De Volkskrant, 24-11-2014, van verslaggever Michiel Kruijt .2010

Dans om de hete aardappel

Kunstmuseum Bern maakt vandaag bekend of het de omstreden nalatenschap van Cornelius Gurlitt aanvaardt. De Zwitserse kunstinstelling heeft een half jaar nodig gehad om alle complicaties rond de Nazi-Kunstschatz in kaart te brengen. Nu mengt de familie van Gurlitt zich opeens ook in de erfeniskwestie.


Tussentitel: Dat de buit tussen Bern en Berlijn woirdt verdeeld, lijkt geen onpraktische keuze
Willen Dietrich Gurlitt en Uta Werner de schande in hun familie uitwissen?

Kunstmuseum Bern ligt aan een straat die is vernoemd naar de Zwitserse schilder Ferdinand Hodler (1853-1918). Het middelgrote museum - het krijgt jaarlijks 70- tot 100 duizend bezoekers - bezit veel werken van deze in Bern geboren kunstenaar. Een van de bekendste is het schilderij De Nacht. Te midden van slapende mannen en vrouwen vecht een man, in wie de schilder is te herkennen, met een geheel in het zwart gehulde figuur. Die staat voor de dood - Hodler verloor zijn ouders en al zijn broers en zussen aan tbc.

Weinig verbeelding is nodig om in de afbeelding een andere worsteling te zien: die van het museum met de zaak-Gurlitt. Sinds 7 mei, de dag dat directeur Matthias Frehner werd overvallen door de tijding dat Cornelius Gurlitt zijn museum tot enig erfgenaam had benoemd, heeft de kunstinstelling onderzoek gedaan naar de vraag of zij de erfenis moet aanvaarden of verwerpen.

Vandaag maakt het museum het resultaat van al die denkarbeid bekend, vlak voordat de termijn van een half jaar verloopt die het Duitse erfrecht stelt aan dit soort boedelonderzoek.

De naam Gurlitt werd wereldnieuws na de onthulling dat in februari 2012 in het appartement van deze kinderloze kluizenaar in München meer dan 1.500 kunstwerken in beslag waren genomen. Die waren door zijn vader bijeengebracht. Hildebrand Gurlitt behoorde tot het selecte groepje kunsthandelaren dat zaken mocht doen met nazi-kopstukken - ook al was zijn grootmoeder Joods.

De ontdekking van de Nazi-Kunstschatz - er zit een aantal zeer waardevolle werken tussen - was ruim 1,5 jaar door de autoriteiten stilgehouden. In al die tijd bleek er maar één expert te hebben gewerkt aan het onderzoek naar de herkomst van de collectie. Dit leidde tot zo'n storm van verontwaardiging dat de Duitse regering zich genoodzaakt zag een 'taskforce' op te richten. Toen Cornelius Gurlitt op 6 mei overleed aan een hartkwaal en hij zijn bezittingen bleek te hebben vermaakt aan het museum in Zwitserland, was er nauwelijks verhulde opluchting bij de Duitse autoriteiten. Deze hete aardappel kon worden doorgeschoven.


Nu was het aan Kunstmuseum Bern om de vragen beantwoorden die kleven aan dit 'vergiftigde geschenk'. Wat moet er met de roofkunst in de collectie-Gurlitt gebeuren, de kunstwerken die door in het nauw gedreven Joden al dan niet tegen betaling zijn afgestaan? Hoe zit het met de Entartete Kunst ('ontaarde kunst') in de verzameling, de kunst die tijdens een grote nazi-campagne in 1938 uit Duitse musea was weggehaald en stiekem was doorverkocht aan uitverkoren kunsthandelaren? Kost de af te dragen erfbelasting niet een vermogen? En is het eigenlijk wel ethisch verantwoord om de besmette erfenis te omarmen?

Vandaag worden die vragen beantwoord. Niet op een persconferentie in Bern, zoals iedereen had verwacht, maar in een regeringsgebouw in Berlijn. Dat duidt erop dat het museum een overeenkomst met Duitsland heeft gesloten over de erfenis.

Een Zwitserse zondagskrant had vorige maand al onthuld welke afspraken er zijn gemaakt. De Entartete Kunst in de Gurlitt-collectie zou door het museum in permanente bruikleen aan Duitsland worden gegeven. In ruil daarvoor zou Berlijn het onderzoek naar de roofkunst in de verzameling afmaken.

De rest van Gurlitts bezittingen, geld, de opbrengst van twee woningen en het onverdachte deel van de Münchense verzameling zouden naar het museum in Zwitserland gaan. Dat geldt mogelijk ook voor de 238 kunstwerken uit de voormalige woning van Cornelius Gurlitt in Salzburg die door zijn advocaten zijn veilig gesteld. Over deze collectie is alleen bekend gemaakt dat die ook topwerken bevat.




Het museum ontkende meteen zo'n pact te hebben gesloten. Het gaf wel toe 'vertrouwelijke' gesprekken te voeren met de Duitse autoriteiten. Dat de buit tussen Bern en Berlijn wordt verdeeld, lijkt geen onpraktische keuze.

De taskforce onderzoekt al ruim een jaar wat de herkomst is van de Schwabinger Kunstfund (het appartement van Gurlitt ligt in de Münchense wijk Schwaben). Kort voor zijn dood beloofde Gurlitt alle roofkunst aan de rechtmatige eigenaren terug te geven - iets wat moeilijk afdwingbaar is volgens de Duitse wet. In ruil daarvoor werd de inbeslagname van zijn verzameling opgeheven. Ook werd met hem afgesproken dat het werk van de taskforce nog zou worden voortgezet tot uiterlijk april 2015.

Het overhevelen van dit onderzoek naar Zwitserland is omslachtig. Het achterhalen van de herkomst van honderden kunstwerken is een heidens karwei. Kunstmuseum Bern is niet voor dit recherchewerk geëquipeerd, noch voor de afhandeling van juridische claims. Een legertje van advocaten, gespecialiseerd in restitutie van roofkunst, heeft zich in het afgelopen jaar op de kunstschat gestort.

Ten aanzien van het andere verdachte deel van de collectie, de Entartete Kunst, is in Duitsland een kentering te bespeuren. Die kunst komt niet van Joden uit de landen die door Hitlers troepen waren bezet, maar hing aan de muren van de eigen musea. Steeds meer stemmen gaan op om deze werken niet naar Zwitserland te laten verdwijnen. Door een deal met Kunstmuseum Bern zouden ze permanent in Duitsland kunnen worden tentoongesteld, bijvoorbeeld in het 'Centrum voor vervolgde kunst' dat op 1 januari nabij Düsseldorf wordt geopend.


Wensenlijst

Maar het kan ook allemaal heel anders lopen.
    Twaalf dagen geleden lieten twee familieleden van Cornelius Gurlitt plotseling weer van zich horen. Dietrich Gurlitt, een 95-jarige neef van Cornelius Gurlitt en diens negen jaar jongere zus Uta Werner (zie stamboom) maakten toen een lijst met wensen bekend voor het geval Kunstmuseum Bern de erfenis zou afwijzen. Dan zijn zij de erfgenamen.

Volgens een verklaring van hun advocaat moet de roofkunst in de collectie zo snel mogelijk worden teruggeven aan de oorspronkelijke eigenaren. Neef en nicht verlangen verder dat de Entartete Kunst in de verzameling wordt geëxposeerd in een Duits museum.

Hoewel hun verklaring in lijn is met wat de andere partijen van plan zouden zijn, roept die toch vragen op. De twee hadden een half jaar geleden benadrukt dat de laatste wens van hun neef moet worden gerespecteerd en de erfenis dus naar Bern moet gaan. Waarom dan nu een wensenlijst openbaren voor het geval het museum nee verkoopt? Willen Dietrich Gurlitt en Uta Werner de schande in de familie uitwissen? Of gaat het erom hun Joodse moeder te eren, die volgens de verklaring ook te lijden heeft gehad onder het nazi-bewind?

Het raadsel werd nog groter toen bleek dat zij een psychiater hebben laten onderzoeken of hun neef wel een rechtsgeldig testament kon maken op 9 januari. Cornelius stond toen onder Betreuung, een lichte vorm van curatele. Wegens zijn slechte fysieke toestand en zijn zonderlinge gedrag had een rechter hem een toezichthouder aangewezen.

De psychiater oordeelde dat Cornelius Gurlitt aan 'paranoïde waanvoorstellingen' leed. Hij verwees onder meer naar het oordeel van de collega die in december 2013 had geadviseerd Gurlitt onder toezicht te stellen. De hulpbehoevende kluizenaar is 'geobsedeerd door het verleden van het Derde Rijk', was toen de diagnose. Uit brieven en documenten zou zonneklaar blijken dat Gurlitt zich al decennia door nazi's vervolgd voelde en bang was voor een complot waarmee hem de kunst van zijn vader zou kunnen worden ontnomen.



Hoewel het nieuwe psychiatrische rapport geen formele status heeft en pas na de dood van Cornelius Gurlitt is opgesteld, is het een potentiële bom onder diens laatste wens. Als een rechter het met de inhoud daarvan eens zou zijn, wordt het testament nietig verklaard. Dan erft Kunstmuseum Bern niets en komen neef Dietrich en nicht Uta voor de vraag te staan of zij de nalatenschap willen aanvaarden. Zover zou het echter niet komen, stelde hun advocaat: het testament wordt niet door hen aangevochten.

Maar afgelopen vrijdag liet de raadsman weten dat hij een rechtbank in München toch heeft gevraagd de rechtsgeldigheid van dat document te beoordelen. Het verzoek werd zo laat op de middag gedaan dat er niemand meer op de rechtbank was om de indiening daarvan te bevestigen. De advocaat zegt te hebben gehandeld in opdracht van Uta Werner, haar kinderen en die van Dietrich Gurlitt.

De neef van Cornelius Gurlitt ontbreekt. Hij liet weten dat de nalatenschap nog steeds naar Kunstmuseum Bern moet gaan.

Is een poging om invloed uit te oefenen op een rechtvaardige afhandeling van de erfenis uitgelopen op een pijnlijke familieruzie om de centen? Het zal nog een hele toer worden om de ongeldigheid van het testament aan te tonen: er zijn ook getuigenissen dat Gurlitt volledig toerekeningsvatbaar was toen hij zijn keuze voor het museum in Zwitserland maakte. Een slepende rechtsgang lijkt in het verschiet te liggen. Dat is slecht nieuws voor de twee Joodse families die deze zomer hun claim door de taskforce zagen erkend; zij moeten vermoedelijk nog langer wachten op hun kunstwerken.

Wat de uitkomst van de dans om de erfenis ook is, vast staat dat Duitsland is veranderd door de zaak-Gurlitt. Het besef is gegroeid dat op kunstgebied meer rekenschap moet worden gegeven van het oorlogsverleden. Recent onderzoek wees uit dat het overgrote deel van de Duitse musea nog niet de kunstwerken tegen het licht heeft gehouden die zijn verkregen tussen 1933, het jaar dat de nazi's in Duitsland aan de macht kwamen, en 1945, het jaar dat zij werden verslagen. Nederlandse musea zijn al jaren bezig met zo'n inspectie.


Beschuldigingen

Ronald Lauder, de Amerikaanse president van het World Jewish Congress (een koepel van Joodse organisaties uit tal van landen) uitte kortgeleden tijdens een bezoek aan Duitsland een felle beschuldiging. 'Veel musea weten dat ze roofkunst bezitten, daar ben ik zeker van. Maar men wil niet het risico lopen die werken te moeten opgeven.'

Anne Webber, een Engelse die al jaren informatie verzamelt over kunst die in de Tweede Wereldoorlog werd gestolen, verwoordde het wat netter: 'Hoewel het voorbeeldig de rest van de nazi-erfenis heeft afgehandeld, blijft kunst de achilleshiel van Duitsland.'

Berlijn tracht de geschonden reputatie weer op te vijzelen. Door, zoals vandaag vermoedelijk wordt bekendgemaakt, betrokken te blijven bij de afhandeling van de Gurlitt-zaak. Door miljoenen extra uit te trekken voor herkomstonderzoek. Door de organisaties samen te voegen die met dit werk zijn belast.

Twee maanden geleden kwam er een rapport uit waarin de vorderingen zijn gemeten van de 44 landen die in 1998 een verklaring tot teruggave van roofkunst hebben ondertekend. De conclusie is verrassend. Duitsland blijkt 'grote vooruitgang' te hebben geboekt en voert samen met Nederland, Oostenrijk en Tsjechië de lijst aan.

De opstellers van dit rapport: twee Joodse organisaties die voor teruggave van roofkunst ijveren.




Red.:   'Hoewel het voorbeeldig de rest van de nazi-erfenis heeft afgehandeld, blijft kunst de achilleshiel van Duitsland.'   === de achilleshiel van de Joden. Als parasiten



Naar Wetenschap en religie , Wetenschap lijst , Wetenschap overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]