De Volkskrant, 08-09-2008, van verslaggeefster Charlotte Huisman .2009

Onderzoek rekent af met de stelling dat het wel goed komt met de Marokkaanse jongeren als ze geïntegreerd zijn

‘In de misdaad uit frustratie over samenleving’

Volgens onderzoekers blijken Marokkaanse verdachten van misdrijven zich vaker gediscrimineerd te voelen dan gemiddelde Marokkaanse jongens.

De uitkomsten van hun onderzoek naar criminele Marokkaanse jongens staan lijnrecht tegenover de stelling: ‘Ze moeten maar integreren, dan komt het allemaal goed’. Ze druisen ook in tegen de vaak aangehaalde theorie dat mensen die zich sociaal verbonden voelen met een gemeenschap, minder vaak een misdrijf plegen omdat ze veel te verliezen hebben.
    Dat gaat allemaal niet op voor Marokkaanse minderjarige verdachten, die juist meer dan gemiddelde Marokkaanse jongens geïntegreerd zijn in Nederland. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Marokkaanse jeugddelinquenten: een klasse apart?’ van de afdeling Algemene Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht.
    De bevindingen sluiten wel aan bij een andere theorie: dat juist migranten die hun best doen snel te integreren, meer last hebben van discriminatie en vooroordelen. De onderzochte groep Marokkaanse verdachten bleek zich vaker gediscrimineerd te voelen dan gemiddelde Marokkaanse jongens.
    Onderzoeksleider en universitair docent Gonneke StevensZe verwijst naar de theorie dat leden van een etnische minderheid die snel willen integreren, meer geconfronteerd kunnen worden met vooroordelen en discriminatie. Als ze merken dat hun inspanningen om deel uit te maken van de samenleving geen resultaten opleveren, zou dit bij sommige jongeren kunnen leiden tot criminaliteit. ‘Ik ga vervolgonderzoek doen met de vraag: wat doet het met jongens, als zij gediscrimineerd worden?’
    Relatief veel minderjarige Marokkaanse jongens belanden in de cel. Het aantal criminele verdachten op 100 autochtone jongeren tussen de 12 en 18 jaar bedraagt 1,3. Op 100 Marokkaanse jongeren van die leeftijd is dat 6,5, zo blijkt uit eerder onderzoek. Er is een ‘ongekende aandacht’ voor de criminaliteit van deze groep, vanwege de ‘maatschappelijke onrust’ door incidenten in zwembaden, bussen en wijken, merken de onderzoekers Gonneke Stevens en Violaine Veen op. De laatste promoveert volgend jaar op een uitwerking van het onderzoek. Maar, constateren zij, er is ook ‘opvallend weinig kennis’ over de redenen van deze oververtegenwoordiging in de misdaadstatistieken. Onderzoek waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen criminele en niet-criminele Nederlandse en Marokkaanse jongens is schaars. Vandaar dit onderzoek, zeggen ze.
    In de vroege jaren negentig van de vorige eeuw waren Marokkaanse jongens ook al oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. En toen werd er nog nauwelijks negatief over Marokkanen gesproken. Stevens en Veen benadrukken dat er natuurlijk meer factoren zijn voor crimineel gedrag. Maar de criminaliteit van deze groep louter verklaren uit de lage sociaal-economische status van de Marokkaanse jongens blijkt, volgens de onderzoekers, in elk geval niet afdoende.
    Belangrijk is ook de relatie van een tiener met zijn moeder. Bij Marokkaanse gezinnen is er vaker minder affectie in de relatie tussen moeder en zoon en houdt de moeder minder toezicht dan in Nederlandse gezinnen. Ook een deel van de Marokkaanse jongens die verdacht worden van een misdrijf, heeft een slechte relatie met zijn moeder. Maar dat percentage verschilt niet veel van het algemeen gemiddelde bij Marokkanen, ongeveer 13 procent.
    Bij Nederlandse gezinnen is minder affectie tussen moeder en zoon veel meer een bepalende factor voor crimineel gedrag. In het algemeen heeft 1 procent van de Nederlandse jongens een slechte relatie met de moeder. Maar bij jongens in voorlopige hechtenis is het aandeel aanzienlijk hoger: 9 procent.
    Het gaat maar om 13 procent van de Marokkaanse gezinnen, benadrukken de onderzoekers. Dat percentage rechtvaardigt volgens hen niet het bestaande idee dat de problematiek van Marokkaanse jeugd opgelost zou kunnen worden door alleen opvoedingsondersteuning voor Marokkaanse gezinnen.
    De onderzoekers vonden het ook opvallend dat de Marokkaanse jongens in voorlopige hechtenis minder ernstige delicten hadden gepleegd dat de Nederlandse, en dat ze minder psychische problemen hebben. Meer dan 80 procent van de Marokkaanse jongens zat vast voor een vermogensdelict met of zonder geweld, zoals diefstal of straatroof, tegenover nog geen 50 procent van de Nederlandse verdachten. De Nederlandse verdachten scoorden aanmerkelijk hoger op geweld, zedenzaken en brandstichting.
    Vervolgonderzoek is nodig. ‘Er is nog te weinig grootschalig onderzoek gedaan naar deze groep. Goed onderzoek is belangrijk om te kijken hoe we het probleem kunnen verklaren en hoe dat moet worden aangepakt’, aldus Stevens.
    Bijna alle justitiële jeugdinrichtingen hebben meegewerkt aan dit onderzoek. Stevens vond het opvallend dat Marokkaanse ouders bereidwilliger waren aan het onderzoek mee te werken dan de Nederlandse.


Naar Cultuur, integratie, toekomst, tegen niets-doen , Cultuur, integratie, toekomst , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]