De Volkskrant, 08-02-2008, column door Nausicaa Marbe  12 mrt.2008

 
Relschopper is dader, geen slachtoffer
8 maart 2008 (pagina B03)


In een voorheen homogene verzorgingsstaat als de Deense, bestaat ten onrechte de neiging brandstichtende moslims de hand te reiken. Integratie is niet alleen de verantwoordelijkheid van de maatschappij. Door Jens Christian Grøndahl.


Tussentitel: Kritiekloze eerbied voor de islam kan nooit de norm zijn






Deense topauteur Jens Christian Grøndahl (1959) studeerde filosofie en volgde een opleiding tot filmregisseur. Hij schreef romans, essays, toneel en hoorspelen. Hij is een van de belangrijkste Deense auteurs. Zijn werk is in zestien talen vertaald en verschijnt hier bij Meulenhoff. Bekende titels zijn Hartslag en Stilte in oktober. Begin dit jaar verscheen Drie stappen achteruit.

Na een week van nachtelijke brandstichtingen en aanvallen op brandweerpersoneel nam de onrust af en konden de inwoners van Kopenhagen en een aantal andere provinciesteden de omvang van de schade opnemen: talloze auto’s, een aantal scholen en een kinderdagverblijf waren in vlammen opgegaan, en meerdere keren waren woningen ontruimd die door de straatbranden werden bedreigd (zie Buitenland,18, 19 en 20 februari).
Maar waarom gingen jonge moslims, van wie sommigen nog maar twaalf jaar oud waren, ertoe over om herrie te schoppen? Het aantal verklaringen nam met de dag toe, geopperd door de jonge daders zelf of door sociologen, pedagogen en schrijvers van hoofdcommentaren.

Dat de Deense kranten de beruchtste van de wereldberoemde spotprenten van Mohammed uit solidariteit opnieuw hadden afgebeeld, werd genoemd als de beslissende vonk. Maar toen de eerste auto’s in een arbeiderswijk in Kopenhagen in brand vlogen, duurde het nog vier dagen voordat de politie-inlichtingendienst bekendmaakte dat die met een preventieve arrestatie een aanslag op de maker van de tekening had weten te voorkomen.

Twee van de drie verdachten hadden niet de Deense nationaliteit en worden met een beroep op de antiterreurwet uitgewezen naar hun geboorteland, Tunesië, zonder dat hun zaak bij een rechtbank wordt getoetst. De derde, een Deense staatsburger van Marokkaanse afkomst, is vrijgelaten, omdat het geheim gehouden bewijsmateriaal volgens zeggen niet tot een veroordeling zou kunnen leiden.

Chronologisch gezien is er geen samenhang tussen de twee gebeurtenissen, maar in een breder perspectief werpen ze toch een verhelderend licht op elkaar. In beide gevallen zien de wetsovertreders zichzelf als de gekrenkte partij. Zowel de pyromanie van de jonge relschoppers als de moordlustige woede tegen een oudere tekenaar lijken uitingen te zijn van dezelfde soms agressieve, dan weer zelfmedelijden hebbende houding van enkele van de minst geïntegreerde segmenten van de moslimbevolking in Denemarken.

De twee gebeurtenissen onderstrepen dat er in Denemarken, net als in de rest van Europa, een nieuwe onderklasse is ontstaan die zich door de samenleving buitengesloten voelt. Dit gevoel is een sociaal en cultureel feit, of je dat nu terecht vindt of niet, en behalve de aanslagen op de vrijheid van meningsuiting en de openbare orde is dit gevoel van isolement de werkelijke uitdaging voor de Scandinavische welvaartsmaatschappij.

De samenleving, waarin de solidariteit in gelijke mate is gebaseerd op een christelijk geïnspireerde naastenliefde en een sociaaldemocratische verdelingspolitiek, is er in de periode na de Tweede Wereldoorlog in geslaagd de ergste tegenstellingen van de klassenmaatschappij uit te vlakken. Cultureel en etnisch waren de Denen tot voor kort een bijzonder homogeen volk, en in politiek opzicht kwam deze homogeniteit tot uitdrukking in het vertrouwen dat betere sociale omstandigheden betere en gelukkigere mensen oplevert. De sociale ethiek in Scandinavië is moederlijk, zorgzaam en toegevend, altijd bereid om morele uitspattingen of regelrechte criminaliteit te verontschuldigen met de ongelukkige jeugd van de dader, zijn moeilijke leefomstandigheden, enzovoort.

Zelfs de Zweedse toneelschrijver August Strindberg, toch allesbehalve een sociaaldemocraat, laat in Een droomspel een van de personages uitroepen: ‘Ik heb medelijden met de mensen!’ Iedereen identificeert zich met de rol van de barmhartige samaritaan. Door het verdwijnen van de klassenverschillen hebben de meeste burgers het gevoel dat zij de zwakkeren de hand reiken, terwijl de zwakkeren op hun beurt een verdwijnende demografische soort vormen, met uitroeiing bedreigd en daardoor des te meer de moeite waard om die te bewaren, want het solidariteitsethos heeft een object nodig.

Geconfronteerd met de laag opgeleide, traditioneel denkende bewoners van de getto’s, veelal afkomstig uit het Midden-Oosten of Noord-Afrika, zit de Deense welvaartsburger gevangen tussen enerzijds het onbehagen dat de klassenmaatschappij is teruggekeerd en anderzijds de behoefte om medelijden met anderen te hebben en hun moeilijke omstandigheden met sociaalpolitieke initiatieven te willen verbeteren. Integratie is een verantwoordelijkheid van de maatschappij, vindt men, en dat geldt ook voor de getto’s die zich vervreemden van de vrijheidscultuur in een moderne democratie.

In de afgelopen weken heeft een parade aan immigrantenconsulenten en andere experts het publiek de les gelezen over alles wat de samenleving verzuimt te doen voor de gefrustreerde, onaangepaste jongeren ‘van andere dan Deense afkomst’, en wat de Mohammed-kwestie betreft werd het slechte geweten samengevat toen de twee uitgewezen Tunesiërs in het hoofdartikel van een toonaangevende krant het symbool werden genoemd ‘van de definitieve uitsluiting van de buitenlandse bewoners in Denemarken’.

Volgens politiemensen die de getroffen Kopenhaagse wijken goed kennen, werden de eerste rellen in werkelijkheid veroorzaakt door spanningen bij de Arabische jeugdbendes die de hasjmarkt beheersen en die men door middel van razzia’s en hardhandig fouilleren heeft aangepakt. Algauw was er echter sprake van de wanhopige noodkreten van een gestigmatiseerde minderheid, en op soortgelijke wijze is naar de achtergrond verdwenen dat de uitgewezen Tunesiërs naar alle waarschijnlijkheid een moord aan het beramen waren.

De weer opgelaaide Mohammed-crisis herhaalt daarmee haar oorspronkelijke patroon, waarbij eveneens vervaagde dat de omstreden tekeningen destijds afgedrukt werden als reactie op de toenemende angst voor islamitisch geweld.

In de welvaartsstaat is de neiging toegevend te zijn en de schuld bij jezelf te zoeken zo ingeburgerd dat men zelfs in een brandstichter en een moordenaar in de dop slachtoffers wil zien.

Op dat punt is de mislukte integratie verrassend succesvol, want er is een tot nadenken stemmende overeenkomst tussen het verlangen van de samenleving naar empathie en de lichtgeraakte retoriek bij respectievelijk brandstichters en rechtlijnige moslims.

De criminele jongeren richtten hun woede op de bezorgde schooldirecteur, die het beste met hen voorheeft. De school had een mogelijkheid kunnen zijn om sociaal hogerop te komen en een bestaan op te bouwen dat gelijkwaardig is aan zowel de etnische Denen als de vele tweedegeneratie-immigranten met wie het goed gaat. Maar in plaats daarvan wordt hij in brand gestoken. In het Midden-Oosten zouden ze niet ver zijn gekomen met de instelling dat de samenleving hun iets verschuldigd is voordat ze zelf iets hebben gepresteerd, maar zo Deens zijn ze ondanks alles toch geworden.

Iets soortgelijks geldt voor de reactie op de spotprenten van Mohammed. Je zou je kunnen afvragen waar de verontwaardigde moslims eigenlijk het idee vandaan halen dat kritiekloze eerbied voor hun profeet buiten de jurisdictie van de islam de norm zou moeten zijn, maar dat doet niemand omdat het idee om minderheden te respecteren eerder Europees is dan oriëntaals. Met hun beroep op de Europese postkoloniale bereidheid tot multiculturele inleving bevestigen zelfs de meest gekrenkte en integratievijandige moslims hun verbondenheid met het Europa waar ze inmiddels thuishoren.

Alleen doen ze dat nog steeds als slachtoffers die geen verantwoording hoeven af te leggen, in plaats van als gelijkwaardige participanten in een geseculariseerde samenleving, waar de gemeenschappelijke basiswaarden van de grondwet noodzakelijkerwijs voorrang moeten krijgen.


Copyright: Grøndahl, Jens Christian

Jens Christian Grøndahl is schrijver. Vertaling Bart Kraamer.



Naar Multiculturalisme, anti-autochtoon , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 
[an error occurred while processing this directive]