De Volkskrant, 14-02-2009, .2008

Nijmegen biedt ouders eerlijke kans

Nijmegen wil basisscholieren niet spreiden, maar zo veel mogelijk in de eigen wijk naar school laten gaan, aldus Hannie Kunst e.a.


Sjak Rutten had er beter aan gedaan zich voor publicatie van zijn artikel (Forum, 12 februari) goed te informeren over de plannen voor een centraal aanmeldpunt voor het basisonderwijs in Nijmegen. Dan had hij geweten dat de scholen en de gemeente helemaal niet van plan zijn leerlingen over de stad te spreiden. Evenmin willen zij ouders het recht ontzeggen zelf een school voor hun kinderen te kiezen.
Het nieuwe aanmeldpunt leidt wel tot meer transparantie in de aanmeldprocedure voor het basisonderwijs. Ook wordt het eenvoudiger voor ouders hun kind op meerdere scholen aan te melden. Maar ouders worden niet verplicht hun kind aan te melden op drie scholen binnen de eigen wijk. Integendeel. Ouders wordt gevraagd minimaal drie en maximaal zes voorkeurscholen op te geven. Het maakt niet uit of die scholen in de eigen wijk liggen of daarbuiten.

Wel willen wij voortaan alle kinderen een eerlijke kans geven op plaatsing op een voorkeurschool. Nu is daar namelijk geen sprake van. Ook in Nijmegen melden ouders hun kind, als het een half jaar oud is, soms al op meerdere populaire scholen aan. Daardoor ontstaan lange onbetrouwbare wachtlijsten bij scholen en ongelijke kansen voor ouders. Wie minder snel is en het kind pas aanmeldt als het drie jaar oud is, vist bij populaire scholen immers achter het net. Ook als de school zich om de hoek bevindt, of als er al een broertje of zusje op school zit.

De basisscholen in Nijmegen en de gemeente vinden dit onrechtvaardig. Daarom willen zij overgaan tot centrale aanmelding en plaatsing, gecombineerd met afspraken over een eerlijker verdeling van de beschikbare plekken. Kinderen die al een broertje of zusje op de voorkeurschool van de ouders hebben of in de buurt wonen, krijgen voortaan voorrang op kinderen voor wie dat niet geldt. En kinderen uit Nijmegen gaan vóór kinderen van buiten de gemeente.

Dit voorkomt natuurlijk niet dat ouders te horen krijgen dat de school die zij als nummer 1 op hun lijstje hadden gezet al vol zit. Dan poogt het aanmeldpunt het kind op school nummer 2 van hun lijstje te plaatsen. Lukt dat ook niet dan zijn er nog altijd maximaal vier andere door de ouders opgegeven scholen waar het kind terecht kan.

Dit doet geen afbreuk aan het recht op vrije schoolkeuze; op het recht van kinderen op de onderwijssoort die hun ouders wensen. Dankzij het brede scholenaanbod in Nijmegen (41 scholen van diverse signaturen) blijft dat recht gewaarborgd. Ouders kunnen immers zes favoriete scholen op hun verlanglijstje zetten, die van dezelfde signatuur mogen zijn. Wel hebben zij een grotere kans dat hun kind op een voorkeurschool terecht komt, als die school bij hen in de buurt ligt.

Vrije schoolkeuze is iets anders dan het recht op plaatsing op een specifieke school. Dat recht heeft niemand in Nederland.

Met het centrale aanmeldpunt wil Nijmegen ook het probleem van zwarte en witte scholen tegengaan. Door het geven van voorrang aan broertjes en zusjes en aan kinderen uit de eigen buurt, vormen scholen een betere afspiegeling van de wijk waarin ze staan. Op een aantal Nijmeegse scholen is dat nu niet het geval. Door de ‘vlucht’ van hoogopgeleide (autochtone maar ook allochtone) ouders die hun kind elders in de stad aanmelden, ontstaan scholen waar meer dan 40 (soms zelfs 60) procent van de leerlingenpopulatie bestaat uit kinderen van laagopgeleide ouders (allochtoon maar ook autochtoon). Dit is onderwijssegregatie.

Met kinderen van laagopgeleide ouders is niets mis. Maar wij zijn ervan overtuigd dat elk kind gebaat is bij een omgeving waar het in aanraking komt met leeftijdgenootjes met een andere achtergrond. Onderzoek heeft aangetoond dat bij een goede verhouding tussen kwetsbare en kansrijke leerlingen de kwetsbaren zich optrekken aan de kansrijken zonder dat de laatsten eronder lijden.

Door de nieuwe spelregels worden leerlingenpopulaties meer een afspiegeling van de wijk. Daardoor wordt de verhouding tussen kansrijke en kansarme kinderen vanzelf beter. Als er na plaatsing van kinderen op basis van het ‘broertje of zusje’- en ‘woont het kind in de buurt?’-principe nog plek is, zal voorrang worden gegeven aan kansarme kinderen. Onder voorwaarde dat de aanmelding van zo’n kind bijdraagt aan een gezonde verdeling tussen kansarme en kansrijke kinderen.

Ouders kunnen hun kind voortaan pas aanmelden als het 2 jaar en 9 maanden is. Zij krijgen dus de tijd om zich zonder stress over lange wachtlijsten te oriënteren op het kiezen van een school. Scholen kunnen met goede voorlichting ouders informeren over het onderwijs bij hen in de buurt.

Door het centrale aanmeldpunt worden stappen gezet op weg naar meer gemengde scholen en minder onderwijssegregatie, zonder afbreuk te doen aan het recht van ouders op een vrije schoolkeuze.


Copyright: Kunst, Hannie;Braat, Rini;Logt, Jack van de

Hannie Kunst is wethouder Onderwijs van de gemeente Nijmegen. Rini Braat is algemeen directeur van de Stichting Josephscholen. Jack van de Logt is voorzitter van het College van Bestuur van de Stichting Conexus.
 


Naar Cultuur, integratie, toekomst , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]