WERELD & DENKEN
 
 
De Volkskrant, 12-11-2005, door Olivier Roy, lector aan de Hogeschool voor Sociale Wetenschappen in Parijs.

Inpassen boze onderklasse is opgave Westen

De rellen in Parijs en andere Franse steden hebben aanleiding gegeven tot allerlei interpretaties en commentaren, maar de meeste snijden geen hout.


Tussentitel: Voorstad-jongere kun je niet meer op eigen cultuur aanspreken

Veel mensen denken dat het geweld voortkomt uit religieuze motieven en het onvermijdelijke gevolg is van ongebreidelde immigratie uit moslimlanden; anderen menen dat de relschoppers alleen maar handelen uit wraaklust, omdat hun culturele erfgoed hun is ontnomen en ze geen eerlijke kansen krijgen in de Franse samenleving.
    In werkelijkheid is het geweld niet specifiek islamitisch of zelfs typisch Frans. We zien hier eerder een tijdelijke opstand van een klein deel van de westerse onderklassecultuur, die zich uitstrekt van Parijs tot Londen en Los Angeles en nog verder.
    Om dat te begrijpen, moeten we twee feiten over de rellen in ogenschouw nemen. Ten eerste is dit een opstand van jongeren, en dan van vooral mannen. De relschoppers zijn gemiddeld tussen de 12 en 25 jaar, de helft van de arrestanten is onder de 18. Volwassenen houden zich verre van de demonstraties; zij zijn zelfs de eerste slachtoffers (hun auto's staan in de fik) en zij zien niets liever dan dat de veiligheid en de normale dienstverlening worden hersteld.
    Toch zijn oudere bewoners ook verontwaardigd over het onnodig brute optreden van de politie, over het circus van functionarissen dat beloften doet die weer snel zullen worden vergeten, en over de demonisering van hun gemeenschappen door de media.
    Ten tweede zijn de rellen zowel geografisch als sociaal duidelijk begrensd, ze spelen allemaal in zo'n honderd voorsteden, of liever gezegd: achterstandswijken, die hier bekend staan als 'cités', 'quartiers' of 'banlieues'.
    Onder de jongeren in deze wijken bestaat al heel lang een sterk gevoel van territoriale identiteit, en zij verenigen zich in min of meer losse bendes. De verschillende bendes, die zich dikwijls bezighouden met kleine criminaliteit, wagen zich meestal niet buiten hun eigen gebied en zijn erop gebrand buitenstaanders te weren, of het nu rivaliserende bendes zijn, politiemensen, brandweermannen of journalisten.
    Deze bendes zijn nu merendeels bezig hun eigen wijk af te branden en lijken niet van plan hun razernij naar welvarender buurten uit te breiden. Ze uiten een smeulende woede die wordt aangewakkerd door werkloosheid en racisme. Hieruit kunnen we dus afleiden dat hoewel de rellen ontstaan zijn in gebieden die voornamelijk worden bewoond door immigranten met een islamitische achtergrond, deze onlusten weinig tot niets van doen hebben met de gramschap van een moslimgemeenschap.
    Frankrijk heeft een omvangrijke moslimbevolking die buiten deze wijken woont - van wie velen deze wijken hebben verlaten zodra ze de kans kregen - en die mensen identificeren zich totaal niet met de relschoppers. Zelfs in de onrustgebieden telt iemands plaatselijke identiteit (het gevoel te behoren tot een bepaalde wijk) zwaarder dan de overkoepelende etnische of religieuze band.
    De meeste relschoppers zijn van de tweede generatie immigranten, bezitten de Franse nationaliteit en zien zichzelf eerder als deel van een moderne, westerse stedelijke subcultuur dan van een Arabisch of Afrikaans erfgoed.
    Kijk maar naar de krantenfoto's: de jongemannen hebben dezelfde truien met capuchons aan, luisteren naar dezelfde muziek en gebruiken slang op dezelfde manier als hun tegenhangers in Los Angeles of Washington. (Het is geen toeval dat in de Hollywoodfilms die in het Frans zijn nagesynchroniseerd, de Afro-Amerikaanse personages meestal praten met het accent dat je in de Parijse banlieues hoort.)
    Niemand hoeft er dan ook van op te kijken dat de overheid er maar niet in slaagt 'gemeenschapsleiders' te vinden. Dergelijke leiders zijn er niet, om de doodeenvoudige reden dat er in deze wijken van een gemeenschap geen sprake is.
    Traditioneel ouderlijk toezicht is er niet meer en veel moslimgezinnen zijn eenoudergezinnen. Ouderen, imams en maatschappelijk werkers zijn de controle kwijt. Paradoxaal genoeg zijn het vaak de jongeren zelf die de plaatselijke sociale regels vaststellen, gebaseerd op agressieve mannelijkheid, de macht over de straat en het verdedigen van het territorium.
    Amerikanen (en critici van Amerika in Europa) horen wellicht in deze rellen een echo van het zwarte separatisme dat in de jaren 1960 het geweld in Harlem en Watts voedde. Maar deze Franse jongeren vechten niet voor erkenning als minderheid, in etnische of religieuze zin, maar om aanvaard te worden als volwaardige burgers.
    Ze hebben geloofd in het Franse model (individuele integratie door staatsburgerschap) maar voelen zich bedrogen omdat ze sociaal en economisch worden buitengesloten. Daarom vernielen ze zaken die ze beschouwen als de werktuigen van de mislukte maatschappelijke vooruitgang: scholen, kantoren van de sociale dienst, sporthallen. Teleurstelling leidt tot nihilisme. Voor vele jongeren is knokken met de politie een soort spel, een overgangsrite.
    In tegenstelling tot wat veel progressieven roepen, is meer nadruk op multiculturaliteit en respect voor andere culturen in Frankrijk niet de oplossing: deze boze jonge mensen zijn in hoge mate 'gedeculturaliseerd' en geïndividualiseerd. Bij deze rellen wordt nergens verwezen naar Palestina of Irak.
    Hoewel in de voorsteden menig jihadist wordt geronseld, houden de fundamentalisten zich opvallend afzijdig van het geweld. Moslimextremisten stellen zich andere doelen dan deze jeugd (drugs dealen en hele nachten feesten) en de jongeren moeten niets hebben van enige vorm van leiderschap.
    Hoe lossen we dit op? De politici komen met de geijkte oplossingen: een avondklok, gemeenplaatsen over respect, vage beloften over economische steun. Frankrijk zit echter al in de cyclus van de presidentsverkiezingen, dus we hoeven niet te rekenen op enige vorm van bezinning op de lange termijn.
    Uiteindelijk hebben we hier te maken met problemen die zich voordoen in elke cultuur waarin ongelijkheden en culturele verschillen in conflict komen met hooggestemde idealen. Amerikanen kunnen zich dus maar beter niet al te vrolijk maken over de Franse perikelen - de moeizame strijd om een boze onderklasse te integreren, is een strijd die zich in de hele westerse wereld voltrekt.

Olivier Roy is lector aan de School for Advanced Studies in the Social Sciences / L'Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales / Hogeschool voor Sociale Wetenschappen in Parijs, en de schrijver van Globalized Islam, © 2005 The New York Times. Vertaling: Leo Reijnen


Terug naar   , Hiërarchie   , of naar site home  .