De Volkskrant, 06-07-2013, boekrecensie door Suzanne Weusten .2010

Non-fictie | Psychiatrie

Ziektegevallen in romans

De psychiatrie kan niet zonder romans over de gekwelde mens.


De Oostenrijkse schrijver Arthur Schnitzler schreef in 1906 een brief aan Sigmund Freud om hem te feliciteren met zijn 50ste verjaardag en om hem te vertellen dat hij inspiratie had ontleend aan diens werk. De twee mannen vertoonden overeenkomsten in kennis en opvattingen, maar ze hadden elkaar nog nooit ontmoet. Freud vond in de verhalen van Schnitzler veel terug van zijn eigen ideeŽn. 'Ik denk dat ik u gemeden heb uit een soort dubbelgangersvrees', bekende de psychiater hem jaren later.

De psychiater en de schrijver schreven beiden verhalen. De een onderzocht de zielsgesteldheid van Dora, een analyse die zich laat lezen als een roman, de ander beschreef in de novelle Fršulein Else een vergelijkbare geschiedenis. Schnitzler bewonderde Freud en omgekeerd had Freud ontzag voor Schnitzler, maar er was ook sprake van rivaliteit tussen de twee: Freud benijdde de schrijver en Schnitzler had kritiek op de psychiater.

Schrijvers en psychiaters stellen met verschillende bedoelingen dezelfde vragen. De psychiater wil orde aanbrengen in de chaos van de geest, hij wil genezen; de schrijver hoeft niet te genezen, maar wil een mooi levensverhaal vertellen. Hoewel de schrijver meer vrijheid heeft dan de aan banden gelegde psychiater, moet hij ook zorgen dat zijn verhaal geloofwaardig is. Schrijvers maakten het werk van psychiaters toegankelijk voor het grote publiek en zorgden daarmee 'voor het vlees op de botten van de theorie'.

Psycholoog en journalist Ranne Hovius beschrijft de geschiedenis van de psychiatrie aan de hand van romans en verhalen over de psychisch ontregelde mens. De bijdragen van schrijvers zijn volgens Hovius 'een onontbeerlijke aanvulling op de psychiatrie'. Ze weerspiegelen ťn bekritiseren de heersende opvattingen over psychiatrische ziektes. Hovius volgt de psychiatrie vanaf de vrijlating van opgesloten krankzinnigen aan het einde van de 18de eeuw, via de psychoanalyse en de anti-psychiatrie tot en met de huidige tijd, waarin het handboek DSM-5 de psychiater een duizelingwekkend aantal diagnoses biedt. De verhalen en romans zijn soepel in deze geschiedenis geÔntegreerd en Hovius dist ze smakelijk op; van Jane Eyre van Charlotte BrontŽ en De Toverberg van Thomas Mann tot en met Enduring Love van Ian McEwan. Maar ook klassieke schrijvers als Goethe, Flaubert en Zola en schrijvende artsen als Frederik van Eeden, Irvin Yalom en Oliver Sacks passeren de revue.

Mensen met psychische stoornissen hebben geen greep op de chaos in hun hoofd; ze hebben behoefte aan herordening van hun verhaal, schrijft Hovius. En naarmate de psychiatrie onzekerder wordt en opschuift in de richting van het medisch perspectief, noteren de schrijvers goddank nog steeds de verhalen van de individuele mens die worstelt met zijn angsten en depressies.

Psychiaters zullen schrijvers niet meer zo benijden als Freud, maar de weinigen die nog aandacht hebben voor het verhaal van hun patiŽnten zijn veeleer de bondgenoten van schrijvers, stelt Hovius. Dat de auteur ook een bondgenoot is, bewijst dit rijke boek, geschreven met kennis van de psychiatrie, liefde voor literatuur en een enorme compassie met de eenzaamheid van de geestelijk gekwelde mens.

Ranne Hovius: De eenzaamheid van de waanzin. Nieuwezijds; 320 pagina's, euro 19,95.



IRP:   


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]