De Volkskrant, 09-09-2014, door LOES REIJMER FOTO'S DANIEL COHEN 2010

Uitgespit

Parlementair journalist Max van Weezel deed veertig jaar lang verslag van de vierkante centimeters op het Binnenhof. Nu dat tijdperk ten einde is, beschouwt hij opnieuw de journalistiek


Tussentitel: 'Vroeger liepen journalisten achter politici aan, nu lopen zij achter jou aan'
'In de periode dat ik me te pletter werkte, daalden de oplages en liepen adverteerders weg. Nu denk ik weleens: is het geen verloren leven geweest?'


Voor het radioprogramma Argos interviewde Max van Weezel onlangs Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent. Het gesprek ging over mediahypes, hijgerige journalistiek en beeldvorming. 'Dat interview was wel een eyeopener', zegt Van Weezel (63). 'Ik was van plan hem heel kritisch te ondervragen, maar hij blies me omver met zijn visie op de journalistiek. Ik vond het een inspirerend verhaal.'
Een paar minuten daarvoor is hij komen binnenstormen in het huis waar alleen rondslingerende kranten verraden dat de tijd niet heeft stilgestaan. Hij woont er al dertig jaar met zijn vrouw Anet Bleich, ook journalist en dochter Natascha, ˇˇk journalist.
De aanleiding voor dit interview is een telefoontje dat hij eind vorig jaar kreeg. Hij zat rustig aan de eettafel te schrijven toen Frits van Exter belde, zijn hoofdredacteur bij Vrij Nederland. Van Weezel werkt al bijna veertig jaar voor het weekblad, als politiek redacteur en columnist. Met die lange staat van dienst is hij een icoon binnen de Haagse journalistiek. 'Max', zei Van Exter, 'choqueert het je erg als ik vertel dat we met je column stoppen?' Ja, dat choqueerde hem wel. Voor het weekblad sjokte hij decennialang door de Haagse wandelgangen. Hij was een van de eerste journalisten die verslag deden van het gekonkel, de verhoudingen ßchter het parlementaire nieuws. Vanaf september wilde Vrij Nederland een nieuwe weg in slaan, vertelde zijn hoofdredacteur. Minder Haagse poppetjes, meer politiek en samenleving. Met andere woorden: exit column. Hoewel hij aan het weekblad verbonden blijft voor interviews en reportages, is zijn leven nu voor het eerst in jaren anders.
'Ik lÚÚfde als columnist: moest alle journaals zien, alle talkshows zien en alle andere columnisten lezen. Ik verplichtte mezelf het allemaal te volgen.' Lachend: 'Nou ja, dat gaf me wel het idee dat ik een druk en bevredigend bestaan leidde.'

Wat deed u als u in Den Haag was?
'Vooral gezellige dingen. Boekpresentaties met een borrel na, symposia met een borrel na, conferenties met een borrel na - alles in Den Haag heeft een borrel na. Het draait om socializen: niet de hele dag op de perstribune zitten.'

'Op safari' noemen sommige Haagse journalisten dat.
'Inderdaad. Of even langs 'de bontkragen': de voorlichters, de bontkraag om politici heen. Die vraag je of er nog nieuws is. Politici en voorlichters proberen ook weer via journalisten informatie over andere partijen te weten te komen. 'Zullen we even een kopje koffie drinken, Max?', luidt het verzoek dan - vaak wordt er bier bedoeld. 'Wij hebben het gevoel dat Diederik (Samsom, red.) niet zo goed ligt bij zijn fractie, denk jij dat ook?', zegt iemand van D66 vervolgens.'

Wat zijn ze dan aan het doen?
'Bedrijfsspionage, via jou. En daar doeje als Haags journalist weleens aan mee in de hoop er iets voor terug te krijgen. Een exclusief interview met Pechtold, bijvoorbeeld. Je moet investeren in je contacten en daarbij hoort dat journalisten ook veel vertellen.
'In Den Haag zijn de rollen langzamerhand omgedraaid, merk ik. Vroeger liepen journalisten achter politici aan, nu lopen zij achter jou aan. Journalisten hebben een beter netwerk, die trekken de hele dag door de wandelgangen.'

Is het niet te knus?
'Jazeker, het is heel knus.'

In 1993 zei u tegen dagblad Trouw dat verdere symbiose van voorlichters en journalisten een halt moest worden toegeroepen.
'Nou, dan heb ik de oorlog verloren. In de jaren negentig was de schok groot. Plotseling stond rond Wim Kok een haag van ambitieuze jongetjes die de boel overnamen, dat had de PvdA weer afgekeken van de Amerikaanse en Britse politiek. Voor die tijd belden journalisten van NRC, de Volkskrant of Vrij Nederland een minister gewoon op en stelden eisen: 'We willen een interview. Drie ronden van elk drie uur. Niet op kantoor, we doen het alleen als het bij jou thuis kan.' Een gesprek met een voorlichter erbij was niet doorgegaan, no way.
'Er zijn er nu veel meer voorlichters dan toen en journalisten zijn ook veel meer aan hen gewend. Het lijkt alsof zij ook in hun relatie met politici de regie naar zich hebben toegetrokken. Bij interviews krijg ik soms het idee dat een politicus nog wel even wil doorpraten, maar dan zegt de voorlichter: 'Helaas, het is tijd.'
'Je zit dicht op elkaar en dat is niet bevorderlijk voor een gezonde afstand tussen politici, voorlichters en journalisten. Een paar jaar geleden was ik de enige op de perstribune die alle begrotingsstukken nog had doorgeworsteld. De Haagse onderzoeksjournalistiek van vroeger, stapels stukken doorspitten en kijken of er licht zit tussen de begroting van Sociale Zaken en de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau, bestaat nauwelijks meer. Veel loopt via voorlichters die dingen zeggen als: je moet mijn minister eens ontmoeten, hij is veel aardiger dan je denkt. Die gesprekken gaan zelden over de inhoud van het beleid. De parlementaire journalistiek is een veredelde vorm van sportjournalistiek geworden: wie is de winnaar van de dag? Wie is de verliezer? Zo gaan die interviews ook: 'U heeft verloren, hŔ? Wat ging er door u heen?"

En dat is een klimaat waarin voorlichters goed gedijen.
'Ja, die zijn daar goed in. Ze zijn ook goed in het insteken van onderwerpen. Als voorlichters weten dat het ene dagblad met een negatief verhaal over de partij bezig is, proberen ze een ander dagblad op het idee te brengen een negatief verhaal over een andere partij te schrijven.
'Je wÚÚt dat het afleidingsmanoeuvres zijn, maar als journalist ben je blij met de gouden tip. Je wilt je plek in de pikorde behouden. Uiteindelijk bel je toch de redactie met de mededeling dat je een aardig verhaal over Slob hebt'

Heeft u dat ook geregeld gedaan?
'Best veel. Mijn column stond natuurlijk vol met dergelijke ditjes en datjes: 'Het zit toch niet zo lekker tussen Samsom en Asscher.' Na de benoeming van Sharon Dijksma als staatssecretaris van Landbouw werd ik binnen een week benaderd. 'Snap jij nou dat Diederik voor Sharon heeft gekozen, Max? Vind je het ook niet gek dat alle agrarische woordvoerders van de fractie zijn gepasseerd?' Ik gebruikte de informatie
wel voor de column, maar plaatste die in een kader: er is weer ruzie binnen de PvdA.
'De omgangsvormen binnen de PvdA zijn sowieso watchagrijniger dan bij partijen als de VVD en D66. Het CDA is meestal gesloten, behalve in 2010 bij de fractiestrijd rond de vorming van Rutte I, het kabinet met de PVV als gedoogpartner. Types benaderden me toen in het rookhok van Nieuwspoortmet suggesties als: 'Moetje niet eens schrijven over die buitenechtelijke verhouding van die CDA-prominent?"

Best een cynisch verhaal over de Haagse wereld.
'Tja. Toch is het een leuke omgeving om je leven te slijten.'

Waarom?
'Het is veel minder saai dan mensen denken: lang leve de recepties met glazen rode wijn en schalen bitterballen- vervolgens zitje om drie uur 's nachts in de nachttrein naar huis. Ik voel me wel aangetrokken tot een hedonistisch leven. Het is een soortverlengd studentenbestaan totje 63ste. 'Daarnaastvinden Haagsejournalisten het leuk om dichtbij de macht te zitten, zonder die politieke macht zelf te ambiŰren. Het geeft toch een kick als Mark Rutte je op de schouders slaat en zegt dat hij je artikel heeft gelezen. Dat werkt verslavend -de drive van mensen als Frits Wester en Ferry Mingelen zal zo te verklaren zijn. Ik merkte het afgelopen week weer: met journalistenvakbond NVJ waren we in Den Haag op bezoek bij burgemeesterJozias van Aartsen. Iedereen kreeg een handje, maar bij mij was het meteen: 'HÚ Max, wat leuk dat je bent gekomen.' Je telt toch mee, zij het op Madurodamniveau.'

Wat zou Rob Wijnberg hiervan zeggen?
'Alles wat hij vertelde tijdens dat interview was kritiek op wat ik mijn hele leven heb gedaan. Hij vindt het hyperig, nepnieuws, te veel gericht op de poppetjes. Joris Luyendijk heeft de parlementaire pers in 2010 dezelfde spiegel voorgehouden.
'Ja, dat komt best hard aan. Er zit namelijk wel wat in. Ik heb me decennialang bezig gehouden met de dingen die op dat moment, op de vierkante meters van het Binnenhof, belangrijk werden gevonden. Als een staatssecretaris in de problemen kwam door een interview, kreeg ik complimenten van collega's. Terwijl nu, dertig jaar later, niemand meer weet wie die staatssecretaris was.'

Voor Luyendijk en Wijnberg had u daar nooit aan gedacht?
'Nee. Toen Luyendijk met zijn boek Je hebt het niet van mij, maar... kwam, dacht ik eerst: waar heeft hij het over? Maarja. Nu zie ik wel dat zij de Haagse journalistiek terecht een spiegel voorhouden en zeggen: waren dat nou wel zo'n heldendaden?'

U heeft toch wel een verweer?
'Jawel. Het verweer is: lees jij ooit De Correspondent? Conflicten tussen mensen zouden ordinair en hyperig zijn, dus daarover wordt niet geschreven. In plaats daarvan staat de site vol met stukken over digitalisering in de 25ste eeuw. Ik vind De Correspondent vaak te abstract en niet spannend. Mijn adrenaline gaat er niet van stromen. Dat heb ik met de klassieke Haagse journalistiek wel altijd gehad. Gaat Diederik Samsom eraan? Ik vind dat spannend, mensen als Wijnberg en Luyendijk vinden dat primitief.'

Uw dochter zei: mijn vader is onzekerder dan je denkt.
'Daar heeft ze gelijk in. Er was ook een tijd dat ik bloedarrogant was, maar de laatste jaren ben ik onzekerder geworden over het bestaan als schrijvend journalist. Het klinkt misschien dramatisch, maar het verhaal van mijn generatie is ook het verhaal van de ondergang van de schrijvende journalistiek.
'Ik werk nu bijna veertig jaar bij een opinieweekblad. In de jaren tachtig kwamen de dagbladen op. Die namen steeds meer genres van de weekbladen over: het persoonlijke interview, de politieke reconstructie - die laatste heb ik nog in Nederland ge´ntroduceerd, ik had dat weer afgekeken van Der Spiegel.
'In de jaren negentig kwam de politieke tv-revolutie, met Barend en Van Dorp en later Pauw & Witteman. Daarmee veranderde de pikorde in Den Haag. Vroeger stond je aan de top van de piramide als je van NRC, de Volkskrant of Vrij Nederland was, nu is Frits Wester het hoogste. In Nieuwspoort stond ik geregeld gesprekken te voeren met politici die over hun schouder keken of ze nog een redacteur van Pauw &Witteman zagen rondlopen. Dat is pijnlijk. Daarnaast zijn er de onlinemedia, die snel kunnen publiceren en een groot bereik hebben. Ik sprak laatst nog een minister die zei: 'Als ik iets kwijt wil, bel ik nu.nl.' 'Ik moet de laatstetijd vaak denken aan mijn vader. Hij zat in de textiel en confectie. Het bedrijf bloeide, onze huiskamer zat altijd vol met handelsreizigers die opschepten over hoeveel jurkjes ze weer hadden afgezet. In driejaartijd zakte de confectieČindustrie in elkaar en zaten ze allemaal in de WAO.'

Wat zag u toen aan die mensen in de huiskamer?
'Kapot, een gebroken hart. Ze hadden hun hele leven hard gewerkt en veel identiteit ontleend aan dat werk. Ze waren getrouwd met die confectieČindustrie, zoals het ook lang normaal is geweest om te zeggen dat je was getrouwd met de krant. Het leven als politiek journalist was intensief, als je het goed wilde doen: doorwerken in de avonden en weekenden, partijcongressen in Leeuwarden en Arnhem, je gezin nooit zien en altijd als laatste de kroeg verlaten in de hoop dat je nog iemand tegenkwam met de gouden tip. In de periode dat ik me te pletter werkte, daalden de oplages en liepen adverteerders weg. Nu denk ik weleens: is het geen verloren leven geweest?'
Begin juli zat Van Weezel bij de
redactievergadering van Vrij Nederland. Hij was nog zoekende naar zijn nieuwe rol en sowieso niet met den Haag bezig. IsraŰl was net een offensief tegen Hamas begonnen op de Gazastrook, dßßr lag hij wakker van. 'Ik kan mijn hoofd niet bij Den Haag houden', zei hij tegen de andere redacteuren, 'ik zit met mijn gedachten bij Gaza.' Waarom schreef hij daar dan niet een groot, persoonlijk stuk over, spoorde hoofdredacteur Van Exter hem aan.
Van Weezel, nu: 'Dat ontroerde me ontzettend. Het was de eerste keer dat iemand me echt aanmoedigde: Max, we willen liever dat je een persoonlijk stuk schrijft over Gaza dan weer een interview met Diederik Samsom.'
Zijn ouders overleefden de Holocaust, als een van de weinigen van de familie. Moeder wilde elke dag over de oorlog praten, vader Van Weezel liep boos de kamer uit zodra dat gebeurde. 'Ze had veel meegemaakt: ondergedoken gezeten, haar hele familie verloren. Dan krijg je een rare verstandhouding met je moeder. Ben je trots op haar of heb je medelijden? Ik heb veel uit medelijden gedaan. Dat ging ver: we zijn getrouwd in een tijd dat trouwen ontzettend burgerlijk werd gevonden - Anet werd om die reden zowat geroyeerd uit haar vrouwenpraatgroep. De gedachte was: onze ouders hebben al zo veel meegemaakt, we kunnen het hen niet aandoen om ook nog ongehuwd te gaan samenwonen.'
De familiegeschiedenis speelde ook een rol bij de keuze om wel of geen kind te krijgen. 'Daar hebben we de eerste vijftien jaar van onze relatie heel serieus over gediscussieerd: moetje na Auschwitz kinderen willen? Kun je het kinderen aandoen om op te groeien in deze wereld?'
Nu is het dochter Natascha die met haar interesse in de Tweede Wereldoorlog en IsraŰl haar vader dwingt om ook meer met het verleden bezig te zijn. Ze maakte er een documentaire over, Elke dag 4 mei, en werkt aan een boek. 'Het was een eyeopener, een kind dat zegt: 'Mijn ouders zijn best vreemd, je moet ze thuis eens zien.' Op haar 4de verjaardag zaten alle kinderen hier aan tafel rond een taart, terwijl Anet en ik voor de tv naar het begin van de Golfoorlog zaten te kijken.'

In 2009 schreef u een column over het overlijden van uw moeder. Daaruit sprak dat u liever niet meer met de oorlog bezig wilde zijn.
'Ja, het is lastig. Een getraumatiseerde moeder, familie in AustraliŰ die nooit meer naar Europa durft uit angst voor de nazi's: als je niet depressief wilt raken of maatschappelijk wilt mislukken, moet je niet met de oorlog bezig zijn. Ik denk dat ik, om er niet aan onderdoor te gaan, de identiteit heb gekozen van de geslaagde Haagse verslaggever voor Vrij Nederland. Er werden niet zo veel vragen over gesteld en ik hoefde mezelf ook niet veel vragen te stellen. Ik heb er weleens wat mee gedaan, hoor: in 1982 stelde ik een bundel samen over een solidair-kritische houding naar Israel. Ook heb ik anoniem meegewerkt aan een boekje, met een eerlijk verhaal over hoe het is om op te groeien tussen Holocaust-overlevenden. Daar wilde ik mijn naam absoluut niet bij hebben.'

Waarom niet?
'Ik wilde niet zielig worden gevonden, geen mislukkeling zijn. Daarnaast duwde Vrij Nederland me altijd richting Den Haag: jij bent onze Haagse man, dat houden we zo, daar ben je goed in. Ik heb me decennialang verscholen achter de fašade van de geslaagde journalist. In Den Haag stonden de Mark Ruttes en Alexander Pechtolds van deze wereld me op de schouders te slaan, 'dag Max'. Daar was ik iemand.'

Wat heeft dat te maken met uw achtergrond? Harde zucht
'Ik weet het niet. Achteraf denk ik: dat was ik helemaal niet. Ik ben eigenlijk een tamelijk kwetsbare jongen die door zijn ouders is opgevoed met het idee: heel erg dat je geboren bent, vind je niet? Hun leven had zich voor de oorlog afgespeeld en ik was van na de oorlog. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik, in tegenstelling tot mensen als Ischa Meijer, Jessica Durlacher of Leon de Winter, mijn verleden er altijd buiten heb gehouden. Dat ik de zogenaamd objectieve samensteller van een bundel was, of alleen anoniem meewerkte.'

Het is niet te laat, toch?
'Nou ja... eigenlijk had ik tegen Vrij Nederland moeten zeggen: ik lig 's nachts niet wakker van de vraag of Balkenende het gaat redden. Waarom zou je je een leven lang druk maken over de vraag of het kabinet de begroting voor Prinsjesdag rondkrijgt, terwijl je thuis bezig bent met Gaza, de Balkanoorlog, de oorlog in Libanon, Rusland en Oekra´ne? Ik ben te terughoudend geweest. Maar nee, het is inderdaad nog niet te laat'


Tussenstuk:
Joop van Tijn

Van Weezels leermeester bij Vrij Nederland was Joop van Tijn, de flamboyante journalist en tv-persoonlijkheid die in 1997 overleed. Lange tijd vormden zij samen een duo. Van Weezel: 'Ik leerde van hem op een hoog niveau in te zetten. Niet eerst de backbenchers van de Tweede Kamer leren kennen, maar meteen de minister-president. En hij wees me op het belang van de mensen achter de schermen: de secretaresses, chauffeurs en voorlichters: onthoud ook hun verjaardagen. Hij was altijd precies op de hoogte van de agenda van minister-president. Dat kwam dan omdat hij de secretaresse goed kende.'
Redacteur en columnist
Max van Weezel werkt al bijna veertig jaar als redacteur en columnist voor Vrij Nederland. Daarnaast is hij presentator van de radioprogramma's Argos en Met het oog op morgen. Ook is hij bestuurslid van de NVJ, de Nederlandse vereniging van Journalisten.

Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]