De Volkskrant, 07-04-2007, door Ron Meerhof en John Wanders 25 sep.2009

De onzekerheid voorbij

Ze heeft moeten leren een leider te zijn, zegt ze. En nog voelde Ella Vogelaar als kandidaat-minister de vraag opkomen: kan ik dat wel? De nieuwe bewindsvrouw voor Wonen, Wijken en Integratie: 'Ik ben er redelijk relaxed onder.'

Tussentitel: 'Ieder mens heeft meerdere identiteiten'

Kan ik dat wel als vrouw? Wouter Bos sprak in juni vorig jaar al met haar over het ministerschap. Hij wilde deze vrouw, die hij een powerhouse noemt, in de Trêveszaal. Een paar dagen voor de verkiezingen van 22 november liet Ella Vogelaar weten dat zij beschikbaar was, mits de ministeriële portefeuille even goed zou aanvoelen als haar favoriete rode laarsjes.

Tot haar ‘stomme verbazing’ voelde de kandidaat-minister in diezelfde periode een vraag opkomen die al vaker de kop opstak als zij zich op een tweesprong bevond: kán ik dat wel als vrouw?

‘Hoe is het mogelijk dat je na dertig jaar arbeidzaam leven op verschillende belangrijke maatschappelijke posities toch weer die existentiële twijfel voelt?’, vraagt ze zich hardop af.

Is dat de invloed van uw jeugd in Anna Jacobapolder?

‘Nee, ik denk dat heel veel vrouwen tegen die vraag aanlopen. Het heeft te maken met verschillen in opvoeding van mannen en vrouwen. Met hoe de samenleving in elkaar zit. Met de vanzelfsprekendheid waarmee mannen denken dat ze dit soort topfuncties aankunnen. Je realiseert je als vrouw dat je jezelf altijd meer moet bewijzen. Er is angst om af te gaan, om niet aan de norm te kunnen voldoen. Ik heb het daar ook wel met Jacqueline over (minister Cramer van Milieu en Ruimtelijke Ordening, red.).’

Op het partijcongres, waar de PvdA-bewindslieden werden gepresenteerd, had iedereen de mond vol over u en uw kennelijk formidabele capaciteiten.

‘Ik signaleer dat ook. De verwachtingen zijn inderdaad redelijk hoog. En als Wouter dan ook nog zegt dat die twee dames bij VROM op cruciale posten zitten voor de PvdA, komt er nóg een schepje bovenop. Maar ik ben er redelijk relaxed onder.’

PvdA-fractieleider Jacques Tichelaar achtte u vier jaar geleden nog totaal ongeschikt voor het ministerschap. Hij voorzag knallende ruzies.

‘Ik heb mij er indertijd over verbaasd dat Jacques dat zei, want het kwam niet overeen met de werkelijkheid. Ik kon mij er wel iets bij voorstellen vanuit mijn begintijd bij de onderwijsbond Abop. Ik zat daar voor het eerst in een eindverantwoordelijke functie. Daar ben ik toen een beetje te krampachtig mee omgegaan.’

Uw ondergeschikten sidderden voor u, wil het verhaal. Een van hen zei jaren later: ‘Ik hoor nu nog die snerpende stem.’

‘Blijkbaar was dat zo. Als ik erop terugkijk, had dat echt te maken met mijn eigen onzekerheid. Ik had in die tijd de neiging een control freak te zijn. Mensen maken fouten. Het belangrijkste is dat je ervan leert. Ik heb moeten leren om leiding te geven en om een leider te zijn.’

‘Een ministerschap is vier jaar buffelen en verder niks. Ik wil nog wel naar de opera kunnen.’ Uw woorden.

‘Daarom heb ik vanaf half juni tot half november ook stevig nagedacht over de vraag of ik deze baan wel wilde. Want alle grappen over die zware loodgietertassen zijn waar: je krijgt elke avond kilo’s papier mee naar huis. Wat betekent dat voor mijn privéleven? Blijft er voldoende ruimte over voor de kleinkinderen? Ik heb een partner die niet meer aan het arbeidzame leven deelneemt en we hadden al fantasieën over een mooie, lange reis. Wat dat betreft staat de knop nu dus vier jaar op nul.’

En de opera?

‘Ik ben stellig van plan om te gaan. Ik heb een abonnement op de opera in Amsterdam en als oud-bestuurslid van de Reisopera wil ik ook nog weleens naar een première van dat gezelschap.’

Uw partner accepteerde dat u nu minder vaak trektochten kunt maken vanuit uw vakantiehuis in de Franse Alpen?

‘Het zal nog wel kunnen, maar inderdaad minder vaak. Er is telefoon in dat huis. Ik had in eerdere functies al gemerkt hoe lastig het was zonder vaste telefoon. Aan mobiele telefoons heb je daar niets, want er is geen bereik. Een satelliettelefoon mee tijdens wandelingen in de bergen? Kom op zeg!’

Hoe is het om te dienen onder een premier waarover u ooit opmerkte dat hij in ingestudeerde zinnen spreekt waarbij u zich ongemakkelijk voelt?

Stilte.

‘Laten we het er op houden dat er altijd iets gebeurt wanneer je iemand persoonlijk leert kennen. Ik betrapte mij er zelf op dat het moeite kostte over Jan Peter te praten. Ik was zo gewend over hem te denken en te praten in termen van Balkenende. Hij moest dus een beetje Jan Peter worden.

‘Ik vond het wel een grappige gewaarwording. Je werkt met elkaar, je krijgt met elkaar te maken en dus wordt je relatie persoonlijker.’

Soms kantelt je beeld totaal als je iemand persoonlijk leert kennen.

‘Ik denk dat het bij Jan Peter Balkenende meer een geleidelijk proces is. Bij Piet Hein Donner is het wel een kanteling. Het beeld dat ik van hem had, was dat van een steile gereformeerde man op een fiets. Ik zie nu een heel andere Donner, een man met ontzettend veel humor. Een verrassing.’ Ze schaterlacht.

Als je heel goed kijkt, is hij eigenlijk best aantrekkelijk, toch?

‘Goed. Zo heb ik nog niet naar hem gekeken, maar ik zal dat doen tijdens de eerstvolgende ministerraad. Dat beloof ik.’


Zeventien kilometer op de fiets naar Zierikzee Ella Vogelaar, 57 jaar geleden geboren in het West-Brabantse Steenbergen, bracht haar jeugd door op boerderij ‘Zeldenrust’, het veebedrijf van haar ouders in Anna Jacobapolder op St. Philipsland. Als puber fietste ze dagelijks 17 kilometer naar Zierikzee, omdat moeder Vogelaar het waagde haar oudste dochter Ella naar de hbs te sturen. Dat was een regelrechte provocatie in het streng gereformeerde Anna Jacobapolder. Daarna volgden een studie aan de Sociale Academie en - in combinatie met haar baan bij de onderwijsbond Abop - een avondstudie onderwijskunde. Het politieke handwerk leerde ze als student in de CPN. Haar toenmalige ontkenning van de schaduwkant van het Sovjet-communisme noemde ze achteraf bezien ‘fascinerend en beangstigend’ tegelijk. Ze maakte carrière bij de onderwijsbond Abop, waar ze het als 38-jarige tot voorzitter schopte. Vanuit die positie volgde zes jaar later de sprong naar het vice-voorzitterschap van de FNV. Na een interne strijd met collega Lodewijk de Waal trok ze zich terug als kandidaat-opvolger van FNV-voorzitter Johan Stekelenburg. Ze verliet de FNV met een kras op de ziel en bouwde een nieuw leven op als proces- en interim-manager. Haar vaardigheden als netwerker bezorgden Vogelaar een reeks nevenfuncties, die ze op 22 februari overigens allemaal moest opgeven vanwege haar benoeming tot minister voor Wonen, Wijken en Integratie. De meest prestigieuze nevenfunctie was die van president-commissaris van Unilever Nederland. Ook was ze bestuurslid van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, voorzitter van Oxfam Novib, commissaris bij het Havenbedrijf Rotterdam en bij Electrabel Nederland, bestuurslid van het Nederlands Centrum Buitenlanders en projectleider van de Taskforce Inburgering. Het moederschap ging aan haar voorbij, maar door de inmiddels volwassen kinderen van haar levenspartner is Ella Vogelaar intussen meervoudig oma.

Ella Vogelaar heeft zich het afgelopen jaar vaak de vraag gesteld of zij gelukkig zou kunnen zijn in de landelijke politiek. ‘Er waren momenten dat ik naar Nova keek, discussies zag tussen politici en dacht: is dát mijn wereld?’
En wat is nu uw antwoord? Neem het debat over de dubbele nationaliteit.

Stilte.

‘Ik heb mij be-hoor-lijk ongemakkelijk gevoeld onder dat debat. De dubbele nationaliteit staat evenals de boerka symbool voor een onderliggende vraag die niet hardop wordt gesteld: willen wij mensen met een islamitische achtergrond accepteren als gelijkwaardige burgers van Nederland.’

‘De debatten over de dubbele nationaliteit en het boerkaverbod appelleren heel erg aan angstgevoelens bij mensen die de islam zien als een monolitisch blok, die de islam gelijkstellen aan fundamentalisme en terrorisme, die vrezen voor de islamisering van de Nederlandse samenleving.’

U gelooft niet dat Geert Wilders de waarheid spreekt als hij zegt dat het debat even scherp gevoerd zou zijn indien de wieg van Albayrak, Aboutaleb of Arib in Zweden had gestaan?

‘Nee, want het is niet toevallig dat het debat juist over deze drie personen gaat. Ik vind het een non-discussie. Ieder mens heeft meerdere identiteiten. Een deel van mij blijft altijd Zeeuwse boerendochter, vakbondsvrouw, partner, oma, minister. Dat alles is deel van mijn leven en dat kan en wil ik niet uitwissen. Voor migranten speelt dit op een nog veel fundamenteler niveau.’

De redenering is: met een Zeeuwse boerendochter in het kabinet loop je niet zo snel het risico van belangenverstrengeling met een buitenlandse mogendheid.

‘Mensen met twee paspoorten willen tot uitdrukking brengen dat zij verschillende wortels hebben. Omdat het zó fundamenteel hun identiteit raakt, vind ik het heel pijnlijk te horen dat dit niet langer zou mogen. Het is respectloos om niet na te denken over wat migratieprocessen in de levens van mensen betekenen.

‘Begrijp mij goed, ik zeg niet dat we het er niet over mogen hebben. Het is prima om met elkaar een zakelijk debat te voeren over dubbele nationaliteit. Maar mensen het recht op dubbele nationaliteit ontnémen, is van een andere orde. Zoals dat evenzeer geldt voor twijfel zaaien over iemands loyaliteit aan Nederland, onder verwijzing naar een tweede paspoort.’

U moet weinig gelukkig zijn over de termijn van uw voorgangster Rita Verdonk.

‘Ik heb er geen behoefte aan een vergelijking te maken met mijn voorganger. Maar het is volstrekt helder dat zich de afgelopen jaren een sterke polarisatie heeft voltrokken op het terrein van vreemdelingenzaken. Ik voelde mij daar niet prettig bij. En ik heb waargenomen dat heel veel andere mensen zich eveneens onprettig voelden bij die polarisatie.’

‘Ik ben de afgelopen jaren zeer regelmatig aangesproken door mensen van allochtone afkomst die vertelden dat zij zich voor het eerst van hun leven niet meer op hun gemak voelden in Nederland. Terwijl zij hier al twintig jaar woonden, of periodes van die orde. Ik heb het dan niet over de minsten, maar over mensen die een maatschappelijke positie innemen. Ik vind dat schokkend en ik heb mij daarover geschaamd.’

Vanwaar die schaamte?

‘Omdat ik onderdeel ben van die samenleving waarin de tegenstellingen scherp zijn toegenomen. Ik merkte het ook weer tijdens mijn recente bezoek aan de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Dat is een buurt met een heel sterke Marokkaanse gemeenschap. Veertig procent van de bewoners is jonger dan 24 jaar. Na twee jaar soebatten is er een jongerencentrum waarin tachtig jongeren kunnen – het zijn allemaal jongens die daar op afkomen. Ik heb er met een stuk of twintig Marokkaanse jongens aan tafel gezeten en geprobeerd een gesprek te voeren. Er zat een jongen die mij werkelijk met priemende blik en heel veel felheid en boosheid aankeek.’

U schrok van die ogen?

‘Nou, ik dacht wel: dit is ontzettend heftig. Het gaat ook heel diep bij zo iemand. Maar ik kan het wel begrijpen. Hij vertelde vol woede hoe hij zich vernederd voelt in de Nederlandse samenleving. Verhalen over geen stageplek kunnen vinden. Zes keer bellen en je steeds afgewezen voelen op je naam. Dat is een werkelijkheid die je raakt in het diepst van je ziel. Ik kan mij daar alles bij voorstellen. Ik begrijp heel goed dat er ook een bepaalde sensitiviteit van hun kant bijzit, maar het is wel de ervaring dat autochtone kinderen makkelijker een stageplek vinden.’

Er zijn de laatste tijd nogal wat studies verschenen dat het Marokkaanse jongens ontbreekt aan zelfreflectie. Hebt u daar iets van gemerkt?

‘Het zijn absoluut geen lieverdjes.’

Is dat niet erg eufemistisch uitgedrukt?

‘Een deel van die jongens, ook van de groep die ik sprak in Kanaleneiland, zit gedeeltelijk of geheel in het criminele circuit. Helder. Maar je moet je wel realiseren hoe zo’n proces gaat. Je bent niet crimineel, je wordt crimineel. Het is een glijbaan waar deze jongens op zitten. Aan de ene kant zijn er de opeenvolgende teleurstellende ervaringen met de Nederlandse samenleving.

‘Aan de andere kant is er de glamour van de nieuwste mobieltjes en de kledingcodes waaraan je moet voldoen om er bij te horen. Je broertje doet het misschien al en jij gaat er vervolgens in meelopen.’

Uw partijgenoot staatssecretaris Aboutaleb heeft niet zoveel geduld met deze jongens.

‘Als ik zeg dat ik begrijp hoe zo’n proces verloopt, wil dat nog niet zeggen dat ik het accepteer. No way. Je moet hard optreden tegen iedereen die de grens overgaat. Maar je moet tegelijkertijd wel blijven analyseren en proberen te begrijpen hoe het zover gekomen is. Want het is mogelijk – daar ben ik van overtuigd – dit soort jongens andere perspectieven te bieden.

‘Ik heb ze daar in Kanaleneiland een voor een gevraagd of ze nog op school zitten en of ze denken dat ze hun diploma gaan halen. Ze zeiden allemaal ‘ja’. Stuk voor stuk. Die jongens willen ook iets maken van hun leven. Ook zij hebben de ambitie een beroep te leren en daar wat van te maken.

‘De gemeente Utrecht heeft jongerenwerkers ingehuurd uit Amsterdam, want het lokale jeugd- en buurtwerk zag het niet meer zitten met die groep in Kanaleneiland. Weet u wat nu een van de grootste problemen is voor die Amsterdamse jongerenwerkers? Ze bellen met de schuldhulpsanering in Utrecht - want die Marokkaanse jongens hebben giga schulden - en dan krijgen ze te horen dat er een wachtlijst is van an-der-half jaar!’

‘Ze zijn dus bezig die jongeren op het goede spoor te krijgen. Ze werken intensief samen met de wijkpolitie. Maar om ze uit dat circuit te krijgen, moet er wel een begin gemaakt kunnen worden met schuldsanering.

‘Want de incassobureaus staan bij die jongens thuis aan de voordeur te rammelen. Ja, als er dan geen oplossing is voor je geldproblemen, tik je dus maar weer een autoruitje in.’

Moeten we die ingeslagen autoruiten nu toeschrijven aan de gebrekkige medewerking van de schuldhulpverlening?

‘Ik praat het niet goed, maar het is wel het mechanisme waarin mensen terechtkomen. Daarom is het zo belangrijk dat je verschillende vormen van dienstverlening weet te organiseren vanuit het perspectief van de mensen zelf, ook van de mensen die al over de rand zijn gevallen.’

Wat gaat u als wijkminister doen voor de traditionele autochtone PvdA-stemmer die zich al evenmin op zijn gemak voelt in zijn stad of buurt, mede vanwege het gedrag van de eerdergenoemde jongens op hun scooters?

‘De vraag hoe we de diversiteit in de samenleving vorm gaan geven is ontzettend moeilijk te beantwoorden. Niemand heeft een pasklare oplossing. Voor een deel is het een zoektocht.’

Helpt gedwongen spreiding op grond van inkomen, lees: etniciteit?

‘Ik ben geen principiële tegenstander van de Rotterdamwet die gedwongen spreiding mogelijk maakt. Maar je moet wel van geval tot geval serieus afwegen of het een verstandige methode is. Een wethouder moet kunnen aantonen dat de ingreep echt nodig is om verder afglijden van de wijk te voorkomen.

‘Want het is heel ingrijpend om mensen onder een bepaalde inkomensgrens niet langer te huisvesten in een bepaalde wijk. Daarmee intervenieer je als overheid heel diep in het privédomein van mensen.’


Copyright: de Volkskrant



Terug naar   , lijst , overzicht   , of naar site home . (volledig artikel hier uitleg of detail )
 

[an error occurred while processing this directive]