De Volkskrant, 10-04-2015, door Haro Kraak  

De keuzen van | Hans Goedkoop

Alles moet vol

Ooit was Hans Goedkoop studieus, behoedzaam en overbewust. Maar hij kreeg genoeg van zijn kleine wereldje


Tussentitel: 'Om alle plannen die ik nog heb uit te voeren, moet ik tot mijn 84ste fulltime werken'

Studeren of werken?
'Ik ben geschiedenis gaan studeren om de toverachtigheid ervan. Als kind van tien jaar oud liep ik met de hond op de hei op de Veluwe. Daar had je heuveltjes waar ik soms op ging zitten. Die waren aangelegd door koepelgrafbouwers van het prehistorische klokbekervolk dat daar omstreeks 1500 voor Christus woonde. Ze maakten graven van houten korven en de doden werden daaronder gehurkt bijgezet. Het idee dat je op een heuveltje zit en twee meter daaronder is het een paar duizend jaar geleden - dat is het wonder van geschiedenis.

'Wat ik met mijn studie moest doen, wist ik niet. Ik dacht dat ik niet geschikt was voor het werkende leven. Laat mij maar, dacht ik. Tot mijn eigen verbazing mocht ik stukjes schrijven voor de Haagse Post en werd ik later literair criticus van NRC Handelsblad. Godzijdank kreeg ik in 1999 een telefoontje van de VPRO of ik een tv-programma over geschiedenis wilde presenteren. Het leek me niets, maar ik ben toch naar de screentest gegaan. Nu presenteer ik al 15 jaar Andere Tijden.'


De Gouden Eeuw of de IJzeren Eeuw?

'Het is verraderlijk daar antwoord op te geven, want ik ben nu vol van de IJzeren Eeuw, vanwege de gelijknamige serie die nu op tv is. Het is een vervolg op onze serie De Gouden Eeuw uit 2012. Dat was een onverwacht succes, met wekelijks bijna een miljoen kijkers, daarom konden we bij de NPO geld krijgen voor een nieuwe reeks. De Gouden Eeuw was natuurlijk onze grootste bloeiperiode, dat was eens maar nooit weer. En helemaal voor Amsterdam. De hele wereld keek in de 17e eeuw naar ons en dacht: wat gebeurt daar in godsnaam? Een land van anderhalf miljoen mensen dat iedereen de zee afblaast. Dat is een historisch mirakel.

'Toch heb ik altijd een voorliefde gehad voor de 19e eeuw. Misschien omdat mijn familie in de late 19de eeuw haar hoogtij doormaakte. Mijn vader komt uit een familie van scheepsbouwers en mijn moeder komt uit een KNIL-familie, van Indische militairen. Bij mijn geboorte in 1963 waren die werelden verdwenen: IndiŽ was zelfstandig geworden en de scheepsbouw was naar de knoppen.

'Bij ons thuis stonden relatiegeschenken uit de scheepsbouw en spulletjes uit IndiŽ. Aan de muur hingen schilderijen van generatiegenoten van George Breitner en Isaac IsraŽls en veel fotografie uit die tijd. Ik ben gefascineerd door de vernieuwingsdrang van toen. In de IJzeren Eeuw waren er al mensen die zich ergerden aan dat eeuwige terugkijken naar de Gouden Eeuw. Hou eens op over vroeger! Ik begrijp die mentaliteit. Ik hou heel erg van het verleden, maar als onderdeel van het heden.'


Ambitieus of lui?


'Dat ik lui ben, heb ik nog nooit gehoord. Ik ben dus kennelijk erg ambitieus. Ik vind mijn eigen werk zelden goed. Toen ik de eerste aflevering van De Gouden Eeuw had gezien, zei ik: 'Het is passabel.' En toen we de kans kregen om een nieuwe serie te maken over de 19e eeuw, dacht ik: nou, dan heb ik in ieder geval de mogelijkheid om het beter te doen. Ik vind dat je er iets van moet maken in het leven. Vroeger vond ik het belangrijk dat ik iets deed dat anderen goed vonden. Naarmate ik ouder werd is de vraag geworden: vind ik het zelf goed? Ik word 52, ik ben dik over de helft. Ik heb laatst berekend hoeveel tijd ik nodig heb om de plannen die ik nog heb uit te voeren. Ik realiseerde me dat ik daarvoor tot mijn 84ste fulltime moet werken.'


Andere tijden of de onze?

'Ik kies voor onze tijden. Die krijg je beter in het zicht door naar andere tijden te kijken. Wat wij al 15 jaar doen bij het programma Andere Tijden is iets wat een academische historicus helemaal niet mag doen: geschiedenis inzetten voor de blik op je eigen tijd. Als historicus hoor je met distantie naar het verleden te kijken, zonder het te besmetten met de preoccupaties van het heden. Zo leer je dat als eerstejaarsstudent.

'Maar als je de historische dimensies in het heden gaat zien, krijgt je werkelijkheid er ook dimensies bij. Zo hadden we vorig jaar rondom de ophef over Zwarte Piet een aflevering over de stripfiguren Sjors en Sjimmie. Van krompratend negertje evolueerde Sjimmie tot een coole jongen die gelijkwaardig is aan zijn blanke vriendje. Dan zie je hoe zo'n figuur op natuurlijke wijze verschillende metamorfoses kan doormaken. Dat geeft te denken over de commotie rondom Zwarte Piet.'


De mooiste uitvinding van de 19e eeuw: stoommachine of fotografie?

'Fotografie. Het zal de tik van de historicus zijn, maar een foto is een tijdmachine. Je kunt iemand in de ogen kijken die al honderd jaar dood is. Van de Gouden Eeuw zijn alleen schilderijen gemaakt. Ook leuk, maar dan kijk je door het oog van de schilder. In Nederland brak de fotografie pas door rond 1870. Eind 19e eeuw kwam daar ook film bij. Tijdens het maken van deze serie merkten we daar het voordeel van. Het is ongelooflijk dat je nu het Amsterdam en de Amsterdammers van 140 jaar geleden kan zien. Je zoomt in op de ogen en opeens wordt het echt iemand. Prachtig.'


Renate Rubinstein of Herman Heijermans?

'In 1996 promoveerde ik met een biografie van de eind-19de-eeuwse toneelschrijver Herman Heijermans. Inmiddels ben ik al bijna twee decennia bezig met een biografie van Renate Rubinstein, de in 1990 overleden columniste van Vrij Nederland. Dertig jaar lang was zij een van de belangrijkste opinievormers van Nederland - van internationale betrekkingen tot de vrouwenemancipatie, over alles kon zij haar mening geven, in altijd zeer persoonlijk geschreven stukken. Als ze over IsraŽl schreef, ging het over haar vader die in Auschwitz was overleden. Als ze over het feminisme schreef, kon haar stukgelopen huwelijk niet onvermeld blijven. Dat persoonlijke was nieuw in die tijd.

'Ze stonden midden in de wereld en hadden beiden een wild leven. Het grote verschil is dat Heijermans geen enkel zelfinzicht had, hij had het psychologisch vernuft van een plank hout. En Rubinstein is het andere uiterste: ze kon zichzelf tot op het bot analyseren, zonder enige gÍne. Daarom bewonder ik haar zo. Maar dat maakt het ook moeilijk om die biografie te schrijven. Bij Heijermans kon ik nog denken: wat ben jij een stripfiguur, je leert nooit van je fouten. Bij Rubinstein denk ik vaak: jij bent een maatje groter dan ik. De patronen die zij in haar eigen leven zag, mag ik als biograaf niet blindelings navolgen. De kunst is mezelf de vraag te stellen: hoe kijk ik naar haar? En dus: hoe kijk ik naar het leven? Dat betekent dat ik een wereldbeeld moet vormen dat tegen het hare op kan. Daarom duurt het schrijven zo lang. Maar dat maakt niet uit. Zolang het maar een waardig boek wordt, met het beste van ons beiden.'


Goedkoop of Grunberg?
'Nadat ik in 1997 een tamelijk negatieve recensie van Grunbergs roman Figuranten in NRC Handelsblad had geschreven, reageerde hij met een woedende column in de VPRO-gids, waarin hij de krant liet kiezen: 'Goedkoop of Grunberg.' Ik heb Figuranten destijds gelezen als een roman van iemand die zichzelf buitenspel houdt. Iemand die op het schaakbord van zijn roman allemaal pionnen laat bewegen en zelf met een sardonische afstandelijkheid toekijkt. Dat vond ik te weinig. Hoe het leven ook loopt - je krijgt het een keer voor je kiezen. Grunbergs personages waren wanhopig, maar omdat die wanhoop als slapstick beschreven werd, raakten de emoties mij niet.
    'Hij was nog heel jong, 36, en ik dacht: jochie, jij maakt het jezelf te makkelijk voor het talent dat je hebt. Zijn werk is later ook veranderd. Hij is menselijker en geŽngageerder geworden. Ik heb een enorme bewondering voor Grunberg. Zonder dat ik bevriend met hem ben, ben ik eigenlijk erg dol op hem. Soms ook dol op zijn werk, maar altijd op zijn persoon.'


Het uitgaansleven of het gezinsleven?





'Ik ben parttime vader. Met mijn man (beeldend kunstenaar Arnoud Holleman, red.) en twee moeders voeden we onze zoon Jona op, die nu 13 is. Het gezinsleven klinkt knus, maar er komt van alles bij kijken. Je verbindt je aan mensen, je zit aan ze vŠst - en dat gaat niet altijd goed. Als je kind niet blij is op school, geen vriendjes maakt of onzeker wordt. Al voor de geboorte van mijn zoon begon ik te realiseren dat ik iets miste, door het kleine en beslotene van mijn leven. Ik wilde graag verantwoordelijk zijn voor iets of iemand buiten mezelf. Ik wilde een kind dus. Zonder jou overleeft dat kind niet. Daar lig je wakker van. Ik ben me steeds meer gaan realiseren dat de dingen die het leven moeilijker en pijnlijker maken, juist bevredigend zijn. Het gaat mij dus niet om het wilde leven, maar om het volle leven. Daar hoort hard werken bij, daar hoort mijn gezin bij, daar hoort een nacht doorhalen bij en een bergtop beklimmen tot je niet meer kunt ook. Ik was een studieus, behoedzaam, verstandelijk en overbewust kind. Tot dik in de dertig ben ik dat gebleven. Sindsdien denk ik steeds vaker: bring it on.'


Tussenstuk:
CV Hans Goedkoop

1963 Geboren te Ermelo

1988 Afgestudeerd Vrij Doctoraal Letteren, Universiteit van Amsterdam

1996 Gepromoveerd op biografie van Herman Heijermans

2000 presentator Andere Tijden

2004 Een verhaal dat het leven moet veranderen, essays over literatuur

2012 De Gouden Eeuw, tv-serie

2012 De laatste man, een herinnering, boek

2015 De IJzeren Eeuw, (vrijdagen om 21:05 uur op NPO 2)

Hans Goedkoop is getrouwd met beeldend kunstenaar Arnoud Holleman en vader van zoon Jona (13).



Web:
Dingen die het leven pijnlijker maken, zijn juist bevredigend
TT:
Ik vind mijn eigen werk zelden goed
Het gezinsleven klinkt knus, maar er komt van alles bij kijken


Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 
[an error occurred while processing this directive]