Bronnen bij Cultuur, integratie, toekomst: niets-doen
|
26 mrt.2008 |
De meest-gehoorde opinie over de toekomstige ontwikkelingen aangaande de
integratie van allochtonen en met name moslim-immigranten is "Niets-doen en dan komt het
vanzelf goed" - voor de voorzichtigen met de toevoeging: "over enkele
generaties". Ten tijde van het schrijven van dit artikel was Volkskrant-columnist
en in de meeste zaken scherpzinnig waarnemer Marcel van Dam de meest prominente
vertolker, maar het overgrote deel der multiculturalisten en talloze anderen zullen het in stilte
ondersteunen.
Onder staan wat voorbeelden verzameld van propaganda
voor het niets-doen. Als u de hele discussie over wilt slaan, kijk dan naar deze documentaire van
het Belgische televisiekanaal Canvas, waarin u Turken van de tweede en derde
generatie ziet, die cultureel nog voor meer dan 90 procent in Turkije leven
. Een grote verzameling andere tegenargumenten staat hier
).
Uit:
De Volkskrant, 04-10-2007, column door Marcel van Dam
Debat over het debat
... Ik wil maar zeggen: iedere samenleving kent een grote
variatie subculturen, berustend op verschillen in opleiding en inkomen,
wooncultuur, taalgebruik, godsdienst, hoge en lage cultuur, en natuurlijk land
van herkomst. Hoe groter de verschillen, des te groter de problemen. Zeker als
de dragers van de verschillen afzonderlijke groepen vormen. Laat staan als ze
bijna volledig gesegregeerd leven.
Uit overvloedig gedaan onderzoek in de wereld komt naar voren
dat het in normale omstandigheden ongeveer drie generaties duurt voordat
etnische migranten volledig zijn geïntegreerd. Naarmate ze langer gesegregeerd
wonen en naar school gaan, duurt het langer. En wat godsdienst betreft: bij ons
begon pas in de jaren zestig het relativeren van de religie en de massale
geloofsafval die daarvan het gevolg was. Dat proces gaat nog steeds door. Ik heb
de indruk dat het bij de meeste moslimjongeren nu veel sneller gaat.
...
Dat is nog het treurigste van alles: de integratie van
allochtonen zou veel vlotter verlopen als er in het huidige Nederland helemaal
geen integratiebeleid zou zijn en als er helemaal niet over het probleem zou
worden gesproken.
Dat is natuurlijk een zwaktebod. Het zou veel beter zijn op
basis van rationele argumenten na te gaan hoe het proces, dat zich ook spontaan
voltrekt, kan worden versneld. Maar daar zijn we voorlopig niet toe in staat.
Red.: De rest van het artikel van Van Dam staat vol met een mix van
juiste waarnemingen en foute conclusies - door het toepassen van foute
theorieën. Uit de hier als eerste gereproduceerde alinea: "Er zijn binnen de
autochtone groepen ook grote verschillen", trekt hij zonder met zijn ogen te
knipperen de conclusie dat de verschillen tussen autochtonen en allochtonen dus
te verwaarlozen zijn - een bekend voorbeeld van het geval: "Japanner A is groter
dan Nederlander B", dus "Nederlanders zijn groter dan Japanners" is onwaar. Dat
had je niet gedacht van de buiten dit debat toch uiterst scherpzinnige Marcel
van Dam.
Overigens is zijn laatste observatie natuurlijk wel juist. En
dat is precies ook het eindvoorstel van de redactie. Maar daar zal Van Dam het dan
wel weer niet mee eens zijn, want dat voorstel doet pijn. Bij de allochtonen.
Marcel van Dam herhaalt zijn standpunten graag - onder
een andere versie:
Uit:
De Volkskrant, 03-04-2008, column door Marcel van Dam (volledig artikel hier
)
Verheugend en onthutsend
Integratie gaat gestaag voort, maar culturele kloof groeit', is de kop van de
korte samenvatting van Han Entzinger en Edith Dourleijn van hun boek De lat
steeds hoger over de leefwereld van jongeren in een multi-etnische stad. Die
korte samenvatting zou iedere politicus, iedere journalist en iedere columnist
in Nederland uit zijn hoofd moeten leren voordat hij of zij nog ooit iets over
integratie van allochtonen wil zeggen of schrijven. ...
Wat vooral politici zouden moeten weten: dit integratieproces
voltrekt zich ook als er geen integratiebeleid wordt gevoerd. Als we het
integratiebeleid zouden stoppen en nergens meer over zouden praten, gaat het
proces gewoon door. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er geen beleid mogelijk
is om het proces te bevorderen.
Ik ben er van overtuigd dat het beleid dat we in Nederland
voeren, en de manier waarop we over integratie praten, contraproductief werkt.
...
Red.: Hierbij dient aangetekend te worden dat professor Han
Entzinger een ideoloog van het multiculturalisme is - en dus volstrekt
onbetrouwbaar als het gaat om het onderzoeken van het onderwerp waar hij zo'n
sterke mening over heeft. Dit is zo breed bekend, dat Entzinger voorkwam op een
publiekslijst van meest multiculturalistische mensen
- op welke lijst Marcel van Dam op nummer één stond ...
Dat Van Dam beslist niet alleen staat, maar een hele
geschiedenis van voorgangers torst, blijkt hier:
Uit:
De Volkskrant, 05-04-2008, column door Hans Wansink
Het komt niet vanzelf goed
Tussen het gooi- en smijtwerk in het grote Kamerdebat over Fitna viel ook
nog wel het één en ander te leren. Dat debat, zo wordt weleens vergeten, duurt
al zo'n jaar of dertig. Het speelt zich niet alleen in Nederland af, maar in de
hele westerse wereld. Zelf had ik het idee dat er juist in Nederland veel
vooruitgang was geboekt. Na dinsdag ben ik er niet meer zo zeker van.
...
... In België bijvoorbeeld, merkte hij bij een debat met de
socialist Louis Tobback, vat men het integratievraagstuk nog steeds als een
sociaaleconomisch kwestie op, die niks met godsdienst, laat staan met de islam,
te maken heeft.
Dit materialistische standpunt werd in de jaren tachtig
gecombineerd met het (postmoderne) cultuurrelativisme: er bestaan geen
universele waarden, alle culturen zijn evenveel waard. Zo ontstond het
beleidsprogramma van de 'integratie met behoud van eigen identiteit'.
Deze aanpak leek in overeenstemming met een andere, aan de
Amerikaanse sociologie ontleende theorie over migratie, namelijk dat het vanzelf
goed komt in de derde generatie. De eerste generatie migranten integreert
nauwelijks en blijft hangen in de onderste regionen van de maatschappij. De
tweede generatie wordt heen en weer geslingerd tussen loyaliteit aan de eigen
(traditionele) cultuur en de (westerse) manieren van leven in het 'land van
aankomst', maar komt wel vooruit, dankzij opleiding en steun van de eigen groep
in het 'getto'. De derde generatie migranten identificeert zich volkomen met het
nieuwe vaderland, trouwt buiten de eigen groep en maakt zijn opwachting in de
middenklasse.
... Volgens Pechtold (D66) kwam het allemaal vanzelf goed in de
derde generatie. Thieme van de Dierenpartij stelde dat ook de christenen de
scheiding tussen kerk en staat geweld aandoen: kijk maar naar hun pleidooi om de
winkels op zondag te sluiten. Laten we maar 'overgaan tot de orde van de dag',
concludeerde CDA-minister Donner....
Red.: ... want dan komt het vanzelf goed.
Nog een contra-indicatie tegen deze vooronderstelling is hoe
het de laatste dertig jaar is gegaan: de allochtoon is er steeds minder
aangepast gaan uitzien. Dat is het snelst te zien door een kleine spiegeling,
van cartoonist Jos Collignon, van enige tijd geleden:
Red.: Nog een probleem-indicator:
Uit:
De Volkskrant, 17-04-2008, van onze verslaggever
Rotterdam en Den Haag explosieve steden
Veel werklozen in florerende stad veroorzaken ‘kruitvat’ | ‘Aanpak wijken moet
beter.’
Het creëren van banen in probleemwijken, zoals nu in veel gemeenten gebeurt,
draagt nauwelijks bij aan het verminderen van overlast in die wijken. Dat
stellen onderzoekers van de Atlas voor Gemeenten, die jaarlijks de prestaties
van de grootste vijftig steden onderzoeken. Ze pleiten ervoor dat steden het
geld voor de veertig ‘krachtwijken’, van minister Vogelaar vooral inzetten om
sociale ongelijkheid te bestrijden.
‘Banen zijn er meestal genoeg in en rond de steden’, zegt
onderzoeker Gerard Marlet. ‘Het probleem is dat veel mensen niet voor die banen
in aanmerking komen, omdat ze een taalachterstand hebben of omdat ze niet de
juiste diploma’s hebben.’ Bovendien heeft het creëren van meer werk volgens
Marlet weinig positieve effecten voor de wijk. ‘Van alle extra banen in zo’n
wijk gaat maar 1,4 procent naar de mensen die in die wijk wonen.’
Volgens Marlet moeten de steden vooral inzetten op scholing,
taallessen en goedkoop openbaar vervoer, zodat de beschikbare banen bereikbaar
worden voor de werklozen. ‘Je kunt het geld maar een keer uitgeven, en dit werkt
zeker. Van alle exotische investeringen in buurthuizen en gesubsidieerde
supermarkten moeten we dat maar afwachten.’
Uit het onderzoek blijkt verder dat overlast niet direct
wordt veroorzaakt door alleen werkloosheid. De problemen ontstaan pas als grote
groepen werklozen in een regio wonen waar het economisch goed gaat. Marlet: ‘Die
sociale ongelijkheid veroorzaakt een explosieve situatie, zo blijkt uit onze
‘kruitvatanalyse’. Die mensen zien de stad om zich heen floreren en hun buren
daarvan profiteren, maar vallen zelf buiten de boot. Dat veroorzaakt
spanningen’. ...
Red.: De psychologische terminologie die hier bij hoort is die
van "verwachtingspatroon". Waarom treden de waargenomen verschijnselen op
bij de tweede generatie allochtonen, en niet bij de eerste? Antwoord: de twee
generatie hebben een heel ander verwachtingspatroon. De eerste generatie kwam
uit een arm land, en had van huis uit een laag verwachtingspatroon - zij waren
tevreden met hun positie in Nederland.. De tweede generatie groeit gedeeltelijk
of geheel op in Nederland en zij vergelijken met Nederland: zij hebben een veel
hoger verwachtingspatroon. Hetzelfde product, laaggeschoold werk, wordt door de
twee generaties heel anders beoordeeld - door een heel ander verwachtingspatroon
.
De uitweg uit hun situatie is opleiding. Maar problemen als het niet-hebben van voldoende opleiding
worden niet opgelost door niets-doen, zoals de Engelse en Amerikaanse
voorbeelden leren: daar zijn grote groepen mensen met wie al generaties lang
niets gedaan wordt, en al dezelfde generaties lang geen enkele neiging vertonen
uit zichzelf te verteren.
Voor onze allochtonen zijn een aantal belemmeringen voor een
goed opleiding, stammende vanuit hun cultuur: veel kinderen in huis, de jongens
die altijd buiten zijn, en met name de islam ("Ik weet alles al want ik ken
Allah"
)
zijn enorme hinderpalen op dit traject.
De gevolgen hiervan laten zich met enig gezond verstand
raden, maar ook dit is recent onderzocht:
Uit:
De Volkskrant, 05-04-2008, van verslaggever Peter Giesen
‘Minder jongens, minder terreur’
Demograaf ziet verband tussen geboortecijfer en oorlog | Minder terrorisme als
aantal jongens zonder emplooi daalt.
Het islamitische terrorisme zal na 2020 langzaam afnemen, doordat het aantal
jonge mannen in de Arabische wereld tegen die tijd aanzienlijk is gedaald. Dit
zegt de Duitse socioloog en demograaf Gunnar Heinsohn vandaag in de
Volkskrant. Heinsohn was de afgelopen dagen in Nederland voor de presentatie
van zijn boek Zonen grijpen de wereldmacht.
Volgens Heinsohn is er een sterk verband tussen oorlog en
geboortecijfers. De meeste burgeroorlogen en andere conflicten worden gevoerd in
landen met een groot aantal jonge mannen voor wie geen emplooi is. Dat geldt
bijvoorbeeld voor de Arabische wereld, Kenia en Afghanistan.
...
Centraal in Heinsohns werk staat het begrip youth bulge.
Zo’n bulge – een uitstulping in de statistiek van de leeftijdsopbouw in een land
– ontstaat als minstens 30 procent van de mannen tussen de 15 en 29 jaar is.
Voor zoveel jonge mannen, vooral voor de tweede, derde, vierde en latere zonen,
is doorgaans te weinig werk. Ze raken gefrustreerd, ook omdat ze als werklozen
geen huwelijkspartner kunnen vinden. Daarom zijn ze relatief gemakkelijk te
manipuleren door politieke agitatoren. Bovendien geeft de strijd inkomen en
vooral status. De Gazastrook, Afghanistan, Irak, Somalië, Kenia en in iets
mindere mate Pakistan zijn betrekkelijk nieuwe landen met relatief veel jonge
mannen. Van de 67 landen met een youth bulge in Heinsohns statistieken kampen er
60 met ernstige conflicten. ...
Tegenwoordig is de youth bulge te vinden in de Arabische
wereld, met alle gevolgen van dien. De islam is niet het probleem, zegt Heinsohn,
dat lijkt alleen maar zo. ‘Die jongens zijn geen psychopaten. Ze willen niet
worden gezien als ordinaire moordenaars. Daarom hebben ze een moreel verheven
standpunt nodig dat het doden mogelijk maakt. Religie zorgt daarvoor. De
tegenstander is de zondaar die voor zijn eigen zielenheil uit de weg geruimd mag
worden. Het probleem zit niet in het oude boek, maar in de jongeren die het oude
boek afstoffen. Geert Wilders ziet het verkeerd.’
Red.: De wetenschapper heeft onderzoek gedaan en zijn cijfers
geen hem de eerste conclusie: problemen als oorlog en terreur hangen samen met
een jongensoverschot. Daarna gaat de wetenschapper interpreteren op zijn
cijfers: de islam is dus het probleem. Helaas spreekt hij zichzelf meteen
tegen: 'Daarom hebben ze een moreel verheven standpunt nodig dat het doden
mogelijk maakt. Religie zorgt daarvoor.' De islam is dus wel degelijk een deel
van het proleem, zij het deel twee.
Hoe laat zich dat vertalen? Nu, heel simpel: in onze
achterstandswijken zitten allochtonen gezinnen met veel kinderen, onder wie de
helft jongens. Die het blijkens alle cijfers op school veel slechter dan dan hun
zusters, en dus veel meer op een opleidingsachterstand komen en de bijbehorende
hogere kansen op werkloosheid. Bovendien lijden ze aan die andere voorwaarde:
het geloof in de islam. Dus wie kan nog met droge ogen beweren dat deze jongens
geen bedreiging voor onze samenleving vormen? Het hoeft geen gewone oorlog of
terreur te zijn, maar criminele jeugd- en bendeoorlog, zoals uit de grote
Amerikaanse steden, en recentelijk ook de Britse, is evenzeer een ernstig
probleem.
Uit het Amerikaanse voorbeeld zelf kan men al weten dat niets-doen
grote nadelen heeft. Ook daar is er een oorzaak in culturele problemen: afwezige
en niet-bijdragende vaders in de creoolse gezinnen. Met de volgende
consequenties:
Uit:
De Volkskrant, 03-05-2008, door Diederik van Hoogstraten
Interview | De Verenigde Staten zitten vast tussen blank schuldgevoel en
zwart slachtofferschap, volgens Shelby Steele, Amerika’s huiscriticus van Barack
Obama. ‘Hou toch op met die bullshit over institutioneel racisme.’
Obama biedt valse hoop op verlossing
Tussentitels: ‘Dominee Wright toont het racisme in het hart van de zwarte
identiteit’
‘Zwarten hebben slavenmentaliteit: wat de blanke vindt, telt’
In een favoriet gedachtenexperiment van de schrijver Shelby Steele is het 1965
in de Verenigde Staten. De 23 miljoen zwarten, onder wie Shelby, hebben net
gelijkheid en vrijheid bedongen na eeuwen van slavernij en segregatie. Ze gaan
naar een onbewoond eiland, waar ze een eigen samenleving opbouwen, zonder
positieve discriminatie en zonder blanken.
‘We zouden allemaal zwarte conservatieven zijn’, zegt Steele
(62) tijdens een lunch in de Californische kustplaats Monterey. ‘We zouden aan
het werk gaan. We zouden uitmuntend onderwijs regelen. We zouden ons richten op
familiestructuur en eenheid. We zouden verantwoordelijkheid nemen en de dingen
doen die nu ‘uiterst conservatief’ worden genoemd.’ Hij haalt diep adem en neemt
een slok witte wijn. ‘De reden dat we dit niet doen, is dat we in de nabijheid
van blanken zijn.’ ...
Wat wel klopt, is dat Steele de progressieve orthodoxie over
multiculturalisme en positieve discriminatie resoluut afwijst. En wie in de VS
durft te suggereren dat zwarte problemen niet het gevolg zijn van racisme, of
althans niet meer, is ‘reactionair’ en een paria, weet Steele. ...
In Steele’s jeugd heerste harde segregatie. Zijn blanke
moeder werd vanwege haar liefde voor een zwarte man verstoten uit haar
gemeenschap in Chicago. Shelby hoorde nooit ergens bij. Vanwege de traditionele
‘één-druppel-regel’ uit de tijd van de slavernij was hij vanzelfsprekend een
neger. Maar voor de African-American gemeenschap was hij ‘nooit zwart genoeg’.
...
Dat zwarten Obama na een periode van twijfel toch hebben
omarmd, verrast Steele niet. Het besef dat ‘een van ons’ het hoogste ambt zou
kunnen bereiken, overstemde de kwestie of Obama ‘zwart genoeg’ is. En blanken
beschouwen hem als een verlosser – in de woorden van Steele een ‘iconische
neger’ die de VS kan bevrijden uit het verstikkende rassenvraagstuk. Het blanke
schuldgevoel over de slavernij is diepgeworteld en Obama moet het wegnemen.
‘Terwijl Obama-de-man in dezelfde politieke wijngaard werkt
als zijn concurrenten (…) vraagt zijn kandidatuur de Amerikaanse democratie in
wezen om zichzelf te vervolmaken, om die welhaast perfecte transparantie te
bereiken waarbij kleur geen sluier over karakter meer is – waar een zwarte
zichzelf kan presenteren als het individu dat hij werkelijk is’, schrijft Steele.
Hij onderscheidt twee soorten zwarte leiders: de uitdager en
de onderhandelaar. Uitdagers als de dominees Al Sharpton en Jesse Jackson
benaderen blanken met agressie en argwaan. Elke blanke is een racist totdat het
tegendeel is bewezen, zo omschrijft Steele de uitdager. Onderhandelaars zijn
bereid om aan te nemen dat de meeste blanken van goede wil zijn en dat er
samengewerkt kan worden. Obama is een onderhandelaar, zegt Steele.
Althans, dat was hij totdat eerder dit jaar bleek dat hij met
vrouw en kinderen al twintig jaar elke week in de kerk zit van dominee Jeremiah
Wright, een uitdager van de meest haatdragende soort. Pas deze week brak Obama
met Wright, nadat de dominee een bozige poging tot zelf-rehabilitatie had
gedaan.
Steele vat Wrights filosofie samen: je bent een slachtoffer,
blanke mensen zijn slecht, het is een racistische samenleving. ‘Op een ironische
manier is het grappig. Het is een religie. Een absoluut geloof in racisme in het
hart van de zwarte identiteit.’ Een absurd geloof, voegt Steele toe. Openlijke
discriminatie is anno 2008 strikt verboden in de VS, juridisch en ethisch. Het
taboe op elk spoor van vermeend racisme is zo sterk dat de anti-relativist
Steele ‘minder moralisme en meer relativisme en humor’ bepleit inzake kleur en
etniciteit. ...
Steele neemt het Obama zeer kwalijk dat hij het idee van
zelfredzaamheid en een gezonde arbeidsethiek niet meer benadrukt – juist voor
jonge African-Americans die vastzitten in een cyclus van armoede en geweld. Aan
slachtofferschap en overheidssteun hebben die groepen weinig.
Dat Obama zo lang weigerde afstand te nemen van dominee
Wright, vindt Steele pas echt kwalijk. Obama’s toespraak over etniciteit en
identiteit in de affaire-Wright vonden waarnemers briljant en ‘historisch’.
Steele was niet onder de indruk. ‘Hij had moeten zeggen: ‘Sorry, ik wou dat ik
het niet had gedaan, maar soms moet je de verkeerde weg inslaan om te leren hoe
het beter kan.’ Ik denk dat Amerika dat prachtig zou hebben gevonden. Maar hij
nam geen verantwoordelijkheid.’ ...
Het is volgens hem een vergissing om het lot van zwarten te
verbinden aan wat blanken vinden. ‘De slavenmentaliteit: wij bestaan alleen in
verhouding tot de blanke meerderheid.’ Steele weet dat blanken aan de macht zijn
in bedrijfsleven, politiek en academische wereld. Maar hij betoogt dat
‘cadeautjes’ nooit de oplossing kunnen zijn.
‘Dit moet misgaan. In het onderwijssysteem krijgen jonge
zwarten onder de vlag van het multiculturalisme het slachtofferschap ingegoten.
Leraren, ouders, iedereen is bang om de waarheid te zeggen. Je moet het zelf
doen. Er zijn geen excuses. Ik zeg tegen studenten: hou toch op met die bullshit
over institutioneel racisme. Het enige dat je moet doen, is je
voortreffelijkheid aantonen. Concurreer met de beste blanken. Misschien moet je
twee keer zo hard werken. Nou en? Dat ben je je ras verschuldigd. Wees goed in
iets. En begin niet meteen over racisme als je lage cijfers haalt.’
...
Decennia van politieke correctheid hebben een cultuur van
angst en voorzichtigheid geschapen, zegt Steele. Blanken voelen zich bedreigd,
weet hij. ‘Zodra ze iets verkeerd doen, worden ze gestigmatiseerd als racist. Zo
werkt blanke schuld: door het stigma handel je schuldig, ook al voel je je niet
schuldig – ook al bén je niet schuldig.’
Blanken kunnen zodoende nooit zeggen wat hij als zwarte man
wel kan betogen. ‘Het spijt me, maar je ziet dat instellingen zwakker worden
naarmate ze meer gekleurde mensen binnenlaten. Niet omdat mensen een donkere
huid hebben, maar omdat er minder van ze wordt verwacht. Zwarten leven in een
zeepbel. Blanken vertellen nooit wat ze echt denken. Ze houden ons niet
verantwoordelijk zoals ze hun eigen kinderen verantwoordelijk houden.’
Steele ziet een parallel met de nieuwe minderheden in
Europese landen. Het gevaar is dat zij de Amerikaanse zwarten na-apen in de
omarming van het slachtofferschap. Hij waarschuwt: ‘Verraad nooit de waarden
waardoor je een bloeiend, welvarend land werd. Laat je niet verleiden door het
idee dat de normen omlaag moeten ten bate van inclusiviteit.
‘Wij zwarten hebben juist de waarden nodig die Amerika groot
maakten. We hebben geen behoefte aan multiculturalisme, diversiteit en
gevoeligheid. We hebben rigoureuze normen nodig, zodat we ons kunnen
ontwikkelen. We lijden onder een gebrek aan ontwikkeling, een gebrek dat de
Europeanen nu ook kweken.’ ...
De bekendste ‘zwarte conservatief’ is Bill Cosby. De komiek
was als dokter Cliff Huxtable in The Cosby Show de oer-iconische neger:
een zwarte, niet bedreigende man die gedeelde menselijkheid in plaats van
verschillen benadrukte, en geen racisme vooronderstelde.
De afgelopen jaren heeft Cosby zich ontwikkeld tot een
confronterende denker. Na de moord op zijn zoon Ennis in 1997 begon de 70-jarige
televisiemaker achterstandswijken te bezoeken. Daar trekt hij altijd een groot
publiek, want wie kent Bill Cosby niet? Hij vraagt moeders om te praten over hun
zonen in de gevangenis en hun dochters als tienermoeders. Hij nodigt de
lijkschouwer uit om te vertellen over de jonge zwarte mannen die, aan stukken
geschoten, op zijn tafel liggen.
Dit is onze werkelijkheid, zegt Cosby. Wat gaan we er aan
doen? In zijn optredens en in zijn boek Come On People (2007) roept hij
op om het slachtofferschap af te werpen, aan het werk te gaan en
verantwoordelijkheid te nemen.
Cosby en Steele, die elkaar goed kennen, slaken noodkreten.
De problemen in de zwarte gemeenschap zijn enorm. De helft van alle
gedetineerden in gevangenissen is zwart, terwijl minder dan14 procent van de
Amerikaanse bevolking zwart is. Het percentage tienermoeders is veel hoger dan
in andere groepen, terwijl het percentage jongeren dat afstudeert veel lager
ligt.
‘De westerse cultuur draait om een effectief systeem van
individuele verantwoordelijkheid, werken, risico’s nemen, creativiteit. Dit
alles is moeilijk’, zegt Steele, ‘maar het is de enige manier. Wij zitten met
een idee dat niet eerder in de geschiedenis heeft gewerkt: dat iemand anders
verantwoordelijk kan zijn voor je lot. Succes ermee. Wij zijn verleid door het
idee dat het kan, maar het is zelfmoord. De reden dat Joden succes hebben, waar
je ze ook neerzet, is dat ze nooit verantwoordelijkheid aan een ander afstaan.’
(Steele’s vrouw Rita is Joods.) ‘Wij geven de verantwoordelijkheid op. We laten
politici, die idioten, erover praten en besluiten.’
‘We zijn omringd door blanken die ons dingen willen
schenken’, aldus Steele, ‘zodat zij onder de druk uit kunnen komen waarmee ze
altijd leven.’ Die druk is de blanke schuld waar de schrijver op hamert en waar
Obama op inspeelt. De kandidaat krijgt de macht van het overwegend blanke
electoraat, en hij geeft de blanke kiezers als een wederdienst ‘raciale
onschuld’. Middels die deal zou Obama-de-onderhandelaar de volgende president
kunnen worden, denkt Steele.
Steele hoort vaak dat hij achterloopt, dat de jongeren ‘de
huidskleur voorbij’ zijn. Hij glimlacht. ‘Het is pijnlijk om te zien dat de
generatie na mij zich juist schikt binnen een nog nauwere, meer totalitaire
zwarte identiteit. In veel opzichten leven zij meer afgescheiden. Ze oordelen
harder over wie een sell out is, wie een Oom Tom is, wie blank doet.’
...
Steele kent veel conservatieven die Obama een kans willen
geven. Vier jaar met een Democraat overleven ze wel, als we dan eindelijk kunnen
ophouden over huidskleur, zegt Steele. ‘McCain moet vechten tegen de blanke
schuld, tegen de behoefte aan verlossing. Dat blijkt een grotere kracht te zijn
dan ik had gedacht. Blanken zijn bijzonder trots als ze vertellen dat ze op een
zwarte man stemmen.’
Red.: Steele zegt het ook met zo veel woorden, maar als het
woord "zwart" vervangt door allochtoon, zie je zo het hele begin van de
allochtonenproblematiek en de multiculturalistische behandeling tot aan de huidige
tijd staan.
En, nog veel belangrijker: wat er gebeurt als je op dit pad
doorgaat.
En dat pad is ook het pad van het niets-doen, zoals het in de
praktijk zal gaan. "Niets-doen" betekent voor onze multiculturele bestuurder en
elite in de praktijk "steun aan de zwakkeren", de prachtwijkenprojecten. Zonder
het bijbehorende noodzakelijke beroep op het ontwikkelen van zelfredzaamheid.
En het einde is gekleurde getto's. Maar dan op de lip van welvarend
autochtoon Nederland. een potentieel kruitvat, indeed.
Naar Cultuur, integratie, toekomst
,
Allochtonen overzicht
, Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|