WERELD & DENKEN
 
 
De Volkskrant, 05-02-2009,

.2009

Vervolging moet, ook al wordt hij martelaar

De beslissing van het Amsterdamse hof om het OM opdracht te geven Wilders te vervolgen, houdt de gemoederen bezig. In de politiek waren er al snel bedenkingen en de heer Rutte (VVD) stelde zelfs voor de strafwetgeving aan te passen. Naar zijn oordeel zouden politici alles moeten kunnen zeggen, maar daar bleek onder zijn collega’s geen draagvlak voor te zijn. Burgers ventileren op websites als vk.nl/opinie, telegraaf.nl en geenstijl.nl massaal hun ongenoegen, dan wel hun instemming. Rechtsgeleerden discussiėren over de juistheid van de beschikking van het hof. Persoonlijk zie ik het strafrecht als laatste redmiddel (ultimum remedium). Dat neemt niet weg dat aangiften wegens discriminatie in beginsel altijd aan de rechter moeten worden voorgelegd.
    In de discussie blijven drie aspecten van de zaak-Wilders onderbelicht. Ten eerste is er veel verschil van mening over de vervolgingsbeslissing. Maar daarbij wordt geen aandacht besteed – ook niet door het Amsterdamse hof – aan de ambtsinstructie die speciaal voor discriminatiezaken is opgesteld. Deze instructie perkt de ruimte voor het OM ernstig in om af te zien van vervolging. Eigenlijk kan dat alleen nog als onmiskenbaar geen sprake is van strafbare discriminatie of als de zaak (bewijs)technisch niet rond te krijgen is. Heel bewust is voor discriminatiezaken deze beleidsvrijheid voor het OM tot een minimum teruggebracht. In de instructie staat, in weerwil van wat sommigen in het debat betogen: ‘In geen geval is eventueel martelaarschap of uitbuiting van de forumfunctie een argument om een dagvaarding achterwege te laten.’
    Het tweede aspect is dat de discussie over mogelijke discriminatie zich beperkt tot godsdienst. Moslim word je door geboorte en dat betekent nog niet dat er een actieve godsdienstbeleving is. Net als bij het jodendom is sprake van een dubbele dimensie: religie en afkomst. In de achtste Monitor Racisme & Extremisme is er voor gepleit beide gronden in de beoordeling mee te nemen. Daarvoor is nog meer reden, nu de aangiften ook uitlatingen betreffen die zich richten tegen bijvoorbeeld asielzoekers, door hen gelijk te stellen met criminelen en leugenaars. Het is van belang dat de rechter, die uiteindelijk moet oordelen, ook deze mogelijke discriminatie op grond van etniciteit onderzoekt.
    Ten slotte is er een heftige discussie over de (on)wenselijkheid van het verbod van discriminerende beledigingen. Die is zeker nuttig, maar het is goed te weten dat deze bepaling in de wet is gekomen naar aanleiding van het ondertekenen van het VN-Verdrag tegen rassendiscriminatie uit 1966. Het opzeggen van verplichtingen uit mensenrechtenverdragen is geen kinnesinne. Juist in deze tijd willen we ook uitlatingen verbieden die tot radicalisering en soms ook terrorisme zouden leiden. Recentelijk was er terecht veel aandacht om op te treden tegen antisemitische uitlatingen. Kortom, uitbreiding van de vrije meningsuiting heeft ook nadelen.
    Het lijkt mij verstandig af te wachten hoe onze rechters omgaan met de afweging van het belang van een vrije meningsuiting tegenover het recht om niet te worden gediscrimineerd. Het spanningsveld tussen deze grondrechten wordt daarmee niet weggenomen, maar het geeft ons wel meer duidelijkheid over de balans tussen beide rechten.


Copyright: Rodrigues, Peter R.

Peter R. Rodrigues is jurist bij de Anne Frank Stichting en co-redacteur van de Monitor Racisme & Extremisme.
 

Personalia en contactgegevens
mr. P.R. Rodrigues
Hoofd
Afdeling Onderzoek & Documentatie
Anne Frank Stichting
Postbus 730
1000 AS Amsterdam
Tel 020-5567185
Fax 020-4272703
Onderzoekers@Annefrank.nl

Achtergrond en expertise
Rodrigues is sinds 1 oktober 2000 werkzaam bij de Anne Frank Stichting en hoofd van de afdeling Onderzoek & Documentatie. Hij heeft veelvuldig gepubliceerd over het Nederlandse en Europese non-discriminatierecht, groepsacties, grensoverschrijdende discriminatie en ontkenning van de Holocaust. Zijn publicaties betreffen onder meer zijn proefschrift Anders niets? Discriminatie op grond van ras en nationaliteit bij consumententransacties (1997) en Non-discrimination law: comparative perspectives, Titia Loenen and Peter Rodrigues (ed.),uitgegeven door Kluwer Law International (1999).
Van februari 1995 tot oktober 2001 was hij Lid van de Commissie Gelijke Behandeling. Rodrigues is medewerker bij het Tijdschrift voor Consumentenrecht, lid van de Legal Advisory Board van het European Roma Rights Center en lid van de Commissie Meijers: de permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht.
 





Terug naar Vrijheid van meningsuiting , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of naar site home .