Europese rechter het 'recht om vergeten te worden' moet erkennen en zoekresultaten moet wissen als mensen daar beargumenteerd last van hebben. Google lapt dat besluit aan zijn laars door op het internationale domein google.com alle resultaten gewoon te laten zien. Google is zijn eigen rechter.


Gek Europa

Onder de noemer 'Confronting the internet counter reaction' kwam de kwestie aan de orde, in Half Moon Bay. Vrij vertaald: hoe gaan we de strijd aan met het verzet tegen de internetbedrijven? Zo'n recht om vergeten te worden, een ingreep in de praktijken van Silicon Valley, werd door de meeste aanwezigen zachtjes weggelachen. Dat gekke Europa toch. Zelfs de Europeanen in het panel kozen voorzichtig de kant van Google. 'Google heeft toch deels gehoorzaamd', zei Karl-Theodor zu Guttenberg, de voormalige Duitse minister van Defensie die in de techwereld verzeild is geraakt. Ook Constantijn van Oranje, aanwezig namens de Europese Commissie, nam afstand van de rechterlijke uitspraak. 'Het is technisch onmogelijk dit van Google te vragen. Er zijn verwachtingen gewekt die niet kunnen worden waargemaakt.'

Ofwel: als een overheid of rechter ergens paal en perk aan stelt, dan gaat een zichzelf respecterend internetbedrijf er gewoon mee door. Niet het bedrijf moet zich aanpassen, maar de rest van de wereld.

Volgens Andrew Keen, schrijver van het onlangs verschenen boek The internet is not the answer en als huiscriticus aanwezig in Half Moon Bay, past dit in een patroon. 'De oude wereld is per definitie slecht in de ogen van Silicon Valley. Iedereen die de status quo vertegenwoordigt, wordt als slecht beschouwd. Terwijl de oude wereld heus zijn verdiensten heeft. Zelf ben ik een groot fan van hotels. Ik heb niets met Airbnb: geen anonimiteit, geen veiligheid, geen professionaliteit, geen privacy. Maar wie van hotels houdt, staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis.'


Cocktails

Hem baren de ongebreidelde ambities van de techbedrijven grote zorgen. 'Zijn die technologische ontwikkelingen allemaal goed? Puur omdat ze nieuw zijn? Dat betwijfel ik. Hotels, taxi's, winkels, kranten: ze worden allemaal vervangen, maar wat komt ervoor in de plaats? Ik zie lang niet altijd dezelfde kwaliteit. Straks gaat ook het onderwijs eraan, dat is absoluut rijp voor disruptie. Kijk naar die massale onlinecolleges. Het lijkt een democratisering van het onderwijs, omdat iedereen ze kan volgen. Maar zo houd je maar een handvol Harvard-professoren over die de lessen geven. Met elke golf vernietigt Silicon Valley een stukje van de middenklasse - de harde kern van het leven in de oude wereld.'

Een direct bewijs daarvan is te zien in Silicon Valley en San Francisco zelf. Het is niet meer te betalen voor de oude middenklasse. In de bar Trick Dog, waar mannen met baarden ingewikkelde cocktails schenken, zit Melesande Perera (34), een kindertherapeut. Vroeger woonde ze hier om de hoek, nu 30 kilometer naar het noorden, in Fairfax. Haar huur ging in twee jaar van 2.000 dollar naar 5.000 dollar per maand. 'Ze hebben een hele cultuur weggevaagd', zegt ze. 'Daar zijn dan kroegen als deze voor gekomen.'

Juist in hun eigen achtertuin weten de entrepreneurs van Silicon Valley weinig grote idealen waar te maken. Gelijkheid? In Palo Alto zitten op een paar kilometer afstand twee openbare basisscholen. De ene, tussen de villa's van Woodside, ligt er prachtig bij, met gebouwen in de kleur van vanille-ijs omringd door bomen en sportvelden. Er zijn aparte klaslokalen om te leren programmeren. Veel blanke kinderen: je kunt hier alleen naartoe als je in de buurt woont. Op een bord hangt een oproep om te doneren aan het Woodside School Fund: ze hebben 4.800 dollar per kind nodig. Zo stromen er tonnen extra dollars naar de school. 'De school is gratis, maar we krijgen je geld heus wel', zegt administratrice Tina Adolph tegen een belangstellende ouder.

Een paar blokken verder, in East Palo Alto, ligt de Cesar Chavez Elementary School, een afgebladderd schooltje vol Spaanstalige kinderen. Overal prikkeldraad en hekken: de logistiek van gevangenissen. Deze school is ook gratis. En heeft geen cent te makken. Hier geen miljoenenfonds van vrijgevige ouders. Dream Big, Work Hard, Give Back, staat er op de muur. Wat is er terug te geven?

Bij de conferentie in Half Moon Bay wordt ook getwijfeld. Het internetkritische boek van Keen zit ůůk in het tasje dat bezoekers meekrijgen. Genevieve Bell, antropologe bij chipbedrijf Intel, zegt het zo: 'De ideologie waarin we het internet hebben verpakt, is die van democratie, vrijheid en gelijkheid. Is die nog geldig? Waarheen leidt de technologie ons?'

Jack Dorsey, oprichter van Twitter, begint dan zijn idealistische verhaal over hoe zijn bedrijf decentrale communicatiekanalen heeft geopend, rechtstreeks van mens tot mens, zonder tussenkomst van machtige instanties zoals kranten en tv-zenders. 'We hebben de stem bevrijd. We hebben revoluties ontketend.'

Zeker: de Arabische Lente was deels te danken aan Twitter. Maar, vraagt iemand: is een Twitterrevolutie misschien zo snel dat er geen tijd is hem te laten bezinken en in te bedden in een nieuwe, blijvende infrastructuur? Waardoor er van die revoluties bijna niets is overgebleven?

Keen ziet vooral veel politieke naÔviteit in Silicon Valley. 'Misschien bedoelen ze het goed, maar de bolsjewieken bedoelden het ook goed. Het is zoals zoveel revoluties: ze hebben geen idee wat ze met de macht aan moeten als ze die eenmaal hebben. Hun moraal is die van kinderen: een blind vertrouwen in de toekomst. Dat iemand toevallig een wereldwijde nieuwe technologie heeft ontwikkeld, maakt hem niet moreel superieur aan de rest van de wereld.'


Tussenstuk:
Bonte sokken geven techman nerd-flair

Een beetje ceo van een techbedrijf in Silicon Valley draagt bont gekleurde sokken. Vooral die van het Zweedse merk Happy Socks zijn populair. Het bedrijf verkoopt opvallend veel gekleurde sokken in het noorden van CaliforniŽ. 'Ze zijn de belangrijkste pioniers', verklaarde Mikael Soderlindh, de baas van Happy Socks in The New York Times, 'dus ze hebben iets nodig om zichzelf te laten zien als pioniers en coole gasten'. De sokken zijn inmiddels een soort code voor topmannen in de Valley: een tegendraads, maar stijlvol statement om er niet helemaal uit te zien als een gewone zakenman. De baas van online taxidienst Uber begon ermee toen hij in pak naar bijeenkomsten moest. 'Ik wilde mijn nerd-flair behouden.'


17 miljoen dollar lobbygeld

Google is een van de bedrijven die het meeste uitgeven aan lobbyen in Washington. Volgens het Center for Responsive Politics gaf het bedrijf vorig jaar 16,83 miljoen dollar uit om de politiek te beÔnvloeden. Daarmee staat het bedrijf op plek 9 in de lijst van grootste lobbyisten. Bovenaan staat de Amerikaanse Kamer van Koophandel met ruim 124 miljoen dollar.

IRP:  

Naar Wetenschap en religie , Wetenschap lijst , Wetenschap overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]