De Volkskrant, 11-02-2013, door Taeke Oppewal, kenner van de Friese literatuurgeschiedenis .2010

Buiten de Randstad lééft de provincie nog

De provincie zoals wij die kennen dreigt te verdwijnen omdat de Randstedeling er niets mee heeft.


Tussentitel: ik lig, als Fries, wèl wakker van de plannen van Plasterk

Minister Plasterk wil de provincies Flevoland, Noord-Holland en Utrecht laten fuseren vóór de Statenverkiezingen van maart 2015. De nieuwe superprovincie, met maar liefst 4,5 miljoen inwoners, zou de meest logische weg zijn om inefficiënties van de huidige structuren op te lossen.

Het evangelie van de schaalvergroting is door de overheid, net als in het bedrijfsleven, op vele terreinen in praktijk gebracht: onderwijs, rechterlijke organisatie, woningcorporaties, ziekenhuiszorg, en ook lokale overheden. Alles moest groter. De gevolgen van de doorgeschoten schaalvergroting zijn zo langzamerhand wel duidelijk: meer bureaucratie, tegenvallende opbrengsten, steeds minder betrokkenheid bij de organisatie, en onbeschaamd graaien aan de top.

Vijf jaar geleden schreef een parlementaire commissie onder leiding van het Kamerlid Jeroen Dijsselbloem dat de menselijke maat terug moest in het onderwijs. In Rotterdam hebben ze deze boodschap begrepen. De twee grote roc's - producten van de fusie van zo'n honderd mbo-scholen - worden opgesplitst in 'kleine herkenbare eenheden'.

Tot dusverre is deze ontwikkeling aan het lokale en regionale bestuur voorbij gegaan. Het kabinet zet onverkort in op een forse schaalvergroting van gemeenten, provincies en waterschappen. Bij de provincies gebeurt dat op een sluwe manier. Eerst worden Flevoland, Noord-Holland en Utrecht in één hok gedwongen. Daarmee ontstaat op provinciaal niveau in Nederland een onevenwichtigheid die een kettingreactie zal oproepen, zodat straks ook de provincies die dat helemaal niet willen toch zullen moeten fuseren. Het gebrek aan regionale binding van de Randstedeling wordt zo als breekijzer gebruikt om de verbondenheid van Friezen, Limburgers of Zeeuwen te breken.

Een vriend van mij in Amsterdam vertelde dat hij warm noch koud wordt van Plasterks plannen. Haarlem en Noord-Holland bestaan amper voor hem. Maar ik ben een Fries, en ik lig wèl wakker van die plannen. Voor technocraten, ondernemers en veel Randstedelingen is een provincie een achterhaald bestuurlijk instrument. Maar voor mij is Friesland de provincie waarmee ik mij identificeer, het is mijn echte land in het koninkrijk der Nederlanden, in Europa en in de wereld. Ik weet wie de bestuurders zijn, ik ken de verhoudingen, omstandigheden, geschiedenis, de taal van mijn ouders en die van mijn kinderen. Ik volg de politieke en culturele ontwikkelingen en ben daar deelgenoot van. Ik weet ook wel dat slechts 5 procent van het overheidsbudget door de provincies wordt besteed. Maar hun immateriële betekenis gaat veel verder. Zo gaan de provincies over regionale economie, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en cultuur - zaken die mijn directe leefwereld betreffen.

De regering wil ook af van de provinciale bemoeienis met cultuur. Dat is vanuit het Friese perspectief een inacceptabel voornemen. Het Europees handvest voor regionale talen verbiedt bovendien iedere bestuurlijke herindeling die ten koste gaat van de Friese taal en cultuur. Men kan zich daarnaast afvragen of de Tweede Kamer wel het morele recht heeft om met tweederde meerderheid de provincie Fryslân op te heffen als de Friezen dat zelf niet zouden willen.

De weerstand tegen de provinciale herindeling laat een interessante historische parallel zien. Voor 1800 bestond Nederland uit een federatie van zeven provincies. Holland was daarin de rijkste. Friesland, de 'tweede provincie', stond argwanend tegenover Holland. Nu zijn de verhoudingen vergelijkbaar, alleen is de rol van Friesland overgenomen door Noord-Brabant, na de Randstad het economisch belangrijkste deel van Nederland. En zie: de Brabantse bestuurders hebben hun buik vol van het 'Haagse geneuzel' over herindeling. Zij willen zelf bepalen wat goed is voor de provincie.

Met simpelweg opschalen gaat het kabinet voorbij aan de geschiedenis en de identiteit van de provincie waar ik geboren ben, werk en woon. Minister Plasterk sluit de ogen voor de bestaande waardevolle identificatie- patronen en brengt de toekomst van de eigen cultuur en taal in gevaar. Mij lijkt dat er meer wordt vernield dan opgebouwd. Daarom nodig ik de minister uit om zijn denkkracht en staatsrechtelijke creativiteit nog eens aan te spreken alvorens de heilloze weg van de schaalvergroting verder te vervolgen. Minister Plasterk zou, zoals zijn partijgenoot Dijsselbloem eerder voor het onderwijs deed, bij de beoordeling van verdere fusies in het lokaal en regionaal bestuur nadrukkelijk de menselijke maat moeten bewaken en de verbondenheid van bewoners met hun regio of provincie moeten respecteren.


Naar Buikhuisen hetze, bronnen , Media lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]