De Volkskrant, 22-12-2012, door Hans Wansink .2011

We hebben het toch niet geweten

Elke generatie schrijft haar eigen geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Bettina Stangneth en Bart van der Boom werpen met hun in 2012 verschenen studies een nieuw licht op de Holocaust.

Tussentitel: Harry Mulisch en vele anderen hebben zich door het acteertalent van Eichmann tijdens het proces in de luren laten leggen

De vernietiging van het Nederlandse Jodendom is een tragedie zonder weerga in onze nationale geschiedenis. De Joden zaten, doordat ze geen kant op konden, aan het begin van de bezetting al in de val. De Oostenrijkers die de leiding hadden over bezet Nederland legden een enorme ijver aan de dag. Rijkscommissaris Seyss-Inquart verklaarde tijdens zijn proces dat hij de Duitse instructies niet had afgewacht.

In augustus 1941 waren alle Joodse tegoeden, samen een waarde vertegenwoordigend van 400 miljoen gulden, geblokkeerd in afwachting van onteigening. Deze 'arisering' van hun ondernemingen maakte van de Joodse gemeenschap een arme en behoeftige bevolkingsgroep.

De door de bezetter ingestelde Joodse Raad, een omvangrijke uit Joden bestaande organisatie, werd ingeschakeld bij het deporteren van uiteindelijk 105 duizend van de 140 duizend in Nederland levende Joden. Met goederenwagons van de Nederlandse Spoorwegen werden zij naar de kampen Vught en Westerbork vervoerd. Van daaruit werden ze naar diverse vernietigingskampen getransporteerd. De meeste Nederlandse Joden kwamen om in de vernietigingskampen Auschwitz (60.000) en Sobibor (34.300).

De eerste vijftien jaar na de oorlog was er nauwelijks aandacht voor de Joodse tragedie. Er was, zowel bij de overlevenden als bij de niet-Joodse Nederlanders, een ongemakkelijk stilzwijgen. Nederland hield in de jaren vijftig angstvallig vast aan de mythe van 'verzetsland', zich beroepend op het feit dat de bevolking geweigerd had zich te laten nazificeren.

Het stilzwijgen over het lot van de joden werd doorbroken door de enorme publiciteit rond het proces tegen Adolf Eichmann, de SS-officier en organisator van de Holocaust, in 1961 in Jeruzalem. Voor het weekblad Elsevier versloeg de jonge schrijver Harry Mulisch het proces (zijn reportages zijn gebundeld in De zaak 40/61).

Tot zijn verbijstering bleek Eichmann in de rechtszaal niets demonisch uit te stralen. Eichmann poseerde met succes als de ondergeschikte die mechanisch gehoorzaamde aan de bevelen van zijn superieuren.

Deze interpretatie van Eichmann als zielloos radertje in een massavernietigingsmachine heeft decennialang een enorme invloed gehad. De implicatie was: gehoorzaamheid is fout, ongehoorzaamheid is goed. Dat ging erin als koek bij de naoorlogse generatie die in de jaren zestig volwassen begon te worden. De kinderen gingen hun ouders ter verantwoording roepen.

De Nederlandse houding ten opzichte van de Jodenvervolging werd het morele ijkpunt voor de naoorlogse protestgeneratie. De socioloog Herman Vuijsje constateerde in Correct - Weldenkend Nederland sinds de jaren zestig (1997) de wording van een nieuwe oorlogsmythe: Nederland deportatieland. Onze ouders waren hetzij collaborateurs, hetzij laffe wegkijkers - in beide gevallen nauwelijks minder schuldig dan de Duitsers zelf.

De jongeren ontwikkelden op basis van dit plaatsvervangende schuldgevoel - 'wat zou ik in de oorlog hebben gedaan?' - een politieke opdracht: het 'herlevend fascisme' moest bestreden worden. In elke agent school als het ware een SS'er en verzet tegen de autoriteiten was met terugwerkende kracht verzet tegen de moffen.

Vuijsje beschrijft het mechanisme van het ten eigen bate oproepen van de oorlogsherinnering: 'In de jaren zeventig eigenden allerlei actiegroepen zich de moord op de joden toe als kapstok voor eigen opinies en verlangens. Krakers spraken van 'overheidsracisme' en 'deportatiepraktijken' en noemden politieagenten 'mensenjagers'.

De naoorlogse generaties gingen ervan uit dat het hoge percentage uit Nederland gedeporteerde Joden inderdaad te wijten was aan het wegkijken door de rest van de bevolking. Het klinkt aannemelijk, maar die onverschilligheid veronderstelt dat de omstanders wisten, of konden weten, wat er met de weggevoerde Joden in de kampen gebeurde.

Abel Herzberg, Jacques Presser en Loe de Jong hadden geschreven dat men tijdens de bezetting weliswaar vermoedde dat de Joden onder zeer zware omstandigheden in Polen tewerk zouden worden gesteld, maar dat men niet wist dat de Joden onmiddellijk na aankomst in Auschwitz werden vermoord. Zij werden niet langer geloofd.

Ies Vuijsje (een neef van Herman) daagde in 2006 het historische establishment uit met een frontale aanval op De Jong: 'De Endlösung was een publiek geheim.' Het echte probleem was de ontkenning: men wilde het niet weten.

Bart van der Boom (1964) toont in Wij weten niets van hun lot de onhoudbaarheid van deze visie aan. Het pičce de résistance van zijn boek vormen de 164 dagboeken van Joodse en niet-Joodse Nederlanders tijdens de oorlog. Uit die dagboeken blijkt dat de rest van de bevolking niet onverschillig stond tegenover de Jodenvervolging en niet wist dat de meeste weggevoerde Joden bij aankomst werden gedood.

Die onwetendheid verklaart waarom veel Joden niet onderdoken. Wie dat wel deed en gepakt werd, wist zeker dat hij werd gedood. Wie zich liet wegvoeren, had misschien nog een kans, redeneerden zij.

In een bespreking van Van der Boom (in Boeken van 26 mei) memoreert Robin te Slaa Mirjam Levie, gevangen in Bergen-Belsen. Zij noteerde op 29 januari 1944 in haar dagboek dat een onbekende de dag daarvoor op een van de bedden had geschreven 'Die letzten Juden gingen nach Auschwitz zur Vergasung (Tod)'.

Haar ontluisterende commentaar luidde: 'Een luguber geval, wat er precies mee bedoeld wordt, weet niemand.' Zelfs na hun aankomst in Auschwitz konden sommige Joden nog wekenlang niet geloven dat de ouderen, zieken en zwakken van hun groep onmiddellijk waren vergast. Van der Boom kreeg voor het verslag van zijn jarenlange onderzoek de Libris Geschiedenis Prijs.

En Eichmann? Bettina Stangneth (1966) maakt in Eichmann in Argentinië korte metten met de mythe dat hij niet meer dan een ondergeschikte was die in de anonimiteit uitvoerde wat hem werd bevolen. In werkelijkheid bleek de naar Argentinië gevluchte Eichmann een fanatieke nazi die verklaarde dat hij er spijt van had dat hij niet alle 10,3 miljoen Europese Joden naar de gaskamers had weten te vervoeren.

Stangneth baseert zich op bandopnamen van gesprekken die de Nederlandse journalist en voormalige SS'er Willem Sassen in 1957 in Argentinië met Eichmann over diens leven voerde.

Harry Mulisch en vele anderen hebben zich door het acteertalent van Eichmann tijdens zijn proces in Jeruzalem in de luren laten leggen. Eichmann was niet het radertje in de vernietigingsmachine, maar de door sadisme en Jodenhaat gedreven architect van de Holocaust.

Bart van der Boom: Wij weten niets van hun lot - Gewone Nederlanders en de Holocaust.
Boom; 536 pagina's; € 29,90.

Bettina Stangneth: Eichmann in Argentinië.
Uit het Duits vertaald door René van Veen en Catalien van Paassen. Atlas Contact; 704 pagina's; € 69,90.


Tussenstuk:
DE OGEN VAN EICHMANN

Verslaggever Harry Mulisch bij het proces-Eichmann:
'Voor de oorlog was hij een onzichtbare SD-klerk, tijdens de oorlog een onzichtbare SS-officier, na de oorlog een onzichtbare, ondergedoken nazi, het laatste jaar een onzichtbare gevangene in Israël. En nu is Eichmann plotseling zichtbaar geworden. Iedereen houdt zich bezig met dit feit, niemand durft erover te schrijven. Hij blijkt een mens: een wat groezelige, verkouden man met een bril op.'
'Men heeft hier geschreven, dat hij slangenogen heeft (France Soir), en ook dat elk van zijn ogen een gaskamer is (Libération). Maar in werkelijkheid zijn zij zacht en enigszins fluwelig, wat alleen maar huiveringwekkender is.'
'Eichmann gehoorzaamde de bevelen van priesters, van wie hij wist, dat zij vals waren. (...) Uit deze opvatting komt 'het bevel' tevoorschijn als iets dat groter is dan hij die het geeft en hij die het krijgt - als een bovenmenselijke macht, die gehoorzaamd moet worden, waar hij ook vandaan komt.'
Uit: Harry Mulisch: De zaak 40/61. Een reportage

 

Red.:   Dag dag Hannah Arendt, en via haar Arnon Grunberg

 


Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]