De Volkskrant, 29-06-2013, door Haro Kraak
.2009

Journalistiek - Amerikaanse tegellichters

Diepgravend, progressief en gratis

Het is Paul Steiger gelukt een goedbemande onderzoekssite op te richten die het nieuws gratis verspreidt. Dat terwijl overal op onderzoeksjournalistiek wordt bezuinigd. Hij zoekt naar mooie verhalen die ook nog eens daadwerkelijk invloed hebben.


Tussentitel: Uitpluisstukken verkopen geen kranten, bekende gezichten wel

Paul Steiger heeft zich verslapen. Althans, met zoveel woorden zegt hij het niet, maar het is wel duidelijk. Uitvoerig en nederig excuseert de 70-jarige oprichter van journalistiek onderzoeksbureau ProPublica zich als hij om kwart over negen 's ochtends drie kwartier te laat de lobby van zijn hotel in komt lopen. 'Breakfast is on me', zegt hij en wijst naar de eetzaal van het Four Seasons George V in Parijs.

De dag ervoor was Steiger de hoofdspreker op de GEN News Summit, een congres over de toekomst van de journalistiek. Toen deze éminence grise van de journalistiek het woord nam, was de zaal doodstil.

Hij bestelt een American breakfast met roerei en voegt daaraan toe: 'Als het niet het einde van de wereld zou zijn, zou ik graag een Diet Coke willen. That would be great.'

Grappig dat een 70 jaar oude man de hoofdspreker is op een congres over de toekomst van de media.
'Hilarisch. Blijkbaar mag ik zeggen wat ik vind, denk en verwacht van de toekomst, omdat dat behoorlijk accuraat is gebleken in het verleden. Ik doe bij ProPublica hetzelfde als wat ik altijd heb gedaan: slimme mensen vinden en ze kansen geven. Ervoor zorgen dat mensen presteren.'

Steiger werkte vijftien jaar als managing editor bij The Wall Street Journal toen eind 2006 het rijke filantropenstel Herbert en Marion Sandler bij hem aanklopte. De Sandlers hadden net 2,6 miljard dollar overgehouden aan de verkoop van hun bedrijf Golden West Financial en wilden 10 miljoen per jaar aan journalistiek uitgeven.

Of Steiger een leuk idee had.

Hij bedacht ProPublica, een non-profit newsroom die zich louter richt op diepgravende onderzoeksjournalistiek, in de beste Amerikaanse traditie. Denk aan Watergate. Denk aan de Pentagon Papers. ProPublica noemt zichzelf journalism in the public interest, de journalisten focussen op alle plekken waar macht zit - politiek, Wall Street, goede doelen, media, universiteiten en wereldwijde handel.

Waarom kozen de Sandlers u als traditionele krantenmaker om een bedrijf te leiden dat vooral zou bestaan op nieuwe media?
'Ze kenden me. Ik at ongeveer één keer per jaar met hen en gebruikte hen als bronnen. Ik had het goed gedaan bij The Wall Street Journal en me gespecialiseerd in onderzoeksjournalistiek. Ach, u zou het aan henzelf moeten vragen. Wie vertrouw je in godsnaam 10 miljoen dollar per jaar toe?'

ProPublica is uitgesproken onpartijdig - van wie het geld ook komt. Inmiddels is dat nog slechts voor de helft van de Sandlers, die bekend staan als liberaal progressief. Zij hebben geen enkele redactionele invloed, verzekert Steiger, anders was hij er nooit aan begonnen. Hoewel de Sandlers ook miljoenen weggeven aan - onder meer - Human Rights Watch en burgerrechtenorganisatie ACLU, kan ProPublica kritisch over deze organisaties schrijven.

Alle producties komen op de site en worden daarnaast gratis weggegeven aan toonaangevende media als The New York Times, 60 Minutes, ABC News en The Washington Post. Zes jaar na de oprichting heeft ProPublica twee Pulitzers gewonnen, waaronder de eerste voor een online only productie, en heeft het met 35 man de grootste redactie van onderzoeksjournalisten ter wereld.

Steiger: 'Ik heb de Sandlers meteen verteld dat ik een redactie met fulltime verslaggevers wilde, zowel jong als oud, om een echte cultuur te creëren. Uiteindelijk waren het de jongeren die het digitale dna aan ProPublica gaven en ons het vooruitstrevende imago hebben bezorgd.'

Steiger is het schoolvoorbeeld van een Amerikaanse 'liberal': even extravert als hoffelijk en eloquent. Alles aan hem ademt journalistiek. Hij ziet er net zo uit als de iconen van de Amerikaanse onderzoeksjournalistiek Woordward en Bernstein. Grijze haren over een kalend hoofd gekamd, een blauwe blazer en een kaki chino met te wijde pijpen. Hij kan enthousiast vertellen over de kansen van datajournalistiek en burgerjournalistiek. 'En kijk naar de lange verhalen, still very much alive.' Tegelijkertijd is hij ongegeneerd materialistisch. Voor hij in januari een stap terug deed, van CEO en hoofdredacteur werd hij voorzitter, verdiende hij 570 duizend dollar bij deze non-profitorganisatie.

Hoe rechtvaardigt u uw salaris in de huidige journalistieke crisis?
'Ik begrijp de kritiek op mijn inkomen volledig, maar u moet het van mijn kant bekijken. Met bonussen opgeteld verdiende ik een paar miljoen per jaar in mijn vorige functie. Ik kreeg allerlei aanbiedingen. Toen de Sandlers mij polsten was ik al 65. Ik zei: prima, betaal me maar gewoon mijn basissalaris. Ik vond en vind dat fair. Nu werk ik nog maar 60 procent van de tijd en verdien ik 200 duizend dollar. En ik kan u verzekeren dat ProPublica dit mooie hotel niet betaalt. Dat doe ik gewoon zelf.'

Wordt u nooit moe van de eindeloze discussie over het redden van de journalistiek?
'Nee, journalistiek is cruciaal voor het functioneren van de samenleving, voor het controleren van de macht en het informeren van de bevolking. We moeten er alles aan doen om het niveau hoog te houden. Maar ja, als ik eerlijk ben, praat ik liever over mooie verhalen dan over hét verdienmodel dat de journalistiek nieuw leven inblaast. Dat ene allesomvattende model is er namelijk niet. De vorm die wij hebben gekozen met ProPublica is slechts een van de oplossingen.'

Even fronst hij zijn wenkbrauwen, om vervolgens te zeggen: 'Dit is trouwens het beste roerei dat ik ooit heb gegeten.'

Over welke mooie verhalen praat u graag?
'We hebben vanaf het begin gezegd dat het ons erom gaat verandering te bewerkstelligen. Het gaat er niet om hoeveel mensen op de link klikken, maar om wat onze stukken uiteindelijk teweegbrengen. Omdat wij met diverse media samenwerken hebben we geen vast publiek. We hoeven ons dus nooit af te vragen: wat zal ons publiek hiervan vinden? We kunnen maken wat we zelf belangrijk vinden. Ik zal u een voorbeeld geven van een mooi verhaal dat daadwerkelijk invloed had.

'Een verslaggever kwam erachter dat er in de VS op grote diepte geboord wordt naar schaliegas. Dat heet fracking, kort voor hydraulic fracturing (hydraulisch boren). Door deze praktijken ontstonden bodemverzakkingen en raakte het water vervuild. Zeer binnenkort zou met een nieuwe wet het boren ook toegestaan worden bij de waterreservoirs van New York, wat het drinkwater zou verpesten.

'We boden The New York Times het stuk aan, maar die waren niet geïnteresseerd. Uiteindelijk verscheen het in The Albany Times Union, een relatief kleine regionale krant. Nog diezelfde dag zei de gouverneur van New York, die in Albany woont, dat hij de wet niet zou ondertekenen.

'Zo zie je maar weer, het juiste medium is beter dan het grootste medium.

'Hetzelfde gebeurde met een stuk over misstanden onder verpleegkundigen in Californië. Het bleek dat verpleegkundigen na grove en fatale fouten zonder problemen aan de slag konden bij andere ziekenhuizen. Ons verhaal verscheen in The Los Angeles Times, waar ik mijn journalistieke loopbaan begon, en de gouverneur ondernam meteen actie. Dat is waar muckraking om draait. Naast buitenlandverslaggeving wordt er op niets zo veel bezuinigd als op onderzoeksjournalistiek en daarom...'

Een gebruinde man met een blauw jack onderbreekt Steiger om hem een hand te geven. 'Deze jongeman is zo dwaas om mij te interviewen', zegt hij tegen zijn vriend, die hij een moment later 'de beste advocaat van New York' noemt. 'Heb je de roereieren al geprobeerd hier? De beste die ik ooit heb geproefd.' Ze lachen en nemen afscheid. Steiger: 'Waar waren we?'

U legde het belang van onderzoeksjournalistiek uit.
'Juist. Deze vorm van verslaggeving levert minder op, want uitpluisstukken verkopen geen kranten, bekende gezichten verkopen kranten. Daarom wordt op onderzoek gekort. Wij vangen nu het gat op dat bij andere redacties is ontstaan. Diepgravende journalistiek kost nu eenmaal buitengewoon veel geld. Zelfs onze accountants vertel ik niet hoeveel één stuk kost, want ze zouden steil achterover slaan.'

Mij kunt u het wel vertellen, die accountants lezen toch geen Nederlandse kranten.
Luid lachend: 'Yeah right!'

Steiger kan het zich ook permitteren niet over geld te praten. Andere media zoeken naarstig naar manieren om geld te blijven verdienen met papieren uitgaven of winst te gaan maken op internet. 'Kranten waren een must, nu is het slechts fijn om er een te hebben.' Hij ziet wel mogelijkheden voor lokale media, omdat de tarieven voor journalisten de nul naderen, net als de prijs om te publiceren. En ook grote sites als Slate, Yahoo en de Huffington Post kunnen winst maken door heel veel bezoekers te trekken en advertenties te plaatsen. Maar die richten zich niet puur op onderzoeksjournalistiek zoals ProPublica.

Er is grote bewondering voor uw aanpak binnen het vak, maar is er ook veel interesse vanuit het publiek?
'Onze website is flink gegroeid, maar vergeleken met Huffington Post en Politico zijn we nog steeds klein. We trekken een half miljoen unieke bezoekers per maand. Maar ons publiek is wel invloedrijk. 15 procent van onze bezoekers is journalist. Het is een cliché, maar het gaat ons niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit.'

Waarom geeft u de artikelen gratis weg? Als u ze verkoopt, kunt u dat geld toch investeren in meer onderzoek?
'We hebben geen morele bezwaren tegen het verkopen van de artikelen. Toen we ProPublica bedachten, hebben we alleen besloten dat het niet handig was voor ons. Als je geld vraagt, brengt dat een extra kwestie om te bespreken op tafel. Meer onderhandeling betekent meer voorwaarden. Dat willen we niet. Daarnaast is het niet haalbaar. Het stuk over een ziekenhuis in New Orleans ten tijde van de orkaan Katrina, waarmee we de Pulitzer hebben gewonnen, kostte - ik zal het u alsnog verklappen - 300 duizend dollar. Wij kunnen moeilijk aan The New York Times vragen om dat op te hoesten. Of om de helft te betalen, dat is nog steeds een idioot bedrag. We adverteren wel op onze site, maar dat maakt slechts een klein deel van de omzet uit. We verkopen ook e-books via Kindle. Commercie is geen vies woord. We zijn heus niet heilig.'

Is onderzoeksjournalistiek gedoemd om een goed doel te zijn, of kan het nog commercieel worden uitgebaat?
'Als je alleen aan onderzoeksjournalistiek doet, wordt het te duur. Ja, ik weet wel een manier om geld te verdienen, maar ik maak mezelf er niet populair mee. Je kunt werken voor een hedgefonds of een private vermogensbeheerder. De informatie die journalisten achterhalen en sorteren is in potentie veel geld waard. Maar als het eenmaal gepubliceerd is, ligt het op straat en is het niets meer waard. Je zou die informatie vooraf kunnen verkopen. Dan help je dus mensen geld te verdienen, in plaats van dat je maatschappelijke verandering als doel hebt. Neem het verhaal over fracking. Met die kennis kunnen investeerders veel doen.'

Noem je dat geen voorkennis?
'Waarschijnlijk wel. Maar het is de enige manier die ik kan bedenken om geld te verdienen met onderzoeksjournalistiek.'

Dan excuseert hij zich weer. 'Mijn Blackberry denkt dat-ie slim is en verzet niet alleen de klok als je in een andere tijdzone komt, maar ook de afspraken in de agenda. In plaats van om 8.30 uur krijg ik dus om 2.30 uur een melding van onze afspraak. Belachelijk toch? Ik was gewoon nog aan het slapen, ja.' Hij lacht en neemt de laatste hap van zijn roerei.


 

IRP:  Steiger, Sandler: joods


 


Naar PVV  , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]