VARAgids, nr. 23-2012, door Pieter Waterdrinker .2010

Kamer te huur

Na het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1991 konden de burgers hun appartementen, huizen en datsja's waarin ze op dat moment woonden privatiseren. Sindsdien rijzen de prijzen de pan uit en wordt de overspannen woningmarkt bevolkt door gangsters.

Tussentitels: Wens je iets met drie kamers, reken dan op drie mille.
Ik tel maandelijks 1500 euro neer. Zonder licht en water

Een Moskouse vriendin van mij - knap, blond, met benen tot aan haar oksels en gezegend met de mooie naam Anastasia - kan er niet over uit. 'Wat? Zó weinig?' reageert ze, als ik haar vertel wat mijn vrienden in Nederland grosso modo verdienen. Dat schommelt - ik ben opgegroeid in de bevoorrechte streken van Kennemerland en de meesten van mijn vrienden hebben de universiteit afgerond - zo tussen de 2400 en drieduizend euro netto in de maand. 'Dat maak ik soms op in een weekend', zegt Anastasia, terwijl ik denk: dat lieg je, schat. Vaak heb je aan het dubbele niet genoeg. Bijvoorbeeld als je weer eens een paar dagen met je vriendinnen bent gaan shoppen in Dubai, Londen of Florence.
    Anastasia is vrijgezel en dertig jaar oud, de leeftijd waarop de vrouwen, volgens Guy de Maupassant 'op hun smakelijkst' zijn. Ze verdient haar geld echter niet als goed betaalde 'horizontale vrouw', noch als beroemd fotomodel of liefje van een Russische oligarch. Ze bezit 'doodgewoon' twee appartementen in het centrum van Moskou.

In het ene woont ze; het andere verhuurt ze voor de somma van 18000 euro in de maand. 'Een Brits oliebedrijf heeft het gehuurd voor hun chief-accountant; vertelt ze in Coffeemania, een trendy koffietent met de fijnste patisserie van Moskou naast het Tsjaikovski Conservatorium, waar Anastasia dagelijks met haar vriendinnen samenkomt. 'Mijn werk als schoonheidsspecialiste zie ik meer als een hobby. Voor de zielige 2000 euro die ik daarmee verdien hoef ik natuurlijk iedere ochtend eigenlijk mijn bed niet uit.' Daar belasting betalen over huurinkomsten in Rusland net zo zeldzaam is als - pakweg - de vondst van een verloren diamant in een vuilnisbak, heeft deze jonge Russin 20.000 euro netto te besteden in de maand. Een uitzondering? Nee, vergeet het maar.

Misschien was het wel het grootste collectieve cadeau uit de geschiedenis van de mensheid: de mogelijkheid die het Kremlin, vlak na het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1991, aan de Russische burgers bood om de appartementen, huizen en datsja's waarin ze op dat moment woonden te privatiseren. Voorheen behoorde alles, van drempel tot de deurkruk, toe aan de staat. De administratieve handeling waarmee een van de grootste resultaten van de Russische revolutie in 1917 (nationalisatie) op massale schaal werd teruggedraaid, was relatief een peulenschilletje. Voor een handjevol roebels - laten we zeggen honderd euro - werden je 'woonrechten' omgezet in 'eigendomsrechten'.

Ik was in die dagen getuige van dikwijls bizarre taferelen.
Veel Russen, opgevoed met de leuzen van Lenin volgens welke alles toebehoorde aan de staat en iedere vorm van privé-bezit diefstal was, hadden geen flauw idee van het begrip 'eigendom'. Ze zeiden:
'Waarom zou ik mijn woning privatiseren? Ik woon nu toch ook al in mijn huis?' Zij die destijds zo dachten, betreuren deze beslissing tot op de dag van vandaag: een kapitaal ging aan hun neus voorbij. Het gros koos echter eieren voor zijn geld, ging naar de notaris, regelde de privatisering en werd juridisch voor honderd procent eigenaar van het huis, dat ooit door de communistische overheid aan hen: of hun familie was toegewezen.
    In de loop der jaren heb ik in Moskou lassers, pianoleraren en gepensioneerden uiterst welgesteld en zelfs miljonair zien worden - in ieder geval op papier. Want de prijs van onroerend in Ruslands grote steden bleef maar spectaculair stijgen. Kocht je bijvoorbeeld in het jaar 2006 in Moskou een optrekje voor drie ton, dan was dat twaalf maanden later reeds zes ton waard. Een stijging van honderd procent! De recente crisis heeft de Russische woningmarkt amper geraakt. Onlangs verkocht een Russische vriend van mij zijn driekamerflat van negentig vierkante meter, in een zogeheten Stalintoren aan de rivier de Moskwa, voor een miljoen Amerikaanse dollar. 'Ik had er veel meer voor kunnen krijgen, als hij maar op het zuiden had gelegen!'

De vroegere Sovjet-elite leden van de Communistische Partij, militairen, schrijvers, kunstenaars en wetenschappers die behoorden tot de 'nomenclatoera' van het land - heeft van het toenmalige privatiseringscadeau van de staat wellicht het meest geprofiteerd. Zij bewoonden toen de Sovjetunie uiteenviel de beste huizen en appartementen, vaak van tweehonderd vierkante meter en meer. Om over de buitenhuizen in de bossen buiten de stad maar te zwijgen. Voor hen en hun nakomelingen viel het geld opeens uit de hemel. Zo erfde Anasatasia het appartement dat ze nu aan de Britse accountant verhuurt van haar grootvader (een oud-generaal uit het Rode Leger) en behoorde de flat waarin ze zelf woont ooit toe aan haar oom, een gelauwerde, vroeg gestorven homoseksuele kunstenaar. 'Dat huis zou ik met gemak voor achtduizend euro kunnen verhuren. Wat denk je Pieter, is 28000 euro in de maand genoeg om ergens aan de Rivièra te wonen? Want dat is haar exit-plan: als Natasja binnen twee jaar in Moskou geen leuke man vindt (en ze heeft al een legioen getest en weer verstoten ) wil ze gaan wonen aan de Côte d'Azur. In een villa met zwembad en een hond. Een labrador. En met de huurinkomsten uit haar vaderland.

Voor huurders, zoals ik, is Moskou ondertussen een regelrechte ramp. Een kamer in de verste buitenwijk komt op duizend euro. Wens je jets met drie kamers in het centrum - van het laagste segment - reken dan al gauw op drie mille. Vaak wordt mij gevraagd: 'Maar hoe betalen die arme Russen dat allemaal?' Wel: ten eerste zijn veel Russen helemaal niet zo arm; ten tweede hebben de meesten hun huis dus geprivatiseerd; ten derde kan men zich in Nederland amper de impact voorstellen van de tientallen miljarden aan oliedollars die het Kremlin jaarlijks werpt in het monsterlijke vergiet dat boven de stad hangt - geld dat langzaam tot in alle hoeken en gaten, poriën en naden van Moskou doorsijpelt. Dit zal doorgaan tot zolang de zeepbel van dit Russische fata morgana niet is geknapt.

Zelf ben ik in Moskou inmiddels aan mijn derde huis toe; ik begon in 1996 in een vierkamerflat (twaalf hoog)van wat toen gold als een elitegebouw, dat toebehoorde aan het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik nam de woning over van de huidige hoofdredacteur van de Volkskrant Philippe Remarque en zijn vrouw Sylvia Witteman, inclusief twee witte ijskastjes (die ik nog steeds bezit), een forse lading zachtroze wc-papier, waarvoor je destijds in Moskou een moord deed, een chauffeur, een huishoudster en een secretaresse. Van dit personeel ontdeed ik me al snel.
    De wording van de huidige maffiastaat, waarbij Poetin en een clan van intimi in het land de lakens uitdeelt, kon ik vanuit deze Russische Bijlmermeer goed aanschouwen. De afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat mijn woonkazerne beheerde (de UPDK) had na de val van de Sovjetunie een onroerend-goed portefeuille gekregen ter waarde van vele miljarden dollars. Deze bestond uit flatgebouwen als die van mij, maar ook villa's, vakantieparken,kantoorgebouwen en zelfs volledige paleizen. Als buitenlander wasje min of meer gedwongen bij deze organisatie ie huren. De ambtenaren aan de top exploiteerden het bezit als was alles van henzelf. Op een gegeven moment werden de panden op miraculeuze wijze ook daadwerkelijk hun eigendom. Ze begonnen rond te rijden in de grootste en de zwartste Mercedessen die er ooit op de aarde waren geproduceerd.
    De drieduizend dollar die ik rond het jaar 2000 betaalde voor mijn flat van krap honderd vierkante meter, stond volstrekt niet in verhouding tot het comfort: ieder voorjaar hadden we een maand geen warm water, het stucwerk brokkelde van de muren. Toen de bazen van de ene dag op de andere de huur met de helft verhoogden, hield ik het voor gezien.

Ik ging huren op de 'vrije markt' en viel in handen van ene Felix P., een Kaukasiër die me een droomaanbod deed: voor 'slechts' 3000 dollar kon ik wonen in een appartement van 200 vierkante meter aan de Schone Vijvers, midden in het centrum, een van de fraaiste plekken van de stad. Felix P. reed rond in een witte Mercedes met chauffeur en verscheen nooit zonder zijn twee Tsjetsjeenselijfwachten. Hij was begin dertig, noemde zich 'professor in de Economie' en had begin jaren 90 in Moskou op slinkse wijze een hele archipel aan onroerend goed verzameld. Dat ging als volgt: zodra de privatiseringswet in werking was getreden, kocht hij de individuele woonrechten op van de bewoners van zogeheten 'kommunalka's', appartementen als die van mij waarin voor de Revolutie van 1917 artsen, juristen, ambtenaren, lage adel en andere welgestelden hadden gewoond. In de Sovjet-tijd waren deze woningen met houten schotjes en muren veranderd tot collectieve woonoorden, waarvaak twintig mensen het moesten doen met een keuken, een badkamer en een wc. Enfin, die taferelen zal u op televisie inmiddels vaak genoeg hebben gezien.
    Dat Felix P. daarbij misbruik maakte van zowel de onwetendheid van de bewoners, alsook door deze vaak met geweld simpelweg uit hun komnunalka's te verdrijven, vernam ik pas later. Men schatte mijn Kaukasche huisbaas goed voor honderd miljoen dollar. Op een dag zei iemand dat hij vervolging door justitie bij zijn vriendjes in de KGB moest afkopen, omdat hij er tevens van werd verdacht de hand te hebben gehad in talloze mysterieuze verdwijningen. Ik schreef in dat prachtige appartement - naast mijn werk als correspondent - intussen twee romans. Maar op een ochtend stond Felix P. met zijn lijfwachten voor de deur en eiste ineens niet drie, maar twaalfduizend dollar huur in de maand. 'En de eerste maand is vorige week al ingegaan.'

Betrekkelijk zonder kleerscheuren wist ik aan mijn maffiahuisbaas te ontsnappen en kwam terecht in het flatje waar ik deze regels nu schrijf:
een zogeheten 'Chroesjovka' aan de Grote Tatarenstraat, een huis van de laagste categorie waarvoor ik maandelijks evengoed nog vijftienhonderd euro neertel. Zonder licht en water. De eigenaresse woont in Kaliningrad, het voormalige Oost- Pruisen. Ze erfde deze woning van haar broer, volgens mijn bovenbuurman 'een bandiet' die op een dag hier in het portiek werd geliquideerd. De huurmoordenaar kwam aanvliegen uit Vladivostok, loste de schoten en vloog weer naar Vladivostok terug. Maar dat alles hoorde ik pas later. Inmiddels heb ik ook hier twee boeken afgerond. De vraag die mij nu bijna dagelijks kwelt is: wordt het niet tijd voor iets anders? Maar wat? Misschien moet ik gewoon nog een jaar of twee jaar geduld hebben, wachten totdat Anastasia in Zuid- Frankrijk haar villa met zwembad heeft. In het ergste geval, dat geef ik eerlijk toe, wil ik wel haar hond zijn. Haar labrador.

Pieter Waterdrinker is schrijver te Moskou. Zijn recentste roman is De dood van Mila Burger (Uitg. De Arbeiderspers) die op dit moment bewerkt wordt tot een Russische opera.


IRP: 


Naar Kosmopolitisme , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .

[an error occurred while processing this directive]