De Volkskrant, 24-01-2017, door Michael Persson .2011

Pers zoekt antwoord op Trump-feiten

President Trump verklaart in oorlog te zijn met de media. Hoe moeten die omgaan met de 'alternatieve feiten' - de term is van zijn adviseur - die zijn regering presenteert?


De oorlogsverklaring van Donald Trump aan de media heeft direct tot journalistieke troepenbewegingen geleid, zondag en maandag. De 'alternatieve feiten' die zondag door Trump-adviseur Kellyanne Conway in stelling werden gebracht, vragen volgens diverse journalisten om een nieuwe strategie. Anderen zeggen: we moeten gewoon ons werk doen.

Geen enkel bewijs is geloofwaardig voor Trump en zijn entourage. In een verhit interview met NBC zei Conway zondag dat de bezoekersaantallen bij de inauguratie van Trump niet te bewijzen zijn. Daarom was de conclusie van woordvoerder Sean Spicer dat het 'de grootste menigte' was die ooit een inauguratie had bijgewoond ('punt uit!') gewoon 'een alternatief feit'. Dit ondanks foto's die duidelijk lieten zien dat er bij Trump veel minder mensen waren dan bij Obama, acht jaar geleden. Spicer noemde die 'gemanipuleerd'.

Spicer had er zaterdag zijn enige punt van een persconferentie van gemaakt. Vragen konden niet worden gesteld. Trump zei die dag dat hij 'in oorlog' was met de media.

Maandag gaf Spicer een nieuwe persconferentie waarin hij wel vragen beantwoordde. Hij zei daarin dat de nieuwe regering 'niet de intentie heeft tegen jullie te liegen', maar soms fouten zal maken en die dan zal corrigeren. Maar hij bleef bij zijn uitspraken van zaterdag, met een kleine aanpassing: nu zei hij alleen dat het de 'meest bekeken' inauguratie aller tijden, wat twijfelachtig is. Spicer kwam ermee weg. Een halfslachtige correctie kwam pas veel later, toen een journalist hem ernaar vroeg, maar een excuus bleef uit.

Het toonde eens te meer aan dat feiten en waarheden kneedbaar zijn in handen van Trump. En het toonde eens te meer aan hoe moeilijk het perscorps in het Witte Huis zich de waarheid hard kan maken. Er werd gelachen, er werd bijna niet doorgevraagd: er werd vooral opgelucht getwitterd hoe 'anders' de toon van deze persconferentie was, in vergelijking met die van zaterdag. Als vragenstellers te moeilijk deden ging Spicer door naar de volgende vraag. En hoewel hij zei dat de persconferentie eindeloos kon duren, stopte hij er na anderhalf uur wel mee.

Hoe moeten journalisten Trump verslaan? Een van de suggesties van Jay Rosen, hoogleraar journalistiek aan New York University, is om voortaan alleen nog de jongste bediende naar de persconferenties te sturen. Hij constateert dat journalisten 'onderwerp van haat' zullen worden wanneer Trump en zijn mensen dat opportuun achten, en geen recht hebben op weerwoord. 'Deze zaal is niet alleen voor persconferenties, aankondigingen en verklaringen. Het is ook een theater van haat, waarin jullie een cruciale rol spelen.'

Volgens Rosen zal Trump elk foutje van een journalist aangrijpen om de hele beroepsgroep in diskrediet te brengen - het ultieme doel van de persconferenties. Inderdaad begon Spicer maandag een flinke tirade over een foute observatie (die snel was hersteld) van een verslaggever die had geschreven dat de buste van Martin Luther King uit het Witte Huis was gehaald.

Volgens journalist Ezra Klein dient die kritiek maar één doel: om het wantrouwen jegens de pers te vergroten, zodat ook mogelijke onthullingen van schandalen straks makkelijker te ontmantelen zijn. 'Het gekissebis over de bezoekersaantallen bij de inauguratie is triviaal, bijna komisch, maar het vormt de basis voor veel verstrekkender discussies over wat waar is en wat niet.'

Deze twijfel wordt nog versterkt door conservatieve media, die aan de leiband lijken te lopen van het Witte Huis. Zo schreef de rechtse website Breitbart maandag een apologetisch verhaal over de bezoekersaantallen tijdens de inauguratie. 'Woordvoerder Sean Spicer had gelijk: de media probeerden de nieuwe president te ondermijnen.'

Rosen vindt dat journalisten niet meer moeten figureren in dat theater. 'Ze moeten hun talent of prestige er niet meer aan lenen. Ze moeten hun aanpak veranderen: niet van binnenuit verslag doen, maar van buitenaf. Niet bij het Witte Huis beginnen, maar aan de randen, bij ambtenaren en commissies, bij mensen die Trump zouden moeten gehoorzamen, maar hun twijfels hebben.'

Een meer onderzoeksjournalistieke aanpak levert veel meer op, zegt ook Jack Shafer [?] van Politico. Hij ziet dat niet per se als revolutie. 'Buitengewone tijden vragen om heel gewone maatregelen: de nauwgezette, agressieve, rustige presentatie van nieuws.'

Een voorbeeld dat door hem en Rosen wordt genoemd is David Fahrenthold van The Washington Post, die tijdens de verkiezingscampagne onderzoek deed naar onder meer de liefdadigheidsstichting van Trump, wat tot juridische stappen en een boete leidde. Ook had hij de primeur van de vrouwonvriendelijke Access Hollywood-opname.

Shafer signaleert dat Barack Obama de pers ook al in bedwang had, met een uitgekiende mediastrategie en soms selectieve omgang met de feiten. 'En toen heeft niemand ooit om een boycot geroepen. We moeten gewoon ons werk doen.'



Web:
Pers zoekt antwoord op Trumps 'feiten'
TT:
Een halfslachtige correctie kwam pas veel later, toen een journalist hem ernaar vroeg, maar een excuus bleef uit
Woordvoerder Sean Spicer had gelijk: de media probeerden de nieuwe president te ondermijnen
— Breitbart News



Terug naar Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]