De Volkskrant, 05-11-2013, van correspondent Rolf Bos .2010

Roofkunst | Duitsland inde ban van 1.500 geroofde kunstwerken

Verbazing over geheim nazischat

Vandaag wordt meer duidelijk over de spectaculaire vondst van roofkunst in een flat in München. Voorzichtig openen zich de luiken van een imponerende verzameling.


In Duitsland wordt met grote verbazing gereageerd op spectaculaire vondst van 1.500 geroofde kunstwerken in een flat in München. De verbazing geldt vooral het feit dat de autoriteiten het nieuws twee jaar lang onder de pet wisten te houden. De Duitse regering wist ervan af, maar de media kregen er pas het afgelopen weekeinde lucht van, na een publicatie in weekblad Focus. .

Het blad onthulde dat in het verslonsde appartement van een bejaarde zoon van kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt al in 2011 een grote collectie 'roofkunst' is ontdekt. De vader had de in beslag genomen kunst in de jaren dertig, in opdracht van de nazi's ingenomen en in het buitenland verhandeld. De man, zelf telg uit een familie met veel kunstenaars, hield ook een deel achter. Het gaat om werken van onder anderen Picasso, Matisse, Chagall, Nolde, Marc, Beckmann, Klee, Kokoschka en Liebermann, met een mogelijke totale waarde een miljard euro.

De 'eigenaar', de inmiddels 80-jarige Cornelius Gurlitt, leefde al vijftig jaar alleen in zijn appartement. Zijn buren, maandag door de Duitse televisie bevraagd, kenden hem nauwelijks. Al een jaar niet gezien, zei een buurman. Binnen was nog nooit iemand geweest.

Dat veranderde in het voorjaar van 2011, toen de Duitse douane binnenviel. Men vermoedde dat de man over veel zwart geld beschikte. Dat geld vond men niet, wel de verbazingwekkende kunstschat. De vondst werd al in 2011 gedaan, maar werd buiten de openbaarheid gehouden. Wel werd de regering op de hoogte gebracht. Het is opmerkelijk dat er in de afgelopen twee jaar nooit naar de pers gelekt is.

Een kunsthistorica uit Berlijn, Meike Hoffmann, is bezig de herkomst van de werkstukken te onderzoeken. Ze wilde nog niet met de media praten, maar duidelijk is dat ze al veel kunstwerken heeft kunnen identificeren. Naar verluidt is er een 'Matisse' bij uit de beroemde collectie van verzamelaar Paul Rosenberg. Vandaag geeft Hoffmann in Augsburg een persconferentie over de 'Kunstkrimi'.

De vondst van de 'nazischat' in München werpt een nieuw licht op het gedrag van galeries en veilinghuizen. Gurlitt heeft in de afgelopen tientallen jaren verschillende werken te koop aangeboden bij onder meer Galerie Kornfeld in Bern. Met succes blijkbaar, eind 2010 werd hij door de Duitse douane 'betrapt' met een grote som cash geld in de trein tussen Bern en Duitsland. Dit geld zette dat de autoriteiten op het spoor van de man.

Verbazingwekkend is verder dat Gurlitt eind 2011, dus ná de inbeslagname, nog een kostbaar werk van Max Beckmann, de Leeuwentemmer, bij het vooraanstaande veilinghuis Lempertz in Keulen aanbood. Heeft hij elders nog kunst staan? Wantrouwend was men niet geworden, vertelt men bij het veilinghuis. 'We dachten dat het een man was die zijn kroonjuweel kwam aanbieden, om op zijn oude dag over geld te kunnen beschikken', zegt een woordvoerder. Uit andere bronnen blijkt dat Lempertz ten minste 15 werken van de familie Gurlitt heeft verkocht sinds de jaren vijftig. Cornelius verklaarde dat hij de Beckmann van zijn moeder had geërfd.

Dat werk, met een geschatte cataloguswaarde van 300 duizend euro, werd echter herkend door nabestaanden van Alfred Flechtheim. Deze Joodse verzamelaar moest zijn hele collectie, waaronder de Leeuwentemmer, in de jaren dertig onder dwang van de nazi's verkopen voor een appel en een ei. Hij stierf later verarmd in Londen.

Hoewel het schilderij van Beckmann volgens het veilinghuis niet voorkwam op de internationale Art Loss Register voor door de nazi's geroofde kunst, gaf Gurlitt in december 2011 wel een deel van de opbrengst aan de nabestaanden van Flechtheim. Het schilderij bracht 864 duizend euro op. Gurlitt hield daarvan naar verluidt de helft over.

De Oostenrijkse omroep ORF meldde maandag dat Cornelius Gurlitt een oom had die net na de oorlog in het Oostenrijkse Linz een kunstgalerie opende onder de naam Neue Galerie, tegenwoordig het Lentos Kunstmuseum Linz. Deze Wolfgang Gurlitt, die in 1965 overleed, handelde net als de vader van Cornelius Gurlitt voor de oorlog in door de nazi's in beslaggenomen kunst. Hij verzamelde ook kunst voor een te bouwen 'Führermuseum' in Linz, de stad waar Hitler een deel van zijn jeugd doorbracht.

Wolfgang zei later dat zijn oorspronkelijke verzameling bij een bombardement op Berlijn was verwoest. Of dat waar is? Het Lentos Kunstmuseum meldt dat het geen 'roofkunst' in de collectie bezit. Hildebrandt Gurlitt (1895-1956) en later diens weduwe vertelden altijd dat hun collectie in februari 1945 in Dresden in vlammen was opgegaan. Dat het gelogen was bleek 66 jaar later toen de autoriteiten de flat van hun inmiddels bejaarde zoon binnenvielen.

Cornelius Gurlitt is op vrije voeten. Niemand weet waar hij is. Vooralsnog hangt hem slechts een aanklacht wegens belastingontduiking boven hetmhoofd.

Vandaag wordt meer duidelijk over de spectaculaire vondst van roofkunst in een flat in München. Voorzichtig openen zich de luiken van een imponerende verzameling.



Red.:  



Naar Wetenschap en religie , Wetenschap lijst , Wetenschap overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]