De Volkskrant, 24-10-2009, Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg 8 nov.2009

Als geestelijke verzorger brengen ze behoeften van moslimmilitairen in kaart, zoals halalvoedsel en bidruimten

'Echte pioniers', zeggen ze eensgezind

De aanstelling van met name Ali Eddaoudi als legerimam ontlokte fel debat. Nu vertellen hij en Suat Aydin hun verhaal.

‘Als een donderslag bij heldere hemel’ kwam voor Ali Eddaoudi (35) het felle Kamerdebat over de benoeming van legerimams. Nietsvermoedend volgde hij de discussie op internet. ‘Al na een paar minuten besefte ik, dit is mis. Ik werd in de hoek van radicaal en extremist gezet.’

Staatssecretaris De Vries van Defensie lag onder vuur van zelfs zijn eigen partij (CDA). Hij werd geconfronteerd met pittige columns van Eddaoudi. Die had premier Balkenende ‘minder dan een deurmat’ en een ‘kruisvaarder’ genoemd. En in een column in 2007 beweerd: ‘Nederlanders, Amerikanen en Britten hebben geen moer te zoeken in de islamitische wereld.’

Aan het slot van dat debat zei De Vries dat hij nog zou praten met Eddaoudi. Zijn maatje Suat Aydin (39), de tweede legerimam, moest in zijn eentje naar de diploma-uitreiking. ‘Dat was moeilijk. Ali was een speelbal van de politiek.’

Eddaoudi en Aydin hebben al die tijd hun mond gehouden. In de Volkskrant vertellen ze voor het eerst hun verhaal. ‘In dat gesprek met de staatssecretaris heb ik afstand genomen van die gewraakte uitspraken’, zegt Eddaoudi. ‘Maar voor mij was toen mijn baan bij Defensie niet aan de orde. Het ging me om mijn naam. Iemand in deze tijd radicaal of extremist noemen, dat heeft een hele zware lading.’

Zijn uitspraken, zegt hij, waren alom bekend. Ze zijn ook tijdens de veiligheidsscreening – onder meer door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheids Dienst (MIVD) – uitgebreid doorgenomen. Hij is zo grondig onderzocht, dat ‘ze’, volgens zijn vrouw Rabi’a ‘zelfs de kleur van zijn onderbroeken weten’.

Eddaoudi: ‘Ik heb altijd pittige kritiek geleverd op zowel de moslimgemeenschap als de Nederlandse samenleving. Alles waar ik als bruggenbouwer voor stond, werd in dat Kamerdebat onderuit gehaald. Citaten werden uit de context gelicht, rollen verwisseld. Als een minister nu iets zegt, moet je dat toch ook anders wegen dan zijn woorden in een column die hij tien jaar eerder schreef.’

Twee dagen was hij van slag. Toen zag hij dat een sterke lobby voor hem op gang kwam van moslims én niet-moslims. De officieren uit zijn opleiding, het Multicultureel Netwerk Defensie, zijn vorige werkgevers, sprongen voor hem op de bres. Eddaoudi: ‘De affaire ging al lang niet meer alleen over mij, of over de vrijheid van meningsuiting van een ex-columnist, of de vraag of een scherpe publicist wel of niet voor de overheid kan werken. Het ging om de positie van de moslim in dit land. De steun van niet-moslims was niet alleen belangrijk voor mij, maar voor veel allochtonen.’

Op 21 april besliste de Kamer met nipte meerderheid dat hij bij Defensie kon blijven. ‘Over mijn baan heb ik nooit ingezeten, ik had een contract. Dat had een interessante zaak kunnen worden. Als ik was afgeserveerd, was dat niet goed geweest voor de samenleving, voor het debat dat we voeren.’

Toen hij werd gepolst voor het leger, besefte Eddaoudi dat hij een gevoelig besluit ging nemen. Zijn achterban verwachtte helemaal niet dat hij voor Defensie zou kiezen. ‘Het was flink wikken en wegen’, zegt hij. Maar hij zette de stap uiteindelijk in volle overtuiging. En zijn eerste keer in uniform was heel speciaal. ‘Je hebt iets van het Koninkrijk aan. Dat doet wat met je. Het is de bezegeling van je Nederlanderschap.’

Wat zeggen de legerimams tegen militairen die fel worden bekritiseerd omdat ze tegen hun moslimbroeders in Afghanistan vechten? Dat dat gevoel sterk leeft in de moslimgemeenschap, bewijzen de talloze emotionele uitlatingen op internetfora over de gesneuvelde moslimsoldaat Azdin Chadli.

Eddaoudi: ‘Ik heb daar lang over getobd, maar concludeerde uiteindelijk dat ik daar als geestelijk verzorger geen antwoord op kan geven. Wie voor een organisatie als Defensie gaat werken maakt zelf die keuze met alle consequenties van dien. Ik heb ook veel kritiek van moslims over me heen gekregen.’

Aydin wijst erop dat Nederland niet betrokken is bij aanvalsoorlogen en dat een moslim, als hij wordt aangevallen, mag terugschieten. ‘Het Turkse leger zit ook met 1.700 man in Afghanistan.’ Eddaoudi: ‘Je mag nooit tegen een moslim vechten. Dat beeld heerst bij veel moslims. In de moslimgemeenschap is ook veel onwetendheid. Bovendien zou het oneerlijk zijn als je alleen naar niet-islamitische landen wil worden uitgezonden. Dan redeneer je dat je niet-moslims wel mag doodschieten. Er zijn genoeg moslims die er een potje van maken op deze wereld, die moeten net zo goed worden aangepakt. Dat is niet mijn rol, wel die van een militair.’

Eddaoudi en Aydin zijn de eerste moslims die werken voor de Dienst Geestelijke Verzorging, die zo’n 150 dominees, aalmoezeniers, rabbijnen, humanistische raadslieden en (Hindoestaanse) pandits telt. Ze zijn ‘echte pioniers’, zeggen ze eensgezind. Dat ervoeren ze al tijdens de trainingsperiode. Ze draaiden mee in de specialistenopleiding, in het specpeloton, met artsen, tandartsen, psychologen, vliegers.

Het is aftasten, gevoeligheden opsporen. Met zichtbaar plezier dissen ze anekdotes op uit die opleiding, waarin ze ook op bivak gingen. Aydin: ‘Het was de eerste keer dat ik met vrouwen moest slapen in één tent. Ik vroeg aan Ali hoe doen we dat? Die zei dat het wel goed zou komen. De eerste twee nachten was ik gespannen, daarna wende het.’

Eddaoudi: ‘Je hebt in je Marokkaanse opvoeding dingen meegekregen die je niet wil loslaten.’ Hij noemt het toiletbezoek. ‘Dat was nogal openlijk.’ Daar wilden de imams om religieuze redenen niet aan meedoen. ‘Een moslim toont zijn naaktheid niet aan iedereen.’

Venijniger was het conflict over het afscheidscadeau. Het peloton wilde de instructeurs flessen wijn of whisky geven. Eddaoudi en Aydin stelden een aanvullend niet-alcoholisch cadeau voor, waaraan zij zouden bijdragen. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde. Eddaoudi: ‘Het was gewetensnood. Moslims mogen geen alcohol drinken of weggeven.’

Ze zijn nu bezig de behoeften van – volgens een ruwe schatting tweeduizend moslimmilitairen – in kaart te brengen. Kijken naar zaken als halalvoedsel, bidruimten, islamitische overlijdensrituelen.

Eddaoudi: ‘Ik kan heel goed overweg met militairen. Bij mij draait het altijd om de mens. Ik heb als geestelijk verzorger in gevangenissen gewerkt met zware criminelen, met jongens die 25 verkrachtingen op hun naam hebben. Gebleken is dat ik dat werk uitstekend kan doen. Mensen die beweren dat ik niet op mijn plaats ben in het leger, snappen de rol van geestelijk verzorger niet.’


Naar Cultuur, integratie, toekomst, tegen niets-doen , Cultuur, integratie, toekomst , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]