De Volkskrant,17-11-2011, door Ernst Hirsch Ballin, hoogleraar aan Tilburg University Law School en de UvA. .2010

Thee drinken hoort tot kern van politiek

Een tot vijand maken van de andersdenkende past niet in een democratische rechtsstaat. Wij moeten weer bereid zijn tot samenwerking in het midden van de Nederlandse politiek.

Tussentitel: De massamedia geven politiek vooral weer als conflict

Toen ik in 2010 op Prinsjesdag als lid van het demissionaire kabinet in de Ridderzaal aanwezig was, bevatte de Troonrede net zo min als de Miljoenennota veel visie. Weliswaar werd het beleid van financiŽle en sociaal-economische degelijkheid voortgezet, maar verder waren we politiek gesteriliseerd, precies op de punten waarvan we in het vierde kabinet Balkenende nog in de zomer van 2009 elkaar hadden beloofd te gaan werken aan een nieuwe visie: de thema's van de brede heroverweging.

Visie ontwikkelen op belangrijke onderwerpen van beleid - de woningmarkt, het arbeidsbestel, Europees monetair beleid - vergt discussie, creativiteit en tegenspraak. Maar dat is heel iets anders dan met zogenaamde 'visies' elkaar de ogen uitkrabben. Joop den Uyl achtte visie nodig voor politiek handelen, maar hij was ook een centrale figuur in de toenmalige polarisatie. Dat was in die tijd nog enigszins begrijpelijk: de polarisatie was een afgezwakte variant van de klassenstrijd, waarbij begin jaren zeventig 'de spreiding van kennis, macht en inkomen' tot inzet van de strijd was gemaakt.

Toen echter in 2008 vanuit de PvdA wederom een verlangen naar polarisatie klonk - gerelateerd aan vraagstukken rond integratie - was geheel onduidelijk tegen wie dan wel moest worden gepolariseerd.

Polariseren is in de politieke discussie populairder dan ooit, maar verbindende visies gedijen daarin niet. Toch meen ik dat zulke visies moeten worden ontwikkeld, omdat ze het algemeen belang dienen, en omdat voor verdeeldheid een hoge prijs moet worden betaald. In de schijnrationaliteit van de campagnes is een genuanceerd beleid inzake hypotheekrente-aftrek politiek onhanteerbaar geworden. Mogelijkheden voor een verbindende visie, bijvoorbeeld over de onderwerpen van de heroverweging, bleven onbesproken omdat die in geen enkele media- en campagnelogica paste. Wat daarin wťl past is een framing van politieke tegenstanders als ondeugdelijk of onbetrouwbaar, of het opspelen van een willekeurig punt van verontrusting voor onzekere mensen, om daarmee de 'oproepbare' achterban te mobiliseren.

Is het mogelijk uit deze spiraal te komen? Ik denk het wel. Enige politieke vernieuwing zou daaraan kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door de parlementaire vertrouwensregel minder contractueel op te vatten en meer ruimte te geven voor een kabinet dat - met een hogere vrijheidsgraad jegens alle fracties - de dialoog met de Kamer aangaat. De werking van het arbeidsbestel en de economische betekenis van migratie, twee onderwerpen van enorm belang voor de toekomst van ons land, moeten uit de taboesfeer van gepolariseerde onderwerpen kunnen worden gehaald. Voor het eerste onderwerp was met het rapport van de commissie-Bakker consensus onder handbereik; voor het tweede is die consensus zelfs vertaald in vrijwel Kamerbreed gesteunde wetgeving, maar ontbrak het aan de durf om die consensus te verwoorden.

Daarin verandering te brengen moet niet al te moeilijk zijn, als maar wordt onderkend dat het aankomt op de opvatting wat politiek eigenlijk is. Daarover doen verschillende opvattingen opgeld. Bekend - en in zijn consequenties berucht - is het radicale vriend-vijand schema van Carl Schmitt. Deze ging ervan uit dat alles wat met de intensiteit van een binding van gelijkgezinden als 'vrienden' tegenover de 'vijanden' zich op machtsverwerving richtte, 'politiek' is. Ook religie, moraal, economie en etniciteit(!), aldus Schmitt, kunnen zo politiek worden, al naar gelang de intensiteit van de strijd tegen de andersdenkenden.

Een andere opvatting is die van Hannah Arendt, die juist de verbinding met het gemeenschappelijk vrijheidsstreven als kenmerk ziet voor het politieke. Deze opvatting verbindt zich op de meest natuurlijke wijzen met het rechtsstatelijke denken en een Ethos der Menschenrechte, zoals Franz BŲckle dit noemde. Dit geeft immers voorrang aan wat iedere mens eigen is - de persoonlijke waardigheid - boven dat waarmee mensen zich van elkaar onderscheiden. Ze is in het recente grote werk van Axel Honneth verder doordacht: het hart van de realisering van vrijheid in een samenleving als de onze is de politieke ruimte van discussie en openbare meningsvorming. Die wordt gekenmerkt door een omvattend 'wij'.

Tot op heden is er echter een duidelijke tendens in de massamedia, politiek eerst en vooral als conflict tussen personen en groepen weer te geven. Honneth noemt het risico dat de sfeer van de openbare meningsvorming verdroogt, doordat de gerichtheid op winst de overhand krijgt in de massamedia, terwijl de populaire communicatievormen niet meer onderworpen zijn aan toetsing naar professionele standaarden.

Een tot vijand maken van de andersdenkende past echter niet in een democratische rechtsstaat. Jan Prij heeft dit - met een speelse verwijzing naar het tot vijand maken van degenen die consensus zoeken - aldus verwoord dat 'thee drinken' behoort tot het wezen van de politiek. Als dit wordt onderkend, kan ook in de politiek van de 21ste eeuw nog worden geput uit ideŽle bronnen van toewijding aan gemeenschappelijke vrijheid en wederzijds respect. Dat zal onontbeerlijk zijn om de idee van de democratische rechtsstaat wťl levend te houden.

Dit is de reden waarom ik moet constateren dat 'visie voor het gehele volk' alleen kan worden ontwikkeld als het redelijke midden weer meer betekenis krijgt. Ik wijs op een artikel in The Economist, waarin precies het gemis van het 'midden' in de VS-politiek werd betreurd. De bereidheid tot samenwerking in het midden van de Nederlandse politiek is sinds 1939 een krachtbron van onze democratie geweest. Ze kan dat nog zijn, of weer worden.




IRP:   'Een tot vijand maken van de andersdenkende past echter niet in een democratische rechtsstaat' Dus: de islam past niet in een democratische rechtsstaat.



Naar Wetenschap en religie , Wetenschap lijst , Wetenschap overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]