De Volkskrant, 09-11-2013, boekrecensie door Ranne Hovius
.2009

Non-fictie | Karaktermoord onder psychoanalytici

Dromers en moddergooiers

De biografie van Karl Abraham, de tweede man na Freud, geeft een fascinerend beeld van de jaloezieŽn, vetes en vriendschappen in de beginjaren van de psychoanalyse.


Tussentitel: Voor Abraham was de rel extra triest, omdat de vinnige brief het laatste contact was dat hij met Freud had

Net op het moment dat Martin, een chemicus, op verzoek van zijn vrouw met een scheermes wat haren uit haar nek verwijdert, klinkt door de openstaande ramen gegil uit een aangrenzend huis: de buurvrouw blijkt in de nacht met een scheermes vermoord te zijn.

Van pure schrik maakt Martin een sneetje in de nek van zijn vrouw en vanaf dat moment gaat het bergafwaarts met hem. Hij durft geen messen meer aan te raken, krijgt onbegrijpelijke angstaanvallen en wordt tijdens zijn slaap gekweld door nachtmerries. Als dan ook nog een geliefde neef van zijn vrouw komt logeren, wordt het hem allemaal te veel en kan hij niet meer thuis blijven. In een cafť ontmoet hij bij toeval een dokter, en - nog groter toeval - deze dokter blijkt psychoanalyticus. Dan zijn een simpele divan, wat rake duidingen en wolken goedmoedig over het hoofd van Martin uitgeblazen sigarenrook voldoende om de man er weer helemaal bovenop te helpen.

Dit is in grote lijnen de inhoud van de in 1926 uitgebrachte speelfilm van Georg Wilhelm Pabst, Geheimnisse einer Seele. Deze zwijgende film, die met zijn fraai verfilmde dromen een kassucces werd, had de educatieve inzet het volk te laten kennismaken met de zegeningen van de psychoanalyse. Twee gerenommeerde Berlijnse psychoanalytici, Karl Abraham en Hanns Sachs, tekenden voor de wetenschappelijke onderbouwing.

Dat zou ze zuur opbreken. Hun medewerking aan de film veroorzaakte een enorme rel in de psychoanalytische beweging. Dachten Abraham en Sachs nou werkelijk dat ze met een platvloers filmverhaaltje het gecompliceerde proces van een waarachtige psychoanalyse konden demonstreren? De Weense psychoanalytici stelden zich als kemphanen op tegenover hun Berlijnse collega's. En Freud, die aanvankelijk een neutrale positie innam, schreef een vinnige brief aan Abraham waarin hij hem de volledige schuld van de uit de hand gelopen situatie toeschoof.

De rel echode lang na. Nog zo'n tien jaar geleden, schrijft de Nederlandse psychoanalytica Anna Bentinck van Schoonheten, was de film voor psychoanalytici taboe. De hetze was dan ook in feite gericht tegen een film die niemand van de tegenstanders had gezien. (De in wezen onschuldige steen des aanstoots is via YouTube te bekijken.)

Voor Abraham was de rel extra triest, omdat de vinnige brief het laatste contact was dat hij met Freud had. Niet lang daarna stierf hij, 48 jaar oud, aan de complicaties van de kwaal die een paar maanden eerder, met het inslikken van een stuk visgraat, was begonnen.

Bentinck van Schoonheten beschrijft het voorval in Karl Abraham - Freuds rots in de branding, de biografie waarop zij onlangs promoveerde. Ze toont Abraham in dit gedegen werk als een integer en loyaal man, die de moeizame taak op zich nam de psychoanalyse in Berlijn te introduceren, in een medische omgeving die daar allesbehalve sympathiek tegenover stond. Dat hij ook uit het eigen psychoanalytische kamp werd aangevallen, moet hij als een dolksteek in de rug gevoeld hebben.

Abraham, die in zijn tijd gold als de tweede man na Freud, moest het tot dusver stellen zonder een grondige beschrijving van zijn leven en werk. De biografie voorziet dan ook in een leemte, al zal alleen de doorgewinterde psychoanalyticus geÔnteresseerd zijn in de precieze details van Abrahams theoretische werk. Toch zijn de biografieŽn van deze eerste generatie psychoanalytici ook boeiend voor een ruimer publiek, omdat ze het bizarre klimaat schetsen waarin zij hun werk deden. Meer dan welke theorie ook heeft de psychoanalyse zich moeten lostrekken uit een bijna onontwarbare kluwen van begunstigingen, vriendschappen, jaloezie en zwartmakerij.

Freud, de vaderfiguur tegen wie iedereen opkeek, droeg daaraan bij door zo duidelijk zijn favorieten te hebben. Aanvankelijk was dat de Zwitser Carl Gustav Jung, maar toen deze theoretisch zijn eigen weg ging, verbrak Freud het contact en kwam Abraham in beeld. Waar favorieten zijn, is er altijd wel iemand bereid jaloers met modder te gooien, zoals Abraham mocht ervaren bij het filmincident.

Freud werd door deze moddergooiers bestookt met giftige uithalen naar Abraham. Zoals een van hen over een brief van Abraham schreef: 'Over het geheel genomen is de brief van Abraham 'een echte Abraham'. Met zijn gelijk op een klein puntje merkt hij natuurlijk niet hoe scheef, hoe in wezen voorbijgaand aan waar het om gaat en daardoor totaal fout zijn standpunt en zijn gedrag zijn.'

Het ging bij dit soort uithalen niet meer om kritiek, aldus Bentinck van Schoonheten, maar om regelrechte karaktermoord.

Wat ook bijdroeg aan het bizarre klimaat was de vaak intieme kennis die iedereen van elkaar had. De psychoanalytische wereld was in die beginjaren erg klein. PatiŽnten kwamen via vrienden en werden soms zelf analytici; analytici analyseerden elkaar en elkaars partners; ze duidden naar hartelust elkaars dromen; namen hun patiŽnten soms mee op vakantie om de analyse niet te hoeven onderbreken en raakten bevriend met hen; en ze deelden de bevindingen van al hun geanalyseer ruimhartig met elkaar.

Ook kinderen ontsnapten niet aan de analyseerdrift van hun ouders. Abraham analyseerde zijn dochtertje van 5 als een rechtgeaarde freudiaan: hij verbond haar plotseling opgekomen angsten niet met de zojuist ondergane amandeloperatie, maar wilde er per se haar drang tot masturberen in zien.

Freud analyseerde zijn jongste dochter, Anna, toen ze in de 20 was en zelf al aardig in het gedachtengoed van haar vader was ingevoerd. Het is lastig je iets voor te stellen bij deze analyse van een vader die bedacht heeft dat iedere droom feilloos is terug te voeren op vroegkinderlijke verlangens naar seks met de ene en de dood van de andere ouder.

Ook de recente Engelse editie van de briefwisseling tussen vader en dochter, Sigmund Freud, Anna Freud - Correspondence 1904-1938 (de oorspronkelijke Duitse uitgave dateert van 2006), helpt daar niet bij. Anna, het zesde en jongste kind van Sigmund en Marta Freud, schreef met haar vader vooral tijdens vakanties en dan gaat het over familie, kennissen, het zoeken van paddestoelen en de heilzame wandelingen die Anna voor haar zwakke gestel maakte.

Maar in de brieven schemert wel iets door van Anna's moeizame jeugd, en haar jaloerse behoefte meer voor haar vader te betekenen dan haar oudere zussen en broers ('Ik zou ook zo graag alleen met jou willen reizen, zoals Ernst en Oli nu doen'). In Freuds brieven lezen we iets terug van de wijze waarop hij probeert haar rusteloze werkdrang te stoppen en haar meer in de richting van huwelijk en moederschap te sturen. Wat niet wegneemt dat als er onder zijn eigen volgelingen mannen zijn die belangstelling voor Anna tonen, hij ze gebiedt uit de buurt van zijn dochter te blijven en hij haar ook waarschuwt: 'Ik weet [...] dat hij niet de juiste man is voor een meer gevoelig en vrouwelijk persoon.'

Hij had zich geen zorgen hoeven maken. Anna blijkt weinig voor een huwelijk te voelen, blijft volharden in haar wens iets van zichzelf te maken, raakt steeds meer ingevoerd in de psychoanalytische beweging, en bereikt uiteindelijk wat ze al vroeg ambieerde: een leven aan de zijde van haar vader, als zijn vertrouweling, collega, helper en uiteindelijk - als Freud kaakkanker krijgt - als zijn verzorger.

Genoeg materiaal voor een langdurige analyse zou je zeggen, maar als losmaken van het ouderlijk huis Freuds streven is geweest, is hij daar duidelijk niet in geslaagd. Dat neemt niet weg dat Anna een gelukkige, zelfstandige en succesvolle vrouw is geworden.

Ook de psychoanalyse verging het goed. De sfeer waarin de theorie van de grond kwam, mag bizar en broeierig zijn geweest, de theorie mag inmiddels ontmaskerd zijn als onwetenschappelijk (met het oedipuscomplex als gedateerde reactie op de Victoriaanse tijd), het neemt allemaal niet weg dat de psychoanalyse tot op de dag van vandaag een stevige greep heeft op hoe wij onszelf zien. En dat mag in het licht van de voorgeschiedenis niet minder bizar zijn, het blijft een van de onloochenbare feiten van de 20ste eeuw.


Anna Bentinck Van Schoonheten: Karl Abraham - Freuds rots in de branding
****

Garant; 556 pagina's; euro 44,90.

Sigmund Freud, Anna Freud: Correspondence 1904-1938
***

Polity Press; 490 pagina's; ca. euro 40,-.


Tussenstuk:
Visgraat

De Berlijnse psychiater Karl Abraham (1877-1925) was een charismatische figuur, die volgens zijn biografe met zijn 'verfrissende jeugdigheid en optimisme' zowel op vrouwen als mannen een grote aantrekkingskracht uitoefende. Hij overleed onder tragische omstandigheden op 48-jarige leeftijd. Vlak voor een bezoek aan Nederland verslikte Abraham zich in een visgraat, die hij een dag later deels uithoestte. Het leidde tot een longontsteking die hem uiteindelijk - antibiotica bestonden nog niet - fataal werd.


IRP: 


Naar PVV  , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]