De Volkskrant, 05-11-2013, van verslaggevers Wieteke van Zeil en Michiel Kruijt .2010

Databank onthult delen kunstverzameling

1.500 werken waren in het appartement van Cornelius Gurlitt opgeslagen, alle afkomstig uit de boedel van zijn vader Hildebrand. Welke kunstwerken dat zijn, is nog een raadsel. Maar van een deel is - met een slag om de arm - een inschatting te maken. .

Veruit de meeste kunst is vermoedelijk voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog door Hildebrand Gurlitt tegen spotprijzen gekocht bij joodse kunsthandelaren en families. Dat kan van alles zijn. Maar 300 werken zouden tot de Entartete Kunst behoren, de term die de nazi's gebruikten voor eigentijdse kunst die 'ontaard' was en daarom in beslag werd genomen. In opdracht van Hitlers propagandaminister Joseph Goebbels werd de geconfisqueerde waar verpatst aan enkele kunsthandelaren, onder wie Hildebrand Gurlitt. Die verkochten de kunst door, vaak aan buitenlandse afnemers.

Sinds 2002 werkt het onderzoekscentrum Entartete Kunst van de Freie Universität Berlin aan een reconstructie van de inbeslagname door de nazi's. Het team vult een (op internet raadpleegbare) databank waarin meer dan 21 duizend werken van 1.400 kunstenaars zullen worden opgeslagen. De teller staat nu op ruim 10 duizend.

Als de naam van Hildebrand Gurlitt door die databank wordt gehaald, komen er niet minder dan 1829 hits uit: 1548 grafieken, 164 aquarellen, 69 tekeningen, 47 schilderijen en een boek. Veel van die werken zijn om van te watertanden; het is van gevierde kunstenaars als Max Beckmann, Heinrich Campendonk, Otto Dix, Wassily Kandinsky, Ernst Ludwig Kirchner, Paul Klee, Oskar Kokoschka en Emil Nolde.

Niet zelden is die kunst na de oorlog terechtgekomen bij musea en verzamelaars. Maar in veel gevallen houdt het spoor op bij Hildebrand Gurlitt. Neem bij voorbeeld de aquarel Paarden in landschap van Franc Marc (1880-1916), een belangrijke expressionist. Volgens Focus, het Duitse tijdschrift dat de primeur over deze goudmijn aan roofkunst bracht, bevond het werk zich in het appartement van zoon Cornelius.

De databank leert dat het werk in 1914 is gekocht door het Städtisches Museum für Kunst und Kunstgewerbe in Halle. Na de confiscatie door de nazi's in 1937, stond het vier jaar in een depot in Berlijn. Op 21 maart 1941 is het aangeschaft door Hildebrand Gurlitt. Waar het werk nu is? 'Unbekannt', stelt de databank.

Vandaag openbaart Meike Hoffmann van het onderzoekscentrum Entartete Kunst mogelijk welke werken in het appartement van Cornelius Gurlitt waren opgeslagen. Nadat Duitse douaniers die in 2011 in beslag hadden genomen, klopten ze onder meer bij Hoffmann aan voor deskundig advies. Ze heeft er al twee jaar onderzoek op zitten, maar heeft tot nu toe nog niets bekend gemaakt.

Musea in Duitsland en erfgenamen van voormalig eigenaren van geroofde kunst zijn benieuwd naar wat de kunsthistorica zal zeggen. Bij grote musea is veel kunst door de nazi's geconfisqueerd. Onder de museumdirecteuren die uitzien naar de persconferentie is de Nederlander Peter van den Brink, die het Museum Suermondt-Ludwig in Aken leidt. 'We missen een aantal werken dat in beslag is genomen als Entartete Kunst, onder meer twee schilderijen van Heinrich Davringhausen, werk van August Macke en Walter Ophey', zegt hij. 'We wachten af wat er bekend wordt gemaakt.'


Red.:  



Naar Wetenschap en religie , Wetenschap lijst , Wetenschap overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]