De Volkskrant, 12-11-2015, door Janny Groen .2011

Hoe strafbaar is de romantische jihadi?

In het jihadproces, dat dinsdag zijn laatste dag beleefde, kruisten het OM en de raadslieden bijna twee maanden lang de degens. Wat gaan de rechters beslissen? Spoorden de verdachten aan tot geweld? Vormden zij een terreurgroep? Deskundigen geven alvast hun oordeel.

Tussentitel: Vergoelijken, legitimeren of verheerlijken van terrorisme is niet strafbaar - Esther Janssen - gepromoveerd op vrijheid van meningsuiting

Websitebeheerder Rudolph H. (25), de eerste verdachte die aan de tand werd gevoeld tijdens de grote jihadzaak die begin september begon, legde zijn twijfel over een eerlijk proces meteen op tafel. 'Zijn de rechters wel voldoende bestand tegen de maatschappelijke en politieke druk?', wilde hij weten. 'Moet er niet sowieso een veroordeling uitrollen?'

Dat vrijwel alle verdachten H.'s scepsis delen, werd de afgelopen weken tijdens het proces duidelijk. De overtuiging dat in Nederland voortdurend met twee maten wordt gemeten, dat moslims het onderspit delven en dat eigenlijk de islam terechtstaat, kwam steeds bovendrijven.

Om deze perceptie te pareren, omschreven de rechters omstandig hun complexe zoektocht naar de waarheid. Natuurlijk is het gepolariseerde debat over de islam en SyriŽgangers hen niet ontgaan.

Dat er kritiek zal komen op de vonnissen lijkt rechtbankvoorzitter Renť Elkerbout onontkoombaar. Want het gaat in dit proces over levensovertuiging en ideologie, over de islamitische identiteit, leerstellingen, geloofsbeleving en vrijheid van meningsuiting. Dan zijn de grenzen van de wet veel moeilijker te bepalen dan in pakweg een zaak over hennepteelt.

Ook het Openbaar Ministerie (OM) hamerde erop dat niet de islam terechtstaat, maar het handelen van de negen verdachten. Die waren op basis van hun specifieke interpretatie van de Koran en hadith (overleveringen van de profeet), bezig zo veel mogelijk jongeren te werven voor de gewapende jihad. Het OM beklemtoonde dat de verdachtengroep, behorend tot 'een fundamentalistische jihadistische stroming', niet representatief is voor de islam of voor de Nederlandse moslimgemeenschap. 'Het gaat in deze zaak om het aanzetten, bevorderen en oproepen tot geweld en terreur: ernstige strafbare feiten.'

Het OM liet veelvuldig anasheed (islamitische strijdliederen) horen met heftige teksten, gemonteerd onder gruwelfimpjes die de verdachten via hun sociale media verspreidden.

Dergelijke 'militaristische propaganda' is diep ingebakken in de Nederlandse cultuur, weerkaatste de verdediging. Die liet op haar beurt beelden zien van de viering van 200 jaar Koninkrijk met muzikale fragmenten uit de musical Soldaat van Oranje:

'Je moet jezelf vragen, als de wereld in brand staat, wie blust dan het vuur? Blus jij het vuur?'

Valt de gelijkenis niet op met de teksten die verdachten plaatsten op hun sociale media?, zo vroeg de verdediging zich af. Als die vinden dat het vuur moet worden geblust in SyriŽ, zijn ze dan aan het opruien, ronselen?

Op een van de vele foto's die het OM toonde als bewijs van opruien tot terreur, poseert een jeugdig jihadistisch koppel met wapens. 'Dat is een romantisch beeld', reageerde de jonge prediker Oussama C. (19), bij wie de foto was gevonden. En daar is niks mis mee, is de stelling van de verdediging. Een groot deel van de wereldliteratuur en de kunst is gebaseerd op de connotatie van strijder en romantiek. Denk aan de oorlogsgod Mars en liefdesgodin Venus, aan Cleopatra en Marcus Antonius, Bonnie en Clyde, en aan Daeneris en Daario uit Game of Thrones.

Het OM heeft hoog ingezet met strafeisen tot 7 jaar cel. Overigens worden niet alle leden van de 'terreurgroep' verdacht van opruien en ronselen voor de gewelddadige strijd. Er zijn er ook die zelf naar het strijdgebied zijn vertrokken. Twee vechten daar nog (Anis Z. en Hatim R.) en twee zijn teruggekeerd, Jordi de J. en Hicham el O.

Op 10 december doet de rechtbank uitspraak. Met welke dilemma's moeten de rechters afrekenen?


1. Terroristische opruiers en ronselaars of spektakelactivisten?

In de visie van de verdediging zijn de verdachten 'spektakelactivisten', die nare dingen zeggen, bewust provoceren om aandacht te genereren in de media en tijdens demonstraties tegen de grenzen van de wet schuren, en er misschien soms ietsjes overheen gaan. Volgens het Europees Hof van de Rechten van de Mens mogen uitingen 'kwetsend, choquerend of verontrustend' zijn. Onbegrensd is de vrijheid van meningsuiting niet. Aanzetten tot geweld is strafbaar.

'Niet strafbaar is het vergoelijken, legitimeren of verheerlijken van terrorisme', zegt Esther Janssen, die eind 2014 promoveerde op de vrijheid van meningsuiting, hate speech en religie. Ze wijst erop dat CDA-leider Sybrand Buma in 2014, kort na de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley door IS, met het voorstel kwam verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen. Zover is het nog niet.


De context waarin uitingen zijn gedaan is volgens Janssen cruciaal. Het publiceren op sociale media, het demonstreren of het oproepen daartoe, het geven van lezingen, het doen van smeekbedes, het maken van filmpjes is an sich toegestaan. Per uiting moet de rechter beoordelen of verdachten over de schreef zijn gegaan. Is het roepen van 'Obama, Obama, we zijn allemaal Osama' tijdens een demonstratie wezenlijk anders dan scanderen 'Johnson moordenaar'? Dat laatste gebeurde veelvuldig in de jaren zestig en zeventig bij demonstraties tegen de Vietnam-oorlog.

Na bestudering van het requisitoir vindt Janssen dat het OM het begrip opruien 'heel ruim heeft geÔnterpreteerd'. Opvallend vindt ze dat het OM niet geneigd lijkt de uitingen per geval te fileren. Het heeft voor de brede aanpak gekozen. Verdachten waren 'stelselmatig bezig de geesten rijp te maken' voor de gewapende strijd, aldus het OM.


Hoofdprijs

Bij de zaak tegen Geert Wilders ging het precies andersom, zegt Janssen. Het OM wilde hem niet vervolgen, maar werd daartoe gedwongen door een civiele partij. Die zat op de toer van het stelselmatig aanzetten tot haat, terwijl het OM de uitingen destijds apart wilde beoordelen.

Janssen: 'Het OM lijkt hier voor de hoofdprijs te gaan. Maar het had ook op meerdere paarden kunnen wedden: waarom worden de verdachten niet ook vervolgd wegens haatzaaien? In de Hofstadgroep-zaak zijn enkele leden daarvoor veroordeeld.'

De Leidse rechtsgeleerde Afshin Ellian hecht meer waarde aan het stelselmatig rijp maken van de geesten voor de strijd in SyriŽ en Irak door verdachten. Uitingen die kwetsen, beledigen, provoceren, choqueren en verontrusten vallen inderdaad binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, zegt hij. Maar het wordt anders als je uitingen en communicatiemiddelen inzet om toehoorders te 'bespelen, te overreden, tot aansluiting te bewegen'.

Deze begrippen, zegt Ellian, worden nadrukkelijk genoemd in Kamerstukken die gaan over artikel 205 van het Wetboek van Strafrecht (zonder toestemming van de Koning iemand werven voor vreemde krijgsdienst of gewapende strijd). 'Dit artikel wordt voor het eerst toegepast op een groep verdachten. Het strafrecht begint bij de bedoeling van de wetgever. Ik ben benieuwd hoe de rechters hiermee omgaan.'


2. Moslims aan de religieuze rafelrand of terroristen?




De ene verdachte (Azzedine C.) noemt zich een 'malikiet', aanhanger van een islamitische wetschool die dominant is in West- en Noordwest-Afrika. De ander een 'activistische salafi-jihadi die geweld verwerpt' (Rudolph H.), want jihad kan ook andere betekenissen hebben dan gewapende strijd. Een derde is 'gewoon moslim' (Oussama C.). In hun lezingen en berichten op sociale media halen ze vaak historische bronnen aan, citeren ze radicale geestelijken en verpakken ze hun politieke wensen in smeekbeden. Ze verwerpen democratische verkiezingen en de Nederlandse Grondwet via sociale media, want voor hen gaat de sharia boven alles.

Lastig in terreurzaken is dat verdachten vaak slim gebruikmaken van hun religie om de grenzen van de wet te omzeilen, zegt Halim el-Madkouri, arabist, islamoloog en radicaliseringsdeskundige. 'Het zijn geen domme jongens. Als ze Allah inzetten, ontslaat hen dat van elke verantwoordelijkheid. Ze kunnen roepen wat ze willen, uiteindelijk weet Allah het beter.'

Dat smeekbedes bij de 'mainstream' islam horen, klopt, zegt hij. 'Maar ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de gemiddelde imam God niet zal smeken om de vernietiging van joden, christenen, ongelovigen en sjiieten. Hij zal God om bescherming vragen tegen de vijanden van de islam.'

El-Madkouri vindt dat verdachten verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun 'dubieuze keuzen'. Hij volgde hun sociale media op de voet en constateert dat hun selectie van citaten uit de Koran en hadith (overleveringen van de profeet) opvallende overeenkomsten vertonen met die van Shumukh (belangrijke site van IS). Of standpunten van IS in Nederland strafbaar zijn, kan hij niet beoordelen. 'Ik ben geen jurist.'


3. Terroristische organisatie of een zooitje ongeregeld uit de Schilderswijk?

'De term organisatie is wel erg veel eer voor het zooitje ongeregeld uit de Schilderswijk', twitterde een journalist tijdens het proces. De raadsman van Oussama C. verwees ernaar in zijn pleidooi. Deze constatering, zei hij, wordt onderbouwd door de inlichtingendienst AIVD, die jihadistisch Nederland beschrijft als 'een grote zwerm en niet als een verzameling gestructureerde en duurzame samenwerkingsverbanden'.

Rechtsgeleerde Afshin Ellian volgde eerdere terrorismezaken, tegen de Hofstadgroep (rond Mohammed B., de moordenaar van filmmaker Theo van Gogh) en de Piranhagroep (met hoofdverdachte Samir A.). Voor hem staat buiten kijf dat de verdachten in het jihadproces een organisatie vormden. 'Deze jihadi's zijn veel professioneler dan de Hofstadgroep', zegt hij. 'De Hofstadgroep was een betrekkelijk los verband van personen die samenkwamen in huiskamers, onder andere in die van Mohammed B. De huidige groep had een mediateam, diverse propagandakanalen, een stichting, een clubgebouw, waar lezingen werden gegeven over de gewapende strijd.'

Dat van een organisatie sprake is, ontkent advocaat Sytema, maar de raadsman van Rudolph H. heeft niet de moeite genomen dit aan te tonen. 'Twee mensen kunnen al een organisatie vormen. De strafrechtelijke lat ligt zo laag, dat zich verzetten zinloos is.' Volgens Sytema gaat het OM volledig onderuit met de onderbouwing van het terroristisch oogmerk. Enkel uit de geloofsovertuiging van verdachten, 'zonder bewijsmiddelen aan te dragen', zou het OM hun gezamenlijke doel destilleren: het sturen van mensen naar SyriŽ voor de strijd tegen Assad en het vestigen van een kalifaat.

Dat het OM 'de gewelddadige ideologie' van de verdachtengroep als uitgangspunt neemt, vindt Ellian niet zo gek. 'Het bindmiddel van een criminele organisatie kan zijn: geld verdienen met inbraken of drugs. Hier is de ideologie het cement', zegt hij met een verwijzing naar de Hoge Raad, die ook de Hofstadgroep als een terroristische organisatie beschouwt. 'Beide groepen hebben hetzelfde gedachtengoed.'

De verdachten in het jihadproces maakten de geesten rijp voor de gewapende strijd. Personen uit hun directe omgeving, hebben zich aangesloten bij jihadistische groeperingen. Dus gaat het om terrorisme.

'Die groeperingen streden, al in 2012 en 2013, niet alleen tegen Assad (de Syrische dictator, red.). Maar ook tegen sjiieten en alevieten. Christenen werden gekruisigd, nonnen ontvoerd door ISIS en Jabath al-Nusra.' De verdachten verdiepten zich in de Syrische strijd, zegt hij, ze wisten daar ongetwijfeld van.


Door de Volkskrant geraadpleegde deskundigen hebben de Contextzaak niet zelf bijgewoond. Ze reageren op aan hun voorgehouden teksten.



Tussenstuk:
De Contextzaak

Het grote jihadproces, ook wel bekend als de Contextzaak, begon op 7 september. Negen verdachten stonden terecht voor onder meer het ronselen van jonge moslims in Nederland, opruiing en deelname aan een trainingskamp in SyriŽ. Hoofdverdachte is Azzedine C., alias Abou Moussa. Hij was een van de gezichten van pro-IS-demonstraties in de Haagse Schilderswijk. Het OM acht bewezen dat hij samen met de anderen een criminele organisatie met terroristisch oogmerk heeft gevormd. Tegen hem is 7jaar cel geŽist. Abou Moussa is de enige van de verdachten die nog in voorlopige hechtenis zit. Het proces werd de afgelopen weken gehouden in de extra beveiligde rechtszaal De Bunker in Amsterdam-Osdorp. De rechtbank doet op 10december uitspraak.


'Dode' SyriŽganger kan worden vervolgd

Het Openbaar Ministerie (OM) mag Soufiane Z., alias The Fighting Journalist, toch vervolgen. Z. was aanvankelijk de tiende verdachte in het grote jihadproces. In januari kwamen er berichten uit SyriŽ dat Z. zou zijn omgekomen bij een bombardement in Kobane. Sindsdien is niets meer vernomen van Z., die erg actief was op sociale media.
    Vorige maand besloten de Haagse rechters de zaak tegen Z. te staken. Als hij ooit opduikt, kan hij alsnog worden vervolgd, aldus de rechters, die geen zin hadden in een 'spookproces'. Het OM, die Z. beschouwt als een belangrijk figuur in de verdachtengroep, ging in hoger beroep
    Het hof vindt dat zware eisen moeten worden gesteld aan de doodverklaring van een verdachte. Daaraan is in geval van Z. niet voldaan. Zijn broer Anis, die in SyriŽ strijdt en wel wordt vervolgd, heeft van derden vernomen dat Soufiane dood is. Maar daarmee staat het nog niet vast, aldus het hof. Inlichtingendiensten kunnen zijn dood ontkennen noch bevestigen. In dit geval vervalt het vervolgingsrecht van het OM niet.
    Wat dit betekent voor het proces, dat op 26 november officieel zou worden gesloten, is onduidelijk.


Web:
TT:
Vergoelijken, legitimeren of verheerlijken van terrorisme is niet strafbaar
ó Esther Janssen, gepromoveerd op vrijheid van meningsuiting
Het zijn geen domme jongens. Als ze Allah inzetten, ontslaat hen dat van elke verantwoordelijkheid
ó Halim el-Madkouri, arabist, islamoloog en radicaliseringsdeskundige
De AIVD beschrijft jihadistisch Nederland als 'een grote zwerm en niet als een verzameling gestructureerde en duurzame samenwerkingsverbanden'



Naar Menswetenschappen, regels , Menswetenschappen, huidig , Wetenschap, lijst  , Wetenschap overzicht , of site home

[an error occurred while processing this directive]