De Volkskrant, 19-03-2013, door Rutger Lemm .2010

Stand up for stand-up

Stand-up is geen banaal soort oefencabaret, maar de meest veeleisende theatervorm die er is. Dat betoogt ex-standupper Rutger Lemm. Kijk alleen al naar de meester van dit moment: Louis CK, deze week op tournee in Europa.


Tussentitel: Een medewerker van het ziekenhuis was jaloers op Notaro's platte buik. Hij vroeg: 'What's your secret?' Ze antwoordde: 'Well, I'm dying'

In de zomer van 2012 betrad stand-up comedian Tig Notaro het podium van comedyclub Largo in Los Angeles. Ze pakte de microfoon en zei: 'Hello. Good evening, hello. I have cancer. How are you?' Vier dagen eerder was er borstkanker bij haar vastgesteld.

Het was niet de eerste tegenslag van de afgelopen tijd: in de vier maanden ervoor was ze eerst 10 kilo afgevallen door een kwaadaardige darmbacterie, waarna haar moeder onverwachts overleed en haar relatie uitging. Over deze gebeurtenissen had ze niet op het podium gesproken, omdat het onmogelijk leek er een grap over te verzinnen. Maar nu het noodlot echt toesloeg, kon ze niet op haar voorbereide materiaal leunen. Ze gooide daarom alles overboord en improviseerde een reeks wrange grappen over haar ellende. Een medewerker van het ziekenhuis was jaloers op Notaro's platte buik. Hij vroeg: 'What's your secret?' Ze antwoordde: 'Well, I'm dying.'

Ik vond het ongemakkelijk, grappig en ontroerend tegelijk om naar de opname van Notaro's set te luisteren. Sommige grappen vallen niet goed, maar andere momenten zijn onverwachts hilarisch. Wanneer ze uiteindelijk toch de grap vertelt waar ze normaal gesproken veel succes mee had - over een zoemende bij die haar inhaalt terwijl ze op de snelweg in de file staat - is voor iedereen duidelijk hoe irrelevant haar oude frustraties zijn en maakt het contrast met haar oude podiumpersoonlijkheid die anekdote nu extra grappig.

Het optreden werd door comedy-collega's de hemel in geprezen en de Britse krant The Guardian en het Amerikaanse radioprogramma This American Life besteedden er uitgebreid aandacht aan. Hier was iets bijzonders gebeurd. Notaro gooide alle pretenties overboord, en is dat niet wat kunst zou moeten doen? Haar unieke show is een goed voorbeeld van de kracht van stand-up comedy, een podiumkunst waarvan het belang groter is dan ooit.

Stand-up comedy werd in 1990 in Nederland ge´ntroduceerd door Raoul Heertje, maar wordt hier vaak nog gezien als een banaal soort oefencabaret, als 'kleinkunst light'. Afgelopen september hield Patrick van den Hanenberg in de Kleine Komedie de jaarlijkse Cabaretlezing, tijdens de uitreiking van de prijzen voor het meest indrukwekkende (de Poelifinario) en het meest veelbelovende (de Neerlands Hoop) cabaretprogramma. De theaterrecensent van de Volkskrant prees Heertje en Jan Jaap van der Wal, omdat ze als artistieke leiders van Comedytrain 'de Amerikaanse stand-up comedy een Nederlands tintje hebben gegeven door de oppervlakkigheden en schoonmoedergrappen naar de marge te dirigeren'. Hij erkende het belang van het Amsterdamse comedycollectief, maar alleen als 'springplank'. Comedians laten zich gelukkig 'omscholen', waarbij 'licht en decor' steeds belangrijker worden.

Koning der cabaretrecensenten Henk van Gelder betoogde in de inleiding van het Comedytrain-boek Nee jij bent leuk, dat in 2003 ter gelegenheid van het 12,5-jarig bestaan werd uitgebracht, dat Nederland de stand-up comedy al lang voorbij was en dat de ontdekking van het genre vergelijkbaar was met de herintroductie van de postkoets. Volgens Van Gelder beantwoordden cabaretiers als Freek de Jonge in de jaren zeventig 'aan alle dramaturgische wetten van het theater', terwijl men in Engeland en Amerika bleef hangen in het simplisme van de vooroorlogse conferenciers, waar 'komieken op een kaal podium een reeks moppen of komische observaties zonder kop of staart stonden te debiteren'.

De kritiek van kleinkunstdeskundigen richt zich altijd op de minimalistische opzet van stand-up comedy, dat de artistieke kracht zou beperken. De critici missen een spanningsboog, een theatraal lichtplan en decor, en walgen van de willekeur van de grappen en de onzinonderwerpen. Ironisch genoeg werd het cabaret in de jaren vijftig en zestig door theaterdirecteuren en -recensenten op dezelfde manier genegeerd of weggezet als oppervlakkig. Hun eigen kritiek komt nu voort uit hetzelfde onbegrip. De comedian heeft juist een unieke zeggingskracht omdat hij maling heeft aan dramaturgische wetten en zichzelf zo dwingt om dieper te graven dan wie dan ook.

Stand-up comedy is aan het begin van de 20ste eeuw ontstaan in de Verenigde Staten. Aanvankelijk waren comedians inderdaad moppentappers die optredens van jazzmuzikanten, goochelaars of zelfs strippers in nachtclubs aan elkaar praatten, maar in de loop der jaren ontwikkelde de vorm zich onder aanvoering van mannen als Lenny Bruce, Richard Pryor en Woody Allen tot een podiumkunst die op zichzelf interessant was.

Het sobere karakter bleef behouden, waardoor de comedian in een intieme sfeer zijn neuroses kon opbiechten of woedend kon preken, met de lach als ontspanning. De directe relatie met het publiek dwingt de eenzame comedian om zo min mogelijk te acteren. In de woorden van de overleden comedian George Carlin: 'Stand- up gaat om een solo op het scherp van de snede. Elke vijf, tien of vijftien seconden zoek je bevestiging. Je bent permanent aan het testen. Je legt je ziel bloot, openbaart alles en zegt: 'Kijk, dit vind ik nou interessant en dat vind ik grappig. Wat vinden jullie ervan?'

Toen ik me in 2007 aanmeldde voor het open podium van Comedytrain, was ik net als Van Gelder en Van den Hanenberg smoorverliefd op cabaret. Ik was grootgebracht met cassettebandjes van Wim Sonneveld, Youp van 't Hek en Herman Finkers. Ik wilde in comedyclub Toomler optreden omdat het de springplank was die mijn helden Theo Maassen, Hans Teeuwen en Jan Jaap van der Wal had gelanceerd, niet omdat ik ge´nteresseerd was in het vak van stand-up comedian.

Ik was goed in het navertellen van de grappen van mijn cabarethelden op verjaardagen en op schoolpleinen en kon altijd goed toneelspelen, maar op dit kale podium had ik weinig aan mijn theatrale trucs. Ik kon me niet verschuilen achter mijn tekst of een bepaalde rol. Ik kon geen stemtechnieken gebruiken of een ontroerend moment inlassen. De zaal was als een genadeloze hond die onmiddellijk rook wanneer ik onoprecht was. Alles moest in het moment en authentiek zijn; zelfs mijn voorbereide materiaal moest op het podium opnieuw ontstaan en een vallend glas werd automatisch een onderdeel van mijn set. Als een grap niet aankwam, sneed de stilte door je ziel en geslachtsdelen heen. Het vroeg om een ultieme scherpte.

Langzaamaan verzamelde ik wat goede grappen en ontdekte ik dat er ook hier overlevingstechnieken waren. Ik leerde om spontaniteit te acteren, te doen alsof ik mijn zorgvuldig voorbereide act op dat moment bij elkaar verzon. Op andere momenten leunde ik op mijn charme en timing. Voorlopig was dat genoeg. Er werd gelachen en geapplaudisseerd.

Maar toen ik als proeflid aangenomen werd bij Comedytrain , prikten mijn nieuwe collega's genadeloos door mijn afleidingsmanoeuvres heen. Ze zeiden dat ik een manier gevonden had om een goede comedian te spelen, dat ik een opdracht stond uit te voeren. Ze stelden me vragen waar ik zelf nog niet klaar voor was, laat staan dat ik de antwoorden met vreemden zou delen. Wie ben je? Wat vind je belangrijk? Wat wil je vertellen? Ik moest mezelf zijn, op het podium.

Ze hadden gelijk. Mijn grappen waren redmiddelen om door het optreden te komen, niet de dingen die ik echt wilde vertellen. Ik vertelde de zaal dat ik me ergerde aan iPhones, terwijl mijn eigen exemplaar in mijn jaszak op me wachtte. Op dvd's met opnames van mijn optreden zag ik een wanhopige comedyversie van mezelf. Een luchtige charmeur waarvan ik wist dat hij eigenlijk ongelukkig was. Ik probeerde op alle mogelijke manieren om aan de kritiek te beantwoorden, maar het is moeilijk om jezelf te dwingen tot ontspanning en doodeng om dieper te graven dan je gewend bent. Uiteindelijk gaf ik het op en viel definitief terug op mijn theatrale overlevingstactieken. Het publiek lachte nog steeds, maar de comedians schudden hun hoofden. Mijn proeftijd werd niet verlengd.

Pas jaren later begreep ik wat ze probeerden te zeggen. Afgelopen zomer raakte ik zwaar overwerkt, en ontdekte tijdens het trage herstelproces dat ik in het dagelijks leven ook op theatrale trucs leunde. Ik had steeds gespeeld dat ik alles onder controle had en anderen afgeleid met mijn charme en gevoel voor timing. Ondertussen negeerde ik wat er echt toe deed, wat ik werkelijk voelde, hoe moe ik was. Mijn psychiater nam het puntje van zijn leesbril in zijn mond en zei: 'Je moet eerlijker zijn. Zowel tegen jezelf als tegen je omgeving.' Mijn yogalerares preekte tijdens de pigeon-pose: 'It's all about getting in touch with your true self, not what might please others.' Mijn shiatsu-masseur greep een spier met zijn sterke vingers en mompelde: 'Kijk, kijk, in je rechteroksel voel ik dat je altijd heel gespannen op feestjes staat.' Naarmate ik meer pretenties afwierp, voelde ik me beter en waardeerde ik met terugwerkende kracht wat stand-up comedy als kunstvorm probeert te doen: tot de kern van de zaak komen, zonder redmiddelen.

Opeens zag ik overal vormen van toneelspel. De kredietcrisis legde de misstanden in de onzichtbare financiŰle sector bloot. De politiek werd door WikiLeaks definitief ontmaskerd. Traditionele waarheidsbrengers als journalisten en wetenschappers kwamen onder vuur te liggen. Intussen zaten mijn vrienden en ik steeds langer achter onze laptops of tuurden we tijdens koffieafspraken stiekem op onze smartphones, waar we op de like-knop van een zorgvuldig gekozen profielfoto klikten. Niemand had het moeilijk, iedereen ging constant op leuke vakanties en at elke dag in een restaurant. Ik keek zelf vaker porno dan dat ik echt seks had. Alles leek onecht te zijn, een poppenspel dat me afleidde van wat er echt toe deed.

De pretentieloze en dus genadeloze blik van een intelligente comedian is hard nodig. In een onderzoek van het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew uit 2008 noemden veel jongvolwassenen The Daily Show van ex-comedian Jon Stewart als hun bron voor nieuws, en niet de traditionele actualiteitenprogramma's waar die show een parodie op is. Jerry Seinfeld verklaarde onlangs in een interview met het magazine van The New York Times waarom rauwe stand-up comedy in zijn land weer aan populariteit wint: 'Er is steeds meer behoefte aan een non-digitale ervaring, aan authentieke menselijke interactie.'

Stand-up comedy balanceert op de grens tussen fictie en werkelijkheid, en kan ons daarom goed de spanning tussen die twee tonen. Ik keek de laatste maanden veel naar The Daily Show en Seinfeld, maar vooral naar Louis CK, momenteel de beste comedian ter wereld. In zijn shows is deze dikke, roodharige veertiger ongekend grappig met zijn openheid over al zijn tekortkomingen, hypocrisie en angsten, en zijn onverwacht tedere verhalen over zijn dochters en de wereld. (Ik ga geen grappen op papier navertellen, maar download een van zijn shows via zijn site.) Ik voel een enorme opluchting als ik naar Louis CK kijk, alsof iemand me eindelijk de waarheid durft te zeggen. Zijn wereldwijde populariteit bereikt dan ook ongekende hoogten.

Louis CK kwam tot dit succes dankzij een radicale methode. Hij trad sinds eind jaren '80 op met een degelijke show. Zijn situatie was vergelijkbaar met die van mij bij Comedytrain: hij was een prima comedian met goede grappen, maar zijn materiaal ging niet diep genoeg. In 2006 had hij er genoeg van. Hij haatte zijn act en overwoog te stoppen. Tot hij in de auto naar een interview met de comedian George Carlin luisterde, die vertelde dat hij elk jaar al zijn materiaal weggooide en opnieuw begon. Dit leek CK het engste wat er bestond, maar hij besloot desondanks hetzelfde te doen. Deze jaarlijkse schoonmaak dwingt hem steeds tot een nieuwe focus en verdere diepgang, vertelde hij tijdens een eerbetoon aan Carlin: 'Je bent klaar met de grappen over vliegtuigen en honden, dus dan moet je verder graven. Dan vertel je grappen over je gevoelens en wie je bent, en dan is dat ook op. Je moet nog verder, dus je vertelt grappen over je angsten en je nachtmerries. Uiteindelijk kom je uit bij krankzinnige dingen.'

In zijn tv-serie Louie (2010-heden) werkt hij deze krankzinnige dingen verder uit. Maar net als bij de creaties van andere comedians die hun weg naar het scherm vonden (zie kader vorige pagina) blijft de rauwheid van de comedyclub behouden en schuilt de kracht in de jarenlang gescherpte blik van de comedian. De serie laat ons niet fijn wegdromen van onze problemen, maar toont ons een herkenbare, subtiel gefictionaliseerde realiteit. De autobiografische show heeft maling aan tv-wetten (het is daarom even wennen voor de kijker) en is als het leven zelf: soms grappig, soms mooi, soms saai en vaak verwarrend. Elke aflevering heeft een eigen plot, versneden met stukken van CK's comedy-act, en het enige vaste personage is Louie, de ongemakkelijke alleenstaande vader van twee dochters. The Daily Show ontdoet het nieuws met grappen van alle pretenties en vertelt zo wat er echt toe doet. Op dezelfde manier ontkleedt Louis CK het leven en verbeeldt zo de realiteit realistischer dan ooit.

Uiteindelijk is het verschil tussen cabaret en stand-up comedy niet interessant; het gaat erom wie ons met een goede grap omver blaast. Stand-up comedy moet wat dat betreft eindelijk serieus genomen worden in Nederland. Dramaturgie, decors en lichten kunnen een persoon of een idee beter tot zijn recht laten komen. Maar soms fungeren ze puur als afleiding, omdat de persoon of het idee niet interessant genoeg is. Bij stand-up comedy zijn de vluchtroutes beperkt en is de realiteit altijd dichtbij. Jerry Seinfeld vergeleek de druk van live comedy met 'het moment waarop je geblinddoekt tegen een muur staat, met een sigaret in je mond, terwijl het publiek op het punt staat om te vuren.' Laten we blij zijn dat er comedians bestaan die zichzelf onder dit soort druk dwingen om met humor tot de kern van henzelf en ons bestaan door te dringen.

Vertel me niet een leuke anekdote over een bij. Vertel me wat je echt wilt vertellen. Vertel me een raar verhaal over je kanker.


Rutger Lemm (1985) is essayist en medeoprichter van onlinetijdschrift hardhoofd.com. Dit artikel is een aangepaste versie van een speech die hij schreef ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Culture Comedy Award, een stand-up comedywedstrijd waarvan hij in 2007 de finale haalde. En verloor.


Tussenstukken:
Prijzenregen

Louis CK (echte naam: Louis Szekely) tourt deze week door Europa. Naast Londen doet hij Stockholm en Oslo aan. Op zaterdag 13 april zendt de Amerikaanse betaalzender HBO zijn laatste show Louis C.K.:Oh My God uit, een live-registratie van zijn optreden in The Celebrity Theatre in Phoenix. Szekely won vorig jaar twee Emmy's: een voor zijn tv-serie Louie en een voor Louis C.K. live at the Beacon Theatre. Met zijn show Hilarious sleepte hij een Grammy in de wacht.


De standupste standup (volgens Lemm)

Annie Hall (1977)
Woody Allen speelt in de film Annie Hall de neurotische stand-up comedian Alvy Singer, een versie van hemzelf. De film onderzoekt de grens tussen realiteit en fictie, wat het best naar voren komt in de dialoog tussen Alvy en Annie, waarbij de ondertiteling aangeeft wat de eigenlijke intentie van hun woorden is.

Eddie Murphy: Delirious (1983)
Wat een machtsvertoon spreidt Murphy tentoon in deze show. Hij scheldt, imiteert en danst in een leren pak over het podium, vol zelfvertrouwen de grote zaal bespelend. Zelden was een comedian zo op dreef, zo seksueel geladen en zo in harmonie met zijn achterban.

Seinfeld (1990-1998)
Sitcom die draait om Jerry Seinfeld en zijn egocentrische vrienden. De minuscule, scherpe observaties uit Seinfelds stand-up worden verwerkt in verhaallijnen die onbenullig lijken, maar die stiekem de onderliggende neuroses van het moderne leven blootleggen. Net als bij Koot en Bie in Nederland, werden veel woorden en uitdrukkingen uit Seinfeld in Amerika gemeengoed.

Man On The Moon (1999)
In een van zijn eerste serieuze rollen speelde Jim Carrey een comedian. Andy Kaufman was een vreemde, eigenzinnige komiek die in de jaren zeventig en tachtig bekend werd door zijn worstelwedstrijden met vrouwen en zijn grofgebekte typetje Tony Clifton. Kaufman speelde met fictie en werkelijkheid, en deze verwarrende film doet hem eer aan.

Curb Your Enthusiasm (2000-heden)
Serie rond Seinfeldbedenker en ex-comedian Larry David, een onmogelijk persoon: een sociaal gestoorde man met vreemde principes die door zijn succesvolle sitcom steenrijk geworden is maar verder een normaal leven leidt. Alle scŔnes zijn ge´mproviseerd.

The Office (2001-2003)
De Britse comedian Ricky Gervais schreef het script voor deze intens ongemakkelijke mockumentary, en speelde zelf de hoofdrol van David Brent. Ook hier draait het om het bijna pijnlijke realisme waar vakkundig mee gespeeld wordt. .

Comedian (2002)
Documentaire over Jerry Seinfelds comeback als comedian en de worstelingen van talent Orny Adams. De film toont de achterkant van het comedianbestaan: de worstelingen, de voorbereidingen, het werk, het falen. Zelfs de ervaren en geliefde Seinfeld heeft het lange tijd moeilijk.

Films met Will Ferrell
Ferrell wordt door velen gezien als de grappigste man op aarde. De comedy Anchorman (2005) met Ferrells machotypetje Ron Burgundy werd een enorme culthit. Met zijn bloedserieuze hoofd houdt hij zich staande tijdens de meest vreemde situaties of ongemakkelijke dialogen. Andere aanraders zijn Step Brothers (2008) en The Other Guys (2010).

Sarah Silverman
De beste vrouwelijke comedian. Choqueerde haar ex- vriend en talkshowhost Jimmy Kimmel door (zogenaamd) met zijn aartsvijand Matt Damon naar bed te gaan en erover te zingen in Youtubehit I'm fucking Matt Damon. Kimmel reageerde met I'm fucking Ben Affleck.

Films van Judd Apatow
Voormalig comedian Apatow is regisseur, schrijver en producent van comedyfilms als The 40 year old virgin, (2005), Superbad (2007), Knocked Up (2007), Forgetting Sarah Marshall (2008) en Bridesmaids (2011). De Apatowstijl kenmerkt zich door rauwe, grove en levensechte dialogen, kleine absurditeiten en veel sociaal ongemak. Sinds Funny People (2009) werden zijn films steeds serieuzer en slechter Apatow is ook producent van de aan Louie schatplichtige HBO-hit Girls.

Between Two Ferns (2008 tot heden)
Comedian Zach Galifinakis (bekend van The Hangover) ontvangt in deze serie van Funny Or Die iedere aflevering een andere filmster, die hij in een kale setting tussen twee varens interviewt.

The Trip (2010)
BBC-serie van regisseur Michael Winterbottom waarin de comedians Steve Coogan en Rob Brydon op een road trip door Noord-Engeland gaan om restaurants te recenseren. De twee spelen een briljante parodie op zichzelf en trachten elkaar voortdurend af te troeven met hun grappen en ijzersterke imitaties van beroemdheden.

Talking Funny (2011)
Eenmalige talkshow op HBO waarin Ricky Gervais met Jerry Seinfeld, Louis CK en Chris Rock praat over het vak van de stand-up comedian en er uiteraard veel grappen gemaakt worden. Opvallend hoe nederig Gervais zich opstelt, met name ten opzichte van de oude baas Seinfeld.


 


IRP:   Minstens 5 joden.




Naar Buikhuisen hetze, bronnen , Media lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]