De Volkskrant, 14-06-2013,  door AMY DAVIDSON is senior editor bij The New Yorker.

Vertaling: Leo Reijnen
.2010

Klokkenluiden is luidruchtig, het schuurt, maar het is nodig

Dankzij het lekken van Edward Snowden gaan zij die aan de macht zijn zich wellicht afvragen of ze wel kunnen doorgaan met ongestraft liegen.


In een column over wat volgens hem het innerlijk leven van NSA-klokkenluider Edward Snowden is, somt David Brooks een hele waslijst op van mensen die Snowden zou hebben verraden (O&D, 12 juni). Daaronder ook 'zijn werkgevers' Booz Allen en de CIA, die 'een gesjeesde student een baan hebben gegeven met een vorstelijk salaris. Hij schendt de erecodes van al diegenen die hem in staat hebben gesteld hogerop te komen'. Hij heeft ook 'de Constitutie verraden. De VS zijn niet gesticht om een 29-jarige in zijn eentje te laten beslissen over wat openbaar moet worden gemaakt'.

Wat een merkwaardige kijk op de zaak. De stichters van de VS hebben de Constitutie óók opgesteld opdat de stem van een individu kon worden gehoord, ongeacht de beperkingen die hem door de macht zijn opgelegd. Sterker nog, die stichters zouden niet willen dat een 29-jarige zo overweldigd zou zijn door dankbaarheid jegens zijn superieuren dat hij zou zwijgen. De 'erecode' die volgens Brooks is geschonden, is misschien slechts neerbuigendheid verzacht door plichtsbesef. Afgestudeerde mensen zien het als bewijs van hun fatsoen om iemand die niet tot hun kringen behoort een kans te geven. Door vuile handen te maken, heeft Snowden niet alleen zijn geheimhoudingsbelofte geschonden, maar ook hun gevoel van eigen goedheid met voeten getreden. Volgens de logica van Brooks is het eigenlijk de schuld van Snowden als straks het cv van iemand die het hbo niet heeft afgemaakt bij een sollicitatie terzijde wordt geschoven.

Snowden heeft volgens Brooks 'de privacy van ons allen verraden. Als de federale veiligheidsdiensten geen grote hoeveelheden data meer kunnen scannen, zullen ze terugvallen op oudere, meer inbreuk makende afluistermethoden.' Zou voor die oudere methoden misschien een dwangbevel nodig zijn? Het idee dat we ons niet druk moeten maken over programma's zoals die waarover Snowden nu heeft gelekt, omdat we anders de overheid misschien boos maken en ze ons nog meer gaat bespioneren, is ook niet bepaald wat de stichters van de VS voor ogen hadden.

Brooks geeft toe dat Snowden 'gelijk heeft dat de procedures die hij heeft onthuld in de toekomst misbruikt zouden kunnen worden'. We moeten van Brooks vertrouwen op goedheid: ooit zou iemand misschien deze procedures kunnen misbruiken, maar nu is er niets aan de hand. Brooks vergist zich over het heden, maar dat toekomstig risico zou al genoeg moeten zijn: het feit dat een dergelijke structuur bestaat, dat archieven worden gevuld met wat wij terecht als privé-informatie beschouwen, is op zichzelf al misbruik.

'Soms is lekken onvermijdelijk', zegt Brooks, maar hij is er niet van overtuigd dat dat voor Snowden geldt, zelfs al 'stond hij voor een moreel dilemma'. Misschien viel er wel iets te melden, maar dan had hij toch een mentor kunnen aanspreken? Maar nee, Snowden heeft het helemaal verkeerd gedaan. Hij was 'zich totaal niet bewust van zijn verraad en de schade die hij aanricht aan sociale afspraken en de onzichtbare banden die ze bijeenhouden'.

Heeft Snowden 'sociale afspraken' geschaad? Misschien privé, bijvoorbeeld tegenover zijn vriendin. Als Brooks echter doelt op het soort afspraken waardoor Congresleden, die worden geacht toezicht te houden, niet doorvragen op de geheime informatie die ze krijgen, of die ertoe leiden dat de president ons zegt dat de instemming van alle drie machten - zelfs als één daarvan een geheime instantie is die alles goedkeurt - al onze twijfels over een bepaald beleid zou moeten wegnemen, dan is een beetje schade misschien wel nuttig.

Dat geldt ook voor de afspraken tussen overheidsinstellingen en privé-ondernemingen als Booz Allen - dat wordt geleid door een voormalige inlichtingenambtenaar - die ertoe hebben bijgedragen dat ons systeem van nationale veiligheid bol staat van de geheimen. Brooks lijkt een grotere afschuw te hebben van onbeleefdheid dan van ongerechtigheid.

Dat komt naar voren bij een ander punt op de lijst wandaden van Snowden: 'Hij heeft de zaak van de open overheid verraden. Telkens als er iets wordt gelekt, zullen de machthebbers de kring van vertrouwen verder inkrimpen en het debat verder inperken.' Het zou natuurlijk ook kunnen zijn dat ze gaan inzien dat ze niet ongestraft kunnen liegen. En dat de volgende keer dat James Clapper, het Hoofd van de Nationale Inlichtingendiensten, een rechtstreekse vraag krijgt tijdens een hoorzitting van de Senaat, hij zich zal afvragen of hij er op gepakt kan worden als hij antwoordt met een pertinente onwaarheid. Clapper zei 'nee' toen senator Ron Wyden hem vroeg of de NSA enigerlei gegevens verzamelde van Amerikanen. Toen Andrea Mitchell van nieuwszender NBC hem na de lekken aan de tand voelde over dit antwoord, zei Clapper dat hij het een vraag had gevonden van het genre 'Wanneer stopt u met het slaan van uw vrouw?' Maar als je inderdaad je vrouw slaat, is zo'n vraag volkomen terecht.

Brooks vraagt zich af of wat Snowden wist werkelijk zo ernstig was dat hij moest bijdragen aan de 'ondermijnende verbreiding van cynisme'. Zijn keuzen zouden slechts verklaard kunnen worden 'wanneer je een leven leidt dat niet gevormd is door de ordenende werking van de instituties van de burgermaatschappij'.

Brooks noemt niet de pers als een van de elementen van die burgermaatschappij en toch is dat juist het instituut waartoe Snowden zich heeft gewend. Hij heeft zijn documenten niet uit een helikopter gestrooid en ook de journalisten hebben dat niet gedaan. Journalisten die vaak in actie komen wanneer - wat Brooks wellicht beschouwt als minder botte waarborgen - falen. Klokkenluiden en onderzoeksjournalistiek kunnen luidruchtig zijn, schuren, en noodzakelijk zijn.

Toen ik de klaagzang van Brooks over Snowden en 'de fragmentering van de samenleving' las, moest ik denken aan Norman Rockwell, maar niet met hetzelfde gevoel als Brooks. (In 2008 schreef Brooks, na een volgens hem door Sarah Palin gewonnen debat: 'Ergens in de hemel lacht Norman Rockwell'.)

Het beeld dat bij mij opkwam, was dat van een van de panelen van Rockwells 'Four Freedoms': dat over de vrijheid van meningsuiting, waarop we een man zien die opstaat tijdens een soort gemeenteraadsvergadering. Hij zou 29 kunnen zijn. Hij draagt werkkleding, dus misschien heeft hij de middelbare school niet afgemaakt. Er zijn beter geklede mensen in de zaal. Die luisteren naar hem.




Red.; 


 

Naar Cultuur, gelijkheid , Westerse organisatie , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]