De Volkskrant, 21-03-2014, door Alfred Pijpers, voormalig docent politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden 2010

Ook Joodse cultuur was 'made in Europe'

In de culturele reisgids Made in Europe had het bijna totaal uit Europa verdwenen Joods-Jiddische cultuurgoed wel wat meer aandacht kunnen krijgen.


Tussentitel: Joodse cultuur is weggevaagd door een bij uitstek Europees project

Niet de saaie Brusselse instellingen, maar grote Europese kunstenaars als Bernini, Vermeer, en Shakespeare vormen het 'bindweefsel van Europa', zegt Pieter Steinz in zijn pas verschenen culturele reisgids Made in Europe. Weg met de euroscepsis en de politieke malaise. Het pan-Europees cultuurgoed verenigt pas echt de Europese burgers. Daarop kunnen we allemaal 'trots' zijn. De hoogtepunten van die cultuur presenteert de auteur in een paar honderd sprankelende essays. Maar hij ziet wel wat over het hoofd.

Om te beginnen heeft het overgrote deel van de Europese burgerij nog nooit gehoord van Palladio, Brancusi, Malevitsj, Bausch of de tientallen andere 'iconen' die volgens Steinz 'in alle hoeken van Europa bekend zijn'. Deze beroemdheden binden niet een heel continent, maar een kleine bovenlaag van cultuurminnaars, die zich ook uitstrekt tot in Vancouver of Tokio.

Steinz probeert dit te ondervangen door ook nadrukkelijk de toegepaste en populaire kunstuitingen in zijn overzicht op te nemen, waaronder Kuifje, IKEA en het totaalvoetbal. Ja, dat verbroedert.

Met Leni Riefenstahl krijgt ook de kunst van het Derde Rijk een plekje. Geen punt, ook al is het niet helemaal duidelijk in hoeverre we 'trots' moeten zijn op de propagandafilms die zij voor Hitler heeft gemaakt. De Baedeker rekent Steinz eveneens tot het 'culturele dna van Europa'. Dat is dan hopelijk niet op basis van de gids die het vermaarde bedrijf in 1943 uitbracht over het Generaal-Gouvernement, het door de nazi's bezette, maar niet geannexeerde deel van Polen. In dat gebied was immers kort tevoren een groot deel van de Joodse bevolking vergast of doodgeschoten. Toeristen konden daar nu zorgeloos overnachten in hotels met een Duitse directie, of een kijkje nemen in het oude Krakau; 'jetzt judenfrei' volgens de altijd betrouwbare reisgids.

De Joodse cultuur in Europa komt er als zodanig wat bekaaid af. Daar hebben we kennelijk niet zoveel binding mee. Synagogen zonder beelden en schilderingen zijn natuurlijk ook niet zo mooi als de rijk gedecoreerde roomse kathedralen. Toch had ook die Joodse cultuur bij uitstek de 'grensoverschrijdende' kosmopolitische uitstraling die Steinz zo typerend vindt voor Europa.

Mede door de eeuwenlange vervolgingen in bijna alle Europese landen migreerden voortdurend tal van Joodse kunstenaars kris kras door het hele continent. Ze leverden overal een grote bijdrage aan muziek of letterkunde, aan architectuur en schilderkunst. Warschau, Vilnius, Minsk, Thessaloniki, Amsterdam en tal van andere Europese steden kenden vanouds bruisende Joodse gemeenschappen, vol expressionistisch Jiddisch theater, dichters, denkers en boekerijen.

Nog niet zo lang geleden is deze cultuur praktisch tot 'in alle hoeken van Europa' weggevaagd door middel van een project dat in alle opzichten (ideologisch, geografische reikwijdte, daders en slachtoffers) bij uitstek Made in Europe was. Uiteindelijk was het alleen buiten Europa nog veilig voor de Joodse componisten, acteurs en schrijvers die het geluk hadden de dans te ontspringen. In Amerika, Palestina, China en Zuid-Afrika. Dat zegt ook iets over het 'dna' van Europa.

Geen misverstand hier: kunstenaars van Joodse afkomst, zoals Kafka, Canetti, Weill en Mahler komen bij Steinz ruimschoots aan hun trekken, waar nodig compleet met vermelding van hun lotgevallen als vluchteling of gevangene. Hij plaatst hen alleen primair in allerlei literaire of kunsthistorische hokjes, zonder verder acht te slaan op hun Joodse achtergrond. Heel terecht voor zover die achtergrond nauwelijks terzake doet, maar uit consideratie met het bijna totaal uit Europa verdwenen Joods-Jiddische cultuurgoed hadden sommige 'iconen' toch wel wat meer aandacht kunnen krijgen.

Primo Levi bijvoorbeeld, die en passant wel wordt genoemd, maar niet als de auteur die als geen ander heeft verwoord wat de nazi's deden met het bindweefsel tussen mensen. Of Roman Vishniac, wiens indringende foto's uit de vooroorlogse Poolse shetls een nuttige aanvulling geven op de reisinformatie uit Baedeker.

Of anders Anne Frank, wier naam helaas niet voorkomt in het register van bijna drieduizend items. Van haar dagboek zijn in een stuk of dertig talen meer dan 25 miljoen exemplaren verkocht. Dankzij haar werk heeft het genre oorlogsdagboeken overal in Europa een enorme vlucht genomen. Via musea, films en theaterproducties wordt haar faam nog steeds over de hele wereld verbreid. Het is een beetje spijtig dat Leni Riefenstahl wel een plaatsje krijgt in een pan-Europese kunstgalerij, en dit grensoverschrijdende meisje, dat graag schrijfster had willen worden, niet.

Los hiervan blijft het de vraag wat cultuur precies vermag tegen de eeuwige Europese verdeeldheid. De Britse kunstenaar Damien Hirst heeft een paar jaar geleden een doodskop volgeplakt met diamanten. Een nogal prijzig kunstwerk (niet op de lijst) dat heel aardig de donkere en lichte kanten van Europa symboliseert. In een sympathieke poging het europessimisme te bezweren, laat Steinz ons alleen de flonkerende edelsteentjes aan de oppervlakte zien. Heel prachtig, zolang we maar beseffen dat onder al dat geschitter nog een ander gezicht van Europa schuilgaat.



Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]