De Volkskrant, 08-04-2013, van correspondent Jan Hunin .2010

Hongarije toneel van cultuuroorlog

Zijn politieke tegenstanders had de conservatieve Hongaarse premier Orban al volledig buiten spel gezet. En nu is, met hulp van extreem-rechts, de culturele elite aan de beurt.


Tussentitel: Nieuw benoemde toezichthouders moeten de Hongaarse cultuur op patriottische leest schoeien.

De zenuwen staan strak gespannen in de Hongaarse cultuurwereld. Robert Alfoldi, de directeur van het Nationaal Theater, is aan het uitleggen waarom hij de kop van Jut is van de Hongaarse regering, als hij het interview plots afbreekt. 'Zijn jullie van een boulevardblad soms?'

De vraag die hem irriteert, betreft een omstreden affiche voor een toneelstuk dat hij enkele jaren geleden regisseerde. Daarop is een marsepeinen penis te zien. Het is een van de voorbeelden die door zijn tegenstanders voortdurend wordt opgerakeld om hem zwart te maken.

Alfoldi houdt wel van een beetje provocatie. Twee jaar geleden zorgde hij voor een storm van protest door zijn theater ter beschikking te stellen voor de viering van de Roemeense nationale feestdag. De Roemenen vieren die dag de toewijzing van TranssylvaniŽ aan RoemeniŽ in 1920, een gebeurtenis waarover in Hongarije bijna een eeuw later nog altijd getreurd wordt.

Sindsdien kan Alfoldi bij de rechterzijde niets goeds meer doen. De conservatieve Fidesz-partij van premier Viktor Orban heeft juist een zwak voor de Hongaarse gebieden die na de Eerste Wereldoorlog verloren gingen. Het feit dat Alfoldi een uitgesproken homo is, helpt ook al niet. Maandag nog werd door Fidesz de omstreden grondwetswijziging doorgevoerd dat het huwelijk geldt als een verbintenis tussen man en vrouw.

Van Jobbik, een extreem-rechtse partij, heeft Alfoldi nog minder goeds te verwachten. Haar ondervoorzitter Elod Novak eindigt zijn parlementaire toespraken steevast met een moderne versie van Cato's 'Ceterum censeo Carthaginem esse delendam' ('Bovendien ben ik ervan overtuigd dat Carthago vernietigd moet worden'): 'En hoe lang moeten we nog dulden dat Robert Alfoldi directeur blijft van het Nationaal Theater?' Niet lang meer, zo blijkt. Eind vorig jaar besloot de toezichtscommissie van het Nationaal Theater het mandaat van Alfoldi niet te verlengen. Het bracht de bekende schrijver Peter Esterhazy tot een door de Hongaarse radio gecensureerde oproep het theater te bezoeken voor er een sympathisant van de conservatieve regering aan het roer komt te staan.

'Het Nationaal Theater is niet nationaal genoeg', vertelt Alfoldi over zijn vertrek, vlak voor hij het interview afbreekt. 'Vraag me niet wat dat betekent.'

De vervanging van Alfoldi staat symbool voor de 'Kulturkampf' die in Hongarije wordt uitgevochten sinds Fidesz in 2010 de parlementsverkiezingen won. Toezichthouders die onder de vorige regering benoemd werden worden zoveel mogelijk door eigen mensen vervangen. Ze moeten de Hongaarse cultuur op een patriottische leest schoeien.

Daarvoor moet onder andere de Hongaarse Kunstacademie (HAA) zorgen, een conservatieve belangenorganisatie die vorig jaar van Fidesz een sleutelrol kreeg toebedeeld bij de verdeling van subsidies. De aparte opvattingen van HAA-voorzitter Gyorgy Fekete hebben voor grote opschudding gezorgd in de Hongaarse kunstwereld. Volgens Fekete verdient alleen nationalistische en religieuze kunst financiŽle aanmoediging. 'Ik denk niet in stijl of genre', zei hij in een inmiddels berucht interview , 'alleen in kunst die nuttig is voor het overleven van de natie. Er zijn veel nutteloze, grote werken en een aantal middelmatige maar nuttige. Maar mijn enige standaard is het nut van kunst.'

Zelfs voor sommige aanhangers van de conservatieve regering was dat een beetje te veel van het goede. Laszlo Simon, de staatssecretaris verantwoordelijk voor cultuur, keerde zich openlijk tegen de rol van de Kunstacademie. Zijn protest haalde niets uit. Vorige maand moest hij gedwongen ontslag nemen.

Het heeft de liefde van de culturele elite voor de huidige machthebbers er niet groter op gemaakt. Veel vooraanstaande kunstenaars hadden zich de voorbije jaren al zorgen gemaakt over de richting die Hongarije onder de conservatieve regering uitgaat.

Door zijn tweederde meerderheid in het parlement hoeft premier Orban geen rekening te houden met de oppositie. Dat doet hij dan ook niet. Sinds zijn partij in 2010 de verkiezingen won, heeft hij zijn politieke tegenstanders volledig buitenspel gezet. Nog deze week zorgde hij voor protest door maatregelen in de grondwet op te nemen die eerder door het constitutioneel hof ongrondwettelijk waren verklaard. Het heeft Orban in het buitenland het verwijt opgeleverd de democratische spelregels te overtreden.

Voor bekende schrijvers als Imre Kertesz en Gyorgy Konrad was dat de voorbije jaren reden om zich openlijk tegen Orban te keren. Pianist en dirigent Andras Schiff, net als Kertesz en Konrad van joodse afkomst, ging nog een stapje verder. Na de publicatie van een open brief aan de internationale kunstwereld, ging hij vorig jaar in vrijwillige ballingschap. Hij zei niet te kunnen terugkeren naar een land waarin de artistieke vrijheid ter discussie staat en antisemitisme, racisme en homofobie vrij spel krijgen.

Zijn strenge oordeel werd beÔnvloed door de benoeming (door de Fidesz-burgemeester van Boedapest) van een Jobbik-aanhanger tot hoofd van het Nieuw Theater (Uj Szinhaz). Istvan Csurka, een toneelschrijver/politicus die berucht is vanwege zijn antisemitische opvattingen, kreeg de post van artistiek directeur.

De opvoering van een van zijn stukken zorgde onmiddellijk voor grote protesten. Na interventie van de burgemeester werd het alsnog van het affiche gehaald.

Andere stukken van de inmiddels overleden Csurka worden in het Nieuw Theater wel nog opgevoerd, en zo te zien met groot succes. De laatste maanden loopt het theater vol voor een komedie over een bizarre ontmoeting tussen een aristocraat en een communist. Aan de lachbuien te horen, valt ze bij het publiek in de smaak.

Na afloop wordt in de foyer van het theater teruggeblikt. De overwegend oudere bezoekers zijn erg te spreken over de 'patriottische' aanpak van de directie. Een man met een Hongaars vlaggetje op zijn revers: 'Links heeft in Boedapest achttien theaters, dan mogen wij er ook wel eentje hebben.'
 


IRP:   De huidige Hongaarse cultuur is kosmopolitisch, dat wil zeggen, geen Hongaarse maar nomadische en joodse cultuur.

op het ogenblik hebben kosmopolitisme, nomadisme en parasitisme de vrije hand




Naar Buikhuisen hetze, bronnen , Media lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]