WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Culturele gelijkheid, joods: kosmopolitisme

.2010




 


De Volkskrant, 27-04-2010, door Robert Vuijsje, schrijver

Amsterdam verkleurde nooit zo snel

Een zwarte Surinamer zal zeggen: wij hadden de slavernij, dat was het ergste. Een jood: maar wij hadden de oorlog. Een Marokkaan: ja, maar wij worden nú gediscrimineerd.

Tussentitel: Leer ook eens mensen kennen die in dezelfde stad in een andere wereld even

Aan de hand van mijn eigen ervaringen wil ik proberen een universeel verhaal te vertellen over wat er in Amsterdam is gebeurd in de laatste, laten we zeggen, dertig jaar. Het zijn mijn eigen ervaringen omdat ik 39 jaar geleden in Amsterdam ben geboren. Deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden tijdens mijn leven. En het is, hopelijk, een universeel verhaal. Het had zich net zo goed in Rotterdam kunnen afspelen. Of in Utrecht of Den Haag. Of in Antwerpen, Parijs of Keulen.

Mijn moeder werd in 1942 geboren in New York. Haar vader was geboren in Petach Tikva, in wat op dat moment nog Palestina heette. Haar moeder kwam uit Alexandrië in Egypte. Haar ouders, die allebei via Ellis Island in Amerika waren aangekomen, hadden elkaar ontmoet in New York. De ouders van mijn vader komen uit families die al generaties lang in Amsterdam woonden.

Nadat mijn ouders elkaar hadden ontmoet in een land dat toen nog Joegoslavië heette, kwam mijn moeder in 1962 naar Amsterdam. Daar woonden toen bijna geen buitenlanders, ze was een bezienswaardigheid. Hollanders hadden toen al de gewoonte liever te laten zien hoe goed hun Engels is dan dat ze Nederlands spraken met een buitenlander.

 

De Volkskrant, 23-10-2010, column van Bert Wagendorp

Max & Marlies

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner arriveerde gisterochtend bij de Openbare Bibliotheek in Den Haag, waar zij het startschot moest geven voor de campagne ‘Nederland Leest’. Ze wilde net naar binnen lopen, toen een verslaggeefster van de NOS haar een microfoon onder de neus duwde en streng vroeg: ‘Voelt u zich meer Zweeds, of voelt u zich meer Nederlands?’
    Zo gaat dat, in het Nederland van 2010. Het viel me nog mee dat de verslaggeefster niet aan de staatssecretaris vroeg of ze ter controle even ‘Scheveningen’ wilde zeggen.
    Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner, half Zweeds half Nederlands, wist niet wat ze zich nou meer voelde, Veldhuijzen of Hyllner. Ze zei: ‘Daar wacht ik het Kamerdebat voor af.’ Merkwaardig antwoord, maar ik kon het me wel voorstellen. Het kan volgende week rond de paspoortkwestie zomaar weer zo’n debat worden op Nieuw Hollands Peil, en dan wil je je na afloop wel héél graag even iets anders voelen dan Nederlander, bijvoorbeeld Zweed of Kozak uit de Dnjepr-regio.
    Ik hoop dat premier Rutte de ommezwaai die hij zelf maakte in het dubbele-paspoortdenken zal brengen als de renaissance van een nieuwe ruimhartigheid, waarbinnen het paspoort weer wordt wat het is, een handig reisdocument. Maar te vrezen valt dat Rutte Wilders het verschil tussen Zweden en Turkije gaat uitleggen.
    De genadeloze ondervraging van de kersverse staatssecretaris was nog niet achter de rug, of ik las dat op 96-jarige leeftijd Max Kohnstamm was overleden. Kohnstamm was ‘lobbyist voor Europa’ en nauw betrokken bij de vorming van de Europese Unie. Hij wilde één Europees paspoort.
    Volgens het onderzoeksbureau Synovate vindt 41 procent van de Nederlanders met één paspoort dat Veldhuijzen van Zanten haar Zweedse paspoort moet inleveren. Vier op de tien Nederlanders, dat is dus de stand van onze benepenheid – er zijn dagen waarop ik het betreur dat ik maar één paspoort heb.
    Max Kohnstamm – zijn vader was een geboren Duitser, maar ik weet niet of hij twee paspoorten had – werd geboren in het jaar waarin de Eerste Wereldoorlog begon, de eerste van de twee grote slachtingen die Europa in de twintigste eeuw beleefde. Na de tweede vond hij het mooi geweest en besloot hij zijn leven te wijden aan de droom van de Fransen Monnet en Schuman: een verenigd Europa, waarborg tegen een volgende, nóg vernietigender oorlog.
    We dreigen het wel eens te vergeten, onder invloed van het EU-bashen van allerlei domkoppen en het geleuter over dat we meer aan de Unie betalen dan we ontvangen, maar de Europese Unie is een formidabel succes. Ze heeft van het achtergebleven Nederland een rijk land gemaakt. En bovendien gedaan wat de stichters ervan hoopten: het bloeddorstige Europa veranderen in een vreedzaam continent.
    ‘De grootste vijand van de vrede is de soevereiniteit’, zei Max Kohnstamm zes jaar geleden tegen Chris Kijne in een VPRO-marathon-interview. Zulke dingen kon je toen nog gewoon verklaren zonder dat je werd aangeklaagd wegens hoogverraad en opgeknoopt. Inmiddels is het een echo uit lang vervlogen tijden, Nederland weer Nederlandser maken is nu het credo. En poten af van onze soevereiniteit.
    Dus zéker geen staatssecretaris die als je niet oppast Pippi Langkous of Eeuwig zingen de bossen inzet voor ‘Nederland Leest’, want dan is het hek van de dam. Pluk van de Petteflet en Hollands Glorie, niks anders.
    Gelukkig hoeft Max Kohnstamm het niet meer te zien.

 
Red.:   Nieuwsuur, 02-01-2012, item over ontstaan Europa en rol van Max Kohnstamm en Edmund Wellenstein.
 

De Volkskrant, 10-11-2011, column door Bert Wagendorp

F. Springer

Tussentitel: Bougainville in de Stille Zuidzee ach, Bougainville
 
In 1946 arriveerde Carel Jan Schneider (14) vanuit wat toen nog juist Nederlands-Indië heette per boot op Ceylon. Hij bleef er een paar maanden, alvorens de reis naar het vaderland voort te zetten, en las er de verhalen van Somerset Maugham. Van hem, zei hij later, leerde hij de eerste beginselen van het vak: 'Verhaal opzetten, paar types bedenken, sterke plot. Dus echt de techniek van het vertellen.'

Toen had je eigenlijk al kunnen voorspellen dat F. Springer, Schneiders nom de plume, heel lang een onderschat auteur zou blijven. Of hij had ver voor Rotterdam van boord moeten gaan en in een andere taal moeten gaan schrijven.

'Verhaal opzetten, paar types bedenken, sterke plot': zo eenvoudig lag het helaas niet, volgens de pausen van het Hollandse schoonschrijven. 'Borreltafelpraat', vonden toonaangevende critici van de eerste boeken van Springer. Het werk miste diepte, de auteur faalde jammerlijk in het aanbrengen van een tweede betekenislaag, laat staan dat sprake was van een derde en een vierde. Exegesedrang is de gesel van onze literatuur. Favoriet Peter Buwalda greep met Bonita Avenue vorige week niet voor niets jammerlijk naast de AKO Literatuurprijs.

Soms, zoals in het geval van Harry Mulisch, treft de dood van een schrijver me omdat ik zo gewend was geraakt aan zijn prominente alomtegenwoordigheid, dat de hoop en het vermoeden rezen dat hij inderdaad - zoals ook hijzelf niet uitsloot - het geheim der onsterfelijkheid had ontdekt.

Soms, zoals bij Jan Wolkers, zijn het de herinneringen aan zijn persoonlijkheid die emotioneren - dat zijn boeken in herinnering veel beter waren dan bij herlezing deed niet terzake. Soms, zoals bij Gerard Reve, laat de dood van een schrijver me tamelijk koud.

Zijn voormalige collega Ben Bot vertelde dinsdag op de radio dat F. Springer zijn pseudoniem had opgedaan in de Margriet. Hij had voor dat blad een kort verhaal geschreven, dat was beloond met 25 gulden. Debuteren in Margriet: F. Springer was een bescheiden en relativerend mens.

Uit Springers mooiste boek, Bougainville, Een gedenkschrift: 'Als ik wil wegvluchten uit de rotzooi van elke dag', zei Tommie, 'noem ik die namen zachtjes op. Ik ben een eersteklas geoefende escapist. Cape Farewell in Nieuw-Zeeland, Alice Springs in Australië, Mandalay in Burma, Bougainville in de Stille Zuidzee, ach, Bougainville, Cox's Bazaar aan de Golf van Bengalen.' Hij was een dubbele escapist: hij vluchtte als diplomaat van standplaats naar standplaats, en in het schrijven.

Het is zeker dertig jaar geleden dat ik de novelle Schimmen rond de Parula las, maar het gruwelijke beeld van de zendeling die door de Papoea's verkeerd is begrepen en aan het kruis is genageld, ben ik nooit meer kwijtgeraakt. Dan heb je dus als verteller wel wat van Somerset Maugham opgestoken.

Hij verschafte ons in zijn boeken een blik op de wereld buiten de bekrompenheid van de Rijndelta, vaak tegen het décor van grote gebeurtenissen. We begonnen pas een beetje te zien hoe bijzonder hij dat deed, toen hij in 1977 door Vrij Nederland werd uitgeroepen tot een van de meest onderschatte auteurs.

F. Springer woonde na zijn pensionering in een appartement met uitzicht op Madurodam - een beetje Nederlandse literator had met de symboliek daarvan wel een extra laagje weten aan te brengen. Hij zei: 'De waarheid schuilt niet in de feiten, maar in het mooiste verhaal.'

De dood van F. Springer raakt me, omdat ik al zo lang van zijn verhalen houd en vertellers hier toch al dun zijn gezaaid.

Geen weemoediger plaatsnaam dan Bougainville. 'Bougainville', had ik willen zeggen, 'Bougainville, Bougainville.'

 


Naar Cultuur, gelijkheid  , Albanese cultuur  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home  .