De Volkskrant, 05-11-2016, door Daniel Kehlmann
.2009

Een perfecte gelukkige totalitaire wereld

Onder de titel 'De heks is dood; The Wizard of Oz en de twintigste eeuw' hield de Duitse schrijver Daniel Kehlmann vrijdag de 34ste Van der Leeuwlezing. Hier de ingekorte versie van zijn lezing.

Tussentitel: De populist lijkt de dictator nodig te hebben, en de dictator moet ook een populsit zijn

We staan er meestal niet bij stil dat films door samenwerking tot stand komen. Hoezeer een film ook wordt gevormd door de unieke visie van één individu, dan nog kan deze de film niet maken zonder acteurs en cameramensen of zonder mensen die zich bezighouden met geluid, belichting en kostuums. Daarom vertellen films, naast het verhaal dat ze op het eerste gezicht vertellen, ook altijd een ander verhaal dat door geen van de betrokkenen bewust wordt doorgegeven. Daarom is elke film een kluis waarin je de interne worsteling, de ambivalentie, de verborgen hoop, angst, vreugde en verlangens kunt aantreffen van de tijd waarin hij gemaakt is.

Als kind had ik The Wizard of Oz op een VHS-band. Ik heb hem wel twintig keer gezien, en iedere keer genoot ik weer. Ik hield van de muziek, de personages, het verhaal en van het moment waarop de Boze Heks wegsmolt in een zwarte plas. Jaren later heb ik ook het boek gelezen waarop de film is gebaseerd. L. Frank Baum was 44 in 1900, toen het boek uitkwam. Baum was gefascineerd door de sprookjes van Grimm en hij wilde een boek schrijven waarin motieven uit Europese sprookjes voorkwamen op een manier die een jong Amerikaans publiek zou aanspreken.

The Wizard of Oz is een aantal malen verfilmd. De film die iedereen kent, verscheen in 1939 en is van Victor Fleming.

De heldin is een meisje, Dorothy. Afgaande op haar nog tamelijk onvolwassen maar altijd redelijke en heldere gedrag schatten we haar op een jaar of 12. En dit intelligente en slagvaardige meisje woont in de staat Kansas bij haar oom en tante. Ze woont ook in zwart-wit, en omdat films meestal zwart-wit waren, betekende dat realiteit - de wereld zoals die is. Later in de film, als Dorothy uit de werkelijkheid stapt, betreedt zij een wereld van de felste technicolorkleuren.



Koortsdroom

Dorothy krijgt wat ze graag wil hebben. Een onweer breekt los en haar huis wordt de lucht ingezogen: de wereld wordt vloeibaar, chaos slaat toe, de ontreddering is compleet, want voor het eerst weggaan van huis is niet zomaar op reis gaan. Het betekent altijd de verwoesting van een wereld, maar de verwoesting blijkt een merkwaardig opgewekt proces. Ieder kind verlangt in het geheim naar de verwoesting van het veilige thuis van de kindertijd.

De nieuwe wereld die Dorothy betreedt, is niet alleen maar mooi. Dat was een van de dingen die mij enorm verrasten toen ik de film een paar maanden geleden weer eens bekeek, op een middag, samen met mijn zoon. Ik had me ingesteld op een mooie, nogal saaie en iets te zoete kinderfilm en was verbaasd dat mijn geheugen me lelijk had bedrogen.

Als Dorothy het koninkrijk Oz betreedt, wordt ze begroet door de Munchkins, gespeeld door 124 dwergacteurs. Toen ik zag hoe Dorothy getuige is van hun zingen en dansen en alle felicitaties in ontvangst neemt, omdat zij toevallig iemand heeft omgebracht, vroeg ik mij af of het succes van deze film - uit een jaar dat is uitgelopen op een van de donkerste periodes in de geschiedenis - misschien diepere oorzaken had dan alleen maar het feit dat het een heel goede film is. Het koninkrijk Oz wordt gebracht als een droom van Dorothy, dacht ik die middag zittend naast mijn zoon. Maar wat voor droom? Is de ontmoeting met de Munchkins niet tamelijk nachtmerrieachtig? Is het niet een koortsdroom?

Omdat een film het resultaat is van samenwerking, brengt hij altijd naar voren wat hij probeert te ontkennen. In dit geval is dat totalitarisme, het feit dat de wereld in het duister raakte en de lichten in heel Europa uitgingen. Daar zat ik, die lentemiddag, op onze bank en staarde in het duistere hart van de 20ste eeuw. Het is geen kleinigheid dat Dorothy door de Munchkins werd verwelkomd precies op het moment dat Stalins terreur op zijn hoogtepunt was en Hitler de ene overwinning na de andere behaalde.

Wie zijn die Munchkins toch? vroeg ik me af. Waarom kan ik niet naar ze kijken zonder een beetje misselijk te worden? Is het omdat ze over de dood zingen? Maar 'Ding, dong, de heks is dood' is ontegenzeggelijk een goed liedje en het doodmaken van een heks is toch gesneden koek in Europese sprookjes? Nee, het is niet de heks. We weten niet veel over de Munchkins, maar enkele dingen zijn direct duidelijk: ze staan maar weinig diversiteit toe en evenmin droefheid of ook maar gebrek aan opgewektheid. Ze houden duidelijk van tradities. En nu de heks verpletterd is, zal er geen verstoring van buitenaf of ook maar een vonkje anarchie komen in hun volmaakt homogene Munchkin-samenleving. Ze zijn ook dol op bureaucratie en gezag. Om kort te gaan: midden in The Wizard of Oz, uit het donkere jaar 1939, zien we het perfecte beeld van een totalitaire wereld: gelukkig, eenvormig en haatdragend.



Drie vrienden

Ik zeg niet dat dit gepland was. Victor Fleming heeft zeker niet geprobeerd beelden van totalitarisme in de film te smokkelen. Ik probeer te zeggen dat je nooit aan de werkelijkheid om je heen kunt ontkomen, en hoe harder je dat probeert, hoe meer de werkelijkheid het werk dat je maakt zal doordrenken. De Munchkins die dansen omdat ze verlost zijn van hun onderdrukker moeten een verheffend schouwspel bieden, maar dat wordt het tegendeel: dit is niet een wereld van vrije mensen, maar het toppunt van onderdrukking, krachtig zichtbaar gemaakt, zelfs nog beter dan het in een politieke satire zou kunnen.

Terzijde: Victor Fleming was nu niet direct een groot tegenstander van het nazisme. Volgens actrice Anne Revere was hij een poosje 'heftig pro-nazi', maar dat moeten we met een korreltje zout nemen, want zij koesterde een wrok tegen Fleming. Wel staat vast dat Fleming aan het begin van de oorlog voor de grap een weddenschap afsloot over hoe lang Groot-Brittannië een aanval van de Duitsers kon afslaan. We kunnen er dus wel van uitgaan dat sommige mensen die meewerkten aan The Wizard of Oz op zijn minst ambivalent stonden tegenover de dictatuur die in 1939 grote delen van de wereld leek over te nemen. Die tweeslachtigheid zien we ook in het liedje van de Munchkins, in hun misselijkmakende blijheid, in hun Oktoberfest-achtige vreugde over de geplette heks.

Dan verschrompelt het karkas van de heks als een dor blad, en verdwijnt. En Dorothy laat het mooie kleine nachtmerrie-oord achter zich. Zo begint de reis van onze heldin. Een voor een komt ze de drie vrienden tegen die haar zullen vergezellen tot het eind van de droom. Eerst de Vogelverschrikker, die de neiging heeft uit elkaar te vallen. Hij verliest overal zijn stro alsof hij losse ingewanden heeft en hij beklaagt zich dat hij geen hersenen in zijn hoofd heeft. Daarna volgen de Blikken Man, die letterlijk geen hart heeft want zijn borstkas is hol, en de Laffe Leeuw, die zo graag de moed van een echte leeuw wil hebben.

De Vogelverschrikker wil een brein, een geest, een bewustzijn, maar zoals filosofen als Daniel Dennett ons voorhouden, is er misschien wel geen stabiele kern van bewustzijn, een inwendig theater van de geest waar iets geprojecteerd wordt op een inwendig scherm voor een publiek van één ziel. En daarom hoeft de Vogelverschrikker helemaal geen brein te krijgen van de Tovenaar: die hoeft hem er alleen maar op te wijzen dat er niet zo'n duidelijk verschil is tussen het hebben en niet hebben van een brein. In plaats van een brein kan de Tovenaar hem een diploma geven.

Hetzelfde gaat op voor de Blikken Man, die geen hart heeft, geen stabiel innerlijk wezen, geen persoon. Niets daarvan krijgt hij, want het volstaat voor hem om de vaagheid van het concept te beseffen: niemand van ons heeft een stabiele kern, tenzij de anderen ons die toekennen. Daarom overhandigt de Tovenaar de Blikken Man iets wat hij 'een getuigschrift, een symbool van onze genegenheid' noemt, een hartvormige broche. En hij zegt: 'Vergeet niet, mijn sentimentele vriend, dat een hart niet wordt beoordeeld op hoezeer jij liefhebt, maar op hoezeer anderen jou liefhebben.' Moreel is dit het tegendeel van de waarheid, maar de Blikken Man aanvaardt deze aperte leugen met tranen in de ogen en daardoor heeft hij alle emoties, alle 'hart' die hij ooit nodig zal hebben om deel uit te maken van de samenleving.

En dan is er nog de Leeuw, die wanhopig is omdat hij geen moed, ofwel mannelijkheid, heeft. De Leeuw, met zijn verwijfde gebaartjes en zijn voorkeur voor kleurrijke haarbanden, mooie kleren en fijne bloemen, is duidelijk neergezet als een homoseksuele man die liever hetero zou zijn. Tegen het eind van de film zingt hij 'Was ik maar de koning van de jungle, niet de queen.' De verrassende oplossing voor zijn streven is niet dat hij moedig (lees: mannelijk) wordt, maar dat hij van de Tovenaar een medaille voor moed krijgt. Weer maakt de Tovenaar duidelijk dat je het echte niet nodig hebt als je het symbool hebt, omdat het symbool de enige realiteit is waarop je ooit de hand zult kunnen leggen.

Het is verbijsterend hoe de film zich beweegt van een kinderlijk Utopia van blije, Beierse, fascistische dwergen naar een geavanceerde notie van bewustzijn, de menselijke aard en genderidentiteit. Nog verbijsterender is het dat de film beide zaken oprecht serieus weet te nemen: hij onderschrijft zowel een volstrekt moderne manier van denken als de behoefte terug te keren naar een imaginaire premoderne variant. De film is in verwarring over wat hij wil uitdragen en daarom duizelt het ons soms alsof we getuige zijn van de gedragingen van een neurotische patiënt. Daarom zegt deze film, die zelf de gedaante aanneemt van een nachtmerrie, ons ook zoveel over de nachtmerrieachtige 20ste eeuw.



Soldaten

Als Dorothy en haar kameraden bij de Smaragden Stad aankomen, blijkt het volslagen onmogelijk toegang te krijgen tot het centrum van de macht (dat leeg zal blijken te zijn). Oz is een populist, een goedaardige dictator, een oplichter die aan de macht is gekomen door wonderen te beloven, zonder ooit van plan te zijn die te verrichten. Om van zijn bezoekers af te komen, stuurt hij ze op een dodelijke missie ter verovering van de bezem van de Boze Heks van het Westen. Dan zal hij hun wensen vervullen.

De heks heeft haar eigen kasteel en haar eigen machtscentrum. Anders dan de tovenaar is de heks geen bedrieger. Zij is echt. Haar tovenarij is echte tovenarij en haar kasteel heeft alle kenmerken van slechteriken uit sprookjes en van totalitaire architectuur. Haar soldaten zijn altijd aan het zingen en paraderen, zelfs als ze weten dat er niemand kijkt. Hannah Arendt wijst erop dat het een essentiële trek van de totalitaire staat is altijd stevig greep te houden op de onderdanen, geen enkele plek toe te staan die niet wordt gecontroleerd. Die staat moet overal zijn, daarom noemen we hem totalitair.

Iedereen die zich bezighield met de denazificatie van Duitsland had het gedrag van de soldaten van de heks moeten zien. Als de dictator verdwijnt, is nergens een sympathisant te vinden, geen enkele mededader, niemand die steun heeft verleend aan alle slechte dingen die gebeurd zijn. Iedereen buigt blijmoedig voor de nieuwe leiders, en als die om de bezem vragen, kunnen ze die krijgen.

Onze helden pakken de bezem en keren terug naar de Smaragden Stad. Zal de Grote en Machtige Oz hun wensen vervullen? Maar nee, hij kan helemaal niet toveren. Hij is een maar al te echt mens. Het was allemaal schijn en illusie, het was een film. De Grote en Machtige Oz is een filmmaker. Hij is niet echt slecht, zoals de Heks, en blijkt eigenlijk een heel aangename man te zijn. De ultieme populist.

De Heks en de Tovenaar lijken elkaars tegenpolen: echte tovenarij tegenover goocheltrucs, gespannen kwaadaardigheid tegenover ontspannen blijmoedigheid, het duistere kasteel van de heks tegenover de stralen-de schoonheid van de Smaragden Stad. Toch zijn op een of andere geheimzinnige wijze beide magiërs verbonden: de populist lijkt de dictator nodig te hebben en de dictator moet ook een populist zijn. In de droomlogica van deze film zijn de eerlijke Boze Heks en de aardige, liegende Tovenaar één en dezelfde persoon.

Eenmaal terug in Kansas blijkt wat volledig gescheiden leek, samen te vallen: je kunt in een zucht van Kansas naar Oz en weer terug, en dat kan omdat Kansas en Oz één en hetzelfde zijn, zoals de Boze Heks en de Machtige Tovenaar één en dezelfde zijn. Die andere wereld vol opwinding en echte narigheid en goede muziek en echt gevaar, die wereld waarin lichamen en identiteiten kunnen veranderen, is er altijd. De keerzijde is dat geregeerd worden door duistere krachten zich niet alleen voordoet in verre werelden, maar ook kan gebeuren in het mooie, rustige Kansas.

Tegenwoordig is Kansas stevig in Republikeinse handen. De gevaarlijke, halfgekke man die nog steeds een niet te verwaarlozen kans maakt de 45ste president van de VS te worden, kan rekenen op de stem van Kansas. Nog een paar dagen te gaan voor we, althans voor even, weer rustig kunnen ademhalen. Of nog enkele dagen tot The Wizard of Oz wederom relevanter en toepasselijker zal blijken dan iemand ooit had kunnen bedenken.

Vertaling: Leo Reijnen.


Web:
Waarom The Wizard of Oz nog steeds relevant is

Van der Leeuwlezing: Daniel Kehlman over totalitarisme
TT:
Ik had me ingesteld op een iets te zoete kinderfilm en was verbaasd dat mijn geheugen me lelijk had bedrogen
Midden in The Wizard of Oz zien we het perfecte beeld van een totalitaire wereld: gelukkig, eenvormig en haatdragend
De film beweegt zich van een kinderlijk Utopia naar een geavanceerde notie van bewustzijn, de menselijke aard en genderidentiteit
Oz is een populist, een goedaardige dictator, een oplichter
De populist lijkt de dictator nodig te hebben en de dictator moet ook een populist zijn
Nog enkele dagen tot The Wizard of Oz wederom relevanter en toepasselijker zal blijken dan iemand ooit had kunnen bedenken




IRP: 


Naar PVV  , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]