De Volkskrant, 14-04-2016, door Philip van Praag, politicoloog en was tot 2014 verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. 2009

Leg geen drempel in referendum

Als je wilt voorkomen dat Nederland elke maand een referendum krijgt, stel dan een minimumvereiste van 600 duizend handtekeningen voor het aanvragen van een raadgevend referendum.

Tussentitel: De meeste stemmen winnen, dat is een oud en goed democratisch principe
Of leg drempel een stuk hoger: op 600 duizend handtekeningen


Al voor 6 april barstte de discussie over de spelregels los. Vooral de opkomstdrempel van 30 procent was voor menigeen een bron van ergernis, de voorstellen om die te veranderen buitelden over elkaar heen. De Volkskrant bleef niet achter. In een redactioneel commentaar van hoofdredacteur Philippe Remarque werd de opkomstdrempel gehekeld (O&D, 5 april). Hij wenste een eenduidige keuze voor voor- en tegenstanders.

Terecht stelt hij dat een regel die leidt tot strategische afwegingen om wel of niet te stemmen uit den boze is. Hij denkt dit te vermijden door de spelregel in te voeren dat de winnende optie door minstens een kwart van de stemmers gesteund moet worden. Een dergelijke regel wordt ook wel aangeduid als een gekwalificeerde meerderheidseis.

Minister Plasterk liet kort na het referendum al blijken wel sympathie te hebben voor een dergelijke alternatieve regel. Het lijkt een aantrekkelijke regel, zeker voor politici die gefrustreerd zijn door de huidige uitslag, waarbij de tegenstanders van het associatieverdrag nog geen 20 procent van de kiezers achter zich hadden, maar wel het referendum wonnen.

Schijn bedriegt. De gekwalificeerde meerderheidseis is om meerdere redenen even pervers als de nu geldende opkomstdrempel. Dat komt doordat spelregels niet alleen strategisch gedrag kunnen uitlokken bij kiezers, maar ook bij politici, politieke partijen en andere groepen die geacht worden het ter discussie staande voorstel publiekelijk te verdedigen. Bij het afgelopen referendum waren we niet alleen getuige van strategisch stemmen, maar ook van strategisch niet-campagnevoeren.

Een felle campagne van de voor- en tegenstanders heeft niet alleen veel nieuwswaarde, maar onderzoek heeft ook laten zien dat het de betrokkenheid vergroot en leidt tot een hogere opkomst. Het kan dan rationeel en strategisch zijn om met de handrem op campagne te voeren. Bij dit referendum kon men zien dat het kabinet en verschillende partijen die het associatieverdrag steunden, terughoudend en halfslachtig campagne voerden. Alhoewel betrokkenen dat niet zullen erkennen, lijkt het waarschijnlijk dat strategische overwe-gingen daarbij een rol hebben gespeeld.

Een gekwalificeerde meerderheidseis zal dit strategisch niet-campagnevoeren nog aantrekkelijker maken. De praktijk met lokale referenda, waarbij een gekwalificeerde meerderheidseis gold, heeft dit herhaaldelijk laten zien. Zo koos bij het referendum over de Noord-zuidlijn, een metrolijn in Amsterdam, de verantwoordelijk D66-wethouder Bakker ervoor geen of nauwelijks campagne te voeren, omdat dat de tegenstanders van de aanleg in de kaart zou spelen. Een tamme campagne was in zijn belang. De gemeente Amsterdam heeft deze regel later weer veranderd en verlangt nu een opkomst van 20 procent.

In de praktijk zal het er op neerkomen dat bij een gekwalificeerde meerderheidseis het er vooral om gaat of de tegenstanders 25 procent van de kiezers kunnen mobiliseren. De terughoudende campagne van de voorstanders is er op gericht dat te voorkomen. Het te betreuren gevolg is dat het publieke debat aan aantrekkelijkheid en kwaliteit zal inboeten.

Kiezers die het beleidsvoorstel steunen hebben bij een dergelijke meerderheidseis weinig redenen om te gaan stemmen. Als de tegenstanders 25 procent van de kiezers achter zich weten te krijgen, is het uiterst onwaarschijnlijk dat de voorstanders dat aantal kunnen overtreffen. Dat zou betekenen dat de opkomst minstens 50 procent zou zijn. Een dergelijke hoge opkomst komt zelden voor bij referenda, doordat de groep kiezers die niet ge´nteresseerd is in het onderwerp groter is dan bij Twee Kamerverkiezingen. Bovendien stelt een referendum hogere eisen aan burgers, onder andere omdat het lastiger is om te stemmen op basis van partijpolitieke voorkeur.

Elke drempel zal in de praktijk de voorstanders voor een dilemma plaatsen en strategisch gedrag uitlokken. Er is maar een manier om dat te vermijden: geen enkele drempel. De meeste stemmen winnen, is tenslotte een oud en goed democratisch principe.

Als men wil voorkomen dat Nederland elke maand een referendum krijgt, is er een andere oplossing denkbaar. Maak het moeilijker om een raadgevend referendum aan te vragen. De 300 duizend handtekeningen die de referendumwet nu vereist, is aan de lage kant. De staatscommissie Biesheuvel stelde ruim dertig jaar geleden 600 duizend handtekeningen voor en dat aantal was ook opgenomen in het referendumvoorstel van het paarse kabinet. Met dat aantal is in het digitale tijdperk helemaal niets mis.





Web:
TT:
De gekwalificeerde meerderheidseis is om meerdere redenen even pervers als de nu geldende opkomstdrempel
Of leg drempel een stuk hoger: op 600 duizend handtekeningen
De meeste stemmen winnen, dat is een oud en goed democratisch principe




Red.:



Terug naar Joods racisme , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]