De Volkskrant, 15-05-2009, door Anet Bleich 2009

Non-fictie | Het familieverhaal van een kamerlid

'De Koran verbiedt niet whisky'

Haar rebelsheid heeft Khadija van moederskant. Ze sleepte haar vriendinnen mee naar buiten of hun vader dat leuk vond of niet.

Als pubermeisje kwam Khadija Arib, sinds l998 Tweede Kamerlid voor de PvdA, naar Nederland. Naar Rotterdam Noord. Het contrast met Casablanca waar ze had gewoond, was groot. Daar was het altijd druk op straat. In Rotterdam daarentegen doodstil, vooral op zondag. 'Ik keek uit het raam .(...) Er was vniemand, alleen een man met een hond.
Ik keek mijn vader aan en vroeg: 'Waar zijn de mensen?' 'Die zitten thuis, het is zondag en hier zijn ze christelijk', antwoordde mijn vader. 'le kunnen toch naar buiten, ook als ze christelijk zijn?', zei ik.'
   In Couscous op zondag beschrijft Arib de wederwaardigheden van haar zelf en haar ouders - ze is enig kind vˇˇr en na aankomst in Nederland. Het levert een onderhoudend, vaak grappig, heel informatief en af en toe schrijnend familieverhaal op. Haar vader stamt uit een vooraanstaande familie, zijn vader was kaid, dorpshoofd en grootgrondbezitter. De jonge Arib erfde een stuk grond, een huis en behoorlijk wat geld. In het verstandig beheer van dit vermogen lag zijn kracht niet. Hij was een levensgenieter en joeg het geld er in korte tijd doorheen. Daarop vertrok hij als gastarbeider naar Nederland waar hij in een wasserij ging werken. Khadija's moeder kwam uit een minder welgesteld mili~u, Mar moeder had haar man verlaten, niet omdat hij slecht voor haar was, maar omdat ze tot de conclusie was gekomen dat ze niet van hem hield. Khadija's moeder erfde oma's onafhankelijke gee st. le had altijd in haar eigen levensonderhoud voorzien en wilde ook in Nederland gaan werken. Maar vader Arib zag dat aanvankelijk niet zitten. 'Er wonen allemaal mens en in de buurt uit het noorden van Marokko, waar het niet gebruikelijk is dat vrouwen gaan werken, zei hij steeds.' Ma trok zich er weinig van aan en vond een baan als naaister. In andere opzichten was zij juist traditioneler dan haar echtgenoot; ze was gelovig en had bezwaar tegen het drinken van alcohol. Daar wilde hij zich weer niet bij neerleggen, hij hield van een goed glas whisky. 'Hij had de hele Koran en Hadith uitgeplozen, zei hij, en daar had men het alleen over wijn, niet over whisky.'
    Het geloof speelde in de jaren zeventig en tachtig van de afgelopen eeuw geen belangrijke rol onder de Marokkanen in Nederland, schrijft Arib. Wel de uit het land van herkomst meegebrachte gewoontes. Tot haar verwondering hoorde daarbij dat vrouwen en kinderen het huis niet uitkwamen. 'Ik was in Casablanca niet anders gewend dan dat vrouwen het straatbeeld bepaalden. (...) Voor het eerst in mijn leven werd ik geconfronteerd met vrouwen die nooit naar buiten gingen. Ze zaten binnen, dag en nacht. (...) De tijd dat vrouwen niet buitenshuis mochten komen, kenden wij alleen uit verhalen, verhalen over onze betovergrootmoeders. Het was niet iets van deze tijd en al helemaal niet iets voor een land als Nederland.' Uit Aribs relaas wordt niet helemaal duidelijk of de zeden in het Berberse noorden van Marokko, waar de meeste gastarbeiders vandaan kwamen, zoveel conservatiever waren of dat de vreemde, Nederlandse omgeving waarin men beland was tot een extra behoudende opstelling leidde. Het was in elk geval bijzonder vervelend voor de vrouwen en meisjes, die vaak ook niet naar school mochten. 'Terwijl mijn vader met mij stad en land afliep om een geschikte school te vinden, waren de vaders van deze kinderen bezig een ontheffing te vragen voor de meisjes.' En dat lukte vaak met medewerking van Nederlandse ambtenaren die begrip toonden 'voor de culturele aspecten'. 'Marokkaanse meisjes hoorden vanaf de huwbare leeftijd, dus na de eerste menstruatie, thuis te zitten, dacht de leerplichtambtenaar', noteert Arib
vol verbazing. Zelf had zij in Marokko nooit iets anders gehoord dan dat het opdoen van kennis het allerbelangrijkste in het leven was.
    Ze voerde haar eigen rebellie, slaagde erin, met hulp van haar vader, voor haar vriendin Louiza toestemming te krijgen de straat op te gaan. Langzamerhand wisten meer moeders en dochters zich aan hun 'huisarrest' te onttrekken. De vooruitgang op het gebied van de integratie is echter sterk geremd door twee ontwikkelingen: de golf van ontslagen in de crisis van de jaren tachtig, waardoor veel mannen gefrustreerd thuis kwamen te zitten en de gezinnen nog ge´soleerder raakten en de toenemende invloed van een conservatieve, soms radicale islam, gepropageerd door ge´mporteerde imams en gestimuleerd door subsidiestromen uit vooral de Golfstaten. Lang had de Nederlandse overheid geen oog voor de nadelen van deze islamisering.
    Khadija timmerde intussen druk aan de weg. Ze volgde een opleiding tot maatschappelijk werkster, studeerde sociologie, raakte betrokken bij het linkse Komitee voor Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) en richtte de Marokkaanse Vrouwenvereniging in Nederland (MVVN) op. Ze kreeg een vriend en drie kinderen (over haar intieme leven vertelt ze niet veel, een van de weinige kritiekpunten op dit mooie boek) en voelde zich sterk betrokken bij de strijd tegen de dictatuur van koning Hassan II in Marokko. Ze ging in de politiek en werd Kamerlid. Een functie als woordvoerder integratie was niet voor haar weggelegd. De leiding van de PvdA-fractie vond het 'met mijn Marokkaanse achtergrond niet handig als ik over migranten 'praatte. Dat zou al gauw de schijn wekken van belangenverstrengeling (...) Overigens vindt men het geen probleem dat de woordvoerder vrouwenemancipatie een vrouw is en de woordvoerder homo-emancipatie een homoseksueel.' De aanslagen van 11 september, de Fortuynrevolte, de twee politieke moorden in Nederland en de opkomst van eerst Verdonk, toen Wilders hebben de sfeer grimmiger gemaakt en de Marokkanen angstiger. 'Ineens werd ik gebeld of zij het land konden warden uitgezet. En zo ja, waar moesten ze dan naartoe? (...) Ik had geen antwoord. Mijn partij ook niet.' Nadat ze zich had moeten verdedigen tegen beschuldigingen van gebrek aan loyaliteit aan Nederland (omdat ze was toegetreden tot een onder auspiciŰn van de nieuwe koning Mohamed VI door vroegere linkse opposanten in het leven geroepen Raad voor de Mensenrechten ), vroeg ze zich 'voor het eerst in mijn leven' af 'waarom mijn vader juist naar Nederland was gekomen.' En zo krijgt deze bijzondere familiesaga voorlopig helaas geen happy end.

Khadija Arib: Couscous op zondag - Een familiegeschiedenis. Balans; 246 pagina's; Ç 16,95. ISBN 978 90 501 8951 4.


Naar Cultuur, integratie, afkeer, bronnen , Cultuur, integratie, afkeer , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]