De Volkskrant, 19-06-2010, boekrecensie door Anet Bleich

.2010

Waarom de natie oprukt

Non-fictie | Filosofen en politici, onder wie de kersverse held van Vlaanderen Bart De Wever, in gesprek over identiteit en verzorgingsstaat.

‘Het opzuigen, uitvergroten en parasiteren op elke vorm van maatschappelijk ongenoegen is de afgelopen twintig jaar door nieuwe politieke formaties tot een kunstvorm verheven. Tot ze zelfs doorbraken in gemeenten waar de aanwezigheid van een allochtoon een file zou veroorzaken.’ Nee, dit is, anders dan je zou kunnen denken, geen commentaar op de triomftocht van de PVV in gemeentes als Rucphen en Volendam. Het is een citaat uit de inleiding die Yves Desmet en Jos Geysels schreven bij hun bundel Doeners en denkers.

De twee Vlamingen (Desmet is oud-hoofdredacteur van dagblad De Morgen en Geysels was geruime tijd actief betrokken bij Groen) hadden het lumineuze idee om de politieke aardschokken in landen als België en Nederland eens van een grotere afstand te bekijken door prominente Belgische politici een samenspraak te laten houden met een door hen bewonderde denker. Het resultaat is de moeite van het lezen meer dan waard, al was het maar door de originele samenstelling van de koppels.

Zo reisden de auteurs met oud-premier Jean-Luc Dehaene naar Los Angeles om daar met de 81-jarige futuroloog Alvin Toffler van gedachten te wisselen over de overgang van de industriële naar een kennissamenleving. De voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy hoor je ook niet dagelijks met de Franse filosoof Luc Ferry reflecteren op de plaats van liefde en spiritualiteit in een geseculariseerd Europa. Over die twee bijdragen zou een scepticus nog kunnen opmerken dat het vooral stichtelijke woorden voor de zondagmiddag oplevert. Voor andere in deze bundel opgenomen dialogen geldt echter dat ze een verrassend licht werpen op de huidige politieke impasse in de Lage Landen.

In diens ‘piepklein peperkoekhuisje (...) bij de anglicaanse kerk van Bridgenorth’, praatte de dwarse conservatieve denker Theodore Dalrymple met de triomfator van de Vlaamse verkiezingen, ‘halfgod’ Bart De Wever (Nieuw Vlaamse Alliantie). De twee zijn het erover eens dat de verzorgingsstaat het gevoel voor eigen verantwoordelijkheid van de burgers vermindert. Ook heeft volgens hen de erfenis van de vrijgevochten jaren zestig de normen en waarden ondermijnd. De Wever: ‘Het probleem is dat men in de kruistocht tegen ouderwetse en te religieuze waarden te ver is gegaan. Men heeft de morele verstopping vervangen door een amorele diarree. (...) En wanneer het moreel-sociale weefsel verdwijnt, kun je alleen terugvallen op de wet. (...) Dat maakt de weg vrij voor rechts populisme. Want als de staat te veel wetten instelt, wordt de vrijheid aangetast, maar als de staat die wetten niet kan handhaven (...) verliezen mensen hun vertrouwen in het systeem.’ Interessant!

Ook de Franse filosoof Pierre Rosanvallon (hier in gesprek met sociaal-democraat Frank Vandenbroucke) signaleert een verbrokkeling van het sociale weefsel. Volgens hem is dat een gevolg van de minder homogene samenleving. Toen er nog een duidelijk onderscheiden arbeidersklasse was, aldus Rosanvallon, was je eigenlijk ‘solidair met jezelf, met iemand die hetzelfde werk had, hetzelfde leven leidde’. Nu zie je daarentegen het ‘sociale vertrouwen’ verdwijnen. De crisis van de solidariteit wordt veroorzaakt door wantrouwen jegens medeburgers ‘omdat men vindt dat ze uitkeringsverslaafd zijn () of, op een heel ander vlak, teveel kinderen hebben en een andere godsdienst hebben.’

En het aantrekkelijke van de boodschap van extreem rechts is dan dat zij zeggen: behoud de verzorgingsstaat, maar alleen voor ‘ons’, voor ‘Henk en Ingrid’, niet voor ‘Ahmed en Fatima’. Rosanvallon: ‘Dat is de kern van extreem rechts: een stelling over de verzorgingsstaat en wie eraan mag deelnemen.’

Maar hoe komt het dat het voor velen vanzelfsprekend lijkt dat hun vertrouwen in anderen afhangt van een gedeelde identiteit? Volgens de liberale oud-premier Guy Verhofstadt en de door hem bewonderde Indiase denker Amartya Sen ligt de oorzaak in het verengen van het begrip identiteit. Niemand, zo betogen zij eendrachtig, heeft één allesbepalende identiteit: Vlaming, of moslim, of homo, of extra begaafd. Iemand kan dat bijvoorbeeld allemaal tegelijk zijn (een hoogbegaafde homoseksuele Vlaamse moslim. Of, anders uitgedrukt, een hoogbegaafde, Vlaamse, islamitische homo, enzovoorts).

Het probleem ontstaat, zegt Sen, als ‘iemand je verplicht te kiezen: wie ben je nu eigenlijk? En diegene wil dan maar één antwoord op die vraag. Dat creëert een conflict dat daarvoor niet eens bestond.’

Hij is ervan overtuigd dat er in India op dit vlak tegenwoordig minder problemen zijn dan in Europa. Verhofstadt valt hem bij en constateert dat Europa ‘zich lijkt te willen terugtrekken op mono-etnische en monolinguïstische eilandjes, netjes gescheiden van elkaar. En het begrip ‘identiteit’ wordt misbruikt als rechtvaardiging voor al die monoculturele eilandjes. Identiteit wordt zo een gevaarlijk wapen in de handen van nationalisten en populisten.’
 

IRP:  Leugen: onder andere hindoe's en moslims


Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]