De Volkskrant, 28-10-2010, door Pauline Kleijer .2010

Interview | Regisseur David Fincher over ‘The Social Network’

‘Hij is een genie. Maar hij is niet aardig’

Tussentitels: Ik vind het geweldig dat Zuckerberg zo weinig zelfinzicht had
Het credo was: als we dit goed aanpakken, maken we iedereen boos

David Fincher wil graag een paar misverstanden de wereld uit helpen. Goed, het is waar dat zijn film The Social Network over Mark Zuckerberg gaat, de oprichter en baas van Facebook, de populairste sociale-netwerksite ter wereld. En het kan best kloppen dat Zuckerberg er in de film niet al te best vanaf komt. Sociaal onhandig is hij, misschien zelfs onbetrouwbaar.

Maar dat betekent niet, zegt Fincher, dat hij iets tegen Zuckerberg heeft. Of tegen Facebook. Zijn houding is neutraal. ‘Ik vind Zuckerberg interessant, ik vind hem ontroerend. Misschien is hij niet sympathiek, maar wie zegt dat de held van een film altijd sympathiek moet zijn?’

Fincher, in Parijs voor een groepsinterview, voelde zich juist tot het verhaal van Zuckerberg aangetrokken door diens weerbarstigheid. De ‘jongste miljardair ter wereld’, zoals de 26-jarige Zuckerberg te boek staat, wordt niet door iedereen op handen gedragen. Met meer dan 500 miljoen gebruikers is Facebook een van de succesvolste internetondernemingen van het moment. Maar de weg naar dat succes kende een paar flinke hobbels.

Juist over die hobbels gaat The Social Network: de film draait om twee processen waarin Zuckerberg (gespeeld door Jesse Eisenberg), op dat moment een jaar of 20, verwikkeld is. Hij is aangeklaagd door Eduardo Saverin (Andrew Garfield), zijn voormalige compagnon, vriend en medeoprichter van Facebook. En er is een zaak tegen hem aangespannen door Cameron en Tyler Winklevoss, tweelingbroers die hem ervan beschuldigen dat hij hun idee voor een netwerksite heeft gestolen.

In flashbacks heeft de film dan al laten zien hoe het allemaal begonnen is. Hoe Zuckerberg, student aan het prestigieuze Harvard, voor de grap software schrijft waarmee het uiterlijk van vrouwelijke studentes kan worden beoordeeld. Hoe hij later, op een idee gebracht door de broers Winklevoss, besluit om een sociaal netwerk op internet te creëren.

In het begin is thefacebook.com, zoals de site dan nog heet, alleen toegankelijk voor Harvardstudenten. Maar al gauw breidt Zuckerberg uit. Samen met Eduardo Saverin, die hem in de beginperiode financieel steunt. Facebook blijkt een hit, en na een paar jaar komt ook Sean Parker (Justin Timberlake) aan boord, een jonge investeerder met mooie praatjes en één groot internetsucces – Napster – op zijn naam.

Alles in The Social Network draait om de verhoudingen tussen de vijf hoofdpersonen. Wie belazerde wie? Stal Zuckerberg zijn idee echt van de broers Winklevoss? En heeft hij Parker gebruikt om Saverin eruit te werken? ‘Het gaat over jaloezie, over trots en arrogantie’, zegt Fincher. ‘Over de jeugd, over omkoopbaarheid, over intellectueel eigendom, en over de hel die een rechtszaak is.’

De onontkoombare vraag of hij zelf Facebook gebruikt, heeft Fincher dan al beantwoord met ‘Nee. Volgende vraag.’ En wanneer een journalist naar verbanden zoekt tussen eerdere Fincher-films als Zodiac, The Curious Case of Benjamin Button, Panic Room of Fight Club, maakt de regisseur ook daar korte metten mee. ‘Ik kijk vooruit, het verleden interesseert me niet. Het kan me niet schelen hoe deze film bij mijn eerdere werk past. Ik zie geen connectie.’

Op vragen over de inhoud van The Social Network geeft Fincher wel graag antwoord. ‘Het scenario sprak me meteen aan toen ik het las’, zegt hij. ‘Een stel 19-jarige jongens die elkaar voor de rechter slepen – dat is toch ontzettend interessant? En dan met een hoofdpersoon die duidelijk een genie is, maar die in Hollywoodtermen niet makkelijk te plaatsen is. Hij is niet aardig.’

Bovendien, zegt Fincher, trok het hem aan om een zaak van verschillende kanten te laten zien. Dat is tenslotte waar het in een geschil om draait: iedere partij heeft zijn eigen waarheid, zijn visie op de gebeurtenissen. Vertaald naar film leverde dat een mooie uitdaging op. Met wie wordt het publiek eigenlijk geacht mee te leven? Met Saverin, de vriend die wordt afgedankt? Met de gegoede, atletische broers Winklevoss, die met al hun status werden afgetroefd door een kleine computernerd? Of toch met Zuckerberg, om wie het uiteindelijk allemaal draait?

Fincher: ‘Films waarin van begin af aan duidelijk is aan wiens kant je moet staan, vind ik saai. Ik hou van gecompliceerde personages, die hun eigen tekortkomingen niet inzien. Ik vind het geweldig dat Zuckerberg zo weinig zelfinzicht had. Ik denk dat dit een eerlijk portret is van een computergenie. Het is beslist niet Revenge of the Nerds, want hij is verre van zielig. Maar je ziet wel zijn frustratie en boosheid: hij zal de wereld wel even laten zien wie hij is.’

Dat The Social Network drie versies van de geschiedenis toont, ligt er niet dik bovenop. Fincher en scenarioschrijver Aaron Sorkin tonen niet letterlijk drie standpunten, maar geven alle partijen wel de kans hun zaak te bepleiten. Na de beginscènes van de film, waarin Zuckerberg door zijn vriendin wordt gedumpt en vervolgens uit wraak het computernetwerk van Harvard hackt, begint de eerste rechtbankscène met de woorden: ‘Zo is het niet gebeurd.’

Sorkin, vooral bekend van de populaire televisieserie The West Wing, deed een grote hoeveelheid research. Hij baseerde zich onder meer op de notities van schrijver Ben Mezrich, die over de oprichting van Facebook het boek The Accidental Billionaires publiceerde. Volgens Sorkin blijft zijn scenario dicht bij de feiten, al neemt hij in de dialogen natuurlijk de nodige vrijheden.

‘Het credo was: als we dit goed aanpakken, maken we iedereen boos’, zegt Fincher. ‘Want je kunt wel trouw blijven aan de feiten, maar niet aan ieders perspectief. Eduardo Saverin vond dat hij was bedrogen door zijn beste vriend. Maar volgens Mark Zuckerberg was Saverin gewoon een jongen die hij toevallig kende, die hem wat geld leende.’

Volgens Fincher is er wel een poging gedaan om de echte Zuckerberg bij het produceren van de film te betrekken. ‘Dat ketste al gauw af, omdat de mensen van Facebook een waslijst aan veranderingen eisten. De eerste was dat het verhaal niet op Harvard zou spelen, en de tweede was dat we de naam Facebook niet zouden gebruiken.’

Of de regisseur zelf nooit de neiging heeft gehad om de telefoon te pakken en Zuckerberg te spreken? ‘Nee, dat zou niet slim geweest zijn. Bovendien had ik dan, om eerlijk te zijn, ook Eduardo Saverin moeten spreken, en Cameron en Tyler Winklevoss. Dat kon helemaal niet, want Saverin is tot een schikking gekomen met Zuckerberg en heeft nu zwijgplicht.’

Volgens Fincher is geen van de partijen veel slechter geworden van de rechtszaken. ‘Volgens de geruchten heeft Saverin een bedrag gekregen tussen de 600 miljoen en 1,3 miljard dollar. Dat is geen slecht rendement, als je bedenkt dat hij ooit duizend dollar investeerde. En wat Tyler en Cameron Winklevoss betreft: die ontvingen 65 miljoen dollar, voor het beleggen van één vergadering.’

‘Ik heb geen medelijden met die jongens. Al helemaal niet met Zuckerberg, die miljarden dollars waard is. Ik begrijp het eigenlijk niet als mensen zeggen dat mijn film hen op een nare manier portretteert. Ze hebben er toch allemaal van geprofiteerd? En ze hebben die gemene dingen over elkaar nu eenmaal gezegd – in de context van een rechtszaak, dat wel.’

Natuurlijk, geeft Fincher toe: niemand toont zijn beste kant tijdens een conflict. En bijna iedereen doet wel eens iets raars als hij 19 of 20 jaar is – je zou het zelfs je ergste vijand niet toewensen dat hij juist op die leeftijd wordt vereeuwigd. Toch blijft de fraaie ironie van het verhaal aantrekkelijk: Zuckerberg creëerde Facebook, een site waarop iedereen vrienden maakt en contacten onderhoudt, terwijl hij nu in een film wordt afgeschilderd als iemand die nauwelijks tot vriendschap in staat is.

‘Kijk, The Social Network is niet The Mark Zuckerberg Story’, zegt Fincher. ‘Ik vertel niet zijn levensverhaal, het gaat niet over een klein briljant jongetje uit een buitenwijk dat ervan droomt ooit de hele wereld met elkaar te verbinden. Het is een momentopname. Het is een film. Het gaat niet om wat er exact is gebeurd, ik beweer ook helemaal niet dat ik dat weet, want ik was er niet bij. Het draait om een groter drama, om vriendschap, loyaliteit en bedrog.’

En ondertussen voelt de regisseur wel degelijk sympathie voor zijn onderwerp. Zuckerberg is intelligent, gedreven, monomaan en zeker van zijn zaak. Voor Fincher, die ooit begon als commercial- en videoclipregisseur en sindsdien het ene succes na het andere op zijn naam schreef, is dat herkenbaar. Dat een zelfverzekerde houding door anderen al snel als arrogant wordt omschreven, komt hem ook bekend voor.

‘Ik heb altijd geweten wat ik wilde worden’, zegt hij. ‘Ik was daar enorm vasthoudend in. Als 12-jarige jongen wist ik al precies wat ik allemaal moest doen om me voor te bereiden op een carrière als filmregisseur. Ik volgde allerlei cursussen: fotografie, schilderen, schrijven. Ik bouwde heel bewust een cv op.’

‘Nu zou je kunnen zeggen: wat ontzettend arrogant, dat een 12-jarige denkt te weten hoe je een belangrijke filmmaker wordt. Mijn ouders waren er ook niet zo blij mee. ‘Wat als het nou niet gaat lukken?’, zeiden ze. Maar ik zie het als efficiëntie. Géén filmmaker worden was simpelweg nooit een optie.’

Dat lijkt verdacht veel op Mark Zuckerberg, die in The Social Network zijn tegenstanders op hun plaats zet: ‘Als jullie de uitvinders waren van Facebook, dan hadden jullie Facebook wel uitgevonden.’

Fincher: ‘Als je iets graag wilt, moet je het wel doen.’

 

Niet in print:
In The Social Network schetst regisseur David Fincher de roerige geschiedenis van Facebook, de populairste sociale-netwerksite ter wereld. Oprichter Mark Zuckerberg komt er in de film niet al te best af. ‘Wie zegt dat de held van een film altijd sympathiek moet zijn?’

 

De Volkskrant, 28-10-2010, door Bor Beekman

Opvallend actuele verfilming van de geschiedenis van Facebook

The Social Network | Regie David Fincher. Met Jesse Eisenberg, Andrew Garfield, Justin Timberlake. In 69 zalen.


Niemand weet iets – zo luidt het officieuze Hollywood-adagium, dat wordt bevestigd door The Social Network van regisseur David Fincher (Se7en, Fight Club). Uiteindelijk valt het succes van films nooit te voorspellen, hooguit achteraf te duiden. Op voorhand leek de verfilming van de oprichting en groeiperikelen van de vriendenwebsite Facebook geen materiaal voor blockbuster-waardige inkomsten. Iets met internet en bleke, even intelligente als sociaal incompetente nerds, die hun campusleven inwisselen voor een bestaan achter het computerscherm, aangevoerd door de meest bleke, intelligente en sociaal incompetente nerd van allemaal: Mark Zuckerberg. Een hoogst onaangename held, met wie het slecht identificeren is – nog zoiets waar studiobonzen in de regel voor terugdeinzen.

Het is Finchers verdienste dat hij, in tijden waarin collega’s grossieren in vlak superheldgeweld, de Hollywood-film weer een meer sociaal kritische kant opstuurt, zoals in de hoogtijdagen van de Amerikaanse mainstreamcinema – zonder daartoe allerlei concessies te doen aan het vaak voor dom versleten grote publiek. The Social Network is niet overdreven geromantiseerd, computer-lingo en algoritmes worden niet versimpeld, en de personages – op zanger Justin Timberlake na gespeeld door relatief onbekende acteurs – zijn even weinig eenduidig als mensen van vlees en bloed.

De voornaamste, en geslaagde, kunstgreep die Fincher en scenarist Aaron Sorkin (van onder meer de serie The West Wing) toepassen om hun filmversie meer te doen wervelen dan de realiteit, schuilt in de dialoog. Die is voortdurend vlijmscherp: razendsnelle uitwisselingen van gevatheden moeten aantonen hoe sneldenkend en hoogbegaafd de hoofdpersonages zijn. Dat begint al in de even virtuoze als informatiedichte openingsscène, waarin de student Zuckerberg zijn vriendin zowel bedoeld als onbedoeld schoffeert, en zij de relatie verbreekt.

Geniaal, is hij, maar ook arrogant en contactueel gestoord, een berekenende opportunist die achter elke vorm van vriendschap de diepe wens vermoedt om – via de ander – te stijgen in de sociale rangorde, te beginnen met die van het uiterst elitaire Harvard.

De vorm waarin Fincher zijn vertelling giet is die van een rechtbankdrama, waarbij de betrokkenen – miljardair Zuckerberg en oud-campusgenoten die menen dat Facebook toch ook hun vinding was – een onderlinge juridische strijd uitvechten, en we in flashbacks meemaken hoe de exceptionele groei van het bedrijf in kilte eindigt. Het maakt The Social Network ook opvallend actueel; kwesties als intellectueel eigendom, veranderende marktinzichten en het gebruik van internet als digitale schandpaal worden als volkomen natuurlijk ingepast in het drama.

Dat uitgerekend zo iemand als Zuckerberg ’s wereld grootste vriendennetwerk zou oprichten, is de spectaculaire ironie achter The Social Network, die ook terugslaat op de kijker, of gebruikers van Facebook. Kennelijk doorzag de zelf vriendloze oprichter, die in exclusiviteit, uitsluiting en rangschikking op uiterlijk een lucratieve meerwaarde van het digitale contact herkende, toch heel goed hoe de mens in elkaar steekt.


 

 
Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]