De Volkskrant, 11-07-2017, column door Ross Douthat (The New York Times) .2014

Het westen en wat daarna komt

Tussentitel: Césaire en Senghor haden een grondige kennis van de Europese cultuur

Terwijl Donald Trump vorige week in zijn toespraak in Polen het Westen beschreef als bedreigd door zwakke grenzen en gebrek aan zelfvertrouwen, las ik een boek over de laatste dagen van het Europese imperialisme.

Die jaren van dekolonisatie in de periode na de Tweede Wereldoorlog zijn het onderwerp van een boek van de historicus en antropoloog Gary Wilder: Freedom Time: Negritude, Decolonization and the Future of the World. Wilder volgt twee zwarte intellectuelen en politici, Aimé Césaire uit Martinique en Léopold Sédare Senghor uit Senegal. Wat zij gemeen hadden, was een opmerkelijke combinatie van anti-imperialistische hartstocht en een verlangen om een politieke eenheid te blijven vormen met de republiek Frankrijk.

Het kleine Martinique van Césaire werd inderdaad een Frans departement. Maar in Senegal, Afrika en de gekoloniseerde wereld in het algemeen had hun project geen enkele kans. Met het einde van het imperialisme werd politieke afscheiding onvermijdelijk.

Tegenover de critici die beide mannen vanwege hun wens om op een of andere manier Frans te blijven als zelfhaters in de ban deden, stelt Wilder dat hun visie doordacht was en misschien zelfs profetisch.

Ze waren in het Westen opgeleid en spraken Frans. Ze hadden een grondige kennis van de Europese canon. Ze geloofden in 'het wonder van de Griekse beschaving' en waren geïnspireerd door Plato en Vergilius, door Pascal en Goethe. Maar tegelijkertijd kwamen ze op voor de hoogtepunten uit de beschaving van hun eigen ras, voor een negritude als eredienst van de oorspronkelijkheid van de Afrikaanse cultuur.

En tenslotte geloofden ze dat een element van de Westerse traditie - namelijk de universalistische idealen die zij associeerden met het Franse republicanisme en met het marxisme - gebruikt kon worden voor een politieke constructie. Dat was een grensoverschrijdende unie waarin de mensheid, in de woorden van Césaire, 'meer dan ooit verenigd en divers, veelvoudig en harmonieus' zou kunnen zijn.

Deze visie werd verworpen door zowel de gekoloniseerden als de kolonialen. Maar zij werd nieuw leven ingeblazen door kosmopolitische elites na het eind van de Koude Oorlog, waarbij het neoliberalisme het marxisme verving en een handvol transnationale projecten zoals de Europese Unie en de Pax Americana, de plaats innamen van de Franse Unie, de multiculturele volkerengemeenschap die Césaire en Senghor voor ogen stond.

Maar die projecten bleken net zo problematisch. Uit de recente Europese schermutselingen blijkt hoe moeilijk het is om in een politieke unie de verschillende varianten van het Westen - Duits en Mediterraans, Frans en Angelsaksisch - met elkaar te verzoenen. Het wordt nog moeilijker wanneer diezelfde unie probeert een multiculturele samenleving te besturen die onder druk staat van massa-immigratie en niet langer beschikt over een gemeenschappelijke taal, godsdienst of geschiedenis.

Zo is de nationalistische weerzin tegen het kosmopolitisme, in zijn heftigste vorm belichaamd door Trump, te vergelijken met het antikoloniale nationalisme dat het unionisme van Senghor en Césaire als hopeloos naïef van de hand wees.

Deze nationalistische stellingname neemt soms racistische vormen aan, maar hoeft niet het witte nationalisme te zijn dat linkse critici lezen in de toespraak van Trump. Het kan ook een soort conservatisme zijn dat voorzichtig wil zijn met culturele uitwisseling, nieuwe samenlevingen geleidelijk wil laten groeien en beducht is voor het verlies van stabiliteit, historisch besef en belangrijke verworvenheden.

Zo'n zienswijze steun ik. Maar in het Europese geval geloof ik niet dat die zal overwinnen. De huidige uitbarsting van nationalisme is niet meer dan een kramp - gegeven het feit dat de kerkgang zo zwak is, het patriottisme zo verschraald en het aantal geboorten zo enorm laag.

Sterker nog, als ik de bevolkingskrimp van Europa afzet tegen de explosieve groei in het Midden-Oosten en Afrika, dan lijken onnozele ideeën over 'gecontroleerde migratie' en 'behoedzame culturele uitwisseling' niet bestand tegen de werkelijkheid van de 21ste eeuw. En zo ben ik weer terug bij Césaire en Senghor als profeten van een wereld waarin de gekoloniseerden en de kolonialen geen andere keus hadden dan het vinden van een manier om samen te leven. De toekomst van het Westen kan hen op een heel onverwachte manier in het gelijk stellen.

© The New York Times


Web:
Nationalisme in het Westen zal niet meer dan kramp blijken

Trumps anti-kosmopolitisme is nu al achterhaald, betoogt Ross Douthat
TT:
Uit de recente Europese schermutselingen blijkt hoe moeilijk het is om in een politieke unie het Westen met elkaar te verenigen




Red.: 



Naar Westerse organisatie, noord-zuid , Westerse organisatie , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .