De Volkskrant, 30-11-2013, boekrecensie door Martijn van Calmthout .2011

Deeltjesfysica

Kraakheldere uitleg uit 1992 van de deeltjesfysica, aangevuld met de ontwikkelingen sindsdien.


Over ruim een week krijgen Peter Higgs en François Englert in Stockholm uit handen van de Zweedse koning de Nobelprijs voor natuurkunde 2013, voor het bedenken van het beroemdste deeltje van deze tijd, het higgsdeeltje. Mooi. Alleen zou formeel dat deeltje eigenlijk het BEH(K)-deeltje moeten heten, schrijft Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft in de herziene zevende druk van zijn klassieker uit 1992 De bouwstenen van de schepping. Om ook de belangrijke higgs-theoretici Ton Kibble en wijlen Robert Brout te memoreren.

Dat het deeltje genoemd wordt naar de Schot Peter Higgs is min of meer toevallig. Higgs schreef in 1964 als eerste over een deeltje dat andere deeltjes massa gaf. Maar het idee van een dergelijk traceerbaar massadeeltje kreeg hij pas toen hij een eerdere versie van het stuk terugkreeg van het wetenschappelijke tijdschrift waar hij het had ingediend. Met de vraag of het niet nog wat concreter kon.

Dat kon, bleek een versie verder. Intussen hadden Brout en Englert, en trouwens Kibble nog eerder, elders het massaverhaal wel gepubliceerd gekregen. Alleen toen nog zonder het inzicht dat er ook een tastbaar deeltje uit hun theorie rolde. Dat idee kwam daarna, van Higgs, en het higgsdeeltje werd de heilige graal van de natuurkunde. Dat vinden, zou verklaren waarom materie massa heeft.

In de zomer van 2012 waren er in de LHC-superversneller van CERN in Genève genoeg aanwijzingen gevonden om de ontdekking te claimen. Higgs (84) stond in tranen in het CERN-auditorium en wuifde naar de verzamelde experimentatoren. Samen met Englert.

De wereld van de theoretische natuurkunde is er bij uitstek een van gedachten. En dus een wereld vol fijngevoeligheden over wie wanneer als eerste een baanbrekend idee heeft.

Tussen de regels door zitten bij 't Hooft die fijngevoeligheden er zeker in, maar roddel en achterklap wordt het nergens. Uiteindelijk draait het om de natuurkunde zelf, en zijn de namen bijzaak.

De Bouwstenen van de schepping verscheen in 1992 als een kraakheldere uitleg van de deeltjesfysica. Geen makkelijk boek, en 't Hooft worstelde soms zichtbaar met de noodzaak om in taal te werken in plaats van in wiskunde. Maar wie de concentratie ervoor kon opbrengen, wist zich wel serieus en tot in detail bijgepraat door de meester zelf.

Twintig jaar later is er in de theoretische deeltjesfysica niet heel veel veranderd, en is 't Hoofts gedegen uitleg nog steeds taai maar vlekkeloos. Wat er wel is veranderd, is een reeks nieuwe experimenten, detectoren en versnellers, met het higgsdeeltje als klapstuk.

't Hooft wijdt aan die ontdekking één nieuw, voorlaatste hoofdstuk, dat in feite meer over de LHC-versneller en CERN gaat dan dat het nog even handzaam de crux van het higgsdeeltje samenvat. Zeker voor de gehaaste nieuwe lezer is dat een gemiste kans.

Een paar rake alinea's van de hand van de meester zelf, over een onzichtbaar veld in het universum dat alle elementaire deeltjes dwingt om een massa te kiezen, en waaruit nu en dan dat markant higgsdeeltje lostrilt, had een magistrale toegift kunnen zijn. Nu zit er niets anders op dan met het register in de hand het hele boek nog eens goed door te vlooien.

Gelukkig blijkt herlezen geen straf.



Red:  


Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]